Site-archief

Poëzie aan de Gouwe

29 januari 2020

.

Van de dorpsdichter van Waddinxveen, Piet Hardendood, kreeg ik de uitnodiging om deel te nemen aan Poëzie aan de Gouwe op woensdag 29 januari aanstaande (daags voor de Nationale Gedichtendag). Doel van Poëzie aan de Gouwe is het publiek bekend maken met de taal van de poëzie. Nu gebeurt dat natuurlijk op vele plaatsen in Nederland op allerlei manieren en op allerlei poëziepodia (kijk maar eens onder het kopje poëziepodia op dit blog) maar de insteek van Piet is toch nieuw en ik ken geen ander initiatief dat hier op lijkt.

Piet heeft de dichters gevraagd twee of drie gedichten te schrijven rond het thema van de Poëzieweek ‘De toekomst is nu’. Het publiek krijgt deze gedichten uitgereikt op papier en wordt in de gelegenheid gesteld vragen over de gedichten aan de dichter te stellen. De dichters worden in de gelegenheid gesteld iets over de gedichten of over hun poëzie in het algemeen te vertellen en de presentator van de avond zal de dichter ook enige vragen stellen.

Op deze manier gaan de gedichten die die avond worden voorgedragen (meer) leven voor de mensen in het publiek dan dat ze alleen zouden worden voorgedragen. De interactie met het publiek is er rechtstreeks en direct en dat is een groot verschil met een regulier podium waar dit wel voor- of achteraf kan maar waar dit maar sporadisch gebeurt.

Poëzie aan de Gouwe is op woensdag 29 januari, in Bar/eetcafé de Point, Wingerd 2 in Waddinxveen, inloop is om 19.30 uur en het programma begint om 20.00. Mijn poëzie komt aan de beurt in het eerste blok tussen 20.10 en 20.55 uur. Naast mij zal onder andere ook Marije Hendrikx (1945) deelnemen. Marije publiceerde twee bundels in 2010 ‘Vleugje liefs’ en ‘Zeg liefde’ en ze publiceerde in verschillende verzamelbundels en magazines zoals ‘Schoon Schip’ en ‘Po-e-zine’. Van haar hand heb ik een gedicht gekozen getiteld ‘Ik hoop zo dat je luistert’ een gedicht dat wat mij betreft goed bij het thema van de Poëzieweek past.

.

ik hoop zo dat je luistert…

.

op jouw contrabas heb ik gespeeld
mijn lief – het waren
valse tonen die klonken

ik hoop dat je niet luisterde

valse tranen waren het niet
die als hoosbui vanuit mijn tenen
uit de diepte van mijn ziel gutsten

ik hoop dat je niet keek

word niet kwaad lief
ik ben niet goed in harde noten kraken
nooit geweest – dat weet je

een stoofpotje zal ik voor je koken – jouw
geliefde draadjesvlees – dat kan ik wel
en voor het ultieme genot

zal ik mijn dikke billen in dat
afgrijselijk strakke rokje steken
waarin jij mij graag ziet

ik hoop dat je kijkt.

mijn zilveren haren
had ik graag met jou gedragen lief
tot aan het einde der tijden
maar jij moest zonodig

het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen
luister lief – ergens
wordt nog ons lied gespeeld

ik hoop zo dat je luistert..

.

Hoe de stemming er in te houden

20 jaar Paard

.

Je kan je de verrassing, die zich meester van mij maakte, voorstellen toen ik in een kringloopwinkel in Drouwenerveen de bundel ’20 jaar Paard’ literaire bundel tegen kwam. In al de jaren dat ik in Den Haag kringloopwinkels bezoek en daar naar poëziebundel speur was ik deze bundel nimmer tegen gekomen. Sterker nog, ik wist van het bestaan niet af. In 1992 werd deze bundel uitgegeven ter gelegenheid van het 20 jarig bestaan van Cultureel Centrum ’t Paard en samengesteld door Adriaan Bontebal, Erik Lindner en Marianne Kukler.

Nu is het op zichzelf niet heel bijzonder dat er een literaire bundel wordt uitgegeven door ’t Paard, deze Haagse poptempel heeft een lange geschiedenis van literaire activiteiten (denk aan ‘Puur Gelul’). Het is dan ook niet verwonderlijk dat er grote en bekende namen hebben bijgedragen aan deze bundel zoals Joost Zwagerman, Carla Bogaards, Alfred Birney, Frank Starik, Ingmar Heytze en Jan Rot. Maar ook Haagse namen als Bart Chabot, Boozy en A. Moonen en er is zelfs een bijdrage van Allen Ginsberg opgenomen.

Ik heb uit al deze namen die van Arthur Lava gekozen. Arthur Lava, (1955) is het pseudoniem van Howard Krol, Arthur naar Rimbaud. Hij was in 1988 één van de initiatiefnemers van de groep dichters die zichzelf de Maximalen noemden, naar hun eerste bundel.  Deze dichters, streefden naar een soort poëzie waarin meer straatrumoer zou doorklinken. Zij keerden zich tegen de verstilde, ingekeerde en autonome poëzie van veel van hun voorgangers en eisten daarentegen een poëzie van het volle en eigentijdse leven. De Franse dichter Arthur Rimbaud was voor de meeste Maximalen het grote voorbeeld.

.

Hoe de stemming er in te houden

.

Hé bermtoerist

langs de uitvalsweg van je verlangens.

.

Hé vaandelzwaaier

op de afslag Wanhoop-Noord.

.

Laat je toch niet verneuken man,

je hoofd is echt geen voddenkraam

vol halfvergane geestdrift.

Wie heeft je dat ooit wijsgemaakt?

.

Kom op, de vlegeljaren zijn

nog altijd op de pof.

Vannacht gaan we de kroegen af

en maken zelfbedrog het hof.

.

Poëzieweek 2020

Jules Deelder

.

Nu de Poëzieweek nadert (van 31 januari tot en met 5 februari) zal ik een aantal gedichten plaatsen die in mijn visie eer doen aan het thema van deze week namelijk ‘De toekomst is nu’. Afgelopen weken heb ik mijn bundels van Jules Deelder weer eens ter hand genomen om begrijpelijke redenen, en zo ook de bundel ‘Renaissance’ Gedichten ’44 – ’94. In deze bundel van bijna 600 pagina’s zijn alle bundels gedichten opgenomen die van Jules Deelder tot en met 1994 verschenen. Daarnaast zijn opgenomen de cyclus ‘Renaissance’ en enkele gedichten uit ‘Jazz’.

Het gedicht dat ik koos bij het thema van de Poëzieweek is het gedicht ‘Swami Bami’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Dag en nacht geopend’ uit 1970. Het aardige aan het thema van deze Poëzieweek is dat gedichten die religie als onderwerp hebben, hier wonderwel bij passen. En dat geldt dus ook voor dit gedicht.

.

Swami Bami

.

Horen en zien zijn Hem vergaan,
Hij kan ook niet meer spreken.
Zijn Huis staat hier een eeuw vandaan,
Hij liet geen enkel teken.
.
Toch circuleert een vaag gerucht
dat eens de Dag zal komen,
waarop Hij met een diepe zucht
de Waarheid zal vertonen.
.
En daarop, Broeders, wachten wij
met Hoop in onze ogen.
Het Uur komt immer dichterbij,
dat wij Hem prijzen mogen:
.
Swami Bami is de Man,
Die het langste zwijgen kan!
.
.

Op het station

Dubbelgedicht

.

Vandaag een dubbelgedicht met als onderwerp; het station. Twee totaal verschillende dichters met elk een gedicht dat bij dit onderwerp past, in dit geval een treinstation en een metrostation. Allereerst Theun de Winter (1944) met het gedicht ‘In de hal van het Centraal Station’ uit de bundel ‘De gedichten’ uit 1972. Het gedicht verscheen ook in ‘Elf gedichten voor Piet Keizer’, in 1973 uitgegeven als hommage aan de grote Ajaxied, die dat jaar dertig jaar werd.

Het tweede gedicht is van Boelat Okoedzjava (1924 – 1998) en is getiteld ‘Liedje over de metro’. Okoedzjava is geboren in Georgië, schreef proza maar is vooral populair geworden in de Sovjet Unie als dichter en chansonnier met melancholieke en soms satirische liedjes over de oorlog, liefde, dood en eenzaamheid.  Het gedicht komt uit ‘Spiegel van de Russische poëzie’ uit 2000.

.

In de hal van het Centraal Station

.

In de hal
van het Centraal Station
kon ik mij
met moeite een
volwassen handtekeningenjager
van het lijf
houden
die dacht dat ik
een van de Cats was
Mijn dochter heeft al
jullie platen
.
Persoonlijk werd ik
veel liever voor
een Beach Boy aangezien
in welke situatie
ik zou signeren
met Carl Wilson
.
Als Beach Boy had ik
geld genoeg om
mijn gebit
te laten behandelen
totdat een geringe
ruimte tussen
mijn twee voortanden
verkregen is –
een plastisch chirurg
en de kapper doen
de rest
.
Daar loopt Piet Keizer
zouden de mensen
denken.

.

Liedje over de metro

.

In mijn metro heb ik altijd volop ruimte,

vanaf de jaren dat ik duimde

blijkt ze immers als een lied te zijn

met ‘Rechts staan, links passeren’ als refrein.

.

De orde is heilig, is wel gedaan:

de reizigers die rechts staan – staan,

maar zij die gaan zijn steeds gehouden

te allen tijde links te houden.

.

Mevrouw Presley – van der Sleen

Rob Schouten

.

Afgelopen week zou Elvis Presley 85 jaar zijn geworden als hij nog had geleefd. Ik moest hieraan denken toen ik in de bundel ‘Zware pijnstillers’ (toepasselijk) uit 2012 van Rob Schouten het gedicht ‘Mevrouw Presley – van der Sleen’ las. Op de radio was afgelopen week was ook al een jarenlange fan van Elvis Presley te horen, die de documentaire over zijn leven, ‘That’s The Way It Is’ uit 1970 (Elvis was toen 35 jaar en op het hoogtepunt van zijn carrière) die op zijn geboortedag 8 januari in de bioscoop te zien was meer dan 100 keer gezien had. Ik moest bij de titel van dit gedicht meteen aan die mevrouw denken. Genoeg reden om dit gedicht hier te plaatsen.

.

Mevrouw Presley – van der Sleen

.

Op 17 augustus ’77 te Lloret aan Zee

las ik de Telegraaf, Elvis overleden.

Het deed me weinig: bolle Vegasster,

foute bakkebaarden.

.

Een jaar of vijftien later en dus ouder

bezocht ik Graceland. daar ik daar toch was.

Z’n tante op een schommelstoel

op het terras, het graf viel tegen.

.

Mijn muziek was het nog altijd niet,

zoals dit vers me ook niet raakt,

maar een vroegere hulp

in de huishouding , Marrie, uit Sleen

was smoorverliefd op ‘m en

had zijn foto boven haar bed.

,

Ook zij trouwens al jaren dood,

na een goeddeels mislukt bestaan.

.

De toekomst is nu

Poëzieweek 2020

.

Van 30 januari tot en met 5 februari is het Poëzieweek en op 30 januari is het Nationale Gedichtendag in Nederland en Vlaanderen. Op de website van de Poëzieweek https://www.poezieweek.com/ kun je alle activiteiten en bijzonderheden nalezen. Het thema van de Poëzieweek is ‘De toekomst is nu’.

In aanloop naar de Poëzieweek toe wil ik een aantal gedichten van dichters die in dit thema geplaatst kunnen worden, hier plaatsen. De eerste dichter en het eerste gedicht is van Hans Berghuis.

Berghuis (1924 – 1994) was dichter en prozaschrijver. Hij debuteerde in 1947 met de poëziebundel ‘Stanza’s voor haar’ in 1950 gevolgd door de bundel ‘Grote en kleine metten voor jou’ waarna het tot 1984 zou duren voor hij weer een dichtbundel publiceerde, namelijk ‘Postpapier voor Nigra’. In veel van Berghuis’ poëzie is er sprake van een rusteloos zoeken om te ontkomen aan de essentieel menselijke eenzaamheid. In het gedicht ‘De laatste adem’ komt dit ook mooi naar voren. Het gedicht komt uit de bundel ‘Postpapier voor Nigra’ briefgedichten, dat in 1984 werd uitgegeven door Uitgeverij Stichting Ravenberg Pers. In dit gedicht wordt pijnlijk duidelijk een situatie geschetst waarin de toekomst van de hoofdpersoon al vast staat en al reeds is begonnen.

.

Laatste adem

.

Des nachts sluipend door het huis, op zoek

naar drank en sigaretten, een glas achterover

slaan tegen de pijn, tien regels van het boek

lezen dat nooit geschreven werd, daar zitten

in een stoel zonder zeker te weten wat te doen,

de vogels horen wakker worden tegen vieren

en dan kruipend en tierend terug naar bed.

Hij vloekt tegen haar billen, tast de spleet,

hij kneedt de mammas van zijn zwarte schaap,

hij laat de slang die één maal Eva beet

kopstoten in zijn boom, totdat zij vraagt:

‘Wil je gewoon doen? Kom je in mijn hol?

Ik ruik je al een uur van hier tot daar. -‘

Ongewoon levend blaast hij zijn adem bol:

zijn dood begraaft hij in de moederbaar.

.

Marloes Robijn

Gedicht voor zuster Bertken

.

Marloes Robijn (1985) schrijft verhalen en gedichten, organiseert culturele evenementen en bedenk en voert literaire activiteiten uit. Zo bedacht ze geblinddoekte poëzie-audiotoers en literaire speurtochten. Daarnaast richtte ze Shut Up & Write Utrecht op.  Daarnaast geeft ze ook nog Zweedse les. Haar poëzie droeg ze voor bij Onbederf’lijk Vers, Dichters in de Prinsentuin en bij de Literaire Nachtclub in Tivoli in 2014. In 2014 en 2015 deed ze mee aan  poetry slams en bereikte ze twee keer de finale van het NK Poetry Slam.

Op haar website https://www.kanelbullekreaties.nl/ (die gek genoeg maar is bijgewerkt tot en met 2015) staan voorbeelden van haar activiteiten en van haar verhalen en poëzie zoals het gedicht ‘Gedicht voor zuster Bertken ter ere van de 500-jarige sterfdag’. Op 25 juni 2014 was het 500 jaar geleden dat de Utrechtse non en schrijfster Suster Bertken is gestorven. Tien jonge dichters lieten zich inspireren door het leven en werk van deze zuster, die een van de eerste Nederlandstalige vrouwelijke dichters was. Marloes Robijn was één van hen.

.

Gedicht voor Suster Bertken ter ere van de 500-jarige sterfdag

.

Barrevoets het kerkhof over.
Je laatste vogelmoment, nu

.

past enkel een hoofd, één hand
in het kader van je eenkluizig bestaan.

.

Vergat je niet je lichaam te
vergeven, iemand je andere hand

.

en je schoenen en je straten
te bewandelen, hoe warm was je

.

houten vuur? Jouw hemellichaam
bidt en dicht en in een hoekje

.

spaar je geruchten van het venster
op de stad, eronder stof en sleutelhonger.

.

Je ziet ze klussen: het hoogkoor wordt gewit,
maar later als jouw tussentijd is verlopen

.

worden kerken afgebroken. We dempen je botten
met een winkelstraat, fluisteren leemte in de muren.

.

.

Nieuwe Amerikaanse dichters

New American Poets

.

In 2005 werd door uitgever David R. Godine (uitgeverij DRG) in Boston de vuistdikke bundel ‘New American Poets’ gepubliceerd, met daarin 95 van de nieuwste dichters in Amerika. Amerikaanse dichters uit alle windstreken, met hun roots in allerlei landen (onder andere Michael van Walleghen waarvan ik vermoed dat zijn roots in Nederland of waarschijnlijker Vlaanderen liggen), man, vrouw en allemaal nog onbekend (zeker hier in Nederland). Het zijn niet alleen jonge dichters, ook dichters die al wat ouder zijn en bekend worden of op doorbreken staan.

In de bundel valt me op dat er veel lange gedichten staan, ook prozagedichten en van elke dichter zijn een paar gedichten opgenomen (de bundel telt maar liefst 442 pagina’s). Omdat ik eigenlijk geen enkele naam ken ben ik wat op onderzoek uitgegaan.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor dichter Marilyn Nelson Waniek (1946).

Marilyn Nelson is dichter, vertaler en auteur van kinderboeken. Ze is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Connecticut, en de voormalige dichter-laureaat van Connecticut. Ze is een winnaar van de Ruth Lilly Poetry Prize, de NSK Neustadt Prize for Children’s Literature en de Frost Medal. Van 1978 tot 1994 publiceerde ze onder de naam Marilyn Nelson Waniek.  Ze is de auteur of vertaler van meer dan twintig boeken en vijf poëziebundels voor volwassenen en kinderen, zogenaamde chapbooks (soort zelfgemaakte klein (A6) tijdschriftje van meestal 8, 12, 16 of 24 pagina’s). Naast vele andere publicaties verschenen van haar 11 poëziebundels. Uit ‘New American Poets’ koos ik het gedicht ‘Chosen’ dat komt uit haar bundel ‘Homeplace’ uit 1990.

In ‘The Homeplace’ wordt de lezer betrokken bij een reeks scherp geportretteerde levens (van haar familie). Door een continu verhaal te vertellen in een mix van vrij vers en traditionele vormen, geeft Waniek haar werk tempo en intensiteit. Ze behandelt de villanelle, het sonnet en de populaire ballad met gelijke vaardigheid en enthousiasme.

Het sonnet ‘Chosen’ beschrijft de consensuele maar ongelijke seksuele daad tussen haar over-overgrootmoeder Diverne, een slaaf die naar Hickman in de staat Kentucky werd gebracht vanuit Jamaica, en haar over-overgrootvader, Henry Tyler, een blanke man, wat leidt tot de geboorte van Pump, de overgrootvader van Nelson. Het gedicht besluit met dit couplet: ‘And it wasn’t rape. In spite of her raw terror. And his whip’. Het gedicht houdt vol dat de daad geen verkrachting was omdat het leidde tot de geboorte van een geliefd kind, maar de conclusie van dit gedicht dat eindigt met de woorden ‘verkrachting’ en ‘zweep’ is toch heel anders.

.

Chosen

.

Diverse wanted to die, that August night

his face hung over hers, a sweating moon.

She wished so hard, she killed part of her heart.

If she had died, her one begotten son,

her life’s one light, would never have been born.

Pomp Atwood might have been another man:

nor with a single race, another name.

Diverse might not have known the starburst joy

her son would giver her. And the man who came

out of a twelve room house and ran to her

close shack across three yards that night, to leap

onto her cornshuck pallet. Pomp was their

share of the future. And it wasn’t rape.

In spite of her raw terror. And his whip.

.

Niet te geloven

Het literair anekdotenboek

.

Pas geleden kocht ik in een kringloopwinkel ‘Het literair anekdotenboek’ samengesteld door John Müller en in 1988 uitgegeven door de Bijenkorf. Dit is nu precies het soort boeken waar ik van hou; boeken met weetjes, anekdotes, feitjes en lijsten. En deze dan in het bijzonder want ze gaan over literaire anekdoten. Het boek bevat veel informatie over schrijvers, dichters, maar ook over thema’s als brieven, kritieken, onderzoeken, prijzen, roddels, schandalen, zinspelingen en ga zo maar door.

Uiteraard heb ik een voorkeur wat betreft alle informatie die over dichters of de poëzie gaat en ik word niet teleurgesteld. Zo staat er een anekdote in onder het weinig zeggende trefwoord ‘matras’. In de jaren zestig van de vorige eeuw zond de AVRO-televisie Literaire ontmoetingen uit. In mei 1964 besloot de AVRO-directie het programma te laten vervallen, omdat de programmamakers (Remco Campert, H.A. Gomperts, Hans Keller -op 19 december 2019 overleden- en Con Nicolai) weigerden het fragment te schrappen waarin Remco Campert een eigen gedicht ‘Niet te geloven’ voorlas.

De AVRO maakte ernstig bezwaar tegen het woord ‘naaide’  in de derde strofe, en liet de programmamakers weten dat men niet op hun honorarium hoefde te rekenen als dit woord niet werd aangepast (verwijderd of vervangen door een woord dat kennelijk wel door de AVRO werd goedgekeurd). Remco Campert zei in een commentaar op deze eis: “Ik begrijp het niet, het gedicht heb ik in 1960 geschreven (en verscheen in de bundel ‘Dit gebeurde overal’ in 1962) en ik heb nooit aan enige weerstanden gedacht. Volgens mij waren de kuisheidsbezwaren tegen woorden als deze – die toch ook een wezenlijke functie hebben – wel doorbroken. Het gaat mij niet om het woord zelf, maar het is in het gedicht gewoon op zijn plaats. Nee, er was echt geen compromis mogelijk.”

Veel kranten hadden het er ook moeilijk mee, zo beschreef het Algemeen Dagblad ‘naaide’ als ‘zes letters, samen vormend een werkwoord dat veel wordt aangetroffen op schuttingen en in de moderne literatuur’, het Algemeen Handelsblad noemde het gewoon ‘het vieze woord’ en de Volkskrant beschreef het als ‘een handeling waar wij het voortbestaan van de wereld aan te danken hebben’. Vreemd genoeg drukte de ‘Friese Koerier’, de Leeuwarder Courant’ en ook ‘Trouw’ (de krant die de eerste decennia na de tweede wereldoorlog een blad voor de gereformeerde kerken in Nederland was) het gedicht gewoon af.

Wanneer je het gedicht nu leest vraag je je af waarom er zo’n ophef was destijds over dit gedicht en zo’n woord. Het geeft maar weer eens aan hoe de moraal is veranderd en welke vrijheid er tegenwoordig is om te schrijven wat men wil.

.

Niet te geloven

.

Niet te geloven
dat ik knaap nog
een vers schreef over de
zilverwitheid van een berkestam

.

en om mij heen
grootse dronkenschap
van de bevrijding:
het water was wishky geworden.

.

Alles zoop en naaide
heel Europa was één groot matras
en de hemel het plafond
van een derderangshotel.

.

En ik bedeesde jongeling
moest nodig
de reine berk bezingen
en zijn bescheiden bladerpracht.

.

 

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Bekendmaking thema

.

Zoals al aangekondigd werd op dit blog zal er in 2020 weer een Gedichtenwedstrijd worden georganiseerd door de stichting Ongehoord!  Het bestuur van Ongehoord! heeft besloten dat het thema van dit jaar een (kort) gedicht van de, ons pas geleden ontvallen, Rotterdamse dichter Jules Deelder zal zijn.

Het thema van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is: De omgeving van de mens is de medemens

Binnenkort zal op de website van Ongehoord! https://stichtingongehoord.com bekend worden gemaakt wat de voorwaarden zijn van deelname aan de wedstrijd, de prijzen, waar en hoe je gedicht in te zenden en nog meer informatie.

Om je vast al wat inspiratie te geven hier een gedicht van Robert Anker uit de bundel ‘Nieuwe veters’ verzamelde gedichten 1979 – 2006 uit het jaar 2008.

.

In het chroom

.

Kijk, daar staat ze, levensgroot.

Ze heeft haar hand in haar broek.

Ze steekt haar tong tussen haar lippen.

Hoe ze omkijkt in het straatbeeld dat je zoekt.

.

Je loopt het restaurant in waar ze zit.

Je loopt de palmen in, de spiegels en het chroom.

Ze rookt, ze kijkt verrast als ze je ziet.

.

Je doet een stap terug van de bel

en kijkt omhoog. Regen, asfalt.

.

Foto: FreeImages.com