Site-archief
Mieke Maaike’s obscene jeugd
Dichter bij Boon
.
In de jaren tachtig las ik het boek ‘Mieke Maaike’s obscene jeugd’ van Louis Paul Boon (1912-1979). Een hilarisch pornografisch werkje van Boon dat in een samenvatting die ik las als volgt werd omschreven: In 1972 verscheen het frivool-erotische boekje Mieke Maaike’s obscene jeugd, dat sindsdien tweeëntwintig drukken beleefde. Dit vrolijke verhaal over de vroegrijpe en seksueel onverzadigbare Mieke Maaike is de vleesgeworden parodie op de pornografische roman. In dit boek wordt het meesterschap van de “viezentist’ Louis Paul Boon nadrukkelijk geëtaleerd.
Afgelopen februari kocht ik in Gent de bundel ‘Dichter bij Boon’ 27 gedichten opgedragen aan Louis Paul Boon uit 2012. Uitgegeven door Honest Arts Movement (HAM), waar Boon een van de mede stichters van was en in het jaar waarin Louis Paul Boon 100 jaar geworden zou zijn. Ham heeft tot doel het bevorderen van de onderlinge samenwerking tussen kunstenaars van diverse disciplines enerzijds en kunstminnaars anderzijds. HAM reikt ook jaarlijks de Louis Paul Boonprijs uit aan laureaten die net het humane in zijn brede betekenis in hun werk betrekken.
In de bundel ‘Dichter bij Boon’ staat een gedicht van Maud Vanhauwaert over deze novelle van Boon getiteld ‘Mieke Maaike, omfloerst’. Maud Vanhauwaert (1985) is stadsdichter van Antwerpen (2018-2019), dichter en actrice en redacteur bij het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort.
.
Mieke Maaike, omfloerst
.
“zo groot” toonde ik
zoals ook vissers doen
.
de diepzakkende
schoot me dusdoende
te binnen
.
breder dan een koordje
.
ik krulde naar buiten
het kriewelde
tot in het kruintje
.
heel bewogen
slaakten wij
jonge naakte diertjes
.
briesten, de kantjes omzoomd
.
Lente
Jan Wolkers
.
Behalve een groot schrijver en kunstenaar schreef Jan Wolkers (1925 – 2007) ook poëzie. Dat deed hij overigens pas aan het einde van zijn leven. In 2000 verscheen de bundel ‘Jaargetijden’ en in 2003 de bundel ‘Wintervitrines’. Na zijn dood werden in 2008 zijn ‘Verzamelde gedichten’ gepubliceerd. De bundel ‘Winterbeelden’ is een verrassend serene uitgave, zonder opsmuk, gedichten en gefotografeerde illustraties door Peter Mookhoek (4 foto’s in het hoofdstuk ‘Seizoenen’ bij elk seizoen een foto).
In deze bundel veel aandacht voor de natuur zoals je zou verwachten bij Wolkers. Het noorderlicht, het tij, de winterslaap, de duinen, de seizoenen, ze komen allemaal langs. Zo ook in het gedicht ‘Zeeaas’. De woorden zenen en verzenen betekenen ‘hielen’ en ‘verlangen’.
.
Zeeaas
.
Hectisch mijn leven nu, omringd door duingebieden,
Verzande zee, mul verstikkend schuim, asgrauw doorngebroed.
De gewrichten van de branding liggen verstijfd in lompen en
Helmgras geselt vlijmscherp de zandgeschuurde verzenen,
Het gebeente wordt tot snelfiltermaling verwerkt.
De geluidsoverlast van Beethoven grijpt me aan,
gekartelde horizon als zeeziek zwalken, , non-stop.
Onder mijn voetzool verkruimeld het verraderlijke drijfzand.
Het is zo zeker als wat dat de vloedlijn een leven lang meegaat.
Poseidon harkt vol plichtsbesef stookolie en wier bijeen,
Jaagt soms verbeten op iets dat nog leeft en beweegt,
Aan het zand gespietst siddert de zilveren spiering.
Tussen versleten luchters en glazige zenen mijd ik
Zijn zonderlinge schaduw en pekelgeur, roestig statue.
.
Missen
Dichter bij Rotterdam
.
Meijer de Wolf stelde in 1981 een bundel samen met louter gedichten over Rotterdam. Tegenwoordig zou zo’n dichtbundel heel veel dikker kunnen zijn gezien het aantal dichters van enige naam en faam dat er woon- en werkzaam is. In deze bundel staan veel oudere gedichten en afbeeldingen. Meijer de Wolf heeft dan ook dankbaar gebruik gemaakt van het gemeentearchief. Veel naamloze of onbekende dichters ook en een enkele naam die vaker voorkomt zoals J.H. Speenhoff.
In 2016 plaatste ik al eens een gedicht uit deze bundel van de (mij onbekende) dichter G.J. Laan https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/01/dichter-bij-rotterdam/ en vandaag koos ik voor opnieuw een mij onbekend dichter M. van Henegouwen met het gedicht ‘Missen’ uit een tijd dat de Rotterdamse Metro nog een noviteit was en de stad zo dood als een pier was. Gelukkig is er inmiddels alweer heel veel veranderd en staat Rotterdam tegenwoordig in de top 10 lijstjes van te bezoeken steden in de wereld.
.
Missen
.
Ik mis je stoere sleperspaarden,
Je straatjes rond ’t Haagse Veer,
architectonisch zonder waarde,
maar met een specifieke sfeer.
.
We wonen nu in mooie flatjes,
’n beetje klein, maar o zo netjes.
Maar wie je vroeger heeft gekend,
die vindt ’t al te efficiënt.
.
Ik heb je nog gekend toen je zó was Rotterdam,
toen was je nog niet mooi en nog niet rijk.
Toen Pygmalion nog Shaw was en geen show was Rotterdam,
Geen sterveling die wist wat de metro was, Rotterdam,
Toen had ik jou al lief
om jouw initiatief
en je Dijk.
Je binnenstad was toen een centrum van plezier,
maar ondanks dat ie nu zo dood is als een pier,
heb ik altijd gevonden dat je zó was, Rotterdam.
Ik heb je nog gekend toen je zó was, Rotterdam.
.
Rijmenderwijs
Jan Prins
.
In 1964-1965 werden op de schoolradio (ja die bestond toen) gedichten voorgelezen. De Stichting Nederlandse Schoolradio bracht in 1965 het bundeltje ‘Rijmenderwijs’ uit met de gedichten die op de radio werden voorgedragen. Samensteller was Jaap Maarleveld. In dit mooi geïllustreerde bundeltje staan vele grote namen zoals Willem Elsschot, Bertus Aafjes, A. Roland Holst, H. Marsman en Leo Vroman en Jan Prins.
Jan Prins (1876 – 1948) was een Rotterdamse dichter die actief was in de kring rond het tijdschrift ‘De Beweging’ van Albert Verwey. Prins (pseudoniem van Christiaan Louis Schepp) debuteerde in 1903. Zijn eerste dichtbundel verschijnt in 1911 en is getiteld ‘Tochten’. Prins vertaalde vele gedichten en in zijn eigen werk komt de liefde voor zijn geboortestad Rotterdam regelmatig voorbij. Of hij voor het gedicht ‘De zwerver’ uit ‘Rijmenderwijs’ inspiratie heeft opgedaan in Rotterdam is onduidelijk.
.
De zwerver
.
Door de leegen kouden akker
Loopt een oude, arme stakker,
Zoekend in den harde grond
Of-ie geen petatters vond.
.
Wroetend gaan de zwarte handen,
Klapperend de zwarte tanden,
Gulzig glimt de grauwe mond
Of-ie geen petatters vond.
In de avond nog, bedrogen,
Ging de moede schim gebogen,
Kroop de zwarte schaduw rond
Of-ie geen petatters vond.
.
En alvorens te beginnen
Aan het maal, zei de bazinne
Hoe een groote, vreemde hond
Zocht, of-ie petatters vond
.
Iggy Pop
René Puthaar
.
Ik herinner het mij nog heel goed, mijn broer had een LP gekocht en die draaide hij in de kamer naast mij. Ik herkende de drum intro aan het begin van een singeltje dat toen net uit was en weleens gedraaid werd op Hilversum 3. Het was 1977 en de plaat was ‘Lust for life’ van Iggy Pop. Ik heb die LP toen behoorlijk grijs gedraaid al was het maar voor dat ene nummer. Later, 10 jaar later in 1987 was in in Werchter op het popfestival dat toen nog Torhout/Werchter heette, en daar speelde Iggy Pop het nummer ‘The Passenger’. Het was een warme zomerse dag, het veld was overbevolkt en je voelde de aarde onder je schudden zo danste en sprong iedereen mee met dat nummer. Sindsdien is The Passenger een van mijn favoriete nummers aller tijden.
In de bundel ‘Dansmuziek’ van René Puthaar uit 2000 staat het gedicht ‘Jesus, this is Iggy’ waarin hij zijn liefde voor Iggy Pop verwoordt.
.
Jesus, this is Iggy
.
Een bidprentje. Een hart
dat vlamt. Het bloed is oud
als gisteren, een zang
die in het avondrood
het heenkomen uitvond,
en stollen kan het niet.
.
De adem blijft het liefst
benzinedamp en lust.
I’m just a modern guy.
De passie zij geloofd
voor wat de dijken breekt
en al het hels kabaal.
.
Een zweetspoor. Theatraal.
Verliefdheid. IJzig vuur.
Iets met de sterren en
tabak. En met de huid,
de baaierd van een nacht.
We zijn wat moe. Slaap zacht.
.
O, was ik maar de wereld uit
Else Lasker-Schüler
.
Alweer een dichter op verzoek en dit keer op speciaal verzoek van de Vlaamse dichter Evy Van Eynde, van wie ik afgelopen februari de bundel ‘Zal ik liefde noemen’ uitgaf via mijn uitgeverijtje van poëzie MUG books. Evy verzocht om een gedicht van Else Lasker-Schüler. De poëzie van Else Lasker-Schüler (1869 – 1945) is bewust irrationeel en werkt met associaties en aaneenrijgingen. De figuren die ze in haar proza ten tonele voert, zijn vaak vermomde mensen uit haar omgeving. Ze spint allegorische constellaties van sprookjesachtige situaties en laat een grote verscheidenheid aan emoties de revue passeren.
Nadat in 1912 haar tweede huwelijk strand begint het leven van Lasker-Schüler meer en meer onthecht te raken. Ze trok van het ene pension naar het andere, werd een bekend gezicht in het Café des Westens, leed vaak honger en begon bedelbrieven te schrijven. In een editie van Awater uit 2002 staat geschreven over deze periode:
Halverwege 1912 werd ze verliefd op een dichtbundel, ‘Morgue und andere Gedichte’. De dichter van dat boek was Gottfried Benn, een 26-jarige patholoog-anatoom die in een Berlijns armenziekenhuis werkzaam was. De ellende die hij daar onder ogen had gekregen deed hem in één week tijd een spookachtig mooie dichtbundel schrijven. ‘Lang voordat ik hem kende,’ schreef Lasker-Schüler, ‘was ik zijn lezeres; zijn dichtbundel ‘Morgue und andere Gedichte’ lag op mijn deken; gruwelijke kunstwonderen, doodsdromerij die contouren kreeg. Kwellingen sperren hun muil open en verstommen, kerkhoven wandelen de ziekenzalen binnen en schieten wortel voor de bedden van zware patiënten.’
En over de dichter schreef ze: ‘Dr. Benn is half tijger, half havik en staat in de kelder van zijn ziekenhuis lijken open te snijden. Hij is stug en stevig, zacht en teerhartig.’
Het gedicht ‘O, was ik maar de wereld uit’ schreef ze in een staat van verliefdheid voor Dr. Benn. De vertaling is van Menno Wigman.
.
De stilte is krols
Lente
.
Nu de lente is begonnen en de zomertijd weer is aangebroken is het tijd voor een gedicht over dit jaargetijde. Op mijn zoektocht naar een passend gedicht kwam ik uit bij het gedicht ‘Tegen het verdwalen’ van Hagar Peeters. Toen ik de eerste zin las wist ik het; dit wordt hem. Oordeel zelf. Uit de bundel ‘Wasdom’ uit 2011.
.
Tegen het verdwalen
.
Lente. De stilte is krols.
Een lach komt ten val
aan geluk.
Twee vliegen breken
het raam, weten
dat het je de das omdoet
als je voorgoed je lijfs-
behoud aan gene zijde
ervan zoekt
rommelt de lucht
nabij, stommelt
een vrouw
op de trap
geur van lokroep
verlaten vlinders
bijtijds onderkomens
om vogels, naar vlinders
op zoek.
Gevonden ben je allang.
Hoe ben je anders bij mij.
.





















