Site-archief

Humor, brutaliteit en satire

John Wilmot, graaf van Rochester

.

In de rij van dichters die opvielen door hun krankzinnighied, hun gevaar voor de medemens en hun idiotie mag John Wilmot, de graaf van Rochester (1647 – 1680) zeker niet ontbreken. John Wilmot erfde de titel van graaf bij de dood van zijn vader in 1658. Op 12-jarige leeftijd ging hij naar het Wadham College van de Universiteit van Oxford, waar hij op slechts 14-jarige leeftijd zijn Master of Arts verkreeg. Vervolgens ondernam hij, onder begeleiding van een tutor, de grand tour door Frankrijk en Italië. In 1662 keerde hij terug naar Engeland en begaf zich naar het hof, waar hij vanwege zijn knappe voorkomen, humor en scherpe geest de gunst verwierf van Karel II. In 1665 verwierf hij de heldenstatus door zijn optreden tijdens de Slag in de Baai van Bergen in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.

Wilmot had zich echter al vroeg een nogal vrije levenswijze aangemeten en werd door zijn gedrag diverse malen van het hof verwijderd, maar steeds weer in genade aangenomen. Die levenswijze was overigens een aanslag op zijn fortuin en hij besloot de rijke erfgename Elizabeth Malet het hof te maken. Zij wees hem echter af, waarop hij haar op 28 mei 1665 schaakte. De koning werd hierop zo kwaad dat hij hem liet opsluiten in de Tower of London. In 1667 stemde Elizabeth overigens alsnog in met een huwelijk. Dit maakte echter geen eind aan zijn escapades, getuige zijn diverse affaires, onder andere met de actrice Elizabeth Barry, met wie hij in 1677 een dochter kreeg. Hij wierp zich ook op als mecenas voor verschillende dichters en toneelschrijvers, waaronder de dichter John Dryden. Er ontstond ongenoegen met Lord Mulgrave, de latere hertog van Buckingham, een andere begunstiger van Dryden. Deze daagde hem uit tot een duel, waar Wilmot met een smoes (gezondheidsredenen) onderuit kwam. Hierop nam hij wraak op Dryden door hem door een groep mannen aan te laten vallen.

Op 33-jarige leeftijd liet zijn gezondheid hem inderdaad in de steek als gevolg van geslachtsziekten en overmatig alcoholgebruik. In het voorjaar van 1680 trok hij zich terug in zijn huis in Woodstock Park en leek daar uiteindelijk tot inkeer te komen. Hij liet bisschop Gilbert Burnet bij zich komen, die tot de slotsom kwam dat zijn berouw oprecht was, en twee dagen later overleed hij.

Dat John Wilmot over enig talent beschikte blijkt uit dit vers,  met de veelzeggende titel ‘To this moment a rebel’ waarvan de datum onbekend is.

.

To this moment a rebel

.

To this moment a rebel I throw down my arms,
Great Love, at first sight of Olinda’s bright charms.
Make proud and secure by such forces as these,
You may now play the tyrant as soon as you please.

When Innocence, Beauty, and Wit do conspire
To betray, and engage, and inflame my Desire,
Why should I decline what I cannot avoid?
And let pleasing Hope by base Fear be destroyed?

Her innocence cannot contrive to undo me,
Her beauty’s inclined, or why should it pursue me?
And Wit has to Pleasure been ever a friend,
Then what room for Despair, since Delight is Love’s end?

There can be no danger in sweetness and youth,
Where Love is secured by good nature and truth;
On her beauty I’ll gaze and of pleasure complain
While every kind look adds a link to my chain.

‘Tis more to maintain than it was to surprise,
But her Wit leads in triumpth the slave of her eyes;
I beheld, with the loss of my freedom before,
But hearing, forever must serve and adore.

Too bright is my Goddess, her temple too weak:
Retire, divine image! I feel my heart break.
Help, Love! I dissolve in a rapture of charms
At the thought of those joys I should meet in her arms.

.

491-1882
Painting – John Wilmot (1647 – 80) 2nd Earl of Rochester;
English;
Late 17th century.

Zwembad

Sam Hoeck

.

De Vlaamse dichter Sam Hoeck (1995) studeert filosofie aan de universiteit van Antwerpen en wil daarnaast heel graag schrijven.Van tijd tot tijd staat ze op een podium om haar teksten ten gehore te brengen, andere keren weer zijn haar teksten vooral om te lezen. Sam Hoeck is naast dichter ook verzamelaar van pasfoto’s. In 2017 was Sam Hoeck een van de dichters die deelnamen aan de Poeziebustoer. Ook is zij verbonden aan het Collectief Dichterbij, verenigd Kempisch woordtalent. Van haar het prozagedicht ‘ Zwembad’.

.

Zwembad

.

Aan de rand van het zwembad staat een man. Hij neemt een kind

vast bij de enkel en steekt het in de lucht als een trofee. Het kind

hangt ondersteboven. In de veronderstelling dat het kind valt als

het losgelaten wordt, zegt de man: ” Kijk ik red een kind.” Iemand

passeert en zegt: ” Misschien is hij de moeite van het redden niet

waard.” De man laat het kind los. het kind valt ussen haakjes,

wordt niet meer bekeken, ook al is het er nog steeds.

.

Ik draag een badpak waarin mijn tepels uitgesproken aanwezig

zijn. Ik zit aan de rand van het zwembad en het kind in zijn

zwemband drijft voorbij.

.

Ik       Ben je gevallen?

Hij      Ja

Ik       Doet het pijn?

.

Het kind trekt zijn schouders op en laat ze weer los.

.

Hij      Valt wel mee

.

Ik ben bang dat mensen naar mijn tepels kijken. In het water volgt

iedereen dezelfde koers, alleen de gedachten gaan andere kanten

uit. Een vrouw met een rode badmuts op haar hoofd denkt aan de

liefde als een bokswedstrijd: wachten tot de ander opgeeft, zodat

alleen achterblijven een teken van overwinnen is.

.

PoeTree

Guelph

.

In het zuid-oosten van Canada ligt het stadje Guelph. Ik had er nog nooit van gehoord maar het is een stad met een universiteit en het telt zo’n 120.000 inwoners. In november 2017 werd door Shawn Desouza-Coelho bedacht en geplaatst op het terrein van de universiteit. The PoeTree, is een kunstmatige boom in een grote pot waaraan draad bungeld aan de takken versierd met knijpers, waar mensen die langs lopen gedichten aan kunnen bevestigen of vanaf meenemen. Soms zijn de gedichten geschreven door volkomen vreemden en andere gedichten zijn bestaande gedichten die men aan de boom heeft toegevoegd.

De gedichten zijn lang, kort, eenvoudig en complex, in diverse stijlen en in meerdere talen. Er zijn gedichten bij die beginnen met ‘Het gras is groen, de lucht is blauw …’. En er zitten gedichten tussen die gaan over eenzaamheid en wanhoop. Maar ze zijn allemaal vrij om mee te nemen of mensen kunnen een lessenaar in de buurt gebruiken om hun gedicht te schrijven en deze voor iemand anders in de boom achter te laten.

Desouza-Coelho, die meer van dit soort PoeTrees in de Greater Toronto Area plaats, spreekt van een groot succes. “Het was geweldig om te zien hoe mensen gedichten met elkaar uitwisselden en de contacten die de mensen met elkaar legden rondom de boom”. “het kan gaan over innerlijke beroering of om uiterlijke oppervlakkigheid, het maakt niet uit, alles is goed”.

Dit project is gebaseerd op het motto van ‘community is the answer’, zegt Desouza-Coelho hierover. “Ik ben er stellig van overtuigd dat we uiteindelijk een punt zullen bereiken dat we weer met onze buren moeten praten en dit is een perfecte basis daarvoor. “Als de boom eenmaal is omringd door mensen, is het geweldig om te zien hoe ze met elkaar omgaan en die ruimte met elkaar bewonen.”

Het uiteindelijke doel is om een ​​PoeTree te plaatsen in een permanente ruimte, of meerdere ruimtes. Hij wil ook een jaarlijkse bloemlezing maken van gedichten die mensen achterlaten, waarbij de verkoop van de bloemlezing wordt teruggesluisd naar de gemeenschap waar The PoeTree stond.

.

Ik ben mogelijk

Maud Vanhauwaert

.

De Vlaamse dichter Maud Vanhauwaert (1984) is schrijver en theatermaker. Ze behaalde een masterdiploma Taal-en Letterkunde aan de universiteit van Antwerpen en een masterdiploma Drama aan het Conservatorium van Antwerpen, waar ze nu zelf doceert. Voor haar poëziedebuut ‘Ik ben mogelijk’ (2011) kreeg ze de Vrouw Debuut Prijsvoor haar bundel ‘Wij zijn evenwijdig’ (2014) de Hughues C. Pernathprijs en de Publieksprijs van de Herman De Coninck- wedstrijd. In haar werk zoekt ze naar speelse theatrale vormen om poëzie publiek toegankelijk te maken. Met haar performances trad ze op, op radio en tv, in binnen en buitenland. In 2018-2019 is ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit haar bundel ‘Ik ben mogelijk’ een gedicht zonder titel.

.

jonge mensen die zwijgen

slappe ballen onder een stijve

lage slingers bij een verjaardagsfeest

waar zijn de moeders

die vragen hoe het is geweest

.

in deze stad waarin ze met moeite de maand neertelt

het aangeraden gebak, zonnebrillen metallisch groen

van keverschilden, vraagt ze: ik ben alleen

.

en hoewel de lucht zalmroze

we vrijelijk kunnen spreken dus van luchtroze zalm

zeg ik domweg ja, de stad is steeds

.

en dan de putjes in haar lach

alsof in elke wang een nietje zat

.

Een drukke trein

Kristien Spooren

.

Een van de deelnemers aan de Poëziebus toer van 2018 is de 23 jarige Kristien Spooren uit Gent. Deze jonge dichter bij  de Auw La crew http://www.auwlagent.com (  Auw la verenigt studenten en woorden. De crew organiseert evenementen over en met poëzie, slam, gesproken woord en alle soorten rijmende regels daartussen) heeft een mooie website waarop onder andere het volgende te lezen is:

“Dat zij houdt van verdwalen, bomen, boeken en donkerwarme chocolademelk, ze graag ruikt  aan de bovenkant van oude turnplinten, dat haar lievelingsgeluid een regenbui is en dat ze in haar vrije tijd mooie zinnen  verzamelt of een lange tijd helemaal niets doet.”  Daarnaast studeert ze Afrikaanse talen en culturen aan de universiteit Gent.

Op haar website vele voorbeelden van mooie zinnen en woorden (gedichten). Een voorbeeld is het gedicht ‘Een drukke trein’.

.

Een drukke trein

.

de trein naar Antwerpen is in verwachting.
een meisje met een knotje glimlacht.
ik vraag me af of ik er ook zo spontaan uit zie.
als ze naar buiten kijkt, naar de voorbijglijdende huizen,
bewegen haar ogen heen en weer.
het is fascinerend hoe snel ze verspringen.
ik weet niet of mijn ogen dat ook doen.
ik wil het haar vragen, maar ik durf niet. /
een krant ligt achteloos op de bagageruimte boven een zetel.
ik kan de hoofdpunten niet lezen.
de passagier naast me verfrommelt het papier
rond haar broodje van de Panos, hesp met groenten.
uit haar handtas ploft ze een flesje bruiswater open.
haar nagels zijn gelakt in zalmroze. /
de haakjes om je jas aan op te hangen
verdelen zich willekeurig boven de ruiten.
ik wil al mijn kleren over de wereld hangen,
me naakt verstoppen in gordijnen.
.

 

 

Poetry on the move

Poëzie evenement

.

In september van dit jaar werd door het IPSI (International Poetry Studies Institute) op de faculteit Arts & Design van de universiteit van Canberra voor de derde keer Poetry on the Move georganiseerd. Als je nu denkt dat dit betekent dat er een lading dichters samen in een bus (of een ander vervoermiddel) er op uit trok om poëzie onder de mensen te brengen (zoiets als de Poëziebus) dan heb je het mis. In deze universiteit in Australië betekent dat men inhoudelijk met poëzie zich ‘beweegt’.

Het betreft hier een meerdaags evenement (een beetje vergelijkbaar met Poetry International) waar er workshops worden gegeven door poets in residence, poëzie entertainment is en waar er discussies zijn over poëzie. Daarnaast was er speciale aandacht voor vertalingen en er werden verschillende publicaties gepresenteerd. In acht dagen werden studenten en belangstellenden bezig gehouden door meer dan 75 dichters waaronder Vahni Capildeo en Glyn Maxwell.

Deze laatste, Glyn Maxwell (1962)  is een Engels dichter. Hij studeerde Engels en theater met Derek Walcott. Maxwell heeft verschillende gedichten en lange verhalende gedichten geschreven. De Sugar Mile (2005), een verhalend gedicht dat zich afspeelt in een bar in Manhattan, een paar dagen voor 11 september 2001, weeft verschillende stemmen en verhalen samen en onderzoekt de aard van het lot.

Van deze dichter koos ik het gedicht ‘The only work’ een gedicht dat hij opdroeg aan Agha Shahid Ali (1949 – 2001) een Kashmiri-Amerikaans dichter.

.

The only work

.

In memory of Agha Shahid Ali

When a poet leaves to see to all that matters,
nothing has changed. In treasured places still
he clears his head and writes.

None of his joie-de-vivre or books or friends
or ecstasies go with him to the piece
he waits for and begins,

nor is he here in this. The only work
that bonds us separates us for all time.
We feel it in a handshake,

a hug that isn’t ours to end. When a verse
has done its work, it tells us there’ll be one day
nothing but the verse,

and it tells us this the way a mother might
inform her son so gently of a matter
he goes his way delighted.

.

Kaartlezers

Albertina Soepboer

.

Dichter, toneel- en prozaschrijfster Albertina Soepboer (1969) woont in Harlingen en heeft haar atelier in Groningen Ze studeerde Romaanse talen en culturen en Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen.

Haar Friestalige debuutbundel ‘ Gearslach’  verscheen in 1995. Hierna  volgden nog negen andere bundels. Naast het Fries heeft ze altijd in het Nederlands geschreven en ze ziet zichzelf dan ook als een tweetalig schrijver. In haar poëzie is die meertaligheid een belangrijk thema. Een ander belangrijk thema is landschap. Het wad komt vaak terug in haar poëzie, maar ook haar passie voor reizen speelt een grote rol.

Voor haar gedichten kreeg ze in 1996, 1997 en 1998 de Rely Jorritsma-prijs. Als dichter heeft ze op vele festivals opgetreden, o.a. op Poetry International in Rotterdam, De Wintertuin in Nijmegen, De Nachten in Antwerpen, Poesie International in het Oostenrijkse Dornbirn, Struga Poetry Evenings in Macedonië en The Ubud Writers&Readers Festival op Bali. Haar werk is vertaald naar het Engels, Duits, Frans en Slavisch-Macedonisch.

Uit de dichtbundel ‘ De hengstenvrouw’  uit 1997  koos ik voor het gedicht ‘ De kaartlezers’.

.

De kaartlezers

.

Dat het dichterbij kwam, daar
waren we wel zeker van. Als duin
zou het in ons huizen. En al
vielen meeuwen vaak uit wolken,
het was er, naderde en naderde.
Zoveel wisten wij.

Het pad, zeker, we tekenden het.
Zo zou het zijn. Alles was in kaart
gebracht en dan zouden we gaan.
Veters gestrikt. Fiets mee. Naar
zee, naar zee waar alles begint.
Zoveel wisten wij.

Maar hoeveel wisten wij niet.
Wij raakten het pad kwijt, konden
de kaart niet meer lezen en
verdronken in zee.

.

Instagrampoëzie

Kila van der Starre

.

De naam van Kila van der Starre komt nog al eens terug op dit blog. Terecht, want ze houdt zich bezig met boeiende dingen. Kila van der Starre schrijft aan de Universiteit Utrecht een proefschrift over ‘poëzie buiten het boek’ in Nederland en Vlaanderen. Haar onderzoek richt zich op de manieren waarop poëzie onder het brede publiek leeft en door het brede publiek wordt gebruikt. Haar proefschrift zal begin 2019 verschijnen en ik kijk er nu al met veel nieuwsgierigheid naar uit.

Onderdelen van het proefschrift zijn: Poëzie in de openbare ruimte http://www.straatpoezie.nl , poëzie op gebruiksvoorwerpen (zie hier onder de categorie gedichten op vreemde plekken), poëzie op lichamen (idem), poëzie op de radio, poëzie op internet en poëzie rond speciale gelegenheden. Veel van wat ze onderzoekt heb ik over geschreven. Zij pakt het wetenschappelijk aan en juist daarom ben ik zo nieuwsgierig ernaar.

Op dit moment is ze bezig met het onderdeel poëzie op Instagram. Op dit sociale netwerk zijn veel mensen actief met poëzie, ze plaatsen teksten en gedichten van zichzelf en anderen in beeld. Kila heeft speciaal voor deze mensen een enquete opgesteld waarin ze vragen stelt over dit fenomeen. Doe je aan Instagrampoëzie en wil je meedoen (en waarom ook niet!) ga dan naar https://docs.google.com/forms/d/e/1FAIpQLScqS2CtUGlLsYJR_WMuaOwItrkqK7gxWhr6PcBWuUaU3k6POg/viewform

Uiteraard heb ik een voorbeeld gezocht van Instagrampoëzie, in dit geval van Joost Jonges, getiteld ‘Knipsel’.

.

 

 

Vliegtocht

Anthonie Donker

.

Na de Dichters omnibus, derde bloemlezing, vandaag de vierde bloemlezing die ik kreeg toegestuurd van Corry Nieman. Het vierde deel uit 1958 bevat gedichten van vele bekende dichters en een enkele voor mij wat minder bekende dichter. Daar zal ik later ongetwijfeld nog een keer over schrijven in de rubriek (bijna) vergeten dichters. Vandaag koos ik echter voor een dichter die misschien niet meer zo bekend is maar die velen zeker van naam nog zullen kennen; Anthonie Donker.

Anthonie Donker, pseudoniem van Nicolaas Anthony Donkersloot (1902 – 1965) studeerde in Leiden en Utrecht Nederlands en promoveerde in 1929 op het proefschrift ‘De episode van de vernieuwing onzer poëzie [1880-1894]’. Hij was enige jaren leraar en vanaf 1936 hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam  in de Nederlandse letterkunde, vanaf 1956 in de algemene en vergelijkende literatuurwetenschap.

Hij was tijdens WO II  betrokken bij het verzet tegen de bezetters, werd gearresteerd en ontslagen als hoogleraar. Van 1945 tot 1949 was parlementslid voor de Partij van de Arbeid en in 1950 medeoprichter van de vredesbeweging De derde weg.

In zijn gedichten streeft Donker naar verinnerlijking, een mediteren over dood, leven en liefde. Behalve dichter was hij vertaler van o.a. Goethe. Uit de vierde bloemlezing van de Dichters omnibus komt zijn gedicht ‘Vliegtocht’.

.

Vliegtocht

.

Het v liegtuig hangt tegen het avondrood.

Het leven wordt verdubbeld met den dood.

Het krijgt een onbenoembre voorwaarde,

een smaak van voortbestaan buiten de aarde,

met open ogen ziende in het Niets –

Maar bijna zonder dat men het begeert

wordt het oneindige reeds afgeweerd,

maakt men in rechte lijn weer rechtsomkeert

en is aldoor domweg op weg naar iets

waar kalm de breuk in den tijd wordt hersteld

en men bij het vanouds wordt ingeteld.

.

Dichter van de maand Januari

Hagar Peeters

.

Ik wil dit jaar beginnen met iedereen die dit leest de allerbeste wensen over te brengen, op naar een mooi en poëtisch 2017!

Een nieuw jaar, een nieuwe dichter van de maand. Zoals vorige week al door mij aangekondigd is in januari Hagar Peeters dichter van de maand januari, Dus elke zondag in januari een gedicht van deze dichter.

Hagar Peeters (1972) studeerde Cultuurgeschiedenis en Algemene Letteren aan de Universiteit van Utrecht en was redacteur bij het ‘Historisch Nieuwsblad’. Haar performance op het Double Talk-festival in 1997 bleek voor haar de doorbraak: ze werd gevraagd op te treden bij De Nacht van de Poëzie en Crossing Border, nog voordat zij was gedebuteerd. Dat zou gebeuren in 1999, met ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’.

Naast poëzie schrijft Peeters ook proza. Maar omdat ze dichter van de maand is vandaag het gedicht ‘Ook wij, Titaantjes uit de bundel ‘Koffers zeelucht’ uit 2003.

.

Ook wij, Titaantjes

We hadden geen benul van hoe het liep.
We deden dingen omdat je dingen doet.
We richten daden aan en lazen soms een boek
om te vieren dat gedachten niet vergingen.

We gingen door omdat je verder moet
of bleven haken aan een onverwachte blik
omdat er blikken zijn waarmee iets wordt bedoeld,
vooral wanneer bedoeld was wat wij wilden.

We vingen aan en rondden ook wel af
maar wat in gang gezet was ging zijn eigen weg toch weer.
We maakten plannen, legden ons erbij neer
dat dingen gingen zoals ze niet waren voorvoeld.

We liepen af toen het eenmaal zo ver was
dat wat niet voorvoeld was onomkeerbaar bleek.
We lieten wat we hadden in de steek
en zochten naar wat ons verlaten had.

.

anp-6468188