Site-archief

La petite robe noir

Jean Berteault

.

Terug uit Frankrijk kan ik natuurlijk niet om een frans gedicht heen. In een Emmaus kringloopwinkel kwam ik bij de poëziesectie een grappig gedichtenbundeltje tegen getiteld ‘La petit robe noir’ uit 2017 van ene Jean Berteault. Ik nam het bundeltje van de plank door de kaft van de bundel. Een vrolijk makende tekening van een jongedame in een klein zwart jurkje, waarvan ik inmiddels al lang weet dat elke vrouw daar een van in haar kledingkast moet hebben hangen.

Jean Berteault (1932-2023) was een Franse dichter uit het departement Eure-et-Loir. Jean Dutourd, Franse schrijver en lid van de Académie française schreef aan Berteault: “Ik was gecharmeerd van je kleine verzameling gedichten. Waar ze vooral in zijn geslaagd is hun mix van tederheid en humor, waardoor je tot kleine perfecties komt die doen denken aan Toulet en Levet . Léon-Paul Fargue (dichter) zou betoverd zijn geweest door jouw verzameling”.

Ik heb het titelgedicht (of toch bijna het titelgedicht) ‘Ta petit robe noir’, een sonnet, met behulp van een vertaalprogramma vertaald (mijn Frans is helaas erg uhh ‘roestig’) en dit heb ik er van gemaakt. Voor de Francofielen onder ons heb ik ook de originele tekst bijgevoegd. Dies irae betekent overigens de dag des oordeels.

.

Jouw kleine zwarte jurk

.

Jouw kleine zwarte jurk

zal die van mijn verdriet zijn

en de titel van mijn bundel

om als herinnering te dienen.

.

Want wanneer ik zal vertrekken,

Wat niet snel zal gebeuren,

zal jouw blik, die me verlicht

op het moment van Dies irae

.

Doven, en een traan,

Op mijn graf, aan de voet van de haagbeuk,

waar ik voor altijd rust,

.

Stromen, snel uitgewist,

Wanneer de herinnering zal glimlachen,

over de goede tijden van onze liefde.

.

Ta petit robe noir

.

Ta petit robe noir

Sera celle de mon dieul

Et la titre de mon recueil

pour servire  a ma mémoire.

.

Car lorsque je partirai,

Ce n’ est pas demain la veille,

Ton regard qui m’ensoleille

A l’istantde Dies irae

.

S’eteindra, et une larme,

Sur ma tombe, au pied du charme,

ou je repose pour toujours,

.

Coulera, vite effacée,

Quand sourira la pensée

Du bon temps de nos amours.

.

Nacht

Agostinho Neto

.

Na een langdurige strijd tegen het Portugese kolonialisme, als medisch student in Lissabon en als leider van de vrijheidsoorlog die de MPLA (People’s Movement for the Liberation of Angola) vanaf 1961 voerde, werd  António Agostinho Neto (1922-1979) op 11 november 1975 bij het uitroepen van de onafhankelijkheid beëdigd als de president van de Volksrepubliek Angola. Agostinho Neto was echter ook dichter. Zijn poëzie werd door de Angolese dichter en schrijver Fernando Costa Andrade (1936-2009) gekarakteriseerd als ‘de kreet van een volk dat vastbesloten is zicht te bevrijden’.  De poëzie van Neto geeft uiting aan het leed van de onderdrukking, het groeiend verzet en het verlangen naar bevrijding.

In de bundel ‘Horizon van bevrijding’ van Agostinho Neto die in een vertaling van Bertus Dijk in 1976 verscheen, wordt de onderdrukking, de vernietiging van mensenlevens maar ook het uitzicht op de bevrijding. Neto schreef het meeste van zijn poëzie tussen 1946 en 1960. Hij was het eerste lid van de Anglo Writers Union and The Center for African Studies in Lissabon. Ook kreeg hij de Lotus Prize van de Conferentie van Afro-Aziatische schrijvers. Uit de bundel ‘Horizon van bevrijding’ koos ik het gedicht ‘Nacht’.

.

Nacht

.

Ik leef

in de duistere wijken der wereld

zonder licht of leven

.

Tastend loop ik

door de straten

geleund tegen mijn vormeloze dromen

struikelend in slavernij

in mijn verlangen om te bestaan

.

Het zijn slavenwijken

werelden van ellende

duistere wijken

.

Waar verlangens verwelken

en de mensen versmelten

met de dingen

.

Strompelend

door de onbekende

onverlichte straten

gedrenkt in mystiek en verschrikking

hand in hand met de schimmen

.

Ook de nacht is donker.

.

Sonnet 23

William Shakespeare

.

William Shakespeare ( 1564 – 1616) wordt beschouwd als de grootste schrijver in de Engelse taal en ’s werelds meest vooraanstaande toneelschrijver. Hij wordt vaak Engelands nationale dichter en de Bard of Avon genoemd. Zijn bestaande werken, bestaan ​​uit ongeveer 39 toneelstukken , 154 sonnetten en drie lange verhalende gedichten.  Zijn toneelstukken zijn vertaald in elke belangrijke levende taal en worden vaker opgevoerd dan die van welke andere toneelschrijver dan ook.  Shakespeare blijft aantoonbaar de meest invloedrijke schrijver in de Engelse taal, en zijn werken worden nog steeds bestudeerd en opnieuw geïnterpreteerd.

De sonnetten , die in 1609 werden gepubliceerd, waren de laatste niet-dramatische werken van Shakespeare die werden gedrukt. Geleerden weten niet zeker wanneer elk van de 154 sonnetten werd gecomponeerd, maar bewijsmateriaal suggereert dat Shakespeare gedurende zijn hele carrière sonnetten schreef voor een privélezerspubliek. In 1999 verscheen in de Rainbow Pockets serie deze sonnetten reeks getiteld ‘ Mijn liefde is een koorts’ in de oorspronkelijke Engelse tekst en in een vertaling van Peter Verstegen.

De eerste 126 sonnetten in deze bundel zijn gericht aan een jonge edelman van zeldzame schoonheid, door Shakespeare Lord of my love en Master-Mistress of my passion genoemd. In de laatste 26 sonnetten richtte hij zich tot een mooie, donkere vrouw die een ontwrichtende haat-liefde bij hem opriep.

Ik deelde al eens Sonnet 141 op dit blog maar vandaag koos ik voor sonnet 23.

.

Sonnet 23

.

Zoals een zwak acteur op het toneel

Uit vrees zijn rol vergeet, zoals een beest

Dusdanig wordt beheerst door drift dat heel

Die woestheid hem zijn kracht beneemt, zo vrees

Ik voor te groot vertrouwen en ik spreek

De ritus niet die bij mijn liefde past,

De felheid van mijn liefde maakt me week

En liefdes macht blijkt een te zware last.

Laat wat ik schrijf dan welsprekend tonen,

Een stil heraut van wat mijn hart verkondt,

Die meer naar liefde taalt, ’t zich meer laat lonen

Dan wie meer zei, met welbespraakter mond.

Ach, lees wat liefde zwijgend overbriefde,

Een luistrend oog hoort tot de kunst der liefde.

.

Water

De vrouw die van Picasso bleef houden

.

In de bundel ‘De vrouw die van Picasso bleef houden’ uit 2020, beschrijft de Engelse dichter Julia Blackburn in een vertaling van Paul van der Lecq, de geschiedenis van het Franse model Marie-Thérèse Walter, de muze van Pablo Picasso. Zij was zeventien toen ze Picasso (1881-1973) ontmoette, Picasso was zesenveertig en getrouwd. In tweeënveertig gedichten brengt Julia Blackburn (1948) de stem van Marie-Thérèse tot leven om zo het verhaal te vertellen over haar relatie met Picasso.

Van 1927 tot 1935 was ze de muze van Picasso en zij was de inspiratie van Picasso voor talloze kunstwerken en sculpturen. Ze hebben samen een dochter uit die relatie. In 1936 kreeg Picasso een nieuwe geliefde Dora Maar, maar hij bleef Marie-Thérèse en hun dochter Maya zien en schilderen. Na Picasso’s dood vond Walter het moeilijk om zonder hem verder te leven. Op 20 oktober 1977, vier jaar na de dood van Picasso, pleegde ze zelfmoord.

De gedichten van Julia Blackburn hebben Picasso’s liefde voor de vrouw die misschien wel zijn belangrijkste minnares was als basis, maar zoeken vooral een verklaring voor Marie-Thérèses verliefdheid op de man die haar leven volledig zou domineren. De tweeënveertig gedichten in de bundel hebben eenvoudige korte titels en zijn allemaal voorzien van een illustratie van kunstenaar Jeffrey Fisher (1952). Ik koos voor het gedicht ‘Water’ omdat in dat gedicht de ‘grote kunstenaar’ Picasso wordt teruggebracht tot een mens van vlees en bloed.

.

Water

.

Ik kon goed zwemmen

maar hij

kon helemaal niet zwemmen.

.

Ik zag hem eens

tot aan zijn schouders

in zee staan,

en zich met een trage crawlslag

lopend voortbewegen,

met een ingespannen

en in zichzelf gekeerde blik.

.

 

Op je rug of op je buik

Hans Arp

.

Ik heb op dit blog al een paar keer over de Frans Duitse schilder, beeldhouwer en dichter Hans Arp (1886-1966) geschreven. Naar aanleiding van een tentoonstelling, in een blog over een Dada bundel en in een blog over de Dada dichters Hugo Bal en Hans Arp. Dit keer had ik een dichtbundel van Arp in handen met de titel ‘Onze dagelijkse droom’ gedichten uit 1986 gekozen, vertaald en voorzien van een nawoord door Peter Nijmeijer (1947-2016) en Laurens Vancrevel (1941).

Ik kende Hans Arp vooral van zijn visuele poëzie en van zijn gedichten die ik las in het Kunstmuseum in Den Haag maar nu dus voor het eerst een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Op je rug of op je buik’.

.

Op je rug of op je buik

.

De dag is soms plat.

Wat je ook doet

je slaagt er niet in om op te staan.

Er is geen ruimte om op te staan.

Je wordt gedwongen om plat te blijven liggen

op je rug of op je buik

plat als een blaadje papier

van een schrijfblok.

.

De geit

Dubbelgedicht

,

Over dieren zijn vele gedichten geschreven. In de bundel ‘Het Grote Dieren Gedichten Boek’ samengesteld door Guus Luijters uit 2007 staan er vele honderden. Daar nam ik een gedicht van Kees Stip (1913-2001) uit met de titel ‘Op een geit’. In de bundel ‘Voor jou mijn lief’ uit 2000 van de Franse dichter Jacques Prévert (1900-1977) in een vertaling van Wim Hofman staat dan weer het gedicht ‘Wolken’ waar de geit eveneens een hoofdrol speelt.

Twee heel verschillende gedichten, de een luchtig, de andere zwaarder maar met een overeenkomst. In beide gevallen worden aan de geiten menselijke eigenschappen toegedicht.

.

Op een geit

.

Een geit heeft laatst in Duivendrecht

een porseleinen ei gelegd,

zo sierlijk, dat het zelfs te Sèvres

beschouwd wordt als een oeuf de chèvre.

‘Ik heb al leggend’, zegt zij zacht,

‘heel diep aan iets heel moois gedacht.’

.

Wolken

.

Ik ging mijn wollen truitje halen en het geitje

kwam achter mij aan

het grijze geitje

het is niet zo wantrouwig als de grote geit

het is nog maar klein

.

Zij was ook nog maar klein

maar er was iets in haar wat sprak

wat zo oud was als de wereld

Verschrikkelijke dingen wist ze al

bijvoorbeeld

dat je wantrouwig moet zijn

En ze keek naar het geitje en het geitje keek terug

ze had zin om te grienen

het geitje is net als ik

zei ze

een pietjes vrolijk, een pietsje triest

Daarna glimlachte ze

en begon het te regenen

 

.

De kamsalamander

Harry Man

.

Via een herinnering op Facebook die Odile Schmidt met mij deelde 7 jaar geleden werd ik herinnerd aan een optreden van de Engelse dichter Harry Man (1982). Ik heb destijds een blogbericht gewijd aan deze dichter en bladerend door het internet kwam ik vertaalde gedichten van deze dichter tegen op de website tijdschriftterras.nl

Harry Man is dichter en auteur van de bundels ‘Lift’ (2014) en ‘Finders Keepers’ (2016). VoorLift’ won hij de Bridges of Struga Award. Zijn debuut geeft blijk van een speelse nieuwsgierigheid naar hedendaagse fenomenen, van sciencefiction tot social media en ruimtevaart tot computerspellen. In ‘Finders Keepers’ staan bedreigde diersoorten centraal en verkent de dichter de levens van wilde dieren in de moderne westerse wereld. Voor deze bundel werkte hij samen met kunstenares en illustrator Sophie Gainsley. De gedichten op Terras zijn vertaald door Jeske van der Velden (1987).

Van de website nam ik het gedicht ‘De kamsalamander’ dat werd genomen uit zijn bundel ‘Finders Keepers’.

.

De kamsalamander

.

Armen langszij gleed ik door het leven na uitkomst,
krauwde zandribbels in de koele bries van de kreek,
leerde denken in de kleuren van je droom.

.

Met het paramedisch instinct van hernieuwde liefde
vouw ik een dak van halmen voor onze kroost,
leg watersluiers af, kwikdruppeltjes regen

.

onder de bouwlampen, schietmotten ook.
Alles waaraan ik behoefte had was
wat zwemruimte, een theoretisch ander leven.

.

 

Het is wat het is

Erich Fried

.

Iedereen heeft wel stopwoordjes of stopzinnetjes die je met enige regelmaat gebruikt. Ik ook. Vaak zijn dit stoplappen of clichés, dooddoeners of holle frasen. Een zinnetje dat ik wel eens gebruik is ‘Het is wat het is’. Helemaal waar natuurlijk maar het zegt eigenlijk ook niets. In een artikel in het blad filosofie magazine van Elke Wiss schrijft zij: “Gebruiken we dit zinnetje om controle te ervaren waar we die niet hebben? Bedienen we ons ervan om stiltes te ontwijken? Ongemak niet te hoeven voelen? Gooien we het in de strijd als we het gespreksonderwerp zat zijn en dat willen veranderen?”. En ook nog: ” Wat betekent het dat iets is wat het is? Hoe langer ik erover nadenk, hoe groter de error in mijn hoofd. Zeggen we er eigenlijk wel iets mee? En zo ja, wat dan? Starend naar dit zinnetje komt een andere dooddoener in me op: niets is wat het lijkt. Ook niet als het is zoals het is.”

Filosoof Paul van Tongeren hoort er vooral gelatenheid in zo lees ik op blijmeteenboek.nl. Sommige dingen zijn niet te veranderen, dus aanvaard het maar. De uitspraak herinnert hem aan het principe achter stoïcijnse wijsheden. Weet het verschil wanneer je wel iets kan doen en doe dan wat en wanneer dat niet kan en houd je dan onverschillig. Dooddoeners noemt hij het, ‘met het aureool van een zekere wijsheid.’

Hij schrijft ook: “Ik lees de uitspraak als een open aanvaarden van de realiteit: oké, dit is dus zoals de zaken ervoor staan. Om mezelf vervolgens de vraag te stellen: en wat ga ik met dit gegeven dóen?” En hgierna vervolgt hij met het aanhalen van een gedicht van Erich Fried (1921-1988) vertaald door Remco Campert.

En dat is precies de reden dat ik dit stukje schrijf. Ik kwam het gedicht tegen in een verzamelbundel en vroeg me af wat nu toch precies de betekenis was van deze zin. Het gedicht ‘Es ist was es ist’ zoals het in het Duits heet is oorspronkelijk verschenen in ‘Liebesgedichte, Angstgedichte, Zorngedichte’ in 1983. Zoals geschreven vertaald door Remco Campert (1929-2022).

.

Het is wat het is

.

Het is onzin

zegt het verstand

Het is wat het is

zegt de liefde

 

 

Het is ongeluk

zegt de berekening

Het is alleen maar verdriet

zegt de angst

Het is uitzichtloos

zegt het inzicht

Het is wat het is

zegt de liefde

 

 

Het is belachelijk

zegt de trots

Het is lichtzinnig

zegt de voorzichtigheid

Het is onmogelijk

zegt de ervaring

Het is wat het is

zegt de liefde

.

Es ist was es ist

.

Es ist Unsinn
sagt die Vernunft
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.
Es ist Unglück
sagt die Berechnung
Es ist nichts als Schmerz
sagt die Angst
Es ist aussichtslos
sagt die Einsicht
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.
Es ist lächerlich
sagt der Stolz
Es ist leichtsinnig
sagt die Vorsicht
Es ist unmöglich
sagt die Erfahrung
Es ist was es ist
sagt die Liebe

.

De komst van de koning

J. Eijkelboom

.

Afgelopen weekend las ik het heerlijke boekje ‘Kleine koning December’ van Axel Hacke (1956), met illustraties van Michael Sowa en vertaald door Toon Tellegen. Het is een kinderboek uit 1999 dat eigenlijk misschien wel vooral voor volwassenen is geschreven. Het boekje gaat over een man in een huis en in de muur van dat huis woont koning December.  In de wereld waar hij vandaan komt, achter de muur, word je oud geboren en dan word je steeds kleiner, totdat je kamerheer je ’s ochtends niet meer in je bed kan vinden. Als je geboren wordt weet en ken je alles wat je nodig hebt: lezen, schrijven, computeren, zakenlunches afwerken. En naarmate je ouder (en dus kleiner) wordt vergeet je steeds meer en uiteindelijk verdwijn je. Gelukkig is er in de kamer van de koning een kast met dozen met dromen. tot je zo klein bent dat je verdwijnt.

Een heel fijn boekje dat je her en der nog in tweedehandswinkels kan kopen. De vertaling van Toon Tellegen (1941) is alsof hij het zelf geschreven heeft (qua toon en fantasie). Ik schrijf dit niet zomaar. Vaak maak ik iets mee of denk ik ergens aan, lees ik iets of zie ik iets in een film of op televisie wat me doet denken aan een gedicht dat ik ooit ergens las. In dit geval was het aan een gedicht over een koning. Het was even zoeken en nadenken maar ik heb het gedicht gevonden. Het betreft hier een gedicht van J. Eijkelboom (1926-2008) en de titel is ‘De komst van de koning’.

Ik las het in ‘Tot zo ver’ de meeste gedichten uit 2002. Het verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het arsenaal’ uit 2000.

.

De komst van de koning

,

De ratelende wielen in de verte

en het veelvuldig hoefgeklop.

Dan, dichterbij, de splinters licht

die van de zwarte spaken ketsten.

.

Ik was het kind dat als gestorven

neerviel van vaders schouders

in moeders armen. En dat bleef leven

tot alle sjerpen waren verbleekt,

de vorst in statie opgeborgen.

.

Kleuren vertalen

Nachoem M. Wijnberg

.

Een paar jaar geleden kreeg ik voor mijn verjaardag het boek ‘Het geheime leven van kleuren’ van Kassia St. Clair. Een geweldig boek dat een geschiedenis schetst van kleuren en de verhalen die erachter schuilgaan. Kleuren met namen waar ik nog nooit van gehoord had zoals Fallow, Paynes grijs, Cochenille, Heliotroop, Wede, Guttegom en Shocking pink. Bij elk van de 75 kleurvarianten schrijft Kassia St. Claire iets over de geschiedenis van de kleur en brengt daarmee deze kleur tot leven.

Waarom, op een blog over poëzie, heb je het over kleuren zal je je afvragen? Ik moest denken aan dit boek toen ik in de nieuwe bundel van Nachoem M. Wijnberg ‘Hoe het werkt’ uit 2023 het gedicht ‘Kleuren vertalen’ las. In deze bundel probeert Wijnberg (1961) een antwoord te geven op de vraag Hoe wérkt kunst? Hoe verhouden verschillende kunsten zich tot elkaar? Wat blijft behouden en wat gaat verloren in de transactie van een vertaling.

En hoe zit dat met het vertalen van kleuren? Kassia St. Claire heeft een bijzondere poging gedaan in haar boek. In het gedicht ‘Kleuren vertalen’ doet Wijnberg het op zijn manier.

.

Kleuren vertalen

.

Ik ga van een plaats waar ze drie kleuren hebben

naar een waar ze er vier hebben,

maar het is ook later geworden,

de schemering duurde te kort. Zoals vertalers die van de één naar de ander

elkaar hun vertaling toefluisteren (het tegenovergestelde

van zeventig vertalers die allemaal hetzelfde

in hetzelfde vertaalden omdat ze niet zagen waarom

de taal waarheen ze vertaalden

beter te leren).

Als vertaald wordt wat ik zeg

terwijl ik nog spreek gaat het langzamer,

blijft het langer bij mij (die wacht of wat ik hoopte

dat kon zijn naar mij terug komt) of bij de vertaler

of bij ons allebei.

.