Site-archief

De koffer

John Ashbery

.

In 1977 staat Poetry International in het teken van de koffer, symbool van het reizen. Naast de gebruikelijke poëzie en dichters uit vele landen is er een tentoonstelling van oude reiskoffers. In 1977 staat de Amerikaanse dichter John Ashbery op het podium in Rotterdam. Ashbery (1927- 2017) werkte van 1955 tot 1965 voor The New York Herald Tribune in Parijs als kunstcriticus. Na zijn terugkeer in de Verenigde Staten werkte hij als docent Engels en was hij ook daar kunstcriticus. Ashbery was een avant-gardistisch dichter.

Ashbery’s vroege werk werd sterk geïnspireerd door door het werk van Auden, alsook door de obscure Franse surrealistische dichter Pierre Martory. Later werd zijn werk steeds meer modernistisch. In de jaren zestig verkeerde hij in avant-gardistische kringen, met wereldwijd de aandacht trekkende kunstenaars als Andy Warhol en John Cage.

Ashbery’s werk kenmerkt zich door vrije, spontane associatie, waarbij zijn gedichten meestal nauwelijks een echt onderwerp kennen. Hij kan heel vaag en poëtisch zijn over concrete alledaagse dingen, waarbij hij regelmatig de parodie als stijlmiddel gebruikt. Een overkoepelend thema is de relatie tussen chaos en het bewuste menselijk denken en met de kunst in zijn algemeenheid. Hoewel Ashbery vaak beweerd heeft voor een groot publiek te willen schrijven, geldt veel van zijn werk als moeilijk toegankelijk, niet in de laatste plaats door de semantische en linguïstische experimenten in zijn werk.

Uit zijn bundel ‘The double dream of spring’ uit 1970 het gedicht ‘The task’ en in een vertaling van Peter van Lieshout, ‘De taak’.

.

De taak

.

Ze maken zich klaar om opnieuw te beginnen:

Problemen, een nieuwe wimpel aan de vlaggemast

in een voorspelde romance.

.

Rond de tijd dat de zon laag boven het

Westelijk halfrond haar stralen vlijt, de kermis echoot,

Dringen de vluchtende landen onder andere namen bijeen.

Leegte neemt de plaats van vreugde in, en Ieder moet vetrtrekken

Weg, ver weg in de stokkende nacht, want zijn lot

Is vruchteloos terug te keren uit het licht

Voorgetoverd door verstrijkende tijd. Slechts

Luchtkastelen waren het, doorkneed in de kunst het verleden

Te grijpen en met pijn te beheersen. En de weg ligt open

Nu om regelrechtschapen te handelen in deze tijd

Verterende dichtheid waarin hij ooit leerde ademen.

.

Kijk eens naar de rommel die je gemaakt hebt,

Zie eens wat je hebt gedaan

Maar als dat dat al spijt mocht zijn raakt het nauwelijks

De kinderen die na het eten buitenspelen.

Belofte van kussens en meer in de nacht die straks valt.

Ik ben van plan hier wat langer te blijven

Omdat dit enkel ogenblikken zijn, ogenblikken van inzicht,

En omdat getast en gereikt nog moet worden,

Naar uiterst en vurig verlangen dat wegsmelt

Ondertussen, als afstand onder pelgrimsvoeten.

.

The task

.

They are preparing to begin again:
Problems, new pennant up the flagpole
In a predicated romance.

.
About the time the sun begins to cut laterally across
The western hemisphere with its shadows, its carnival echoes,
The fugitive lands crowd under separate names.
It is the blankness that follows gaiety, and Everyman must depart
Out there into stranded night, for his destiny
Is to return unfruitful out of the lightness
That passing time evokes. It was only
Cloud-castles, adept to seize the past
And possess it, through hurting. And the way is clear
Now for linear acting into that time
In whose corrosive mass he first discovered how to breathe.

.
Just look at the filth you’ve made,
See what you’ve done.
Yet if these are regrets they stir only lightly
The children playing after supper,
Promise of the pillow and so much in the night to come.
I plan to stay here a little while
f’or these are moments only, moments of insight,
And there are reaches to be attained,
A last level of anxiety that melts
In becoming, like miles under the pilgrim’s feet.

.

Einde van een cultuurperiode

50 jaar Poetry International

.

Afgelopen donderdag was de start van de 50ste editie van Poetry International in Rotterdam. Alle reden om deze week eens extra aandacht te besteden aan een aantal dichters van internationale naam en faam die in de loop van die 50 jaar optraden tijdens dit prachtige festival. in de loop van die 50 jaar zijn er verschillende keren boeken en bundels uitgegeven waarin de dichters ruimte kregen om hun poëzie te delen met de lezer. Altijd in de eigen taal en in een vertaling.

Ik wil beginnen met de dichter Erich Fried. die al in 1971 optrad tijdens Poetry International samen met 31 andere dichters uit 20 landen. De Rotterdamse dichter Jules Deelder opende toen het festival, een taak die tot 1983 aan een stadsgenoot of inwoner van het Rijnmondgebied was voorbehouden.

Erich Fried (1921 – 1988) was een Oostenrijks schrijver, dichter en essayist van Joodse afkomst. Het grootste deel van zijn leven woonde hij in Engeland. Hij schreef echter steeds in het Duits. In 1938 emigreerde hij naar Londen en werkte daar als arbeider, chemicus, bibliothecaris en redacteur. Fried was een geëngageerd dichter en schrijver, zo publiceerde hij in de jaren 60 twee anti-Vietnam bundels. Ook trok hij, Jood zijnde, de aandacht met zijn uitgesproken atheïstische en antizionistische opvattingen en zijn stellingname tegen Israëls Palestijnenpolitiek.

Uit de bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry international’ 1970-1984  het gedicht ‘Einde van een Cultuurperiode’ of Ende einer Kulturepoche’ in een vertaling van Gerrit Kouwenaar.

.

Einde van een cultuurperiode

.

De kampcommandant

een ontwikkeld man

had zijn bekentenis

in het net geschreven

en nog een paar formuleringen

verbeterd

en hier en daar

een kwinkslag ingelast

.

Maar ze lachten niet

en hij zei ten slotte

‘Voor de humor voorzie ik

treurige tijden.’

.

Ende einer Kulturepoche

.

Der Lagerkommandant

ein gebildeter Mann

hatte sein Geständnis

ins reine geschrieben

und einige Formulerungen

noch verbessert

und da und dort

einen Schertz eingefügt

.

Aber sie lachten nicht

und er sagte zuletzt

‘Nun kommen schlechte Zeiten

für den Humor.’

.

Chasing cars

Poëzie in songteksten

.

De teksten van liedjes kunnen heel poëtisch zijn, zelfs als ze rijmen en zelfs als ze uit korte zinnen bestaan. Het nummer ‘Chasing cars’ van Snow Patrol’ is zo’n nummer.  Chasing cars is een song van Noord-Ierse alternatieve rock band Snow Patrol . Het werd uitgebracht als de tweede single van hun vierde studioalbum, ‘Eyes Open’ (2006).

Zanger Gary Lightbody schreef naar verluidt het lied toen hij nuchter werd na een overvloed aan witte wijn , in de tuin van producer Jacknife Lee in Kent . In het liedje heeft zingt Lightbody eenvoudige melodie  begeleid door gitaren, die een steeds groter crescendo krijgt . In een interview met ‘Rolling Stone’ zei hij over Chasing cars: “Het is het zuiverste liefdeslied dat ik ooit heb geschreven. Er is geen mes-in-de-rug-draai. Toen ik de tekst teruglas, dacht ik,” Oh, Dat is vreemd.’ Alle andere liefdesliedjes die ik heb geschreven hebben een duister randje. ” De uitdrukking “Chasing Cars” kwam van de vader van de zanger,  verwijzend naar een meisje waar Gary dol op was: “Je bent als een hond die achter een auto aanjaagt. Je zult hem nooit vangen en je zou gewoon niet weten wat je ermee moet doen Als jij deed.”

Chasing cars is ook een positief lied over vrijheid en het leven.

.

Chasing cars

.

We’ll do it all
Everything
On our own
.
We don’t need
Anything
Or anyone
.
If I lay here
If I just lay here
Would you lie with me and just forget the world?
.
I don’t quite know
How to say
How I feel
.
Those three words
Are said too much
They’re not enough
.
If I lay here
If I just lay here
Would you lie with me and just forget the world?
.
Forget what we’re told
Before we get too old
Show me a garden that’s bursting into life
.
Let’s waste time
Chasing cars
Around our heads
.
I need your grace
To remind me
To find my own
.
If I lay here
If I just lay here
Would you lie with me and just forget the world?
.
Forget what we’re told
Before we get too old
Show me

.

Het groot karkas is lek

De muze op reis

.

De CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek) heeft een lange traditie van het uitgeven van boeken en bundels naar aanleiding van campagnes rondom dat zelfde Nederlandse boek. Denk aan de Boekenweek, Nederland Leest! en de Poëzieweek). In de jaren Tussen 1949 en 1964 verschenen ter gelegenheid van de Boekenweek uit de schoot van de commissie voor de propaganda van het Nederlandse boek (dat was de naam van de CPNB destijds) en uitgegeven door de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels, de serie ‘De muze’.

Ik heb een groot deel van deze serie en mijn laatste aanwinst is het tweede deel uit 1950 ‘De muze op reis’ zijnde een bloemlezing van verzen handelend over de reislust, de reisangst, de uitreis, de thuisreis en de reiziger zelf. Bijeengebracht en ingeleid door Han G. Hoekstra en Victor E. van Vriesland. Toegevoegd op de titelpagina is nog de zin ‘Boekenweek-uitgave voor jonge mensen’ wat ik dan wel weer aandoenlijk vind.

Een van de gedichten in deze bundel is geschreven door Jan van Nijlen (1884-1965). Volgens het bijschrift bij zijn naam was hij in 1950 de grootste levende Vlaamse dichter. Jan van Nijlen debuteerde in 1906 met de bundel ‘Verzen’. Hij ontving een drietal Staatsprijzen in België voor zijn werk en in 1963 ontving hij de Constantijn Huygensprijs. In 1914, na de val van Antwerpen, kwam hij in Den Haag wonen en was er bevriend met Van Eyck, Bloem, Greshoff en Buning. In 1918 keerde hij terug naar België en werd daar benoemd tot directeur van het Ministerie van Justitie.

Het gedicht dat is opgenomen in de bundel ‘Bericht aan den reiziger’ is aangebracht in het Centraal Station van Antwerpen. Lees daarvoor mijn bericht van 18 augustus 2013 https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/08/18/bericht-aan-de-reizigers/ . Om niet in herhaling te vallen heb ik hier voor een ander gedicht gekozen van Jan van Nijlen met de titel ‘Het oude zeilschip’ om toch in de reissfeer te blijven.

.

Het oude zeilschip

.

Het oude schip, met *opgegeide zeilen,
ligt in het dok: het groot karkas is lek.
Blank tegen hemels grauwe en lage *wijle,
vliegen de meeuwen om ’t verlaten dek.

.

Eens luidde blij ’t signaal van zijn vertrek,
en ’t heeft gedanst, de duizend, duizend mijlen,
op de oceaan een kleine, witte vlek.
Thans is het oud: verroest zijn ankers, bijlen…

.

Graniet en marmer heeft het meegebracht,
*steevnend door ’t woeste, noordelijk kanaal,
of gleed droomstil door eevnaars lichten nacht,

.

*belaân met vruchten, specerij en kruiden.
Nu ligt het stil, onzegbaar droef en kaal,
maar nog met kleur en geuren van het zuiden.

.

Zomerpodium Ongehoord!

Jacobustuin Rotterdam

.

Op zondag 7 juli is er na een tijd stilte rondom stichting Ongehoord! weer een poëziepodium en wel in de mooiste binnentuin van Rotterdam, de Jacobustuin. Voor wie de tuin niet kent verwijs ik je graag door naar de website van ongehoord! https://stichtingongehoord.com/  die opent met een foto van de Jacobustuin in een eerdere editie.

Natuurlijk zijn er weer bijzondere dichters te beluisteren en bekijken. Zo komen uit Rotterdam de dichters Daniél Dee (voormalig stadsdichter van Rotterdam), Dirk Kroon, Karin van Kalmthout en Anna Borodikhina naar de tuin en verder Evy van Eynde (uit Vlaanderen), Alex Gentjens (Deventer) en Frans Terken (Leiden). Uiteraard is er een open podium. Hiervoor kun je je ter plekke opgeven bij de presentator Maiko.

Zondag 7 juli is de tuin open vanaf 12.00 uur, er zijn drankjes en hapjes verkrijgbaar en de toegang is natuurlijk gratis. Om 13.00 uur begint het programma en dat duurt tot ca. 17.00 (met uitloop). We hopen dat iedereen weer naar de tuin komt om te genieten van de sfeer, de plek, eten en drinken en natuurlijk de Poëzie.

Om je alvast in de stemming te brengen een gedicht van de nestor van die dag Dirk Kroon, uit zijn prachtige verzamelbundel ‘Op de hoogte van de vogels’ het gedicht ‘Aan een nieuwe generatie’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Bijna oud’ uit 2011.

.

Aan een nieuwe generatie

.

Ik zal je vertellen

hoe het werkt:

.

je geboortehuis

dat is er niet meer,

.

je gaat nooit meer samen

naar het heerlijke droomland,

.

de mailbox is leeg,

regenvlagen uitentreuren,

.

de telefoon rinkelt

nog maar zelden,

.

de stapel gewisselde

wenskaarten slinkt jaar na jaar

.

en bij de dagelijkse post

vind je alleen een rekening

of bedelbrief van goede doelen

om samen iets gedroomds te bouwen.

Eenzaamheid wil niemand delen.

.

 

Lees!

Ahmed Aboutaleb

.

In de Volkskrant van zaterdag jongstleden staat een mooi interview met de burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb, over zijn fascinatie met poëzie. Rotterdam, als centrum van de poëzie wat mij betreft, had zich geen beter burgemeester kunnen wensen. Bevlogen en geïnspireerd vertelt de eerste burger van Rotterdam over hoe zijn liefde voor poëzie is ontstaan, en ontwikkeld, wat poëzie voor hem betekent onder andere in zijn huidige ambt en wat zijn plannen zijn met poëzie als hij op een dag geen burgemeester meer is (zelf een bundel uitbrengen).

Uitgeverij Douane (uit Rotterdam) heeft hem gevraagd 50 gedichten uit de wereldpoëzie bijeen te brengen die iets bijzonders voor hem betekenen. Dat heeft geresulteerd in de bundel ‘Lees!’ met daarin gedichten van onder andere Jamal Addine Aloumari, Ingrid Jonker, Günther Grass, Joseph Brodsky, Wendy Cope, Jules Deelder, Sappho, Ester Naomi Perquin, Jopi Hart en Ramsey Nasr. Van deze laatste dichter zegt Aboutaleb in het interview: “Nederlandse voordrachtskunst is zelden mooi. Maar ik moet een uitzondering maken voor Ramsey Nasr. Die kan fabelachtig voordragen.” Elders in het interview zegt hij dat hij van de poëzie ne het engagement is, dat hij niet alleen maar voor de schoonheid van de poëzie gaat.

In het gedicht van Ramsey Nasr (die naast dichter ook onder andere acteur is) ‘Een mooie dag om stilte te verscheuren’, uit de bundel ‘Mi have een droom’ uit 2012, komen wat mij betreft schoonheid en engagement te samen.

.

Een mooie dag om stilte te verscheuren

.

Een mooie dag om stilte te verscheuren.
Oud-strijders staan te beven aan de kant
de blikken op zwartwit – en het gebeurt.
Gewoon, omdat het kan. Omdat één man.
.
Het is de wet van Nederland. Bij ons
moet alles vroeg of laat een keer gebeuren
dus dan ook dit. Elkeen zoekt naar het licht
als hamsters in een bak met open deuren.
.
Ik heb vandaag mijn oorlogsland herdacht
en struikel voort in ongeremdheid
zozeer bevrijd dat ik een kind vertrap.
.
Vlak voor mijn voeten valt een hoogbejaarde
in zijn soldatenpak. Hij huilt. Ik kijk.
Waar alles mag, is ieder vogelvrij.

.

Niet vanzelf goed

Sylvia Hubers

.

Bij de opening van de Haarlemse Dichtlijn droeg Sylvia Hubers een gedicht voor. De bundel die naar aanleiding van de Haarlemse Dichtlijn werd gemaakt draagt als titel een zin uit haar gedicht ‘Ze zag mij en groette’. Sylvia Hubers (1965) is dichter en prozaschrijfster. In 1988 verzorgde ze de illustraties bij een eigen beheerbundel van de toen 18-jarige Erik Jan Harmens. Sylvia Hubers was stadsdichter van Haarlem 2009-2013 en is medewerker van Het liegend Konijn. Van haar hand verschenen al meerdere bundels. Uit haar bundel ‘God gaf ons apparaten’ uit 2011 het gedicht ‘Dingen die niet vanzelf goed gingen’.

.

Dingen die niet vanzelf goed gingen

.

Er waren dingen die niet vanzelf goed gingen. Porren, er
moest gepord worden. Gesjouwd. Besproken. Geregeld.
Het nerveuze systeem ging ervan in een driedimensionale
versnelling. De geest ging in de kelder zitten rillen. Er
werden dingen gesjouwd, besproken, geregeld. Er begon-
nen dingen te gebeuren. Dingen die niet vanzelf goed
gingen. Deze moesten opnieuw worden bekeken. Er
moest opnieuw met de dingen worden gesjouwd. Er werd
weer besproken en geregeld. En nog eens. Het nerveuze
systeem schakelde over naar een vierde dimensie. Die nog
niet door het universum was ontketend. Dus dat moest
ook weer worden geregeld. Bij elkaar gesjouwd. Bespro-
ken. Gepord. Papieren ondertekend.

.

Minnezinne in moerstaal

Delia Bremer & Ria Westerhuis

.

Ik ken het dartele poëzieduo Delia en Ria al sinds een optreden bij Reuring in 2013. Daarna droegen ze voor bij Ongehoord!, zagen we elkaar regelmatig op poëziepodia zoals bij de Poëziebustoer en een festival in hun thuisregio. Toen ik hoorde van hun initiatief om hun succesbundel ‘Minnezinne’, (erotische) poëzie in de Drentse taal, een meer landelijk vervolg te geven heb ik dit meteen aan Evy van Eynde doorgegeven van wie ik toen een bundel ‘Zal ik liefde noemen’ aan het uitgeven was via MUG books. Zij reageerde en staat nu als één van de 49 dichters in deze fraaie bundel. In ‘Minnezinne in Moerstaal’ staan gedichten in vele dialecten en talen, van Utregs, Limburgs, Drents tot plat Haags, Achterhoeks, Deventers ( ik wist niet dat daar ook een eigen dialect gesproken werd), Vlaams, Suid-Afrikaans en Schleswig-Holsteins.

Een bonte verzameling van gedichten waar je soms wat meer en soms wat minder je best voor moet doen om ze te kunnen begrijpen. De bundel is netjes uitgegeven door Ter Verpoozing in Peize en bevat twee foto’s die vreemd genoeg hetzelfde zijn. De verbindende schakel tussen de gedichten (behalve dat ze in de eigen taal zijn geschreven) is de liefde, de liefde voor taal en lijf. In die zin blijven Delia en Ria dichtbij hun originele bundel.

Ik heb de bundel met heel veel plezier gelezen. Wat een rijkdom biedt onze taal als je oog hebt voor de verschillen. Het was niet eenvoudig om een keuze te maken. Uiteindelijk heb ik gekozen voor het gedicht ‘Zomerfeest’ van Henk Jalvingh in het Zuidwest-Drents (ja de verschillen zijn groot, zelfs in een provincie als Drenthe). Voor taalliefhebbers die een beetje ondeugende poëzie kunnen waarderen is deze bundel een feest. Maar ook voor taalliefhebbers hebben Delia en Ria iets moois neergezet, waarvoor dank.

.

Zomerfeest

.

Was ’t de wien,

De breuierige nacht,

Wij hadden nargens over nao edacht,

En vertrukken ongezien.

.

Mooi was ze,

En lustvol.

Gien idee hoe dit uutpakken zol.

Maor ze was mij al bij de ritse.

.

Ongeremd,

Stroomden oenze hormonen.

Zoenen, likken, betasten en komen.

Gien meinse die wat vernemt.

.

Waor waaj?

Wij waren oe kwiet!

Dat is waor ’t de volgende morgen over giet.

Ik glundere, en geef ’t gesprek een andere draai.

.

Stop je gedachten

Poëziebustoer 2019

.
De volgende dichter/performer die dit jaar meegaat met de Poëziebus is Naomi Veldwijk. Naomi is een persoonlijke, motiverende, soms shockerende, docerende en altijd eerlijke schrijvende performer. Ze praat graag over onderwerpen waar men niet graag over praat. Haar ongeremdheid heeft haar al op plekken gebracht als IFFR Black Rebels, 3FM, de Rotterdamse en Amsterdamse Schouwburg en ‘Mag het licht aan’ festival.

Naomi gaat ook graag de uitdaging aan door in opdracht te schrijven voor bijvoorbeeld FunX en Scotch&Soda live een evenement in spoken word samen te vatten zoals de LHBTQI+-talkshow FRESH of door een persoonlijke tekst te schrijven voor een jarige, zwangere of medewerker van het jaar. Haar teksten zetten aan tot nadenken en dialoog, want Naomi vindt “To heal the world, we first have to heal ourselves” (Michael Jackson).Naast zelf schrijven en optreden, geeft Naomi ook workshops creatief schrijven voor (voornamelijk) jongeren tussen 12 en 21 jaar. Ze vindt het belangrijk dat jongeren zich al vroeg leren uiten op een creatieve manier. Ze heeft gemerkt dat het de jongeren meer zelfvertrouwen geeft en het daardoor makkelijker wordt om over taboe onderwerpen te praten.

Hieronder een tekst van haar hand maar bekijk en beluister haar ook vooral op YouTube zoals hier: https://youtu.be/yOReXyz_cmc

.

Stop

Stop je gedachten

Je kunt niet van jezelf verwachten dat groeien gebeurt in een aantal nachten

Geef liefde aan jezelf

Geef liefde, mijn lief

Mijn liefde aan mijzelf

Mijn liefde, mijn lief

 

Ik was negen jaar en ik kreeg een moeilijke vraag

Een vraag die mijn hersens liet kraken

Eentje waardoor ik ’s nachts moeilijk kon slapen

Wat is 25 x 25 Omi?

25 x 25? Hoe moet ik dat weten? Ik ben nog maar negen

Hoor ik het antwoord op die vraag op mijn leeftijd al te weten?

Ik denk diep na en twijfel of ik die rekenles misschien wel ben vergeten

Mijn hoofd is als een zeef

Het is niet gek als ik dingen niet meer weet

Oh, als je hoofd niet vast zat

Mijn moeder, constant

Je bent een dombo, daarom weet je het niet

Je bent lelijk, niets waard en in je hoofd ben je ziek

Niemand die je ziet, je had hier niet moeten zijn

Maar nu je hier toch bent; jouw pijn is gein voor mij

Ik ken deze woorden als geen ander

Deze woorden hebben mij zodanig veranderd

Van vrolijk en klein en naar stil en gemaskerd blij

 

Stop

Stop je gedachten

Je kunt niet van jezelf verwachten dat groeien gebeurt binnen een aantal nachten

Geef liefde aan jezelf

Geef liefde, mijn lief

Mijn liefde aan mijzelf

Mijn liefde, mijn lief

 

Jaren heb ik naar haar gekeken

Hoe ze met steeds meer lichaamsdelen in haar bed bleef liggen

Tot ze er met haar hele lichaam in lag

Ze kon niet meer opstaan

Daar lag ze dan

Met haar handen gevouwen op haar navel

Ogen gericht op het plafond

Benen netjes gestrekt naast elkaar

Gevangen in kleding die haar niet lief was

Maar er was niets anders wat ze aan kon

Van niet meer op kunnen staan naar niet meer op willen staan

Ze wilde haar ogen sluiten

Een poging om haar ogen gesloten te houden

Maar ze kon het niet

Ze kon het niet, omdat ik nog stiekem in haar zat

Ze was allang gestopt met zoeken

Kon mij niet meer vinden

Uit het oog verloren, maar ik hield mij schuil in haar hart

Vastberaden om weer opnieuw te groeien

Om te herrijzen uit mijn as

Als een Feniks wilde ik weer tot leven komen

En daarvoor had ik het laatste beetje energie nodig wat er nog in zat

 

Stop

Stop je gedachten

Je kunt niet van jezelf verwachten dat groeien gebeurt binnen een aantal nachten

Geef liefde aan jezelf

Geef liefde, mijn lief

Mijn liefde aan mijzelf

Mijn liefde, mijn lief

 

Misschien net iets meer testosteron dan de meeste oestrogeen houders bezitten

Maar het maakt mij tot wie ik ben

En dat de aanmaak van dopamine voor mij niet vanzelfsprekend is ben ik nu ook al wel gewend

Endorfine komt niet genoeg vrij

Dus deal ik met stress en pijn

Maar kijk eens, kijk eens goed naar mij

Spelletjes worden gespeeld op level Serotonine

Het heeft Melatonine in de macht

Dat betekent dat ik soms mag rusten, maar al te vaak tijd heb om te schrijven in de nacht

Of om te piekeren, onrustig te draaien of om mij over teveel dingen zorgen te maken

Het gebeurd ook altijd in de nacht dat ik mezelf over de zin van het leven ga bevragen

Maar oxytocine, oxytocine wordt aangemaakt om mij te redden

Oxytocine komt heel vaak voorbij rennen

Oxy pakt mij bij mijn beide handen

Gooit mij dikwijls te midden van mensen die mij hard kunnen laten lachen

Oxy stopt mijn gedachten

Laat mij accepteren dat ik niet van mezelf kan verwachten dat groeien gebeurt binnen een aantal nachten

Geef liefde aan jezelf

Geef liefde, mijn lief

Mijn liefde aan mijzelf

Mijn liefde, mijn lief

.

 

Dichters in verzet

Shelley en Whitman

.

Bijna 175 jaar geleden zei Percy Bysshe Shelley in zijn “Verdediging van de Poëzie” dat “dichters de niet-erkende wetgevers van de wereld zijn”. In de jaren daarna hebben vele dichters die rol ter harte genomen, tot op de dag van vandaag. Het waren oproerkraaiers en demonstranten, revolutionairen en soms ook opstellers van wetten. Dichters hebben commentaar geleverd op de gebeurtenissen van de dag, hebben stem gegeven aan de onderdrukten, rebellen en voerden campagne voor sociale verandering. Er zijn inmiddels vele klassieke gedichten bekend over protest en revolutie. Percy Bysshe Shelley’s eigen ‘The Masque of Anarchy’ is daarvan een mooi voorbeeld. Omdat het een nogal lang gedicht is (91 verzen van 4 regels elk) plaats ik hier een link naar de volledige tekst http://knarf.english.upenn.edu/PShelley/anarchy.html  zodat je , als je dat wilt, het na kan lezen.

Een andere klassieke dichter die een protestgedicht schreef is Walt Whitman (1819-1892). Whitman begreep hoe belangrijk democratie was en hoe kwetsbaar. In ‘Leaves of Grass’ zijn levenswerk (tijdens zijn leven herschreef hij dit werk, het verscheen in verschillende edities waarbij in de eerste editie 12 gedichten stonden en in de laatste editie meer dan 400!) is het gedicht ‘O a foil’d European Revolutionaire’ uit 1900 opgenomen. Hierin spreekt hij tot de revolutionaire krachten in Europa. Het werk van Whitman werd in de eerste helft van de 20e eeuw geïntroduceerd in de populaire Little Blue Book- serie. Hierin werd het werk van Whitman voor een breder publiek dan ooit tevoren toegankelijk. De Little Blue Book was een serie die socialistische en progressieve standpunten ondersteunde. De publicatie verbond de focus van de dichter op de gewone man en het empowerment van de arbeidersklasse.

.

To a foil’d European Revolutionaire
.
COURAGE yet, my brother or my sister!
Keep on—Liberty is to be subserv’d whatever occurs;
That is nothing that is quell’d by one or two failures, or any num-
ber of failures,
Or by the indifference or ingratitude of the people, or by any
unfaithfulness,
Or the show of the tushes of power, soldiers, cannon, penal statutes.
What we believe in waits latent forever through all the continents,
Invites no one, promises nothing, sits in calmness and light, is
positive and composed, knows no discouragement,
Waiting patiently, waiting its time.
(Not songs of loyalty alone are these,
But songs of insurrection also,
For I am the sworn poet of every dauntless rebel the world over,
And he going with me leaves peace and routine behind him,
And stakes his life to be lost at any moment.)
The battle rages with many a loud alarm and frequent advance
and retreat,
The infidel triumphs, or supposes he triumphs,
The prison, scaffold, garroté, handcuffs, iron necklace and lead-
balls do their work,
The named and unnamed heroes pass to other spheres,
The great speakers and writers are exiled, they lie sick in distant
lands,
The cause is asleep, the strongest throats are choked with their
own blood,
The young men droop their eyelashes toward the ground when
they meet;
But for all this Liberty has not gone out of the place, nor the
infidel enter’d into full possession.
When liberty goes out of a place it is not the first to go, nor the
second or third to go,
It waits for all the rest to go, it is the last.
When there are no more memories of heroes and martyrs,
And when all life and all the souls of men and women are dis-
charged from any part of the earth,
Then only shall liberty or the idea of liberty be discharged from
that part of the earth,
And the infidel come into full possession.
Then courage European revolter, revoltress!
For till all ceases neither must you cease.
I do not know what you are for, (I do not know what I am for
myself, nor what any thing is for,)
But I will search carefully for it even in being foil’d,
In defeat, poverty, misconception, imprisonment—for they too
are great.
Did we think victory great?
So it is—but now it seems to me, when it cannot be help’d, that
defeat is great,
And that death and dismay are great.
.
                                                                                                                                                                  Een van de vele uitvoeringen van ‘Leaves of Grass’.