Site-archief

Gevangenisdeuren kunnen alleen van buitenaf geopend worden

Gil-won Lee

.

Van Job Degenaar, president van het PEN Emergency Fund kreeg ik de poëziebundel ‘The Prison Doors Can Only be Opened from the Outside’ van Gil-won Lee. Daarover zo meer. PEN (afkorting van Poets, Essayists, Novelists / Playwrights, Editors en Non Fiction Writers), is een wereldwijde organisatie van en voor schrijvers, die de vrije verspreiding van literatuur en de vrijheid van expressie hoog in het vaandel heeft. Er zijn meer dan 140 Pen-centra in ruim 100 landen. Het hoofdkantoor is gevestigd in Londen.

Het PEN Emergency Fund is een in Nederland gevestigd, wereldwijd opererend noodfonds, in 1971 opgericht door de schrijver A. den Doolaard. Het ondersteunt ernstig vervolgde schrijvers en journalisten, al dan niet in ballingschap, met een eenmalige toelage waarmee zij zich (en in bijzondere gevallen hun familie) in een noodsituatie kunnen handhaven, bijvoorbeeld wanneer ze acuut het land moeten ontvluchten of na mishandeling dringend medicatie nodig hebben.

Gil-won Lee is dichter. En hij publiceerde verschillende gedichtenbundels, ook ontving hij de “Presidentiële Koreaanse Cultuur- en Kunstprijs”, “de Cheon Sang-byeong Poetryprijs” en “de Yun Dong-ju Literatuurprijs. Op basis van de vele gesprekken die Lee voerde met Noord Koreanen die dat land konden ontvluchten naar zuid Korea, schreef hij de gedichten in de bundel ( in het Koreaans en het Engels) ‘The Prison Doors Can Only be Opened from the Outside’. Hij schreef deze bundel in eerste instantie voor zijn landgenoten (Zuid Koreanen) die maar heel weinig weten van de omstandigheden in hun buurland.

De bundel is opgedeeld in 5 hoofdstukken met titels als: The Prison Doors Can Only be Opened from the Outside, A Daily Journal of a Concentration Camp, Bear, Poison en The Trauma of the Korean War. Met name het hoofdstuk over het leven in een concentratiekamp is heel confronterend en indringend, zoals dit stuk uit het openingsgedicht ‘The Angel of Death’ laat zien:

.

Three years in a forced labor camp.

They say it will fix my rotten spirit

My head is used to whipe the floors

But the hardest thing to endure is

Hunger.

.

De gedichten over de gruwelijkheden in de kampen (martelingen, verkrachtingen) zijn hartverscheurende ooggetuigenverslagen. Misschien niet altijd even poëtisch maar door hun inhoud blijven ze je bij. In het hoofdstuk ‘Bear’ staan gedichten waarin Zuid Korea kritisch wordt beschreven, het consumentisme, de onwetendheid, het wegkijken. In het hoofdstuk ‘Poison’ gedichten over de Noord Koreanen die vluchten uit Noord Korea naar China en Zuid Korea, de ontberingen en het onbegrip en de problemen waarmee ze worden geconfronteerd als ze eenmaal in Zuid Korea zijn aanbeland. In het laatste hoofdstuk gedichten over de Koreaanse oorlog, de trauma’s van die oorlog en wat het nog steeds doet met de twee landen.

Al met al geen bundel om even voor je plezier te lezen maar wel een bundel die je aan het denken zet, die Noord Koreanen een stem geeft en hopelijk (in ieder geval bij Zuid Koreanen) een verandering in denken over gevluchte Noord Koreanen teweeg brengt. Uit het hoofdstuk ‘Poison’ het gedicht ‘Butterfly’.

.

Butterfly

.

The dew caught in the web of a spider

Blinded by sunlight

A butterfly

Tries to sit on that jewel-like dew

Tries to sit, but gets caught in the web

The more it struggles, the more the web tightens

It becomes a butterfly that can no longer fly

A butterfly hat can only longer fly

Within a forest that nobody sees

On a spring morning

.

Oh, the humanity

Oh, the humanity

.

I love you like I love myself

Marieke Lucas Rijneveld

.

Hoewel de nieuwe bundel van Marieke Lucas Rijneveld echt geen extra ondersteuning of publiciteit behoeft, daar zorgt de bundel zelf wel voor en anders Marieke Lucas of haar uitgeverij wel, wil ik toch hier over ‘Komijnsplitsers’ een stukje schrijven. De reden is de volgende; ik ken Marieke Lucas (1991) al sinds hij zijn eerste optreden verzorgde op een podium bij Ongehoord! op 20 jarige leeftijd in 2012. Een jaar voordat hij doorbrak met ‘Kalfsvlies’ stond ik samen met hem op het Taalpodium in Zeist en op de dag voordat zijn roman ‘De avond is ongemak’ uit zou komen, trad hij bij mijn bibliotheek op in Maassluis.

Maar er is nog een reden. Voor mijn verjaardag kreeg ik ‘Komijnsplitsers’. De bundel was nog maar net uit en ik heb een derde druk. Ik heb de bundel nog niet gelezen maar bladerend door de bundel kwam ik het gedicht ‘I love you like I love myself’ tegen. De titel begon ik meteen te neuriën, ik ken het nummer van Herman Brood heel goed met die titel. Toen ik het gedicht las bleek de titel inderdaad genomen te zijn uit dit nummer van Brood.

Hoewel ik de gedichten (op een enkel gedicht dat al eerder werd gepubliceerd na) nog niet heb gelezen, blijkt ook deze bundel weer een typische ‘Rijneveld’. En omdat ik in mijn jonge jaren Herman Brood wel tientallen malen heb zien optreden wilde ik jullie dit gedicht maar meteen voorschotelen. Daarom en omdat dit gedicht me meteen greep. In dit gedicht zit voor mij alles waar Marieke Lucas de afgelopen jaren doorheen is gegaan. ‘een jongetje uit me geknipt’ het mogen worden wat je wil, de Schepper (met hoofdletter!) die dus nog steeds een belangrijke rol speelt in het leven van Marieke Lucas, het scheefgeknipt zijn, de schaamtelijm en het gelukkig zijn en dat niemand het volume bepaalt behalve zij. Een gedicht dat nu al een klassieker is voor mij.

.

I love you like I love myself

.

Lang geleden dat de zondag spinnend naast mij lag,

dat ik geen verdrietplaatjes draaide, het levenslied een keer

niet uit mijn borstkas knalde, gewoon een trage wals met

.

de stilte. Ik heb de schaar in mijn haar gezet en waterpas een

jongetje uit me geknipt, daarna was mijn lampenzwarte

dakhaasliefje aan de beurt, hem gezegd dat hij alles

.

mag worden, zelfs een zilverreiger of een aalscholver,

behalve dan het plagerige donker, een diefachtige,

om na het knippen met hem in mijn armen door de kamers

te zwieren – Hazes slaan we over, van Hazes krijgen we jeuk-

.

en hem af en toe met heel zijn kattengewicht in mijn hals

te leggen, zachtjes toe te fluisteren dat hij mijn Schepper is,

zonder hem ben ik onaf, zonder hem sta ik constant in de

.

steigers. Ik weet dat we allebei haveloos van schoot naar

schoot gaan, dat we constant op zoek zijn naar de hand die

ons kriebelt, die ons van alle toorn en wreveligheid ontvlooit

– Brood draaien we hard, Brood helpt ons uit het lood-

.

maar nu zwieren we door dit moederloze oord, neuriën

de songtekst foutloos mee, en ik durf zelfs te beweren dat we hier,

hoe scheefgeknipt we onszelf ook zien, hoe stijfjes ook onze

.

danspasjes door een teveel aan schaamtelijm tussen onze

gewrichten, toch durf ik hier te beweren dat we gelukkig, o zo

gelukkig en niemand, behalve wij, controle over het volume.

.

Trojaanse gedachten

Guislain

.

Enige jaren geleden was ik voor het eerst in Gent in Museum Dr. Guislain. Dit museum is gewijd aan de psychiatrie in België en is gehuisvest op het terrein van de oudste psychiatrische inrichting in België die nog steeds als zodanig in gebruik is. Het museum is een cultureel ijkpunt met betrekking tot de geschiedenis van en actuele discussies over psychiatrie en geestelijke gezondheid, zorg, en kunst en waanzin.

Wat me vooral heel erg goed is bijgebleven van mijn bezoek is de tentoonstelling van de geschiedenis van de psychiatrie in het museum. De zeer indringende foto’s van patiënten van 100 jaar geleden, de zalen met bedden en de machines voor schriktherapie (elektroshocktherapie). Ik moest hieraan terugdenken toen ik in de bundel ‘Trojaanse gedachten’ van de in Warschau geboren dichter Alicja Gescinska (1981) het gedicht ‘Guislain’ las dat overduidelijk over deze instelling en zijn historie is geschreven.

Ik kreeg de bundel cadeau bij de laatste editie van het poëzietijdschrift Awater (ik heb een abonnement waarbij je steeds de clubkeuze cadeau krijgt). Grappig genoeg had ik pas daarvoor de recensie op Meander van Wim Platvoet gelezen die niet onverdeeld positief was. Zet dat af tegen het ‘clubkeuze’ maken en eens te meer blijkt dat over smaak wel degelijk te twisten is.

Omdat ik het gedicht ‘Guislain’ herkenbaar vond, het me deed terugdenken aan mijn bezoek aan het museum, wil ik het hier met jullie delen en ik kan een bezoek aan het museum zeer aanbevelen.

.

Guislain

.

Op het bed ligt een vrouw die aan vroeger denken doet.

De slaap woekert tegen de opgang van gedachten, eindelijk.

De kraan wordt even stil gedraaid, ook ik durf weer te ademen.

Nog hier en daar een woord dat valt, alles in haar nieuwe taal.

Verdwaalde intervallen van begrip is waar ik het mee moet doen.

De rest vervluchtigt, zinkt weg tussen de plooien van het matras.

Een verpleegster komt langs, stelt gerust, mij meer dan haar:

Geduldig zijn, neuroleptica vragen tijd, witte pillen van hoop.

Even later zijn we weer alleen, wat woorden strompelen uit haar.

Morgen zal het beter gaan, morgen spreekt ze weer mensentaal.

Een wankele zekerheid, in haar kamer zonder deurslot,

Even hermetisch open als de gangen in haar hoofd.

Haar helderheid loopt voortaan aan de leiband.

.

Billy Collins

Van Ingmar Heytze naar Billy Collins

.

Afgelopen vrijdagavond keek ik van 20.00 tot 20.30 naar een voordracht van Ingmar Heytze op de website van de Bibliotheek Den Haag in het kader van de Poëzieweek 2022. Tijdens zijn voordracht vertelde Ingmar over een dichter die hij erg bewonderd namelijk de Amerikaanse dichter Billy Collins. Ingmar was op het bestaan van deze dichter gewezen door Kees van Kooten (die Billy Collins ook bewonderd) die werk van deze dichter heeft vertaald in de bundel ‘Zo Wordt U Gelukkig’ en de poëzie van Billy Collins.

Zoals je van mij gewend ben ga ik vervolgens op zoek naar deze bundel en naar informatie over Billy Collins. Collins (1941) was Distinguished Professor aan het Lehman College van de City University of New York ( gepensioneerd, 2016). Hij was Poet Laureate (zeg maar dichter des vaderlands) van de Verenigde Staten van 2001 tot 2003 en New York State Poet van 2004 tot 2006.

Billy Collins kreeg voor zijn werk vele prijzen waaronder verschillende van het poëzietijdschrift ‘Poetry’. Een van zijn meest veelgeprezen werken, ‘Fishing on the Susquehanna in July’ is toegevoegd aan de bewaarde werken van het literairVrer register van de Verenigde Staten als zijnde een cultureel belangrijk gedicht. Het gedicht is opgenomen als onderdeel van de landelijke examens voor voortgezet onderwijs in de Verenigde Staten.

Collins publiceerde acht dichtbundels, waarvan meer dan 250.000 exemplaren werden verkocht. Kees van Kooten vertaalde gedichten van Collins om het humoristische karakter. Hieronder het gedicht ‘Vergeetachtigheid’ . ‘Forgetfulness’ zoals de titel in het Engels is, werd voor het eerst gepubliceerd in het tijdschrift Poetry in januari 1990 en staat ook in het boek ‘Questions About Angels’ uit 1999. Een uitgebreide analyse van dit gedicht vind je hier.

.

Vergeetachtigheid

.

De naam van de schrijver ontschiet je als eerste

gehoorzaam gevolgd door de titel, de inhoud,

de hartverscheurende afloop, de hele roman
pardoes een boek dat je nooit hebt gelezen, je zelfs onbekend is..

Het is alsof, beetje voor beetje, alle gekoesterde herinneringen

hebben besloten te gaan wonen op het zuidelijk halfrond van je brein,

in een vissersdorpje waar ze geen telefoon hebben..

Al lang geleden kuste je de namen van de negen Muzen vaarwel

en zag je de vierkantsvergelijking haar biezen pakken

en zelfs nu je de rangorde der planeten tracht op te roepen

is er iets anders dat je ontglipt, een beschermde bloemsoort wellicht,

het adres van een oom, de hoofdstad van Paraquay..

Wat je ook wanhopig tracht terug te halen,

het ligt niet langer op het puntje van je tong

en schuilt zelfs niet in de duistere alkoof van je neerslachtigheid..

Het ging kopje-onder in een zwarte, mythische rivier

waarvan de naam begon met een L, voor zover je nog bijstaat,

want jij bent op weg naar diezelfde vergetelheid, waar je zult horen

bij hen die zelfs niet meer weten hoe te zwemmen of te fietsen..

Begrijpelijk dat je midden in de nacht je bed verlaat

om de datum te zoeken van die beruchte veldslag, in dat oorlogsboek.

En geen wonder dat de maan in het raam lijkt weggedreven
uit een liefdesgedicht dat je uit je hoofd kon opzeggen.

.

 

.

Brassinga en Whitman

Dichter over dichter

.

In de bundel ´Het wederkerige´ uit 2014 schrijft dichter Anneke Brassinga (1948) een aantal gedichten over andere dichters. Zo wijdt ze gedichten aan de Franse dichter Stéphane Mallarmé  (1842 – 1898), de Amerikaanse dichter T.S. Eliot (1888 – 1965) en aan de Amerikaanse dichter Walt Whitman (1819 – 1892) steeds met een titel die begint met ‘ Denkend aan’ .

Zo luidt het gedicht dat ze over Walt Whitman schrijft ‘ Denkend aan Walt Whitman ontplof ik’. Een titel die nieuwsgierig maakt. Daarom hier het gedicht.

.

Denkend aan Walt Whitman ontplof ik

.

‘Zuiver en lieflijk is mijn ziel… zuiver en lieflijk

al wat niet mijn ziel is.’  Berovingen, slachtpartijen,

bommen; monstrueus van nostalgie, zou ik woudreus

Whitman willen zijn – een wezen dat zich samen weet

te vouwen tot dit ene gouden blad op straat, waar

naderende bladblazers razen. Hoe lieflijk onbestaand

klaart zuiverheid zich op, nu glorie naar mij over-

buigt, vermorzelend: omhelzing die geen weemoed kent.

.

Wij waren onder de betovering

Ramsey Nasr

.

Het Poëzieweekgeschenk, het cadeautje dat je krijgt als je in de Poëzieweek een dichtbundel koopt ter waarde van tenminste € 12,50, is de bundel ‘Wij waren onder de betovering’ van Ramsey Nasr. Nu is het Poëzieweekgeschenk inmiddels een bekend gegeven, al sinds jaar en dag krijg je bij het kopen van een dichtbundel in de Poëzieweek een bundeltje cadeau. En toch is het dit keer anders (dat kun je wel aan Ramsey Nasr overlaten).

Want wat heeft hij gedaan? Hij baseerde zijn gedichten in ‘Wij waren onder de betovering’ op de honderden brieven die Vincent van Gogh schreef, vanaf zijn jeugd tot aan zijn dood. Ramsey Nasr plaatste van Goghs woorden in een nieuwe context en herschikte deze tot meeslepende poëzie.

In de gedichten plaatste Nasr blauwe streepjes tussen de stukjes die hij nam uit de brieven van Vincent, iets dat in eerste instantie wat vreemd aandoet maar waar je al snel overheen leest. De bundel bestaat uit 10 gedichten zonder titel. Ik koos voor gedicht nummer 9.

.

9.

.

weet u waar ik vaak aan denk

.

wij voelen ons niet doodgaan

de ziekte zelf die voel je niet

.

we komen niet in opstand

erin berusten doen we ook niet

.

we zijn door dood en onsterfelijkheid getroffen

en het gaat niet over

.

ik heb geprobeerd

ben werkelijk zo moe

.

ik begin te gelooven

dat ik weg móét

.

misschien zal ik me verdonkeremanen

misschien zal ik er daglicht van maken

.

maar dat de dood pas komt als hij moet komen

dat zullen we nog wel eens zien

.

ik ben geheel besloten

sta niet meer magteloos voor de natuur

.

wij die in de buurt zijn van de dood

voelen dat het groter is dan wijzelf

en van langere duur

.

 

Dagelijkse kost

MUGzines.nl

.

Vandaag begint de Poëzieweek en die duurt tot 2 februari. In de Poëzieweek zijn er allerlei activiteiten die waarschijnlijk voor het allergrootste deel door kunnen gaan nu er weer meer ruimte is voor cultuur en culturele activiteiten. Koop je tijdens de Poëzieweek een dichtbundel bij je boekhandelaar dan ontvang je de bundel ‘Wij waren onder de betovering’ van Ramsey Nasr. Deze bundel heeft hij geschreven gebruik makend van zinnen uit de brieven van Vincent van Gogh aan zijn broer Theo.

Tijdens de Poëzieweek zal op de website van mugzines een terugblik met een knipoog te lezen zijn, en natuurlijk een gedicht dat geheel of zijdelings een relatie heeft met het thema van de Poëzieweek. De gedichten komen uit één van de afgelopen 10 edities van MUGzine.

De nieuwe MUGzine, nummer 11 wordt in februari verwacht. Dit keer met bijdragen van een aantal jonge dichters: De uit Kortrijk (Vlaanderen) afkomstige Siel Verhanneman (1989), Meliza de Vries, winnares van de AMAI Award voor het beste Instagram gedicht en dichter en ontwerper Gaël van Heijst (1990). De illustraties worden verzorgd door Meliza de Vries die naast dichter een zeer verdienstelijk tekenaar en schilder is.

Om alvast in de stemming te komen een toepasselijk gedicht uit editie 7 van MUGzine van Wim Meyles getiteld ‘Natuurwandeling’.

.

Natuurwandeling

.
Het bos, dat alles in zich heeft:
hier wordt naar hartenlust geleefd,
gerend, gevlogen en gezweefd,
gestreefd, gestreden en gesneefd.

.
We zien de losgewoelde grond,
hier struinden everzwijnen rond
op strooptocht in de avondstond.

.
Iets verderop een beestenboel:
de plastic troep van feestgewoel

.

Dichter over dichter

Wiel Kusters en Hans Faverey

.

In de bundel ‘Velerhande gedichten’ van Wiel Kusters (1947) uit 1997 staan verschillende gedichten die hij schreef voor of over andere dichters. Zo is het gedicht ‘Souvenirs’ een gedenkgedicht voor dichter Hans Faverey (1933 – 1990) dat Kusters schreef op verzoek van het literaire tijdschrift Tirade. Hans Faverey was een Nederlands dichter van Surinaamse afkomst. Hij was verbonden aan de faculteit psychologie van de Rijksuniversiteit Leiden als wetenschappelijk medewerker.

Faverey vond zichzelf een dichter in de autonomistische poëzietraditie en hoewel zijn werk vaak als ‘moeilijk’ werd gezien bestreed hij dat, “zo moeilijk is het allemaal niet”. Voor zijn werk ontving hij de Poëzieprijs van de gemeente Amsterdam (1969), de Jan Campertprijs (1977) en de Constantijn Huygens-prijs (1990).

.

Souvenir

.

De schoot waarin zich wiegen laat

een man,

totdat de plecht de spiegel raakt:

gestrand.

,

Zee die zich tot golfslag kromt,

haar rug.

Land vanwaar de vloed opkomt,

geen brug.

.

Poëzieweek activiteiten

Poëzieweek in Rotterdam

.

De Poëzieweek komt eraan (27 januari – 2 februari) en ik wil hier graag aandacht besteden aan twee gratis activiteiten in Rotterdam op zondag 30 januari 2022, van 14:00–17:00 uur. Allereerst de activiteit van  Dichters Daniel Dee, Rien Vroegindeweij, Marjoleine van Aperen en Inge ‘gruppo bombita’ Bonthond; Dichter bij Jan en Piet. De dichters verzorgen poëzieworkshops voorzien van praktijkvoorbeelden, de presentatie is in handen van Menno Smit. De workshops zijn in het Jan van der Ploeghuis aan de Hooglandstraat 67 in Rotterdam en de toegang en deelname is gratis.

Mocht je liever naar een boekpresentatie gaan in Rotterdam, dan kun je op precies dezelfde dag op precies hetzelfde tijdstip terecht in Jazzcafé Dizzy aan de ’s Gravendijkwal 127 waar de Rotterdamse dichter Frank Fabian van Keeren een nieuwe bundel presenteert met de titel ‘Wederom geen erehaag’. Deze nieuwe bundel staat vol absurditeiten en quasi schoonheden. ‘Wederom geen erehaag’ is een unieke verzameling van dichtvormen en stijlfiguren. Als docent Nederlands beheerst van Keeren deze schrijfkunsten als geen ander. Zijn kennis van literatuur en geschiedenis maken het lezen voor iedereen een plezier. ‘Wederom geen erehaag’ is een dichtbundel waar zowel literair geschoolden, als ook zijn puberende vmbo-leerlingen leesplezier aan beleven.
Van de website van Frank Fabian van Keeren het gedicht ‘Rondeel’.
.

Rondeel 

.

Waarom vertrek je zonder om te zien?
Ik ben alleen vergeten hoe je heet
Ik kom er straks ook wel weer op misschien
En zeg nou zelf: het was een leuke date

.

De seks was om te smullen bovendien
We gingen urenlang als een komeet
Geen grond dus voor gemopper of gegrien
Ik ben alleen vergeten hoe je heet

.

Al noemde ik je net dan Evelien
Ik zei toch al meteen dat het me speet?
En doe nou niet of jij nooit wat vergeet
Kom op nou, moppie, tel gewoon tot tien
Ik ben alleen vergeten hoe je heet

.

Goede god oude god Eros

Hans Andreus

.

Dat dichter Hans Andreus (1926 – 1977) prachtige liefdesgedichten schreef wist ik, dat hij ook erotische gedichten schreef eigenlijk ook wel en uit het gedicht ‘Goede god oude god Eros’ blijkt dat hij de twee ook nog eens heel mooi wist te combineren.

Het gedicht komt uit de bundel ‘Dat licht van mij’ Een bloemlezing uit de poëzie van Hans Andreus, samengesteld door Jan van der Vegt uit 1978, een jaar na Andreus’ dood.

Het werk van Hans Andreus mag zich nog altijd in een grote populariteit verheugen, juist ook veel jonge dichters weten zijn werk nog steeds te vinden en te waarderen. Wanneer je zijn gedichten leest snap je waarom, ze zijn prachtig, tijdloos en weten ook vandaag de dag nog altijd lezers te raken. Hans Andreus was lid van de beweging van de Vijftigers, een stroming binnen de Nederlandse poëzie die nog altijd veel navolgers heeft.

.

Goede god oude god Eros

.

De tedere schijnbaar hulpeloze lippen

niet van de schaamte maar van het genot,

het schaduwhaar, nachthaar, en het diepe

liefhebben van het lichaam: au! – roepen van de stof

.

en lachen van de huid; – wij hier, zij, ik,

zien de god van het ogenblik

midden in de lichtbron van het gezicht –

.

en het licht verplettert ons: stervend, vallend, vrijuit

vliegen, zijn wij nergens meer, spoorloos in dat licht.

.