Site-archief
Tuig
Lumpentum
.
De laatste tijd gaat het in de media nogal eens over tuig. (Voetbal-) hooligans, straatbendes, drugs-gerelateerde ontploffingen, trollen op Twitter die Jan en alleman bedreigen en ga zo maar door. De Duitse dichter, schrijver en literair criticus Heinrich Heine (1797-1856), geboren als Harry Heine (geen geintje!) schreef er een treffend gedicht over. Heine behoorde tot de stroming van de Romantiek. Hij maakte vele ironische en spitsvondige gedichten die ook tegenwoordig nog mensen aanspreken.
Het gedicht met de veelzeggende titel ‘Tuig’ of ‘Lumpentum’ in het Duits komt uit de bundel ‘Romanzero’ en wel uit het tweede boek ‘Lamentaties en Lazarus’. Het gedicht is vertaald door Marko Fondse en ik nam het uit de bundel ‘Denk ik aan Duitsland in de nacht’ uit 1988.
.
Tuig
.
De rijkelui krijg je pas plat,
Als je ze plat weet op te vrijen –
Het geld is plat, mijn kleine schat,
En eist ook platte vleierijen.
.
Zwaai gul het wierookvat met lof
Naar ieder goddelijk gouden kalf;
Kruip en aanbid in slijk en stof.
Maar áls je looft, doe het dan níet half.
.
Hoog is van ’t jaar de prijs van ’t brood.
Maar ’t schoonste van de woordenschat
Ligt nog op straat – bezing desnoods
Maecenas’ hond en vreet je zat!
.
Lumpentum
.
Afscheid
Cees Nooteboom
.
In 2020 verscheen van de hand van een van onze grootste schrijvers (en dichter) Cees Nooteboom (1933) een bundeltje met de titel ‘Afscheid’. De ondertitel is in dit geval misschien nog belangrijker want die luidt: Gedicht uit de tijd van het virus. De bundel bestaat uit drie hoofdstukken (I, II en III) en elk hoofdstuk bestaat weer uit 11 gedichten die genummeerd zijn, steeds van 1 t/m 11.
In het nawoord beschrijft Nooteboom hoe deze bundel tot stand is gekomen, welke uitgangspositie er was, welke wendingen de gedichten namen en dat daar waar hij heenreist het virus alomtegenwoordig is. Hij schrijft over dat laatste: ‘het zou ook vreemd zijn als het gedicht zich daar niets van aan zou trekken’. En over de poster in de lege stad waarop staat ‘begint hier het hiernamaals’. Hij eindigt zijn nawoord met de geschreven eerste regels ‘het einde van het einde, wat kon dat zijn?’. Wij weten het nu. Ik plaats hier gedicht 1 uit hoofdstuk I.
.
1
.
Dit vroeg de man in de wintertuin zich af,
het einde van het einde, wat kon dat zijn?
Het leek hem geen enkele vorm van verdriet,
hij keek naar buiten, zag een wolk die er uit
.
zag als een wolk. loodgrijs, te zwaar voor
elke weegschaal, de ontbladerde vijgenboom
tegen de duizendjarige stenen van de muur,
de ganzen van de buren, hun censuur,
.
hoe de nacht gecorrigeerd moest worden,
de grammatica van onteigening, niemand
nog zichzelf, geen enkele verschijning,
terugtocht in nederlaag
.
maar geen bestemming.
.
Het dondert en bliksemt niet
René Huigen
.
Dichter, vertaler, essayist en schrijver René Huigen (1962) maakte oorspronkelijk deel uit van de Maximalen, maar verliet deze groep al snel. Hij concentreert zich steeds meer op de vraag wat poëzie eigenlijk is en waarom poëzie betekenis heeft. Huigen doceerde in de jaren negentig van de 20e eeuw aan de Schrijversvakschool ’t Colofon in Amsterdam. In 1999 doceerde hij poëzie aan de Universiteit van Michigan. René Huigen debuteerde met de bundel ‘Paleis der ingewanden’ in 1989. De bundel ‘Geen muziek & geen mysterie’ uit 2003 werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs.
In ‘In Liefde Bloeyende’ De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten’, nam Gerrit Komrij het gedicht ‘Het dondert en bliksemt niet’. Komrij noemt het een gedicht dat brutaal en ook wel geestig is van een dichter die laat zien dat hij donders goed weet waar de klepel hangt in de moderne poëzie. En;l De dichter is de magische schepper van zijn eigen wereld. Hij vraagt de lezers alleen maar of ze bereid nzijn in de ban van het gedicht te blijven, of ze het gedicht zolang het duurt niet willen verlaten. Dat laatste zeker niet lijkt me.
.
Het dondert en bliksemt niet
.
Mooi weer spelend wordt als donderslag
bij heldere hemel zonneklaar
dat tegen die achtergrond
het decor als foto
op het golfkarton van
een spiegelgladde zee is geplakt
Dat het niet dondert en bliksemt
hoe beelden aarde maken, hoe
de snavel van een vogel met zijn veren
kortgesloten wordt, of hoe
wat woord is tot stof verwordt
Zolang de suggestie zich ontlaadt
in wat tegelijkertijd wordt opgewekt,
als een zichzelf bedruipende kaars
in de vorm van een hondje
dat het eigen kaarsvet oplikt
.
Schoon genoeg
Frouke Arns
.
De website van SLA|Avier (Stichting Literaire Activiteiten Avier is helaas uit de lucht maar gelukkig hebben we hun uitgaven nog uit 2012, 2013 en 2014. In de bundels ‘De gedichten van’ zijn gedichten van bekende en minder bekende dichters opgenomen. Zelf sta ik met het gedicht ‘Kerfstok’ in de editie 2012. Helaas is aan dit mooie initiatief een einde gekomen. In ‘Avier, De gedichten van 2014’ staat het gedicht ‘Schoon genoeg’ van dichter, schrijver en voormalig stadsdichter van Nijmegen (2015-2017) Frouke Arns (1964). Dat gedicht wil ik hier met jullie delen.
.
Schoon genoeg
.
Ik heb de kringen achter de kast geschrobd,
zelfs de webben op zolder waar wij zelden kwamen
als een suikerspinmeisje op een stokje gedraaid.
.
De lakens vingen veel wind vandaag en zon
stort door het raam op de vloer, de blankgeboende.
Het bad staat vol en onbewogen.
.
Bomen werpen hun schaduwen ver vooruit;
de wingerd die je steen overwoekert
heb ik sinds jaren voor het eerst niet gesnoeid.
.
Uit mijn boekenkast
e.e. cummings
.
In mijn boekenkast staan een paar bundels van de Amerikaanse dichter e.e. cummings (1894 – 1962). Een van de aardigste vind ik de bundel ‘selected poems 1923 – 1958’ een Penguin pocket uit 1963 (uit de serie The Penguin Poets). In deze bundel is het bijzondere taalgebruik van cummings nog niet zo gestileerd. Dichter, schrijver en kunstschilder cummings, was een van de meest radicaal experimentele en inventieve schrijvers van de 20e eeuw. Zijn stijl wordt gekenmerkt door typografisch non-conformisme, het gebruik van jazzritmes, jargon en andere elementen uit de populaire cultuur. Maar zoals gezegd zijn zijn vroegere gedichten vaak nog niet zo radicaal van vorm.
De gedichten van cummings hadden ook in zijn vroege jaren zelden een titel en worden in de index dan ook gerangschikt op de eerste zin (wat veel lezers dan ook vaak aanzien voor de titel). Omdat ik een groot liefhebber ben van het werk van cummings en omdat ik weet dat hij nog steeds veel fans heeft ook in Nederland hier het gedicht zonder titel met als eerste zin ‘Humanity i love you’.
.
Humanity i love you
because you would rather black the boots of
success than enquire whose soul dangles from his
watch-chain which would be embarrassing for both
.
parties and because you
unflinchingly applaud all
songs containing the words country home and
mother when sung at the old howard
.
Humanity i love you because
when you’re hard up you pawn your
intelligence to buy a drink and when
you’re flush pride keeps
.
you from the pawn shop and
because you are continually committing
nuisances but more
especially in your own house
.
Humanity i love you because you
are perpetually putting the secret of
life in your pants and forgetting
it’s there and sitting down
.
on it
and because you are
forever making poems in the lap
of death Humanity
.
i hate you
,
Ezel!
Dubbelgedicht
.
Vandaag een dubbelgedicht over een dier met een, onterecht, dubieuze naam; de ezel. Het eerste gedicht is van Jacob Israël de Haan (1881 – 1924), een schrijver, dichter, publicist en rechtsgeleerde. Het gedicht ‘Ezeltje’ komt uit de bundel ‘Kwatrijnen’ uit 1994.
Het tweede gedicht is van Lêdo Ivo (1924 – 2012) een Braziliaans dichter, schrijver, essayist en journalist. Zijn gedicht ‘De ezel’ komt uit de bundel ‘Vleermuizen en blauwe krabben’ uit 2000 vertaald door August Willemsen.
.
Ezeltje
.
Ezeltje op uwe sterke hertepootjes,
Wat gaat gij driftig door de smalle straat.
Gij struikelt niet over steenen en gootjes.
Een trouw en sober kameraad.
.
De ezel
.
Boven op de verschroeide oever
graast de ezel. Zijn grote gele tanden
vermalen het droge gras dat over is
van zo veel voorjaar.
De aarde is donker. In de volkomen blauwe hemel
werpt de zon zijn schitteringen en verwarmt
tomaten, artisjokken, aubergines.
De ezel overziet de dag die trilt
van zo veel licht
en balkt, zijn aandeel
in de schoonheid van de wereld.
.
Dadaïst
Jan Cremer
.
Schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer (1940) worden vele functies toebedacht op de website van de RKD (Rijksdienst voor Kunsthistorische Documentatie) maar de functie van dichter staat er niet bij. Nou is Jan Cremer bekend van veel dingen maar niet (of nauwelijks van zijn poëzie). En toch zou je kunnen stellen dat alles met poëzie is begonnen. In 1956, op 16 jarige leeftijd schreef hij bijvoorbeeld al gedichten die zijn opgenomen in de bundel ‘Verloren gedichten’ uit 2004. Dat dit bundeltje met gedichten uit de periode 1956 tot 1992 redelijk obscuur is blijkt ook uit het feit dat bij de Digitale Bibliotheek voor Nederlandse Letteren dit bundeltje nergens te vinden is bij de informatie over Cremer.
Jan Cremer debuteerde met vier hoofdletterloze gedichten in 1956 in het literair tijdschrift KLAT dat werd uitgegeven in Deventer. Een openingsbod op een veiling van dit tijdschrift in 2013 was al € 450,- maar dit had waarschijnlijk meer te maken met de naam Jan Cremer dan met de inhoud of het poëtisch gehalte van de gedichten.
Uit dit bijzondere bundeltje wil ik graag het gedicht ‘Dadaïst’ uit 1956 delen (in 1957 schreef hij een ‘vervolggedicht’ met de titel ‘Dadaïst II) waarin al veel van de latere bravoure van Cremer in doorschemert.
.
Dadaïst
.
Zijn haren geklonken uit prikkeldraad
verbrande voeten liepen op as
in rokerige nevel ving hij de mensen
en vormde ze in hun slaap tot
DADA DADA DADA
.
In de ban van zijn grijze ogen
verloor de kermende maagd haar eer
rollende hete keien zochten houvast
maar kreunend sprak hij zacht
DADA DADA DA…
.
Hij zocht zijn mes uit hondevel
en sneed zijn oren af en hoezee
uit duistere grotten klonk het hoorngeschal
in pijn schreef hij zijn naam met bloed
DADA DA…
.
Nog stikkend in zijn laatste kus
verstootte hij de vrouw die met
holle lach en verschroeide haren
over gloeiende aarde kroop en riep
DADA…
.
Ready-made
Frank Báez
.
Frank Báez is een Dominicaanse dichter en fictieschrijver en heeft zes dichtbundels, een boek met korte verhalen en twee non-fictiewerken gepubliceerd. Hij stond op de Bogotá 39-2017-lijst van de meest veelbelovende schrijvers van 39 jaar of jonger. In 2019 was hij te gast bij Poetry International in Rotterdam. Hij maakt deel uit van het spokenwordcollectief ‘El Hombrecito’ (De kleine man). Bij uitgeverij Karaat kwam zijn vertaalde bundel uit getiteld ‘Gisteren droomde ik dat ik een DJ was’.
De poëzie van Frank Báez (1978) beweegt zich in een tragikomische, schijnbaar autobiografische wereld van gedichten waarin een jonge eilandbewoner aan het woord is die het liefst de wijde wereld intrekt om kunstenaar te worden. De dichter heeft veel gereisd en veel van de wereld gezien, en hij kijkt daarop terug in zijn gedichten: Chicago, Egypte, de Middellandse Zee – een voor een worden de locaties opgenomen in dat universum van die jongeman die graag groots en meeslepend wil leven maar toch zijn geliefde eiland in de Caribische Zee maar niet uit zijn systeem krijgt. Steeds keert Báez terug naar de kade, de pier en de golven.
In zijn gedicht ‘Ready-made’ wat geen ready made is, lees je de onrust terug.
.
Ready-made
.
Verlaat vroeg het werk.
Loop de trap op en tel daarbij elke trede.
Neem een douche.
Voer de kat.
Verwarm het eten in de magnetron.
Kies een condoom.
Kies een vrouw om het condoom mee te gebruiken.
kies een bed om de vrouw en het condoom mee te gebruiken.
Kies een kamer om het bed, de vrouw en het condoom mee te gebruiken
Kies een motel om de kamer, het bed, de vrouw en het condoom mee te
gebruiken.
Neem nog een douche.
Loop de trap op zonder de treden te tellen.
Oploskoffie.
Sluit uzelf op in een ruimte zonder rolgordijnen
van de vele ruimtes zonder rolgordijnen in deze stad.
Zet de televisie aan.
Ga slapen.
Word vroeg wakker
en blijf voor de deur staan wachten
tot u erachter komt dat het zinloos is.
Prozac.
Ga slapen.
.














