Site-archief
Bestond ik uit taal niet
Anton Korteweg
.
Dichter en neerlandicus Anton Korteweg (1944) was hoofdconservator van het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum in Den Haag. Ik ken Anton ook als één van de leden van het comité van aanbeveling van het Maarten ’t Hart Documentatiecentrum. Maar velen kennen hem als dichter van inmiddels meer dan 15 dichtbundels.
In de bundel ‘Ze kwamen om een dichter te zien’ een keuze uit veertig jaar Poetry International, zijn twee gedichten van Korteweg opgenomen. Het eerste ‘Bestond ik uit taal niet’ uit 1994, toont aanvankelijk nogal gecompliceerd van taal maar na een paar keer gelezen te hebben valt het kwartje en blijkt de intelligente manier van schrijven van Korteweg.
.
Bestond ik uit taal niet
.
Bestond ik uit taal niet, ik moest me niet denken.
Taal is een ziekte, kondigt de dood aan.
Er valt niet te stoeien; men worstelt vergeefs.
.
Gezonden zijn, hoeven niet zich te schrijven.
Praten niet eens met zichzelf. Ze zijn als
wie langs het strand, dat is leeg en van hen, rent.
.
Zwijgende zee; een hemel die dicht is.
pratende mond niet, geen denkend hoofd.
Er rent maar een lichaam van benen.
.
Men moet
Gerrit Kouwenaar
.
Een van de dichtbundels die ik pas geleden kocht is een bundel getiteld ‘Het mooiste gedicht’ De favoriete gedichten van Nederland en Vlaanderen. Met een inleiding van Jan Wolkers. Deze bundel uit 2000 is ontstaan in nauwe samenwerking met Poetry international de NPS en NRC Handelsblad. En een fraaie bundel is het geworden. Zo ongeveer alle grote Nederlandse en Vlaamse dichters zijn vertegenwoordigd. Vaak met bekende gedichten maar ook vaak met minder bekende of, voor mij dan toch, volledig onbekende gedichten. Veel poëzie uit de laatste helft van de twintigste eeuw maar stuk voor stuk zeer leesbaar.
Op de achterflap van de bundel staat een quote van Jan Wolkers: “Als men mij zou verzoeken het mooiste gedicht uit de Nederlandse poëzie te kiezen, zou ik net zo ontsteld kijken als wanneer men mij zou vragen de mooiste bloem uit een overdadige bloeiende bloemenweide te plukken”. Vandaar dat er zoveel gedichten zijn opgenomen.
Ik heb voor een gedicht van Gerrit Kouwenaar gekozen.Oorspronkelijk afkomstig uit de bundel ‘Helder maar grijzer’ Gedichten 1978-1996 uit 1998. Het gedicht is getiteld ‘men moet’.
.
men moet
.
men moet zijn zomers nog tellen, zijn vonnis
nog vellen, men moet zijn winter nog sneeuwen
.
men moet nog boodschappen doen voor het donker
de weg vraagt, zwarte kaarsen voor in de kelder
.
men moet de zonen nog moed inspreken, de dochters
een harnas aanmeten, ijswater koken leren
.
men moet de fotograaf nog de bloedplas wijzen
zijn huis ontwennen, zijn inktlint vernieuwen
.
men moet nog een kuil graven voor een vlinder
het ogenblik ruilen voor zijn vaders horloge –
.
De jeugd eist
György Dalos
.
Hoewel György Dalos vooral bekend is van zijn romans kwam hij in 1980 naar Poetry International met zijn poëzie. Dalos is een Joods Hongaars dichter/schrijver. Hoewel hij in de jaren 60 studeerde aan de Lomonossov universiteit in Moskou, was hij in de jaren 70 een van de drijvende krachten achter de anti-communistische beweging in Hongarije. Vanaf 1987 woont hij in Wenen en Berlijn. In 2010 ontving Dalos de Leipzig Book Award for European Understanding.
Uit 1970 het gedicht ‘Mijn status in de staat’.
.
Mijn status in de staat
.
1
Voor verontwaardiging
heb je een bedrijfsvergunning nodig
Voor pessimisme
een douanestempel
En van de zelfmarteling
worden procenten afgetrokken
.
2
Ik ben
als een ontwikkelingsland
Bevrijd maar armlastig
leef ik van leningen
Ik verwacht niet veel van de toekomst
maar heb haar ook niet te duchten
.
3
Sinds twee jaar
leef ik zonder werk
Ik schaam mij
als ik bedenk
dat ze terecht jaloers op me zijn-
de straatvegers met hun vast inkomen
en de vuilnismannen met hun
onwankelbare status
.
Regenboog
Hiroshi Kawasaki
.
Kawasaki (1930-2004) was kort na de oorlog bouwvakker, klusjesman en kantoorbediende. Vanaf 1951 verschijnen gedichten van zijn hand in tijdschriften. Hij was één van de oprichters van het literaire tijdschrift Kai (1953). Hij debuteerde met zijn bundel ‘Hakucho’ (Zwaan) in 1955 en schreef daarna vele dichtbundels, luisterteksten, kinderboeken en essays. In 1980 nam hij deel aan Poetry International en in de bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International 1970 – 1985’ zijn twee gedichten van hem opgenomen in vertaling van Noriko en Pim de Vroomen. Hier het gedicht ‘Regenboog’.
.
Regenboog
.
Verstrooid stond ik stil in het gras.
‘Jullie twee daar, gaan jullie trouwen?
hoorde ik zeggen.
Ik antwoordde: ‘Ja!’
‘Welnu, als dat het geval is’ – met die woorden
verscheen er een prachtige regenboog.
.
De groeten
Hugo Claus
.
Van Hugo Claus vond ik het kleine bundeltje ‘De Groeten’ in een kringloopwinkel. Dit bundeltje met elf gedichten werd uitgegeven in 2002 door Poetry International en de Bezige Bij ter gelegenheid van de derde Gedichtendag.. Uit dit leuke bundeltje het gedicht ’s Ochtends’
.
’s Ochtends
.
Zij vouwt zich open
Haar slaap: een licht labiele lauwte
.
Haar gewillige gebinte.
Eerder dan een geeuw
Kondigen haar billen aan
Dat zij wakker wordt.
.
En dan haar oogwit sneeuw
In de ogen van mijn leeuwin.
.
Succesvolle presentatie
Wij dragen Rotterdam
.
In een bomvolle lobby van de Rotterdamse Schouwburg vond gistermiddag (onder meer) de presentatie plaats van de eerste papieren bundel van MUG books, mijn uitgeverij, van negen Rotterdamse dichters met als toepasselijke titel ‘Wij dragen Rotterdam’.
Van 16.00 tot 18.00 uur presenteerde Daniel Dee een literaire talkshow voor Poetry International met een aantal buitenlandse dichters en dus de presentatie van de bundel.
Een aantal van de dichters uit de bundel droegen gedichten voor en Mark Boninsegna werd gevraagd naar het hoe en waarom van dit initiatief. Op zijn geheel eigen wijze antwoordde Mark op de vraag naar de noodzaak van deze bundel: Noodzaak, gewoon Rotterdam!
De bundel is te koop en vandaag staan een aantal van de dichters uit de bundel op het zomerpodium van Ongehoord! in de Jacobustuin in Rotterdam (Von Solo, Rotterdamse Keet).
Het eerste exemplaar van de bundel werd door Mark uitgereikt aan Jana Beranová die de gedichten selecteerde.
Hieronder een korte foto-impressie van de presentatie.
.
Daniël Dee (ook in de bundel) in gesprek met Mark Boninsegna
Von Solo
Gino van Weenen
Marco Martens
Kobus Carbon
Edwin de Voigt met Jana Beranová en Mark Boninsegna
Uitreiking van het eerste exemplaar
Presentatie eerste boek
MUGbooks
.
Het zal de oplettende lezer van dit blog niet ontgaan zijn dat ik een (netwerk) uitgeverijtje voor poëzie ben begonnen, MUGbo0oks. Dat wil zeggen dat ik dichters help bij het uitgeven van poëzie als E-bundel of op papier. Dit volledig zonder winstoogmerk. Lees alle informatie op http://mugbookpublishing.wordpress.com/
Na de proefpublicatie van mijn vierde bundel als E-bundel, Winterpijn, wordt aanstaande zaterdag mijn eerst papieren bundel gepresenteerd in de Rotterdamse Schouwburg bij Poetry International, ‘Wij dragen Rotterdam’. De Rotterdamse Schouwburg is gelegen aan het Schouwburgplein 25.
‘Wij dragen Rotterdam’ is een initiatief van Mark Boninsegna samen met 8 Rotterdamse dichters te weten Daniël Dee (Stadsdichter Rotterdam), Gino van Weenen, Rotterdamse Keet, Edwin de Voigt, Kobus Carbon, Von Solo, Miguel Santos en Marco Martens.
De bundel is reeds te koop via http://www.wijdragenrotterdam.nl/ maar natuurlijk ook bij de presentatie van de bundel aanstaande zaterdag. De presentatie begin om 16.00 uur en duurt tot ca. 18.00 uur.
Hier alvast wat pers over dit mooie initiatief.
.
Tot zaterdag zou ik zeggen!





















