Site-archief
Haar kussen waren lang
Ramsey Nasr
.
Ramsey Nasr, dichter, schrijver, essayist, acteur, regisseur, librettist en vertaler, dichter des vaderlands (2009-2013) en stadsdichter van Antwerpen (2005) is een veelzijdig mens. Zijn poëzie is al even veelzijdig. Van adolescentenpoëzie (Gerbrandy) in zijn debuutbundel ’27 gedichten en geen lied’ naar het project ‘Hier komt de poëzie’ een 7 cd box met een persoonlijke keuze uit acht eeuwen Nederlandstalige poëzie, en van ‘Mi have een droom (Rotterdam 2059) naar zijn lichtere werk zoals het onderstaande erotische gedicht uit zijn debuutbundel uit 2000.
.
Haar kussen waren lang
En zonder blozen
Trok zij het lichaam uit
De lippen open
Waar zij zich langzaam gaf
Half heet half roze.
.
Zo lag zij als de vrucht
Waarop ze wachtte
Haar borsten volgebloed
Twee benen bracht ze
Vaneen en langzaamaan
Het allerzachtste.
.
Ramsey Nasr in het faculteitsgebouw van de Universiteit van Antwerpen
Subway Etiquette
Poëzie om gedrag te veranderen
.
In 2013 werd een project uitgevoerd in de Subway (Metro) van Londen om, met gebruik van poëzie, het gedrag van mensen in de metro te versterken en te verbeteren. Transport For London lanceerde ‘Travel better London’ om het gedrag van de gebruikers van de metro te beïnvloeden. Er is zelfs al een term bedacht voor deze vorm van poëzie namelijk ‘Poetiquette’. Dit project werd gelanceerd in samenwerking met en vanaf National Poetry Day in Groot Brittannië.
Otiot
Lut de Block
.
Lut De Block (1952) studeerde filosofie aan de RUG; zij werkt als freelance journaliste, o.a. voor Knack. In 1984 debuteerde ze met de bundel ‘Vader’. In haar werk is één van de kernthema’s de vader-dochter relatie (evenals de natuur en de dood). Reden hiervan ligt in het feit dat ze in februari 1963 haar vader dood aan de keukentafel vond. Dit trauma was een belangrijke inspiratiebron voor haar vroege werk. Lut de Block heeft inmiddels 7 poëziebundels en een roman gepubliceerd.
In Vlaanderen heeft ze een aantal literaire prijzen gewonnen. Haar werk is in het Engels, Frans en Afrikaans vertaald.
Uit:’De luwte van het late middaguur’ uit 2002 een gedicht geschreven voor Harry Mulisch.
.
Otiot
.
Het vlees komt los van de botten. De ziel zingt
zich weg van het lichaam. De klinkers botsen
tegen het karkas van tweeëntwintig letters aan.
In den beginne was het woord. Een alefbeet
van slijk en klei. Hoor ik haar heer of huur haar hier.
Kon ik maar al jouw klinkers zijn en weerklinken
in de klankkast van je lijf. Ik koester het skelet van
zachte consonanten. De meester van ‘de procedure’
noemde hen het zichtbare lichaam van de woorden.
De klinkers noemde hij hun ziel en dus onzichtbaar.
D KLNKRS ZN HN ZL N DS NZCHTBR. Zo bijbels
klinkt het niet in onze ingedijkte moddertaal. en ander-
maal stoor ik je rust, staar je me aan, stuur je me weg.
.
Japanse overlijdensgedichten
Zen Monniken
.
In Japan is het een lange traditie dat je niet alleen je testament opmaakt (meestal vlak voor) je overlijden maar ook een zogenaamd overlijdensgedicht schrijft, een zogenaamde Jisei ( 辞世 ). Deze vorm van poëzie is voortgekomen uit het Zen Boeddhisme. Een Jisei is een meestal maar niet exclusief een Haiku. Yoel Hoffmann stelde het boek ‘ Japanese Death Poems: Written by Zen Monks and the Haiku Poets on the Verge of Death’ samen.
De Jisei, vaarwel gedichten aan het leven, zijn niet, zoals je misschien zou denken, donkere zware gedichten. Vaak representeren ze de persoon die het gedicht schreef bij leven of hoe die persoon naar zijn/haar leven keek of juist naar de dood. Sommige overlijdensgedichten zitten vol humor of zijn juist heel hoopvol.
Hier zijn twee voorbeelden uit het boek (in het Engels en Japans).
.
Van de beroemde Haiku dichter Basho is deze Jisei
“旅に病んで 夢は枯野を かけ廻る” Stricken on a journey, My dreams go wondering around, Withered fields Basho wist dat hij ging sterven en dat hij niet meer thuis zou komen, hij wist echter dat zijn dromen niet zouden stoppen met rondreizen. . Moriya Sen-an schreef deze Jisei, en moet wel erg van alcohol hebben gehouden. “我死なば 酒屋の瓶の 下にいけよ。せめて滴の 盛りやせんもし” Burry me when I die beneath a sake barrel in a tavern. With luck, the cask will leak .
Ginder
Onderweg
.
De bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991 van Herman de Coninck bestaat uit drie delen of hoofdstukken. ‘Het meervoud van geluk’, ‘Zonder’ en ‘Onderweg’. Het laatste gedicht uit de bundel is ‘Ginder’ en volgt na twee gedichten Hier [1] en Hier [2]. Hoewel de titels van de drie gedichten enige samenhang suggereren heb ik die niet kunnen ontdekken. Wel tussen de gedichten Hier [1] en [2] maar niet met Ginder.
Omdat ik al gekozen had voor ‘Ginder’ houden jullie de andere twee gedichten tegoed. Of je leest ze zelf in ‘Enkelvoud’ natuurlijk.
.
Ginder
.
Ik zoek een dorp.
En daarin een huis. En daarin een
kamer, waarin een bed, waarin een vrouw.
En in die vrouw een schoot.
.
Buiten maakt de rivier zich breed
om ver te gaan, de zilvergeschubde,
vissenhebbende, botendragende,
zeezoekende, hierblijvende.
.
Zo zoekt een vergelijking
een gedicht voor de nacht,
een man een vrouw,
een leeslint een vouw.
Nacht klapt het boek dicht.
.
Zeegedichten
Karel van de Woestijne
.
Naar aanleiding van een vraag via Facebook van een collega, kwam ik terecht op de website http://www.waterwereld.nu/zeegedichten.php een website met louter gedichten over de zee van Nederlandse en Vlaamse dichters. Grappig genoeg maken ze een onderscheid tussen ‘beroemde’ gedichten en ‘andere, niet beroemde’ gedichten maar er valt een hoop te genieten. Wie precies de onderverdeling gemaakt heeft is me ook niet duidelijk en over de mate van ‘beroemdheid’ valt ook nog wel wat te zeggen maar als je je daar niet aan stoort (en waarom zou je) dan is dit een mooi overzicht van gedichten over de zee en het water.
Omdat ik erg van de zee hou, er vlak bij woon en er ook vaker over gedicht heb wil ik deze website graag onder jullie aandacht brengen. Van deze website een gedicht van Karel van de Woestijne.
.
‘k Verzoek de zee
‘k Verzoek de zee, ‘k verzoek geen aarde en hare vruchten
dan als het donker zwerk vol donderend geruchten.
‘k Verzoek geen ongeziene ruimte, noch den tijd
dan, verre en vroom, gelijk een vrage in eeuwigheid.
Maar ‘k weet: ik schater aan de zee; ik ben de zegen
der plassende akkers aan den daver van den regen.
‘k Ben naauwelijks de blik die wemelt en die gaat;
maar ziet: ik draag den droom van allen op ’t gelaat.
.
Contra de vreugde
Campusdichter
.
Egbert van Hattem was campusdichter van de Universiteit Twente in 2011. Het Vrijthof Cultuurcentrum publiceerde in dat jaar een fraai vormgegeven bundel van Egbert van Hattem. De bundel is tweetalig in het Nederlands en Engels en heeft een hardcover. Niet alleen alle gedichten zijn tweetalig ook alle begeleidende teksten evenals het voorwoord en de informatie over van Hattem.
Omdat de Universiteit Twente 50 jaar bestond in 2011 wilde men aldaar de feestvreugde nog eens extra vergroten door middels een wedstrijd een campusdichter te kiezen. De wedstrijd werd met vlag en wimpel (aldus het voorwoord) gewonnen door van Hattem die toen coördinator van de wetenschapswinkel was.
Uit deze bundel het gedicht ‘Contra de vreugde’.
.
Contra de vreugde
.
Wie cultuur de das omdoet
verstrikt zich in zijn eigen val,
wie op de kunst bezuinigt
die raakt op een dag in ondertal.
.
Wie zo angstig is voor verbeelding
ziet zijn eigen monster niet.
Eens dan gaat hij door verveling
onder tot groot zelfverdriet.
.
Lees eens een gedicht
Bundel uit 1974
.
Ook in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd er al aan promotie van de poëzie gedaan. Bij Querido verscheen in 1974 de bundel “lees eens een gedicht’, samengesteld door T. van Deel, met daarin 170 gedichten van alle, in die tijd, bekende Nederlandse dichters.
Kees Fens schreef destijds over deze bundel: “van Deel heeft uiteraard op kwaliteit gekozen, maar heeft met die keuze niet volstaan. Hij heeft de gedichten gegroepeerd rond gemakkelijk herkenbare thema’s..”
“Deze bloemlezing heeft dus een echte opbouw. Poëzie wordt alledaagser dan u denkt. Dat een bloemlezer dat kan bereiken, is een prestatie”.
De bloemlezing wil het plezier in het lezen van poëzie activeren. Of dat gelukt is weet ik niet (geen idee ook hoe ze dat willen gaan controleren) maar het heeft in ieder geval een mooie bundel opgeleverd met een dwarsdoorsnede van de Nederlandse dichters uit die tijd. Bekende namen maar ook minder bekende namen staan in deze bundel door elkaar.
Ik heb gekozen voor een gedicht van een wat minder bekende dichter namelijk van de dichter Alain Teister. Teister (1932 – 1979) was behalve dichter, schrijver en schilder. Hij was ook een van de drijvende krachten achter de oprichting van theater De Engelenbak.
.
Versvoeten
.
Elk dichtertje zingt
zoals het genekt is
door rotjeugd, rotwijf, rotinkt.
En hij is de eminentste
die tussen de brekebenen
zijn voeten het minst kapothinkt
en dat het bedroefdst formuleert.
Elk dichtertje zingt
vrij ongedeerd.
.
Geen uitweg
Ewa Lipska
.
Ewa Lipska (1945) is een Pools dichter, columnist. Daarnaast was ze redacteur van de poëzie sectie Literaire uitgeverij (1970-1980), directeur van het Pools Instituut in Wenen (1995-1997), lid van de Poolse en de Oostenrijkse PEN Club, stichtend lid van de Vereniging van Poolse Schrijvers (1989) en lid van de Poolse Academie van Wetenschappen.
In 1967 debuteerde ze met de bundel ‘Gedichten’ en sinds die tijd publiceerde ze vele bundels, won ze vele literaire prijzen en was ze regelmatig te zien en te horen op literaire festivals in Europa en de Verenigde Staten. Daarnaast werden veel van haar teksten op muziek gezet. In vertaling van Esselien ’t Hart hier het gedicht ‘Geen uitweg’ uit 1990.
.
Geen uitweg
.
Dit is dat hotel. Deze kamer.
Het bed waarin zij hebben geslapen.
De roze magnolia’s hangen nog in de kast.
Zij hebben bijna de hele stad met liefde besmet.
Mensen vielen elkaar in de armen.
Meisjes hingen mannen om de hals
als namaaksieraden.
In de wisselkantoren
werden kussen gewisseld.
Men stierf niet meer.
De lijkwagen vervoerde pasgehuwden.
Ambtenaren lazen de gedichten van Ronsard.
Censors schrapten de horizon.
Corrigeerden het uitzicht uit het raam.
Midden op het marktplein werd
Feest der liefde van Watteau opgehangen.
Uit luidsprekers klonken
de liederen uit Dichterliebe van Schumann.
De dieren kregen vleugels aangemeten
in de vorm van harten.
De terreur der liefde regeerde het stadje.
Weigeraars werden in de afgrond gestort.
Was het mogelijk dat zij niet wilde liefhebben?
Iemand trachtte een rede te houden maar het sloeg nergens op.
Een ander had een misdaad op het puntje van zijn tong.
De ratten verlieten massaal de stad
zonder om te kijken naar het vuurwerk.
Men danste juist op het verplichte bal.
En alleen zij wisten al dat
een stap vooruit de dood betekende
en een stap achteruit slechts moord.
.

















