Site-archief
Trojaanse gedachten
Guislain
.
Enige jaren geleden was ik voor het eerst in Gent in Museum Dr. Guislain. Dit museum is gewijd aan de psychiatrie in België en is gehuisvest op het terrein van de oudste psychiatrische inrichting in België die nog steeds als zodanig in gebruik is. Het museum is een cultureel ijkpunt met betrekking tot de geschiedenis van en actuele discussies over psychiatrie en geestelijke gezondheid, zorg, en kunst en waanzin.
Wat me vooral heel erg goed is bijgebleven van mijn bezoek is de tentoonstelling van de geschiedenis van de psychiatrie in het museum. De zeer indringende foto’s van patiënten van 100 jaar geleden, de zalen met bedden en de machines voor schriktherapie (elektroshocktherapie). Ik moest hieraan terugdenken toen ik in de bundel ‘Trojaanse gedachten’ van de in Warschau geboren dichter Alicja Gescinska (1981) het gedicht ‘Guislain’ las dat overduidelijk over deze instelling en zijn historie is geschreven.
Ik kreeg de bundel cadeau bij de laatste editie van het poëzietijdschrift Awater (ik heb een abonnement waarbij je steeds de clubkeuze cadeau krijgt). Grappig genoeg had ik pas daarvoor de recensie op Meander van Wim Platvoet gelezen die niet onverdeeld positief was. Zet dat af tegen het ‘clubkeuze’ maken en eens te meer blijkt dat over smaak wel degelijk te twisten is.
Omdat ik het gedicht ‘Guislain’ herkenbaar vond, het me deed terugdenken aan mijn bezoek aan het museum, wil ik het hier met jullie delen en ik kan een bezoek aan het museum zeer aanbevelen.
.
Guislain
.
Op het bed ligt een vrouw die aan vroeger denken doet.
De slaap woekert tegen de opgang van gedachten, eindelijk.
De kraan wordt even stil gedraaid, ook ik durf weer te ademen.
Nog hier en daar een woord dat valt, alles in haar nieuwe taal.
Verdwaalde intervallen van begrip is waar ik het mee moet doen.
De rest vervluchtigt, zinkt weg tussen de plooien van het matras.
Een verpleegster komt langs, stelt gerust, mij meer dan haar:
Geduldig zijn, neuroleptica vragen tijd, witte pillen van hoop.
Even later zijn we weer alleen, wat woorden strompelen uit haar.
Morgen zal het beter gaan, morgen spreekt ze weer mensentaal.
Een wankele zekerheid, in haar kamer zonder deurslot,
Even hermetisch open als de gangen in haar hoofd.
Haar helderheid loopt voortaan aan de leiband.
.
Doodsbeenderenboom
Rinske Kegel
.
In de nieuwe MUGzine, #10 die half december wordt gepubliceerd staan naast dichters Laura Mijnders en Jabik Veenbaas ook dichter Rinske Kegel (1973). Schrijver van poëzie en kort proza. Rinske heeft in verschillende literaire bladen publicaties gehad, waaronder Revisor, het Liegend Konijn, De Gids en Op Ruwe Planken. Op dichtsite Meander is een interview met haar te lezen. Ook is haar werk in verschillende verzamelbundels gepubliceerd, waaronder ‘Dichters uit de bundel; De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten.’ Samengesteld door Chretien Breukers en Diewertje Mertens.
Daarnaast was Rinske een tijdlang Dichter bij de Dag bij het radioprogramma Dit is de Dag op radio 1 van de E.O. Waarbij ze live in de uitzending een gedicht op maat maakte en heeft ze op een aantal festivals opgetreden waaronder Dichters in de Prinsentuin en Onbederf’lijk Vers. Van Rinske zijn 4 bundels/boekjes verkrijgbaar; twee bij uitgevers en twee gemaakt in eigen beheer. Op haar website kun je nog veel meer lezen over haar en haar werk.
Bij uitgeverij De Zeef verscheen in 2019 de bundel: ‘Als het maar en vacht heeft’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Doodsbeenderenboom’.
.
Doodsbeenderenboom
.
We waren er allemaal behalve hij en iedereen
zei hetzelfde en niemand wilde het horen en mijn neefje
wilde slagroom op de chocomel maar dat hadden ze niet
en hij bleef lang boos en eigenlijk waren we allemaal boos.
Boos op de koning en boos op de lakeien
ook al kregen we extra koekjes en vlogen buiten de bijen af en aan
als kleine traumahelikopters.
Onder een van de bomen in het park waar we net gewandeld hadden
lagen grote zwarte peulen, binnenin de peulen rammelde het.
.
Horizontale zaken
Dichter van de maand
.
Ondanks dat dichter van de maand november E.E. Cummings (1894 – 1962) een grote schare fans kent in het Nederlands taalgebied, is zijn werk slechts zeer beperkt vertaald in het Nederlands. Ik schreef al eerder over vertalingen van zijn gedichten door Lepus op internet. Maar ook Jo Stevens en Luc Wenseleers vertaalden 11 gedichten voor de bloemlezing ‘Adam en Eva en de stad. Amerikaanse poëzie van de 20e eeuw’ uit 1966. In 1982 publiceerde Peter Verstegen Het driehoekig waarom , een tweetalige editie met 40 gedichten, waarna hij in 1996 opnieuw (dit keer 17 liefdesgedichten) vertaalde onder de titel ‘Jouw ogen hebben hun stilte’. En in 2019 werd opnieuw onder een vertaling gepubliceerd door vertaler Willy Spillebeen (1932) getiteld ‘Horizontale zaken’ bij uitgeverij P. De bundel heeft als ondertitel ‘69 gedichten over liefde, onliefde en lust & Belgium’. Het aantal gedichten verwijst vanzelfsprekend naar het erotische element in het werk van E.E. Cummings.
Het ‘& Belgium’ lijkt wat willekeurig gekozen in de ondertitel (E.E. Cummings heeft dat vast nergens zo geschreven of bedoeld. Eric van Loo geeft op de site van Meander een uitleg hierover:
“De toevoeging & Belgium zinspeelt op de tweede bundel van cummings, getiteld & (1925). Een ampersand als titel van een bundel, over eigenzinnig gesproken. Spillebeen geeft aan ‘Belgium’ meer als curiosum te hebben opgenomen, en minder vanwege de kwaliteit. Het is natuurlijk ook een knipoog van een Vlaming naar het feit dat deze Amerikaanse dichter middenin de Eerste Wereldoorlog –nog voordat hij naar Europa vertrok als vrijwillige ambulancier– een gedicht aan het door de oorlog zwaar getroffen België wijdde.”
Uit de bundel ‘Horizontale zaken’ het onderstaande gedicht (oorspronkelijk en in vertaling) dat oorspronkelijk verscheen in ‘Poetry, a magazine of verse’ uit 1939. Een mooie analyse van dit gedicht staat op de website van bulbapp
.
liefde is dikkerder dan vergeten
dunnerder dan blijven weten
zeldzamer dan een golf nat is
talrijker dan wat niet je dat is
zij is het meest dwaas en manig
en minder zal ze onzijn
dan de hele zee die danig
dieper dan de zee kan zijn
liefde is minder altijd dan winnen
minder nooit dan ze levend is
minder groter dan het minst beginnen
minder kleiner dan vergiffenis
zij is het meest gezond en zonnig
en meer kan zij niet sterven
dan de hele hemel die alleen nog
hoger is dan de hemel zelve
.
love is more thicker than forget
more thinner than recall
more seldom than a wave is wet
more frequent than to fail
it is most mad and moonly
and less it shall unbe
than all the sea which only
is deeper than the sea
love is less always than to win
less never than alive
less bigger than the least begin
less littler than forgive
it is most sane and sunly
and more it cannot die
than all the sky which only
is higher than the sky
.
Kleinwild
Anne Broeksma
.
Ik ben al lang een gebruiker van Goodreads.com, een heerlijke site voor lezers. En ook lezers van Nederlandse boeken ondanks dat de site Engels is. Op deze site was ik wat aan het rond kijken en toen kwam ik de bundel ‘Vesper’ tegen van Anne Broeksma (1987) uit begin van 2021. Anne Broeksma treedt regelmatig op met haar poëzie op festivals als Mooie Woorden en Lowlands. Ze schreef gedichten voor Radio 1 en publiceerde in onder meer de tijdschriften Het Liegend Konijn, Kluger Hans en Tirade. Daarnaast presenteert ze literaire programma’s in Utrecht.
Hoewel ik weet dat smaken verschillen viel me op dat degene die de bundel ‘Vesper’ sterren hadden gegeven (van 1 niet zo best tot 5 fantastisch) nogal verschillend over deze bundel oordeelden. Het ging van 2 tot 5 sterren. Degene die bij Bol.com een review achterliet stelt voor om Anne Broeksma de volgende Dichter des vaderlands te maken maar op Meander schrijft Peter Vermaat in een recensie van deze bundel dat ‘taal ertoe doet, en dat het vaker mag, veel vaker’ https://meandermagazine.nl/2021/02/anne-broeksma-vesper/ In de recensie merkt hij ook op “De dichter lijkt zich voornamelijk te richten op het schilderen van bepaalde beelden (die soms absoluut pregnant blijken), maar veel minder op de fonologische en de semantische suggestiviteit van de taal.” en “Weliswaar zal die laatste categorie (lezen wat er staat) het beter doen bij een publiek dat vooral toehoort en niet (mee)leest, maar een poëziebundel is nu eenmaal geen tekstboekje bij een voordrachtsprogramma.”.
Dit staat dan weer op gespannen voet met wat Jan de Jong in zijn recensie schrijft op de website Tzum https://www.tzum.info/2021/02/recensie-anne-broeksma-vesper/ waarin hij juist het tegenovergestelde stelt: “De zoektocht in Vesper is een lyrische, geen fysieke.”.
Een bundel kortom die nogal tot wisselende reacties leidt. Om je een indruk te geven en zelf een mening te vormen hier het gedicht ‘Kleinwild’ uit deze bundel.
.
Kleinwild
.
het was tijdens de vrije vogeldagen
toen we op veldexcursie een duinpieper zagen
met Nico de Haan
iedereen die nooit van een duinpieper had gehoord
mocht niet met ons praten
.
gehurkt zaten we, op de grens van parklandschap en wilde natuur
we lieten onze verrekijkers zelden zakken
.
later die ochtend pluisden we uilenballen uit
plakten het skelet van een muis op een papiertje
.
er was een theaterstuk van een volwassen man in vogelpak
hij praatte met snerpend, Hollands accent
riep: ik ben de supervogel! ik ben de supervogel!
.
wij voelden ons als vogelaars niet serieus genomen
we gingen
.
Waarde
Michael Tedja
.
De Rotterdamse Michael Tedja (1971) is schrijver, dichter, beeldend kunstenaar en curator. In 2003 debuteert hij als schrijver met zijn eerste roman. Twee jaar publiceert Tedja zijn eerste dichtbundel bij de onafhankelijke uitgeverij – gespecialiseerd in ‘historical avant-garde and counterculture’ – Sea Urchin, met als titel ‘De aquaholist’. Deze gedichten en prozagedichten zijn ontstaan in de periode 1991-2004.
Hierna worden nog verschillende dichtbundels van hem uitgegeven waaronder de serie ‘Het 1 euro gedicht’ in 2011. Naast zijn poëzie in dichtbundels publiceerde hij regelmatig gedichten, essays, proza en tekeningen in De Gids, Absint, Samplekanon, nY, Revisor, Hollands Maandblad, De Volkskrant, Metropolis M en Caraïbisch Uitzicht. Ook cureert hij een beeld en taalrubriek voor de Poëziekrant.
In 2021 neemt Tedja plaats in de jury van de P.C. Hooftprijs voor poëzie. Ook werd hem dit jaar de Sybren Poletprijs toegekend. De prijs is bedoeld voor het oeuvre van een Nederlandstalige auteur die schrijft en werkt in de geest van Sybren Polet (1924-2015).
In het werk van Tedja komen thema’s als identiteit, hosselen (titel van zijn tweede ‘roman’ met fictie, essays, poëzie en pamfletten), exclusiviteit, on-line aanwezigheid, het postkoloniale bewustzijn en communicatie voor. Michael Tedja is een dichter die zijn nek durft uit te steken (zoals Hans Puper het omschreef in een column op Meander) en heeft daarmee een heel eigen en origineel geluid. Uit zijn bundel ‘Regen’ uit 2016 het gedicht ‘Waarde’.
.
Waarde
.
Het bewijs, het tegendeel
dat tot leven kwam reisde.
Ik was er een mee, een geheel
dat ik zelf neerzetten kon.
.
Toen zag ik de groep staan.
Die was wat het was: zij
die terug wilden naar hoe het was.
Ik dacht dat die op zich stond.
.
Het beste dat er was voordat het
een en al kern werd. Ooit, ja.
Ik was er solitair mee, totdat
de regen tegen het raam kletterde.
.
Op de achtergrond
waren kinderen bewegingen
aan het tellen. Basketballers
sprongen naar een hoop.
.
Het water was vloeibaar.
Door de kou werd het ijs.
Door de zon weer vloeibaar.
.
Houston we have a problem
Lotte Dodion
.
De Vlaamse dichter, performer en polyvalent (veelzijdig, meer dan één waarde bezittend) teksttalent Lotte Dodion (1987) ken ik al sinds 2011 toen ze als jonge aanstormende dichter op het Ongehoord! podium stond in Rotterdam als (toen nog) Mander dichter. Een Meander dichter was een dichter die ons (van Ongehoord!) werd aangeraden om te programmeren omdat deze talentvol was. Lotte was toen 24 en inderdaad een aanstormend talent.
Daarna was ze één van de Vlaamse dichters op de Poëziebus in 2015 en programmeerde Ongehoord! haar opnieuw in 2016 op de jubileum editie in de Jacobustuin in Rotterdam. In maart van dat jaar verscheen haar poëziedebuut ‘Kanonnenvlees’ bij uitgeverij Atlas Contact dat zeer goed werd ontvangen.
Haar werk verscheen in bloemlezingen en in literaire tijdschriften als Plebs en Gierik NVT. Ze treedt op, verzorgt workshops en is inderdaad een veelzijdig woordkunstenaar. De laatste jaren werkte ze voor Vonk & Zonen, een literair productiehuis dat naast eigen producties ook een gastvrij huis is voor plannen van dichters en dromers. Een jonge literaire organisatie die sterk inzet op nieuwe vormen om literatuur te presenteren.
Vanaf 1 september dit jaar is ze echter weer terug op haar oude plek, als freelancer in de letteren. Op haar website https://www.lottedodion.be/ is alles over haar werkzaamheden te lezen. Daar staan ook gedichten van haar hand waaronder het mooie maar wrange ‘Houston we have a problem’.
.
Houston we have a problem
.
liefste
ik weet dat ge meer ruimte wilt,
maar hoeveel planeten wilt ge concreet?
hoeveel lichtjaren moet ik van u verwijderd zijn
opdat gij weer kunt zweven?
ge wilt mij niet langer met u meedragen
ge wilt weer gewichtloos zijn
een onbeduidende stip tussen zoveel andere?
is het een ander
een andere zon om rond te draaien?
weet ge dan niet dat we allemaal dezelfde zijn?
even vermoeiend even verschroeiend
evenveel pijn op termijn
ge hoeft geen vlaggen te planten
geen hemellichamen te veroveren
hier is het mijne
ik ben zwaartekracht
ik hou uw voeten op mijn grond
maar als gij per se de ruimte wilt
als ge denkt te zijn vastgeroest in uw baan
loop naar de maan
word vergeten.
Poëzie als programmeertaal
Gerrit Krol
.
Enige tijd geleden werd aan de medewerkers van Meander gevraagd om onder woorden te brengen wat zij vonden dat een goed gedicht maakt, of aan welke eigenschappen een goed gedicht zou moeten voldoen. Ik moest hieraan denken toen ik een artikel over Gerrit Krol las op de website literatuurmuseum.nl. In dit artikel las ik dat Krol over een gedicht zegt dat dit een reeks woorden is, dat aan een aantal voorwaarden voldoet. Daarover zo meer.
Gerrit Krol (1934-2013) was naast romanschrijver, essayist en dichter ook computerprogrammeur bij een groot internationaal olieconcern. Vooral die laatste functie had een grote invloed op zijn poëtisch werk. Gerrit Krol was een groot bewonderaar van Gerrit Achterberg. Hij bewonderde de techniek, en vooral de procesachtige manier waarop Achterberg bewegingen kon beschrijven. Want veel meer dan de thematiek van de verloren geliefde, die gewoonlijk met Achterberg wordt geassocieerd, was dat voor Krol het geheim van Achterberg: de manier waarop hij het exacte en het poëtische wist te verzoenen.
– een ander zich van die woorden een voorstelling kan maken
– als hij het prettig vindt zich deze voorstelling te maken
– de woorden, in die volgorde, niet worden gebruikt voor andere doeleinden.
misschien gaat ze zwemmen
ze steunt op haar hand
om niet te vallen
een aardige vrouw om te zien
een wereld op zich
een denkend wezen
dat haar lippen verft
een lok voor haar ogen
haar oksel is niet te zien
als ze haar arm opheft
zie je die wel
als je haar van de andere kant bekijkt
zie je de andere oksel ook
voor hetzelfde geld kun je zeggen
een nieuw badpak
nu al kiezen
en straks kopen
en het plaatje vergeten
De opgevouwen leugen
Alja Spaan
.
In het kader van de vakantiepoëzie ga ik de komende weken regelmatig gedichten plaatsen van dichters die ik zeer waardeer. Zonder heel veel verdere informatie dan de bundel waaruit ik het gedicht nam en het jaar van uitgave. Vandaag wil ik daarmee beginnen en als eerste koos ik voor de dichter en collega bij en voorzitter van Meander Alja Spaan.
In 2011 verscheen van haar hand de bundel ‘de hand de beweging laten maken’ met als ondertitel brieven en gedichten voor en over W. Deze brieven en gedichten zijn geschreven in de periode 2008-2011 en de bundel verscheen bij Alja’s eigen uitgeverij Atelier9en40.
Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘the folded lie’.
.
the folded lie
.
Ik vind een berichtje terug over schrijven over niets
Dat kan ik, zegt hij maar ik weet het nog niet zo
.
Zeker, de hele dag vergaat in druilerige regen en een
Verveling bekruipt me, bijna zoals vroeger toen
.
Ik lang onder de bessenstruiken wachtte tot ik gevonden
Zou worden, een stem die tot tien telde en dan het
.
Langgerekte ‘ik kom‘ en dan toch die onzekerheid en
De angst achtergelaten te worden zoals nu, niet
.
Wetend wat er komen moet behalve wat daadkracht
En vertoon, komma’s achter kromme zinnen nog die
.
Niets verhullend terugkomend vanonder zware takken
Rijp fruit dragen tot het geplukt wordt
.
Gerrit Kouwenaar
Hans Franse
.
Naar aanleiding van het gedicht ‘Laatste brief’ van Cees Nootenboom over Hans Andreus, dat ik op 25 april op dit blog plaatste, kreeg ik van dichter, recensent (Meander) Hans Franse het gedicht ‘Zonsondergang’ toegestuurd. Hans schreef dit als memoriam bij de dood van Gerrit Kouwenaar op 4 september 2014. Omdat het een prachtig gedicht is en omdat het naadloos aansluit bij de gedichten in de categorie Dichters over dichters wil ik het hier met jullie delen. Het gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Een winter op Scheveningen’ van Hans uit 2020.
.
Agenda hier
Rechtse poëzie
.
Hoewel ik de naam van Wout Waanders (1989) ken, en ik al het een en ander van hem heb gelezen (bijvoorbeeld via Meander in de recensie van ‘Parkplan’ zijn bundel uit 2020 https://meandermagazine.nl/2020/12/wout-waanders-parkplan/ ) ben ik toch iets nieuws te weten gekomen over hem, of eigenlijk twee dingen.
Allereerst het feit dat Wout Waanders lange tijd aandacht heeft gegeven aan stiftgedichten (en deze ook heeft gemaakt https://woutwaanders.nl/blog/wat-zou-u-doen-32 al lijkt het erop dat hij hiermee gestopt is). Maar stiftgedichten hebben altijd mijn interesse, ik heb er op dit blog onder de categorie Gedichten in vreemde vormen verschillende geplaatst.
Ten tweede het feit dat hij de geestelijk vader was van de vermakelijke website ‘De losse armpjes’ en dan met name de categorie ‘Rechtse poëzie’. Toen ik dit las was mijn interesse meteen gewekt want wat is in hemelsnaam Rechtse poëzie? Volgens de uitleg op de website: Rechtse poëzie is poëzie die inspeelt op de behoefte van de consument. En dan met name de digitale behoefte. Het is namelijk flink balen als je na een fijne zoekopdracht niet op de site komt waar je moet wezen. Daarom: poëzie geschreven naar aanleiding van de Google-zoektermen die naar deze blog hebben geleid.
In wezen dus een vorm van ready mades maar dan anders. Op de website https://woutwaanders.wordpress.com/ die sinds 2017 niet meer is geactualiseerd (de Rechtse poëzie categorie eindigt zelfs al in 2014) staan ook zijn stiftgedichten tot en met 2017. Maar de tien voorbeelden van wat Wout als Rechtse poëzie ziet zijn ook meer dan de moeite waard en zeker een bezoekje waar. Hier volgt van een voorbeeld van deze veelzijdige dichter getiteld ‘agenda hier’ dat tevens de zoekterm was, al schrijft hij erbij dat hij zich ook heeft laten inspireren door de twee zoektermen die hier direct op bleken te volgen: ‘kijharde porno’ en ‘porno keiharde’.
.
agenda hier
.
in de winkel van eva kon je terecht
voor agenda’s, sigaren, porno
of een huilbui
.
ik stormde de winkel van eva binnen
maar de winkel was die dag
van eigenaar Schouten
.
hij mompelde dat hij met mijn liefdesproblemen
weinig aan kon – wel had hij
agenda’s, sigaren, porno
.














