Site-archief
Bloed
Naomi Shihab Nye
.
Terwijl ik in de chaos zit van een woonkamer die geschilderd wordt, lees ik in ‘The United States of Poetry‘ uit 1996, dat de schilders uit voorzorg uit mijn boekenkast hebben gehaald omdat het uitsteekt. Het blijft een fijn boek om in te lezen; groot, mooi vormgegeven en vol gedichten van dichters die ik niet ken. En daarnaast ook nog eens uitermate informatief.
Ook dit keer kom ik iets bijzonders tegen (ik lees dichtbundels zelden van kop tot staart, tenzij voor een recensie) namelijk een gedicht van Naomi Shihab Nye (1952). Nye is een Palestijns-Amerikaanse dichter , redacteur, songwriter en romanschrijver . Ze is geboren uit een Palestijnse vader en een Amerikaanse moeder. Op zesjarige leeftijd begon ze met het schrijven van haar eerste gedichten. In totaal heeft ze meer dan vijfendertig boeken gepubliceerd en aan honderden andere boeken bijgedragen. Haar werk omvat poëzie, jeugdliteratuur, prentenboeken en romans. Nye heeft gedurende haar carrière talloze prijzen ontvangen, waaronder de NSK Neustadt-prijs voor kinderliteratuur in 2013 , was de Young People’s Poet Laureate van de Poetry Foundation voor de periode 2019-2022, en in 2024 ontving ze de Wallace Stevens Award en de Texas Writers Award.
In ‘The United States of Poetry’ is het gedicht ‘Blood’ opgenomen. ‘Blood’ of ‘Bloed’ zoals de vertaling luidt, gaat over het eigen identiteitsgevoel van de dichter als Palestijns-Amerikaanse die opgroeide tussen de twee culturen. Het gedicht begint met de spreekster die een paar verhalen uit haar jeugd vertelt. Dit waren momenten waarop haar vader uitlegde wat een “echte Arabier” is. Deze verhalen gingen altijd gepaard met spreekwoordelijke uitspraken of gebeurtenissen. Er waren humoristische momenten in andermans huizen, vreemde ontmoetingen voor hun eigen deur en verschrikkelijke gebeurtenissen die elke verklaring tartten.
Dat laatste is waar de tweede helft van het gedicht zich op richt. Er gebeurde iets dat Nye en haar familie schokte. Ze wendde zich, zoals altijd, tot haar vader voor antwoorden, maar hij had er geen. Vervolgens ging ze naar het platteland rondom haar Amerikaanse huis en vroeg de schapen, de koeien en de lucht wat ze moest denken, doen en wat voor soort persoon ze moest worden.
Een van de redenen dat ik aan dit gedicht bleef hangen terwijl ik in The United States of Poetry’ las was dat, hoewel dit gedicht uit haar bundel ‘Words under the Words; selected poems’ uit 1995 komt, het thema, helaas vandaag de dag nog steeds heel erg actueel is. En dan vooral de gebeurtenis in de vierde strofe, een gebeurtenis ‘waarvan de krantenkoppen stollen in haar bloed’ die helaas na 1995 nog steeds en regelmatig terugkeert in de actualiteit. Hieronder de vertaling van ‘Blood’. Het origineel is hier te lezen.
.
Bloed
.
Dingenverdriet
Marjolijn van Heemstra
.
Voordat Marjolijn van Heemstra (1981) debuteerde als romanschrijver met ‘De laatste Aedema’ (2016) en als columnist met ‘Het groeit! Het leeft!’ (2017) was ze al in 2010 gedebuiteerd als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’. Ze had toen al een goede neus voor publiciteit en marketing want ze vroeg bekende (onder andere Arie Boomsma, Henkjan Smits, Frits Bolkestein) en minder bekende Nederlanders (haar kapper) om een gedicht uit haar bundel voor de camera voor te lezen, deze leuke filmpjes werden op een website gezet en ze wist daar veel publiciteit mee te vergaren.
Helaas is de website of het deel van haar website waar de filmpjes ooit te zien waren offline maar de afzonderlijke filmpjes zijn nog terug te vinden op YouTube. Ik heb het filmpje waarin Youp van t Hek een gedicht uit deze bundel voorleest hieronder gezet.
De bundel (waarvan de omslag toen al een verwijzing was naar haar fascinatie voor het heelal en de ruimte) het vervolgens erg goed en haar naam als dichter was gevestigd. De bundel werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en kreeg de Jo Peters Poëzieprijs. Ik las de bundel en bleef hangen bij het gedicht ‘Dingenverdriet’ waarin haar poëtische stem wat mij betreft heel goed naar voren komt.
.
Dingenverdriet
.
Hierbij verklaar ik je rug tot rug,
je mond tot speeksel, tanden, tong
alle paden begaanbaar
het wonder gesloten.
.
Als we ons missen, bedenk
we waren oppervlaktevissers
haak- en wormloos
netten opgeknoopt
.
behalve een grasbrand
stichten we niets dan adem-
kastelen we lieten geen afdruk maar rode lintjes na
.
voor onbestemden om te volgen
een ontgoochelend simpel spoor
met aan de laatste lage tak
in een oogopslag te vinden
dit dingenverdriet.
.
.
Misschien is de regen in Overijssel beter
Rodaan al Galidi
.
De eerste keer dat ik Rodaan al Galidi (1971) ontmoette was op het poëziepodium van Ongehoord Rotterdam in 2010. Daar droeg hij voor uit zijn werk (o.a. uit de bundels ‘De laatste slaaf’ uit 2008 en uit ‘De herfst van Zorro’ uit 2007). Ik schreef destijds in het verslag van deze middag: De laatste dichter van de middag was Rodaan al Galidi. Deze uit Irak afkomstige dichter droeg voor uit zijn verschillende bundels. Licht surrealistische, tragikomische gedichten over zijn eigen werk, berustend en vol zelfspot maar ook een serieus gedicht over de oorlogen die hij heeft mee gemaakt.
De in Irak geboren Rodaan Al Galidi woont sinds 1998 in Nederland. Naast dichter is hij auteur van verschillende romans, waaronder het nieuwste boek ‘Holland’ (2020). Dit is het vervolg op de bestseller ‘Hoe ik talent voor het leven kreeg’, dat inmiddels ook is verschenen in het Engels. Zijn dichtbundels ‘De herfst van Zorro’ (2007) en ‘Koelkastlicht’ (2016) waren genomineerd voor de VSB Poëzieprijs. Zijn roman ‘De autist en de postduif’ (2011) won de Literatuurprijs van de Europese Unie.
In 2009 verscheen zijn dichtbundel ‘Digitale hemelvaart’. Op de website van dereactor.org is in een recensie van deze bundel te lezen: “Digitale hemelvaart is ondanks een lichte, soms zelfs hilarische toon uiteindelijk een harde bundel. De charmeur ervaart de druk van zijn historische en politieke omstandigheden, hij twijfelt aan zijn identiteit en heeft weinig vertrouwen meer in de relatie met zijn publiek. De dichter keert zich af van de mensenwereld; hij weet niet meer zeker of hij zelf mens is. Uiteindelijk is het zelfs niet zeker of er in het menselijke nog wel oplossingen te vinden zijn. In Digitale hemelvaart botst het aantrekkelijke en toegankelijke van de poëtische techniek met ongenaakbare, soms zelfs onmenselijke onderwerpen. Die botsing laat een ongemakkelijk tekort zien, de onoverbrugbare afstand tot de wereld waarin de dichter vrij zou willen zijn. Dat levert veel mooie, soms bijzonder krachtige gedichten op, en maakt Digitale hemelvaart tot een aangrijpend boek.”
Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Misschien is de regen in Overijssel beter’. Als bibliothecaris herken ik deze situatie zo goed, en in dit gedicht komen de twee culturen die Al Galidi in zichzelf heeft gesloten tot een zachte botsing.
.
Misschien is de regen in Overijssel beter
.
In de lege leeszaal in de bibliotheek
pakte ik geluidloos
uit mijn tas een bord,
een mesje
en een mango.
Voor ik de mango schilde,
zei een blonde vrouw: ‘Sorry meneer,
hier mag niet gegeten worden.’
‘Ik ben aan het lezen,’ fluisterde ik.
Ik probeerde uit te leggen
dat ik wilde beginnen aan het derde hoofdstuk
van het verhaal van de mango,
maar de blonde vrouw,
die de onzichtbare lezers
niet wilde storen,
wenkte,
vriendelijk kijkend
naar mij en de mango
een politieagent
uit een boek over veiligheid in Overijssel.
Zo ging ik naar buiten
om in de regen te lezen.
.
Gezonde democratie
Hans van Willigenburg
.
In 2008 verscheen van Hans van Willigenburg de bundel ‘Objectief verzuipen’. Van Willigeburg (1963) is dichter, journalist, copywriter, romanschrijver en programmamaker. Hij is wekelijks te horen op Radio Rijnmond. De bundel ‘Objectief verzuipen’ is zijn poëziedebuut. Zijn verhalen en poëzie verschenen onder meer in Maatstaf, Hollands Maandblad, De Brakke Hond, Dietsche Warande & Belfort en Propria Cures, maar zijn gedichten werden ook opgenomen in diverse bloemlezingen, waaronder de bloemlezing van Ilja Leonard Pfeijffer, ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’.
In de bundel Objectief verzuipen’ staat het gedicht ‘Gezonde democratie’ dat ook is opgenomen in de bloemlezing ‘Ik proef iets dat bedorven is’ uit 2016 onder redactie van Daniël Dee, Alexis de Roode en Benne van der Velde. Ik las het gedicht en moest meteen aan mijn gedicht ‘De grote leider‘ denken. Helaas is de strekking van dit gedicht nog altijd actueel of misschien wel actueler dan ooit nu het populisme groeit.
.
Gezonde democratie
.
de lijstrekker
één meter vijfentachtig
spierwitte tanden
correcte das
dito pak
pretogen
die zeggen
‘alles verloopt tot dusver perfect
een sterke jongen die mijn feestje
nu nog verpest’
.
zwaait naar zijn ritmisch klappende achterban
betreed nog steeds trouw zwaaiend het spreekgestoelte
terwijl rechts van hem een adviseur met oordopje
klein
vlekkerige huid
hem voor de zekerheid
en op gebiedende wijze
de heilige trits nog eens influistert
.
-Volk! Verandering! Victorie!-
.
alvorens zijn salariseisen
een verdieping lager
in de catacomben van de hal
naar een ander kamp te mailen
.
Terug naar het begin
Sholez Rezazadeh in Mugzine
.
De nieuwste editie van MUGzine is uit! In #21 hebben de dichters Bauke Vermaas, Sholez Rezazadeh en Frans Terken bijdragen geleverd. De illustraties zijn dit keer van Danièle Knirim (@hier_vandaan op Instagram). Uiteraard is er een nieuw poëtisch voorwoord en zorgde dichter Bauke Vermaas dit keer voor de @l.uule.
De nieuwe editie is zoals altijd gratis te downloaden op de website maar als je de papieren versie wil ontvangen word dan donateur. Voor twee tientjes per jaar ontvang je 5 edities van MUGzine in je brievenbus plus de extra’s die we elk jaar bedenken (GUM, ansichtkaart, Special).
Om alvast in de stemming te komen hier een gedicht van Sholez Rezazadeh (1989) kwam in 2015 vanuit Iran naar Nederland. Drie jaar na haar aankomst tekende ze een contract voor haar romandebuut ‘De hemel is altijd paars’ (2021) dat bekroond werd met de Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2022 en met de Bronzen Uil Publieksprijs 2021. Het stond bovendien op de longlist van de Libris Literatuur Prijs 2022 en de Hebban Debuutprijs 2022. Haar tweede roman ‘Ik ken een berg die op me wacht’ verscheen in 2023 en is genomineerd voor European Union Prize for Literature. Naast proza schrijft Sholez ook columns voor het Financiële Dagblad en dus ook poëzie.
Voor haar werk ontving Sholez de Agora Lettera (2018) schrijversprijs voor proza, de El Hizjra literaire prijs (2019) voor poëzie en de Debutantenprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (Engels: Debutantenprijs van de Vereniging voor Nederlandse Letterkunde ) (2022), voorheen de van der Hoogt-prijs. Voor het Groningse festival Terug naar het begin, schreef ze het gelijknamige gedicht dat ook in editie 5 in 2022 van De Gids verscheen.
.
Terug naar het begin
.
Neem me terug
naar de zomermiddagzon
naar het harde gelach van de stenen
die het geluid van mijn kleine stappen herhalen
naar de zachte stilte van het steegje
in het middagdutje
naar de straten die de taal van mijn blik begrijpen
de regen die ruikt naar het haar van mijn geliefde
naar de rust die druppel voor druppel uit mijn droge keel drupt
terwijl de tijd zweet
op de opgedroogde rimpels in mijn voorhoofd
als een rivier
die niet meer verder wil
breng me terug
naar een stukje warm brood gewikkeld in een schone doek
naar een gepelde, gesneden appel
een ketel die fluit
een pan die al uren op het vuur staat
naar de geur van de handen die ik kende
naar iemand die op mij wacht
totdat ik aan zal komen en alles als een bliksem zal omarmen
totdat ik mijn mond zal openen
en alle appels en broden lach voor lach, stuk voor stuk op zal eten
met schoenen in de kleur van de zonsopkomst
met een hoofd dat naar herfst ruikt
zal ik door alle seizoenen heen dansen
tot het eind van de vlaktes
neem me terug
zodat ik de gebroken stukken uit mijn verstoorde dromen opruim
ze op de plank leg
één voor één
met vingers druipend van gesmolten moed
leeg van de vrees
om uit elkaar te vallen
zonder een plakkerige angst
om niet meer in elkaar te passen
neem me terug
naar een plek waar ik het kronkelende lichaam van het lachen aanraken kan
ader voor ader, haar voor haar
waar ik de kleuren van de zon van haver tot gort ken
en het accent van alle golven versta
neem me terug
om mijn stem op te halen
de schaduw van hoop
die van nergens naar nergens is gestegen
om me heen te slaan
om achter elk raam een vuur te branden
mijn gisteren, mijn heden te plukken en in mijn zak te stoppen
om de doorn die in mijn voetzool is gezonken eruit te trekken
en door te lopen
door het donkerste deel van de zee
met de waterdruppels die tussen mijn sleutelbenen komen
op het zand dat zo zacht is
als de wangen van een verre droom
een ongegronde boom
met gevallen fruit
die niet tegen de winternacht kan
met bladeren die onder de wind bezweken zijn
dit is mijn verhaal NIET
neem me terug
naar het heldere hoofd van een zaadje onder de grond
dat een bos wil worden
dat met open ogen over de lente droomt
en de taal van de vogels verstaat
mijn verhaal is DIT
mijn verhaal is geen verhaal van vertrek
geen verhaal van terugkeer
mijn verhaal is alles wat het waard is om voor op te staan
opnieuw in stukken te breken
opnieuw voor te rennen
opnieuw voor te verdwalen
opnieuw te begraven
opnieuw te ontkiemen
mijn verhaal zit in mijn stem, mijn ogen, mijn longen
neem me terug
naar een verhaal dat we kennen.
Chaplin
Simon Vestdijk
.
Romanschrijver, dichter, essayist, vertaler, muziekcriticus en arts Simon Vestdijk (1898-1971) was een veelschrijver (hij schreef maar liefst 52 romans) en als dichter is hij bij het grote publiek waarschijnlijk minder bekend. Dat Simon Vestdijk een zeer belezen intellectuele man was blijkt uit de titels van zijn romans en dichtbundels. Neem zijn Tien Grieksche sonnetten uit de bundel ‘Gestelsche liederen’ uit 1949 of de bundel ‘Thanatos aan banden’ uit 1948.
In 1955 verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de bloemlezing ‘Een op de zeven’, een bundeling gedichten samengesteld door de schrijver zelf. In deze bloemlezing verschillende van zijn sonnetten, kwatrijnen en andere dichtvormen maar ook, en dat vond ik dan wel weer heel verrassend, een gedicht over Charlie Chaplin (1889-1977) een generatiegenot van Vestdijk. Het is een charmant gedicht met een duidelijke Vestdijk signatuur.
.
Chaplin
.
Kaarsrecht,
Twee kruitvlekken onder den neus.
Nooit bang.
Maar toch gedeserteerd uit dat regiment maan-
Niemand, niemand is zoo bleek [bewoners.
En zoo zwart geschaduwd op aarde.
.
Loop recht omhoog.
Een doode vulkaan gebouwd van Pierrotmutsen,
Manchetten en ernstige theeketeltjes
Wacht op je;
Beklim ze maar weer,
Kleine lorrenkoopman.
.
Hang je stok aan een stilgezet eerste kwartier
En schommel,
Schommel met fladderbewegingen,
En geef aan elk hart,
Elk hart waar je bij kunt,
Een klein, voorzichtig trapje.
.
Ik heb je lief
Nâzim Hikmet
.
Nâzim Hikmet (1902-1963) is de meest geliefde en gelezen dichter van Turkije. Met zijn poëzie veranderde hij het aanzien van de Turkse literatuur. Naast dichter was hij roman-, toneel- en memoiresschrijver. Tijdens de Eerste Wereldoorlog begint hij in Istanboel gedichten te schrijven. Hij studeert politieke economie aan de universiteit en moet omwille van zijn communistische gedachtegoed uit Turkije vluchten. In 1928 keert hij terug en wordt in 1938 opgepakt en veroordeeld tot een gevangenisstraf van 28 jaar; zijn boeken zouden aanzetten tot ongehoorzaamheid en rebellie. In 1950 komt hij eindelijk vrij en vlucht naar de Sovjet-Unie. In 1963 sterft hij er en wordt in Moskou begraven.
Als dichter wilde Hikmet schrijven over de universele gevoelens, hij zei daarover: “Ik wil dat alles wat eigen is aan de mens ook eigen is aan mijn poëzie”. Hij schreef over de liefde, de dood, vrede en revolutie, vreugde en verdriet, hoop en hopeloosheid. Ook zei hij: “Als de lezer een gedicht wil lezen over het 1 meifeest dan moet hij bij mij zijn, en als hij een gedicht wil lezen over zijn onbeantwoorde liefde, dan moet hij ook mijn boeken lezen”, om zijn brede interesse en thematiek maar aan te geven.
Ik koos uit de bundel ‘De mooiste gedichten van Nâzim Hikmet’ uit 2007 een liefdesgedicht getiteld ‘Ik heb je lief’ geschreven op 27 augustus 1960.
.
Ik heb je lief
.
Zoals men brood in zout dipt en eet, zo heb ik je lief,
zoals ik ’s nachts, door koorts uit mijn slaap gehaald,
mijn brandende mond aan de waterkraan druk, zo
[heb ik je lief,
zoals men een zwaar pakje van de post waar men inhoud, noch
[afzender van kent,
haastig, blij en nieuwsgierig opent, zo heb ik je lief,
zoals ik voor de eerste keer over de oceaan zou vliegen
[zo heb ik je lief,
zoals de avond zacht over Istanbul valt
en me ontroert, zo heb ik je lief,
zoals ik zou roepen ‘Goddank, we leven!’, zo heb ik je lief.
.
IJstocht
Simon Vestdijk
.
Simon Vestdijk ( 1898 – 1971) was romanschrijver, essayist, vertaler, muziekcriticus, arts en dichter. Dat laatste is bij veel mensen niet bekend. Vestdijk schreef een enorm oeuvre bij elkaar maar wordt tegenwoordig niet veel meer gelezen. Als je op de website van DBNL.org kijkt krijg je een idee van de enorme productie van deze schrijver.
In 1926 debuteert Vestdijk met gedichten in het tijdschrift ‘De Vrije Bladen’. Zijn poëzie is gratis te downloaden via de website over hem. Daar is ook te lezen dat Vestdijk maar liefst 12 dichtbundels heeft gepubliceerd. Veel minder dan romans maar toch nog steeds een respectabel aantal.
Ik kwam op deze website omdat ik in de verzamelbundel ‘Glad en wijd ligt het ijs’ de mooiste schaatsgedichten uit de Nederlandse en Friese literatuur uit 1999, het gedicht ‘IJstocht’ van Vestdijk tegenkwam. Omdat de winter er nu toch echt lijkt aan te komen en vele mensen hopen op vorst zodat de ijzers weer ondergebonden kunnen worden, hier dit gedicht.
.
IJstocht
.
Door albast blinkt de zon. De velden schijnen
Ons tegen met dezelfde gele glans,
Die ook op ’t hardblauw vlak aan de balans
Der schaatsen ontschampt in bestoven lijnen.
.
Het kruis der armen, ’t overstag der voeten,
De losse haren onder mutsenvacht:
Alles biedt de weerstand tegen ’t ontmoeten,
Dat wij zo lang vermeden, overmacht,
.
Een korte tijd maar op de noordervijvers
Met ’t gele zuiderlicht, waarlangs het steken
Der ijzersneden is als vlijt’ge drijvers
Naar een verliefdheid die niet door wil breken.
.
Na de regen
Mark Boog
.
Op Facebook las ik in een bijdrage van dichter Mark Boog dat hij plezierig verrast was dat hij in een verzamelbundel was opgenomen (Gedichten van het nieuwe millennium’ twintig jaar 21e-eeuwse poëzie uit Nederland en Vlaanderen). Tegelijkertijd was hij minder blij met het feit dat ze zijn naam niet goed gespeld hadden (Marc in plaats van Mark). Voor iemand wiens naam een ei bevat (waar de meest gangbare vorm van die naam met eij wordt geschreven, een herkenbare irritatie.
Alle reden voor mij om een gedicht van Mark Boog te delen (elke aanleiding is er een nietwaar). Boog (1970) is dichter en romanschrijver. In 1995 debuteerde hij als dichter in het tijdschrift De Appel. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift Mondzeer en de Reuzenkreeft uitgaf.
In 2000 debuteerde Mark Boog met de bundel ‘Alsof er iets gebeurt’, waarmee hij de C. Buddingh’-prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’.
In de derde bloemlezing van Avier (Stichting Literaire Activiteiten Avier) uit 2014 is Mark Boog opgenomen met het gedicht ‘Na de regen’.
.
Na de regen
.
Toen bleek ook de ontheffing ongeldig.
Het was na de regen. We liepen
door de met herfstbladeren gevulde straten.
Alles glom, trots op zijn verdriet,
en onze handen zochten vanzelf onze zakken op.
In elk geval, de termijn was vestreken.
Je knikte, meer in het algemeen dan naar mij,
en de lucht barstte open, zon wrong zich
door majestueus grijs de grommende wolken,
sloeg met stomheid het plaveisel, ons,
gedierte dat scharrelde zonder vergunning.
We zwegen, keken omlaag, maakten iets kapot.
.














In de beperking toont zich de meester
30 mrt
Geplaatst door woutervanheiningen
Johann Wolfgang von Goethe
.
De waarde van lezen ligt voor mij vooral in het ontdekken van nieuwe werelden, inzichten en verhalen. En natuurlijk geldt dit ook voor het lezen van poëzie. De uitspraak ‘In de beperking toont zich de meester’ kende ik, maar dat deze uitspraak van de Duitse wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof, dichter, natuuronderzoeker en staatsman Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) was wist ik dan weer niet.
Dat ik nu weet dat Goethe deze uitspraak deed komt door het gedicht ‘Natuur en Kunst’ of ‘Natur und Kunst’ in het Duits, dat ik las in de bloemlezing ‘Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren’ De Westeuropese poëzie in honderd gedichten uit 1996. Hierin zijn 100 bekende en/of beroemde gedichten opgenomen die gerekend kunnen worden tot de beste uit vijf West-Europese taalgebieden; het Duits, Engels, Frans, Italiaans en Spaans. Samensteller Peter Verstegen sloeg geen enkele beroemde dichter over in dit ruim 400 pagina’s tellende overzicht.
Dichters als Dante, Petrarca, Shakespeare, Keats, Baudelaire, Rimbaud, Goethe en Rilke, ze zijn allemaal vertegenwoordigd. De gedichten zijn opgenomen in de oorspronkelijke taal en in een vertaling en voorzien van commentaar door Peter Verstegen. Voor de volledigheid deel ik hier het gedicht ‘Natuur en Kunst’ in de vertaling en in het Duits.
.
Natur und Kunst
.
Natur und Kunst, sie scheinen sich zu fliehen,
Und haben sich, eh’ man es denkt, gefunden;
Der Widerwille ist auch mir verschwunden,
Und beide scheinen gleich mich anzuziehen.
.
Es gilt wohl nur ein redliches Bemühen!
Und wenn wir erst in abgemeßnen Stunden
Mit Geist und Fleiß uns an die Kunst gebunden,
Mag frei Natur im Herzen wieder glühen.
.
So ist’s mit aller Bildung auch beschaffen:
Vergebens werden ungebundne Geister
Nach der Vollendung reiner Höhe streben.
.
Wer Großes will, muß sich zusammen raffen;
In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister,
Und das Gesetz nur kann uns Freiheit geben.
.
Natuur en Kunst
.
Natuur en kunst lijken elkaar te mijden,
Maar eer je ’t weet komen zij tot elkaar;
Ook mijn afkerigheid is niet meer waar,
Ze lijken mij gelijkelijk te verleiden.
.
Slechts de intentie telt! Zolang wij maar
Eerst aan de kunst een aantal uren wijden
Met geest en ijver, is het geen bezwaar
Als de natuur het hart weer komt bevrijden.
.
Zo is het met cultuur van elke rang:
Vergeefs zullen door niets gebonden geesten
Naar vervolmaking van het hoogste streven.
.
Naar grootheid streven vergt veel zelfbedwang;
In de beperking pas toont zich de meester,
En wetten slechts kunnen ons vrijheid geven.
.
Andy Warhol
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Duitse dichters, Favoriete dichters
1 reactie
Tags: 1996, Andy Warhol, Baudelaire, beste uit de taalgebieden, Bloemlezing, commentaar, Dante, de westeuropese poëzie in honderd gedichten, dichtbundel, dichter, Duits, Duits dichter, Engels, filosoof, Frans, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, Goethe, In de beperking toont zich de meester, inzichten, Italiaans, johann wolfgang von goethe, Keats, lezen, Natur und Kunst, Natuur en Kunst, Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren, natuuronderzoeker, oorspronkelijke taal, Peter Verstegen, Petrarca, poëzie, poëziebundel, Rilke, Rimbaud, romanschrijver, samenstelling, Shakespeare, Spaans, toneelschrijver, verhalen, Vertaling, vijf Europese taalgebieden, West-Europa, wetenschapper