Site-archief

Vrij

Jacques Perk

.

Ik kwam er achter dat ik in de duizenden blogberichten die ik in de afgelopen 12 jaar op dit blog plaatste, nog geen enkele keer iets van de dichter Jacques Perk heb geplaatst. Jacques Fabrice Herman Perk (1859 – 1881) was een belangrijke Nederlandse dichter die echter maar kort leefde. Hij overleed al op 22-jarige leeftijd door een longaandoening, na een kort ziekbed.

Zijn sonnettenkrans ‘Mathilde’ (in zijn geheel te lezen op: https://www.dbnl.org/tekst/perk003gedi04_01/ ), uitgegeven door Willem Kloos, vormde de opmaat voor de vernieuwende Beweging van De Tachtigers in de Nederlandse literatuur. Perks beeldende natuurlyriek, vooral in de vorm van het sonnet, waarin hij, onder invloed van de Engelse dichter Shelley, ingrijpende vernieuwingen toepaste, behoort tot het beste dat op dit gebied in het Nederlands is geschreven en heeft belangrijke invloed gehad op de poëzie van later tijd.

Perks Gedichten werden postuum uitgegeven door Carel Vosmaer en Willem Kloos. De hierbij gepubliceerde ‘Inleiding’ van Kloos zou de geschiedenis ingaan als het manifest van de Beweging van Tachtig; daarbij had Kloos de volgorde van Perks gedichten niet gehandhaafd en er vele eigenmachtige veranderingen in aangebracht. Garmt Stuiveling verzorgde in 1941 een ‘authentieke’ editie van de Mathildecyclus aan de hand van Perks handschriften. In 1957 gaf hij Perks ‘Verzamelde gedichten’ uit.

Jacques Perk overleed op 22 jarige leeftijd op het punt van doorbreken als dichter (door Carel Vosmaer werd hij in de Spectator zelfs met Dante vergeleken kort voor zijn dood) aan een abces aan zijn longen. Hij werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats (vak 1 nr. 19) waar ook zijn vader later is zou worden bijgezet. In La-Roche-en-Ardenne staat een herdenkingsmonument voor Jacques Perk en zijn vader Marie Adrien Perk ( die in 1882 een bundel anekdotes en legendes over deze stad publiceerde). Dit was de eerste ‘reisgids’ die verscheen over La-Roche-en-Ardenne waarna de Nederlanders in toenemende mate de stad bezochten. Dit was ook de plek waar Jacques Mathilde ontmoette waar hij zijn sonnettenkrans naar zou noemen en aan zou wijden. Uit deze sonnettenkrans het gedicht ‘Vrij’. Op bevrijdingsdag een toepasselijke titel leek me.

.

Vrij

De lauwe wind zweeft aan op loome zwingen
En spartelt door de loovers der abeelen,
Die ritselend de zonnestralen streelen,
En ’t water en zijn hellen glans bezingen.
Hoor! hoe in ’t veld de leeuweriken kweelen!
In de’ oofthof, waar de geuren ’t al doordringen,
Daar zwerven met haar mee de zwervelingen,
De vlinders, die om bloem en bezie spelen.
Mijn ziele zwerft als zij, maar kan niet vinden.
Zij ziet, hoe alles zich door iets voelt binden,
En voelt zich vrij…. De rijpe vrucht, gespleten,
Bij ’t smakken in het zand, is vrij. We ontvangen
Den dood, terwijl we ’t vrije Zijn erlangen:
Ik kan, ik kán Mathilde niet vergeten!
.
.

Varkens

Les Murray (1938 – 2019)

.

Op 29 april jongstleden overleed de Australische dichter, bloemlezer en criticus Les Murray. Van 1963 tot 1967 werkte hij als vertaler bij de Australian National University. In 1971 staakte hij zijn werkzaamheden als ambtenaar in Canberra om zich volledig aan de poëzie te wijden. In 1965 debuteerde hij met de bundel ‘The Ilex tree’ waarna er nog vele zouden volgen. In 2015 verschenen nog twee bundels van zijn hand en in 2018 verschenen zijn ‘Collected poems’. Deze ‘Australia Bush Bard’ en gedoodverfde Nobelprijskandidaat was populair bij een brede groep lezers van intellectuelen tot boeren. Hij werd (tijdens zijn leven) door de National trust of Australia niet voor niets benoemd tot een van de 100 levende schatten van Australië.

In 2013 vertaalde Maarten Elzinga gedichten van Murray en stelde een bundel samen van deze gedichten met als titel ‘De planken kathedraal’. Uit deze bundel het gedicht ‘Varkens’.

.

Varkens

.
We waren op het zere cement met z’n allen.
Niet door de lichtgloed verwarmd. We slurpten geen brij
onder die paal waar de bliksem aan vast zit.
Geen melk met biggeschijt om ons op te geilen.
Wij toen in koele godenstront. We vraten knap.
We wroetten in struikgewasgangen naar smakelijk rot.
We waren toen allemaal neukers. En dik, hm? Reten
de hond die teelballenbijter open en schransden hem nat.
We schoven het zompe cement van rivieren omlaag.
We snurkten de grond hol, laafden een worp, knorden.
Hielden nooit op met groeien. We woelden, we snoven
en lieten het lot begaan, tot de heuvelruggen ons waren
met zwaar verborgen hoeven. Of borstelig, met melk.
We kenden niks toen van japende messen of waterstraal-dreun.
Niet het vreselijk bliksemsnijdend geschreeuw verderop.
De klappen van verbrand water. Dit gevoel van al weg zijn
hier op geen plek met onze koppen op ondersteboven.
.
.

Dirk Kuijt

De kop van Kuijt

.

In 2006 verscheen ter gelegenheid van het wereldkampioenschap voetbal dat jaar in Duitsland het bundeltje van Henk Spaan met de titel ‘De kop van Kuijt’. En hoewel het Nederlands elftal toen in de achtste finale verloor met 1-0 van Portugal hebben we dankzij Henk Spaan toch een mooi aandenken aan de voetballers uit die tijd. Gedichten over onder andere Robin van Persie, Giovanni van Bronckhorst, Arjen Robben, Klaas Jan Huntelaar en dus ook Dirk Kuijt.

Henk Spaan (1948) weet als geen ander over voetbal en voetballers poëzie te schrijven. Zo verschenen eerder van zijn hand de bundels ‘De zoon van Cruijff en andere gedichten’ en ‘Maldini heeft een zus’. Uit dit aardige bundeltje het titelgedicht over de voetballer Dirk Kuijt.

.

De kop van Kuijt

.

De kop van Kuijt

Ken ik al vijftig jaar

Liefhebber als ik was

Van alles van Kluitman Alkmaar

Ik leefde dus ik las.

.

Dat hoofd van Dirk

Wedergeboren Kluitmanheld

Bob zonder zorg

Hollandse jongen

Hein Stavast

Jaap uit de zesde klas

Alles van Chr. van Abkoude

Ik leefde als ik las.

.

Er kwam een leegte in ons huis

Waaraan het slechts ontsnappen was

Als ik in een hoekje zat

En las.

.

Jij de wereld

Jeroen van Kan

.

Op verzoek van de Rotterdamse Truus van der Voet, die mij verzocht wat aandacht te besteden aan de dichter Jeroen van Kan, hier het gedicht ‘Jij de wereld’ uit Het liegend konijn uit 2008. Jeroen de Kan (1968) is journalist, presentator en dichter. Sinds 2016 presenteert hij, aanvankelijk als invaller, het televisieprogramma ‘Boeken’. Na het overlijden van Wim Brands werd hij de vaste presentator. Vanaf januari 2017 doet hij dat in afwisseling met Carolina Lo Galbo. 

Jeroen van Kan is actief als redacteur van literaire tijdschriften. Tot 2007 maakte hij deel uit van de redactie van ‘De Tweede Ronde’. Daarna stapte hij over naar ‘Tirade’. In 2017 werd bekend dat hij jarenlang in literair tijdschrift ‘Het liegend konijn’ gedichten had gepubliceerd onder het pseudoniem Wesley Albstmeyer. In juni van dat jaar verscheen onder eigen naam zijn debuutbundel ‘De wereld onleesbaar’.

.

Jij de wereld

.
je bent niet van mij nooit geweest maar wel altijd
hier ook al onttrekt zich dat aan wat jij voelt ziet
hoort ruikt met alle gulzigheid omarmt jij die je vol
overgave over het rulle asfalt van je zinnen laat sleuren
.
want onmatigheid is je middle name en juist dat is wat
ik graag zou willen grijpen die flexawaaier aan onmatig
verzamelde omarmingen van deze wereld jij als vat waarin
ik zonder voorbehoud zou willen verdrinken
.
jij die uit alle poriën leven ademt ervaringen indrukken
kleuren en geluiden jij die dit alles misschien zelfs bent
jij die alles omvat waar ik geen deel aan hebben kan
.
vol schaafwonden blauwe plekken en geronnen bloed
dat op je shirt een al te verse landkaart vormt zo ben jij
de wereld en ik daarbuiten machteloos toe-eigenend
.

Maannacht

H. Marsman

.

Maannacht

.

De maan breekt de wolken uiteen;

en stroomende uit die wel breken

kolken en kreken, gletschers en meren

naar alle verten uiteen.

.

de aarde is klein en alleen,

een slingerend schip in het ruim,

dat zich stampend en schuin

overstag gaand in doodsangst

kampende boven houdt

op het kolkende water des donkers

onder het stormende schuim.

.

Ik lig in het ruim naast een vrouw.

haar borsten rijzen en dalen;

zij slaapt, zij denkt nu alleen

in haar droomen aan het geluk;

hoe vredig haar ademhalen:

zij weet niets van den nood

van ons schip, zij hoort

de seinen niet gillen

noch het angstig fluiten

driemaal, als een signaal

van den dood.

.

gun mij nog twee uren slaap,

ik kan zoo niet blijven waken.

.

-neem dan nu afscheid van haar,-

misschien zult gij den morgen niet halen,

tenzij in een ander land.

.

ik schuif mijn hand in haar hand

-zie, even beven haar wimpers-

zoo liggen wij naast elkaar

als tweelingen, sluimrende kindren.

zullen wij elkaar niet meer vinden

dan zij mij dood – of ik haar?

.

Een kleed dat ooit een paard is geweest

Fantoommerrie

.

Hoewel ik de tweede dichtbundel van Marieke Lucas Rijneveld al een tijdje heb liggen was ik nog niet in de gelegenheid er eens voor te gaan zitten en het te lezen. Ik had al wel een paar gedichten gelezen en was al snel tot de conclusie gekomen dat dit weer typisch ‘Rijneveld’ poëzie was; verrassend, ongrijpbaar soms, vol beelden en metaforen. Afgelopen week de bundel eens goed gelezen en ik werd niet teleurgesteld. Heel af en toe deden de lange, pagina vullende gedichten zonder witregels, me denken aan de poëzie van Nyk de Vries maar alleen qua vorm, niet qua inhoud.

Marieke Lucas gaat in ‘Fantoommerrie’ verder waar ze in ‘Kalfsvlies was gebleven, schrijvend vanuit haar leven, haar herinneringen (ongetwijfeld aangevuld vanuit haar grote fantasie) en haar gedachten.  Ik koos voor het titelgedicht dat ik met jullie wilde delen. In dit gedicht komt voor mij ineens Marieke Lucas van nu naar voren waar in veel van de andere gedichten de Marieke Lucas van vroeger aan het woord is.

.

Fantoommerrie

.

‘Bedplassen is hetzelfde als voor je beurt praten omdat er zoveel te

vertellen valt. Vannacht was ze weer de fantoommerrie met een doffe

vacht, niemand die de moeite had genomen haar zo te kleden dat ze beter

.

overeenkwam. Er werd gefluisterd dat je nooit dichter bij iemand kon komen

dan zo, en ze dacht aan de manen die ze waren vergeten op te plakken, ezeltje-

prikje en geblinddoekt voor iedereen, ze was gewoon een houten blok zonder

.

kop of staart. Muziek stond op, iets met dansen aan zee en don’t speak en het

ritme maar niet kunnen ontkomen. Hoe de hand die haar lief was haar benen

uit elkaar schoof in de vorm van een gevarendriehoek waarvan de reflectors

.

het niet meer deden, uitroepteken. Haar colabuik werd verward met vlinders,

ooit iemand zich in een vlinder zien verslikken om daarna te twijfelen over

het evenwicht tussen koolzuurgas en koolzuur, hoe instabiel het hart wordt

.

na de eerste keer langdurig openstaan? In de stallen van haar hoofd briesen

de merries doodleuk en op straat wordt er gesjoemeld met het daglicht, nog

even dit donker, nog even een slotlied. Wanneer ze ontwaakt ligt ze op haar

.

buik op haar matras als een kleed dat ooit een paard is geweest.

.

Klein voorspel

Hanny Michaelis

.

Vorige week was ik bij een kringloopwinkel/opkoper/brocante die in een enorm pand gevestigd was. In de winkel waren prachtige en minder prachtige dingen te koop en ook boeken. Wanneer ik boeken zie ga ik altijd even kijken. Ik kon geen poëzie vinden maar wel wat Zwarte Beertjes (mijn broer spaart de exemplaren waarvan Dick Bruna de kaft ontwierp). Zoals zo vaak was de vraagprijs niet in verhouding tot de waarde (wat bezielt die commerciële winkeliers toch? Willen ze hun boeken niet verkopen?). Dus enigszins teleurgesteld legde ik ze terug. Ik keek nog wat verder en tot mijn verbazing vond ik nog twee oude dichtbundels; De muze op reis (dat deel had ik nog niet) én ‘Klein voorspel’ van Hanny Michaelis uit 1949. Tot mijn grote verbazing was de prijs voor deze bundeltjes een ‘rommelmarktprijs’ € 1,- per stuk. Waar Zwarte Beertjes werkelijk overal te koop zijn en in enorme aantallen zijn verkocht destijds en hier als dure waar wordt gezien, koop ik voor een habbekrats een klein juweeltje. Blijkbaar lag de kennis van deze opkoper minder bij boeken dan bij meubels en andere grote dingen.

Hanny Michaelis (1922 – 2007) was dichter en vertaalster en debuteerde in 1949 met ‘Klein voorspel’. In haar kleine oeuvre beschrijft zij de mens in zijn hulpeloosheid en eenzaamheid, op zoek naar liefde. Haar werk is sober en later ook relativeert. Haar beide Joodse ouders werden vermoord in het vernietigingskamp Sobibór, dit gegeven en de oorlog drukte een groot stempel op haar werk. In totaal verschijnen er van haar hand 6 dichtbundels. Na 1971 verschenen er geen nieuwe bundels meer van Michaelis. In 1995 ontving zij de Anna Bijns Prijs voor haar gehele oeuvre. In 1996 verschenen haar ‘Verzamelde gedichten’.

Het kleine bundeltje ‘Klein voorspel’ telt 30 gedichten en werd in 1949 gedrukt door drukkerij Thieme uit Nijmegen. ‘Klein voorspel’ was het een-en-twintigste deel van ‘De Ceder’ uitgegeven door J.M. Meulenhoff uit Amsterdam. Uit dit prachtige bundeltje koos ik voor het gedicht ‘De liefste’.

.

De liefste

.

Word wakker in de vroege voorjaarsmorgen

open je ogen in het grijze licht.

Voel je een ogenblik verlost van zorgen

en glimlach als een kind, bevrijd van plicht.

.

Glimlach en raak het lichtend spoor niet bijster

dat leidt naar een betoverend verschiet.

Wees stil : buiten huldigt de eerste lijster

de wereld in een overmoedig lied.

.

Hij zal je hart loszingen uit het puin

van halfontluisterde herinneringen,

en neer doen strijken in de verre tuin

waar het geluk fonteinen doet ontspringen.

.

In deze tuin zal het mijn hart ontmoeten –

twee speelse vlinders in de zonneschijn.

Verheerlijkt zullen zij elkaar begroeten

en onuitsprekelijk gelukkig zijn.

.

 

Handle with care

Mahlu Mertens

.

De Maastrischtse Mahlu Mertens (1987) groeide op in Nederland, maar verhuisde in 2011 naar België waar ze als promovendus hedendaagse letterkunde aan de universiteit Gent werkt op het departement van Literaire studies. Naast dichter is ze ook theatermaker en literatuurwetenschapper. Samen met Hanne Vandersteene vormt ze de kern van grensgeval, een gezelschap dat voorstellingen maakt op de grens van theater, geluidskunst en circus.

Haar poëzie verscheen in Het gezeefde gedicht, de Poëziekrant en bij Meander. Haar taal is bijzonder, haar Nederlands vervlaamst, haar Vlaams vreemd. In februari 2019 won ze de Zeef poëzieprijs met haar bundel ‘Ik tape je een bed’ die bij uitgeverij De Zeef verscheen.

 

Handle with care

.

ik behandel je als een kartonnen doos met een etiket erop:
‘breekbaar’. ongeopend loop je over straat, niemand
weet wat je verpakt, en ook wij wachten af, verwachten
weinig tot niets: de doos lijkt te licht, een ruimte gevuld met hoop.

.

we tellen stappen, stoeptegels, lantaarnpalen: even is goed nieuws,
oneven niet. oneven. opnieuw. elke afslag een nieuwe kans,
de stad als gokautomaat die we steeds opnieuw bespelen. even
geloven in een winnende hand.

.

hoe langer je iets moet dragen, hoe zwaarder het lijkt,
dus ook jouw vermoeidheid is geen doorslaggevend bewijs.

.

Stel vier bomen

Rein Bloem

.

Op verzoek van oud collega en literatuurliefhebber Leo Willemse schenk ik vandaag aandacht aan de dichter Rein Bloem (1932 – 2008). Rein Bloem was dichter, vertaler en criticus. Hij publiceerde enkele bundels poëzie waarin wordt geëxperimenteerd met de taal. Bloems debuut ‘Overschrijven’ uit 1966 vertoont al in de titel zijn preoccupatie met intertekstualiteit, het verwerken van bestaande teksten om daar een eigen interpretatie aan te verlenen. Bloem stelde zich op aan de kant van de dichter Ezra Pound, die met verstand en inlevingsvermogen culturele gegevens reconstrueert om er een nieuwe bezieling aan te geven.

Als vertaler vertaalde hij werk vanonder andere Pound, Joyce, Baudelaire en Mallarmé. Hij was medewerker van de literaire bladen Merlijn en Raster en verzorgde poëziekritiek in dag- en weekbladen (onder andere in Vrij Nederland en De Groene Amsterdammer).

Een belangrijk aspect in zijn werk is de taal, Bloem is met dichters als Kouwenaar, Ten Berge, Faverey, Mallarmé, Reverdy Du Bouchet en anderen van mening dat persoonlijke en actuele aanleidingen moeten worden weggewerkt in een spel van taal en ritme. In het gedicht ‘Stel vier bomen’ uit de bundel ‘Scenarios’ uit 1970 komt dat goed naar voren.

.

Stel vier bomen

.

Stel vier bomen
op onderling gelijke
afstand van elkaar.
Eén speler in het midden
wiens taak het is
eerder bij een boom
te zijn dan de andere
spelers die rennen
van stam tot stam
en wisselen van plaats.

Lukt het –
een ander komt
in het midden.

Lukt het niet –
hij mag het
nog eens proberen.

Als je hier goed
over nadenkt
is het om gek
van te worden.

.

Het liegend konijn

Serge van Duijnhoven

.

Het Liegend Konijn is een tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu. Twee keer per jaar – in april en oktober – brengt het blad een gevarieerd beeld van onze actuele Nederlandstalige poëzie. Het bevat uitsluitend nieuwe, niet eerder gepubliceerde gedichten: uit het nest geroofd, zoals op de website van het tijdschrift te lezen is. Het eerste nummer verscheen in 2003 en elke uitgave is eigenlijk een gedichtenbundel op zich maar dan met gedichten van verschillende dichters. Mooi uitgegeven door Van Haewyck, Leuven & Meulenhoff leest elk exemplaar heel prettig. Je kunt een abonnement nemen op dit tijdschrift (€ 35,- per jaar) of de nummers los kopen (€ 17,50). Met gemiddeld 150 pagina’s is dat een hele mooie prijs voor zoveel poëzie.

Uit het oktober exemplaar van 2005 (jaargang 3 nummer 2) koos ik voor een gedicht van Serge van Duijnhoven. Serge ken ik al heel lang (van lezen) en wat minder lang (van correspondentie). Zo schreef ik in 2014 nog een recensie van zijn bijzondere bundel en cd ‘Vuurproef’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/02/24/dichters-dansen-niet-2/

Uit Het Liegend Konijn koos ik voor zijn gedicht ‘Paragoniet’ (een mineraal met een parelachtige gloed).

.

Paragoniet

.

Er is te weinig weinig. De vergevingsgezindheid

van het niets waarin wij, als we eveneens

niets zouden zijn, zouden passen.

.

Begraaf mijn lot in het stof.

Begraaf mijn lot in perceptie.

Begraaf mijn lot in de handen

.

van een vadsige God

die handelt in de Liefde per opbod:

de aandelenzwendel van Eros.

.

‘Funny how dreams can die…’ zingt Astrud Gilberto

in eem van haar bossanova cantates.

Maar het tegenovergestelde is juist opmerkelijk:

.

‘Funny how dreams can survive…’

De onverbeterlijke neiging van de mens

om te willen geloven in illusies, tegen beter weten in.

.

We zijn aan verschillende onverzoenbare machten

ten prooi. Niets komt terecht. Niets is terecht.

En wat je verdient heeft er niets mee te maken.

.