Site-archief

De herfst van Zorro

Rodaan Al Galidi

.

De in Irak geboren dichter en schrijver Rodaan Al Galidi (1971) woont sinds 1998 in Nederland. Naast dichter is hij auteur van verschillende romans. Al Galidi debuteerde in 2000 met de dichtbundel ‘Voor de nachtegaal in het ei’. Inmiddels heeft hij meerdere romans en dichtbundels op zijn naam staan. 

Zijn dichtbundels ‘De herfst van Zorro’ (2007) en ‘Koelkastlicht’ (2016) werden genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. De bundel ‘De herfst van Zorro’ bestaat uit een drieluik: ‘Gedichten van de hoogste verdieping van Zorro’, ‘Gedichten van de middelste verdieping van Zorro’, ‘Gedichten van de laagste verdieping van Zorro’, respectievelijk ‘het hoofd’, ‘het hart’ en ‘de penis’ van Zorro. Die verschillende verdiepingen, die in wezen eigen verhalen vertellen, verwoorden ook samen de verdeeldheid die in Zorro schuilgaat. In een recensie die op Literair Nederland verscheen is te lezen: “De lach is een belangrijk gegeven in ‘De herfst van Zorro’: vrijwel altijd aanwezig maar tegelijk soms ook zo fout.

Toen ik het gedicht ‘mooi meisje van achttien’ las (dat eigenlijk als titel heeft ‘Zorro zingt voor een mooi meisje van achttien dat veel naar de televisie kijkt met een zak chips op tafel’) begreep ik die lach. Na een eerste glimlach bij het lezen van het gedicht bekruipt je het gevoel dat hier iets serieus aan de orde wordt gesteld. Uit het hoofdstuk ‘De hoogste verdieping’.

.

mooi meisje van achttien

.

Op de bank

met afstandsbediening in je rechter-,

afstandsbediening in je linkerhand.

Weet je dan niet dat de televisie

de rolstoel voor jouw ogen is?

Als de regen niet nu

op je lichaam valt,

als de keelpijn niet nu

op je ranke nek klopt,

als de wind niet nu

je krullende haren streelt,

wanneer dan wel?

.

 

Graf te Blauwhuis

Gerard Reve

.

Op de radio hoorde ik een discussie over Gerard Reve (1923-2006). Was Reve een geweldige schrijver of vooral een op sensatie gericht persoon. Het leek mij een enigszins overdreven discussie gezien de status die Reve heeft en de vele liefhebbers van zijn werk. En ja, Reve was er wel de man naar om als hij dat nodig vond, nog wat olie op een smeulend vuurtje te gooien, maar dat staat wat mij betreft los van zijn enorme waarde voor de Nederlandse literatuur. Als ik alleen al denk aan wat zijn roman ‘De avonden’ uit 1947 teweeg heeft gebracht na verschijnen.  In een opiniepeiling uit 2002 plaatsten leden van de Maatschappij voor de Nederlandse Letterkunde ‘De avonden’ op de eerste plaats van de werken sinds 1900 in de Nederlandse canon.

Maar ook op poëziegebied heeft Reve betekenis. In zijn reisbrievenboek ‘Nader tot U’ uit 1966 waarin veel van de poëzie van Gerard Reve is opgenomen, blijkt Reve ook een begenadigd dichter te zijn. Voor de ware poëzieliefhebber is dit allemaal geen nieuws. Daarom, om nog maar eens te onderstrepen dat Reve naast schrijver van verhalen, romans en brieven ook zeker dichter was het gedicht ‘Graf te Blauwhuis’ dat ik nam uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 2007.

.

Graf te Blauwhuis

(voor buurvrouw H., te G.)

.

Hij rende weg, maar ontkwam niet,

en werd getroffen, en stierf, achttien jaar oud.

Een strijdbaar opschrift roept van alles,

maar uit het bruin Geëmaljeerd portret

kijkt een bedrukt en stil gezicht.

Een kind nog. Dag lieve jongen.

.

Gij, die Koning zijt, dit en dat, wat niet al, ja ja, kom er eens om,

Gij weet waarom het is, ik niet.

Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?

.

Gevonden gedicht

A. den Doolaard

 

Afgelopen week was ik met vrienden een weekje op reis in Albanië en Noord-Macedonië. En in dat laatste land, in het plaatsje Ohrid, is iets bijzonders te zien. In het oude centrum van de stad is een A. den Doolaardmuseum. Toen ik hier voor het eerst van hoorde was bij mij de verbazing groot. Een belangrijk Nederlands schrijver, die in Nederland vrijwel niet meer gelezen wordt, met een eigen museum in een land als Noord-Macedonië.

Den Doolaard (1901-1994) was bij mij vooral bekend van zijn roman ‘De herberg met het hoefijzer’ uit 1933 dat ik las voor mijn lijst op de middelbare school. Leuk feitje is dat dat boek gaat over eerwraak in Albanië. In Ohrid werd mij duidelijk dat den Doolaard daar gewoond had en en tijdens reizen door de Balkan inspiratie op had gedaan voor het boek over Albanië.

Wat ik niet wist, het gebeurt me gelukkig nog regelmatig dat ik verrast wordt door (roman-) schrijvers die ook dichter blijken te zijn, schreef A. den Doolaard ook poëzie. Den Doolaard (pseudoniem van Cornelis Johannes George Spoelstra jr.) debuteerde in 1926 als dichter met de bundel ‘De verliefde betonwerker’. Hierna publiceerde hij nog ‘De wilde vaart’ (1928) en ‘Vier balladen’ (1928) voor hij zijn eerste roman publiceerde in 1929. Over zijn jonge jaren als dichter schreef hij: “Ik zelf las, schreef, droomde, at en dronk poëzie”. Zijn eerste gepubliceerde gedicht, Credo, verschijnt omstreeks 1921 in Het Getij. Al snel volgen andere vitalistische gedichten in diverse literaire tijdschriften en dichtbundels, altijd onder het pseudoniem A. den Doolaard.

In het museumpje ( want veel meer dan een grote kamer was het niet) waren vooral veel boeken en wat artefacten tentoongesteld maar er waren ook wat gedichten ingelijst. Zoals het gedicht ‘Bij den “Arbeitseinsatz”.

 

Bij den “Arbeitseinsatz”

 

Naar Duitschland, waar de bommen vallen,

Waar dagelijks geweren knallen,

Naar Duitschland, om er te gaan werken,

Om er de Moffen te gaan versterken?

Neen, laat hem stikken, Seyss den dreiger,

Weiger! Weiger!

m

Naar Duitschland om het tuig te smeden,

Waarmee Uw vrijheid wordt bestreden,

Naar Duitschland om het regime te rekken,

Dat nog de wapens niet wil strekken?

Neen, blijft standvastig als een krijger,

Weiger! Weiger!

m

Naar Duitschland om Uw dwingelanden

Te helpen met Uw eigen handen,

Naar Duitschland, het zoodje op gaan lappen,

Die ons bestaan als volk vertrappen,

Neen, blijf getrouw als een Zwijger,

Weiger! Weiger!

m

Tegen meditatieve kennis

Rabindranath Tagore

.

Mijn dochter is aan het afstuderen en vroeg me of ik soms mensen kende die een jaar lang minimaal 100 minuten poer week mediteerde en er daarna ineens mee gestopt waren. Je kunt het maar willen onderzoeken. Ik moest daaraan denken toen ik een gedicht las van Rabindranath Tagore (1861-1941). Deze Indiase dichter, roman- en toneelschrijver was tevens wijsgeer en mysticus en beoefende de schilderkunst en sprak Esperanto. Hij was bovendien de eerste Indiase winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur in 1913. Tagore schreef het Indiase en het Bengaalse volkslied. Kortom een zeer erudiet en geleerd mens.

Tagore schiep een soort letterkunde die dichter bij het gesproken Bengaals lag dan men ooit daarvoor had geschreven. Hij schreef voornamelijk in het Bengaals, maar vertaalde zelf veel van zijn werken in het Engels. In zijn werk komt grote kennis van zowel de Westerse als de Indiase cultuur tot uitdrukking. Hij predikte ascese noch yoga, maar een vreugde- en liefdevol opgaan in God in het dagelijks leven.

En juist dat laatste komt zo mooi terug in het gedicht waaraan ik moest denken toen mijn dochter me de vraag stelde. Het gedicht ‘Tegen meditatieve kennis’ komt uit de bundel ‘De mooiste van Rabindranath Tagore’ uit 1997 in een redactie van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. Uit het gedicht blijkt voor mij ook dat ondanks dat je zo’n geleerd man bent en de Nobelprijs voor de Literatuur hebt gewonnen, je wel degelijk ook een gezond gevoel voor humor kan hebben.

.

Tegen meditatieve kennis

.

Zij die willen gaan zitten, hun ogen sluiten

en mediteren om te weten of de wereld waar is of liegt,

mogen dit doen. Het is hun keuze. Maar intussen

zal ik bij volle daglicht en met hongerige, gulzige ogen

een kijkje nemen in de wereld.

.

 

Eventjes

Hannes Meinkema

.

Hannes Meinkema (1943), schrijver, feminist en literatuurwetenschapster (pseudoniem van Hannemieke Stamperius) schreef ook poëzie. Ik schreef al eerder over haar werk dat uit heel veel romans, essays en verhalen bestaat en uit precies 1 dichtbundel ‘Het persoonlijke is poëzie’ uit 1979. Binnen bepaalde kringen is haar werk bekend maar bij het grote publiek is ze vooral een schrijver die  in de jaren ’70 en ’80 enige bekendheid verwierf met bijvoorbeeld de roman ‘En dan is er koffie’.

De reden dat ik hier opnieuw over haar schrijft ligt gelegen in het feit dat ik een gedicht van haar las uit die ene poëziebundel die ze publiceerde waarin een gevoel beschreven wordt dat ik herken van vrienden met jonge kinderen en drukke banen. Het steeds maar aan staan, elk moment van de dag, vooral bij mensen die thuis werken (in maar ook na de Corona periode). De hoofdpersoon in dit gedicht blijft eventjes zitten in de auto die voor de deur van haar huis geparkeerd staat voor ze naar binnen gaat (waar er waarschijnlijk meteen een beroep op haar wordt gedaan). Ik ken voorbeelden van mensen die juist ook het huis ontvluchten en naar buiten gaan waar ze even alleen en met rust gelaten worden.

Het feit dat dit gedicht uit 1979 stamt (of al eerder) geeft maar aan dat dit iets is dat van alle tijden is en waarvoor eigenlijk geen oplossing is. Behalve dan eventjes te blijven zitten in een auto die geparkeerd staat voor je eigen huis.

.

Eventjes

        voor Maja

ik ga eventjes werken zegt ze tegen de kinderen

eventjes

moeten jullie me niet storen

.

en de preciuese beelden die ze maakt

zijn de schrijnende en

levenslange

bronsgeworden veelheid van gevoel

van iemand die als ze het niet langer uithoudt

eventjes

in de auto voor de deur alleen moet zitten zijn.

.

Je lippen zijn zo zacht

Eva Meijer

.

Meestal debuteren dichters na een periode van schrijven, voordragen, publiceren in tijdschriften of digitaal. Een enkele keer komt een debuut na een lang leven van publiceren van alles behalve poëzie. Zo’n geval is Eva Meijer (1980 ). Meijer is filosoof, kunstenaar, schrijver, en singer-songwriter. Ze schreef vijftien boeken – romans, essays en academische filosofie – en haar werk is vertaald in meer dan twintig talen. Haar werk werd meerdere keren genomineerd voor verschillende prijzen (Libris Literatuurprijs,  de ECI Literatuurprijs, de Vondel vertaalprijs en de International Dublin Literary Award) en ze won de Lezersprijs van de BNG Bank Literatuurprijs en de Halewijnprijs.

En nu, na alles wat ze al heeft bereikt op muzikaal, filosofisch en literair gebied, is er haar debuut als dichter met de bundel ‘Het witste woord’ dat pas geleden verscheen. Hoewel de bundel goed onthaald werd (zo was het de clubkeuze van poëzietijdschrift Awater) is er ook wel wat kritiek te horen. Zoals op het gedicht ‘Zee me’ (al zo vaak gedaan en daardoor niet verrassend of origineel) en op het eenregelige gedicht ‘Misschien’ dat wat nietszeggend is.

Gelukkig is er ook veel te genieten in deze bundel. Onder andere het gedicht ‘Je lippen zijn zo zacht’. Een liefdesgedicht Dat mij zeer kan bekoren.

 

Je lippen zijn zo zacht

.

Je lippen zijn zo zacht. Wat schud je met je hoofd?

Je vingers om mijn pols. Je zegt: niet weggaan. En gaat weg.

Je lippen zijn zo zacht.

.

Wat zich uitvouwt om ons heen. De regen en de velden, geel en grijs

en grijs en groen – je zij, je arm, je bovenbeen. Dat blauwe overhemd.

Het gras is hoog, het buigt.

.

Je lippen zijn zo zacht, je houdt mijn hand zo vast.

De hond loopt door een plas. We missen woorden voor het blijven.

.

Waarom kijk je naar het pad? En schuin en niet naar mij.

En ook niet naar de vogels.

Je huid zit achter stof.

.

Waarom kijk je zo naar mij? Er valt motregen op je woorden.

Je moet nog leren om te blijven. Leren kijken naar dat ene.

.

Maar we hebben alle tijd. En je lippen zijn zo zacht net als je ogen.

.

Ademloos

Bea Vianen

.

Schreef ik op 19 september jongstleden nog over de bundel ‘Vrouwen dichten anders’, vandaag is het de beurt aan de bundel ‘Dit maakt ons ademloos bij haar geluid’, de mooiste gedichten door vrouwen geschreven. Samengesteld en ingeleid door Maaike Meijer en Annettje Dia Huizinga uit 1986. Je zou verwachten dat deze twee bundels een grote mate van overlap vertonen in de gekozen gedichten en dichters maar dat is zeker niet het geval. Natuurlijk zijn de grote en historische namen in beide bundels vertegenwoordigd ( onder andere Ida Gerhardt, Eva Gerlach, Hadewych, Hanny Michaelis en Neeltje Maria Min) maar er zijn ook echt grote verschillen tussen de twee bundels.

In ‘Dit maakt ons ademloos bij haar geluid’ een dichtregel uit een gedicht van Ida Gerhardt over de dichter Sappho, zijn bekende maar vooral ook minder bekende dichters aan het woord gelaten. Over moeders en dochters, seks, seksuele politiek, politiek engagement, humor, vriendinnen en grootouders. Met name het politieke element maakt voor mij het verschil met ‘Vrouwen dichten anders’.

Zevenenveertig dichters komen aan het woord in bijna 250 pagina’s. Ik koos tussen al deze geweldige dichters voor de dichter Bea Vianen (1935-2019). Deze Surinaamse schrijfster van romans, verhalen en poëzie wordt gerekend tot de belangrijkste Nederlands-Caraïbische auteurs van de jaren ’70 van de 20ste eeuw. In haar werk staan twee thema’s centraal, de etnische verdeeldheid van haar land (Suriname) en het verlangen naar vrijheid.

In ‘Dit maakt ons ademloos bij haar geluid’ staat in het hoofdstuk ‘Politiek engagement’ het gedicht ‘Palmentuin’ uit haar bundel ‘Liggend stilstaan bij blijvende momenten’ uit 1974.

.

Palmentuin

.

Gedreven door een kracht, sterker dan

de haast, steek ik – hoe voelt na

dertig jaar het mos, de rug, de zitting

van de bank, de stam waarin gekerfd, naam

en datum staan, – de straat over

.

Een snelle blik naar binnen en ik weet:

juist aan zo’n tuin valt te merken

hoe het ons volk vergaat wanneer

z’n laatste gouverneur een Hollander is geweest.

.

Verloederde sfeer. Waar eens op zondagmiddag

keurig aangeklede kinderen onder

ouderlijk toezicht, dennappeltjes vergaarden,

liggen nu schillen, rumflessen. Preservatieven.

.

Rouw is een lichaam

Marc Reugebrink

.

De in Nederland geboren maar al jaren in Gent woonachtige dichter, essayist en schrijver Marc Reugebrink (1960) debuteerde in 1988 met de dichtbundel ‘Komgrond’ waarvoor hij de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs ontving. Voor zijn debuut won Reugebrink in 1987 voor een aantal van zijn gedichten het Hendrik de Vriesstipendium van de stad Groningen. Na zijn debuut verschenen nog enkele bibliofiele uitgaves en in 1991 verscheen zijn tweede en laatste dichtbundel ‘Wade’. In de jaren hierna schreef hij nog poëzierecensies voor onder andere Nieuwsblad van het Noorden en de Groene Amsterdammer.

Ook maakte hij van 1990 tot 1993 deel uit van de redactie van literair tijdschrift, De XXIe Eeuw, een vervolg op het inmiddels ter ziele gegane tijdschrift De Held, van 1994 tot 1999 van het algemeen cultureel tijdschrift De Gids en van 2001 tot 2008 van het onafhankelijke Vlaamse literaire tijdschrift Yang. Vanaf 1995 schrijft Reugenbrink vooral romans.

Uit zijn tweede en laatste bundel ‘Wade’ uit 1991 nam ik het gedicht ‘Rouw is een lichaam’.

.

Rouw is een lichaam

.

Rouw is een lichaam, liefje.

Het is je hand op tafel

met gespreide vingers op de tast,

het is het onzichtbare hart

in de ondenkbare ruimte

.

die zich vult met jou. Mooi

ben je, haast onwerelds en nabij

met gespreide vingers tastend

naar het hart en naar de pijn.

.

Er is geen ander zijn, geen

ander wezen dan wat blijft

en steeds opnieuw begint,

.

aan deze tafel zit in onweerlegbaar,

onbarmhartig tegenlicht, en zo

.

volstrekt alleen gelaten is.

.

Hoeveel letters

Bianca Boer

.

De Rotterdamse dichter Bianca Boer komt uit Groningen maar is inmiddels een ‘echte Rotterdammer’ geworden. Bianca schrijft boeken; romans, kinderboeken en poëzie. In Mugzines #9 staan tekeningen en poëtische teksten van Bianca. Haar achtergrond (Kunstacademie en Schrijversvakschool) staan garant voor veel fraais zowel in beeld als in tekst. Ze is eindredacteur bij literair kindertijdschrift BoekieBoekie en schrijfdocent bij de VAK in Delft en de SKVR in Rotterdam.

In haar laatste poëziebundel ‘Vaste grond’ uit 2022 (genomineerd voor de Mr. J. C. Bloem Poëzieprijs 2023) staat het verlies van een moeder aan Alzheimer centraal en wat dat betekent voor de wereld rondom die moeder.

Uit deze laatste bundel las ik het gedicht ‘Hoeveel letters maak ik aan je vuil’ waarin de tekst dit keer belangrijker is dan het beeld, komt de ziekte duidelijk naar voren.

.

Hoeveel letters maak ik aan je vuil

.

aan het eind van de wereld zwijgen de bomen

woorden spelen verstoppertje

liefde staat bij de z van zucht

.

het zijn de seizoenen geweest

die ons met regen willen troosten

bij eik staat begeerte

onder verliefd verlies

bij jou en mij staat hardhout

.

een snuitkever volgt de openstaande rand

van onze initialen in de stam van de boom

letters als littekens van jaren die verstreken

het bos is oud geworden zonder ons

.

Voor de prullenbak

Stella Bergsma

.

Dichter, romanschrijfster, opiniemaker en zangeres van Einstein Barbie  Stella Bergsma (1970) heeft een nieuwe dichtbundel uit. Na ‘Cupcakes’ in 2014 is er dan nu de bundel ‘Meesterwerk voor de prullenbak’ waarin weer duidelijk de stem van Bergsma te horen en te lezen is. ‘Meesterwerk voor de prullenbak is een poëziebundel die bestaat uit gedichten die Bergsma in de prullenbak wou gooien. Totdat zij besefte dat dit eigenlijk ware meesterwerken zijn aangezien ze nog geen ‘photoshopfilter’ over zich heen kregen.

In de bundel is een breuklijn aangebracht zodat je gedichten die je niet bevallen eruit kan scheuren. Een grappige gedachte al vraag ik me af wie dat ook werkelijk gaat doen. In de bundel gedichten, liedjes, sommige recht-toe-recht-aan, zoals veel mensen Bergsma zullen denken te kennen maar ook gevoelige gedichten met mooie zinnen en gedachten. Ik heb voor twee gedichten gekozen. De eerste korte is getiteld ‘Muggen’ en aangezien ik samen met Marianne en Bart MUGzine maak wilde ik deze niet laten liggen en de tweede, wat langere is getiteld ‘Sierlijke suïcide’ een heerlijk positief gedicht.

.

Muggen

.

hier zijn de woorden die mij maken

onuitgesproken tegen je geschouderde haar.

je hebt er niet één gevangen

en klopt ze als muggen plat tegen de muur

waar ze vlekken achterlaten

die alleen ik kan zien

.

Sierlijke suïcide

.

Zelfhaat is uit

het is zo Vincent van GOH

dus draai een pirouette

trek je jurkste jurk aan

en houd je armen

als de hals van een zwaan

,

gewoon de dag op zon betrappen

en met je lach de aarde breken want

je hebt de waarheid om je nek gedrapeerd

en draagt haar ondanks de rafels

toch naar het bal

.

auto-aversie heeft afgedaan

dus berg je gesel op

kijk hoe hij glitters achterlaat

in de palm van je hand

en als je toch wilt slaan

steek dan gracieus je pink in de lucht.

.