Site-archief

Cranky Old Man

Mak Filiser

.

Poëzie kan een bron van vreugde zijn, het kan een manier zijn om met problemen om te gaan of om emoties in te verwerken. Het kan echter ook een manier zijn om iets aan de kaak te stellen. In de categorie ‘Dichter in verzet’ heb ik hier al verschillende voorbeelden van behandeld.

Via Facebook kwam ik op de website damn.com en daar stond een bericht over een oude man die was gestorven in een verpleeghuis. Het verplegend en verzorgend personeel dat de kamer van Mak Filiser  moest leeg maken na zijn overlijden kwam tot hun grote verrassing een gedicht van zijn hand tegen met de veelzeggende titel ‘Cranky Old Man’.

In dit gedicht verteld Mak over zijn leven, van jonge jongen tot oude man, hoe het is om als oude man zijn laatste dagen te slijten in een verpleeghuis. Over een jonge geest in een oud lichaam. Een verpleegster kopieerde het gedicht en deelde het uit, het haalde deze website en er is zelfs een Nederlandse vertaling van dit bericht geplaatst op http://www.trendnova.nl/verpleegkundige-in-verpleeghuis/

Omdat ik de Engelse tekst net iets mooier en pakkender vind hier het origineel.

.

Cranky Old Man

.

What do you see nurses? What do you see?
What are you thinking…when you’re looking at me?
A cranky old man…not very wise,
Uncertain of habit…with faraway eyes?
Who dribbles his food…and makes no reply.
When you say in a loud voice…I do wish you’d try!’
Who seems not to notice…the things that you do.

.

And forever is losing…A sock or shoe?
Who, resisting or not…lets you do as you will,
With bathing and feeding…The long day to fill?
Is that what you’re thinking? Is that what you see?
Then open your eyes, nurse…you’re not looking at me.
I’ll tell you who I am . . . . .. As I sit here so still,

.

As I do at your bidding…as I eat at your will.
I’m a small child of Ten…with a father and mother,
Brothers and sisters…who love one another
A young boy of Sixteen…with wings on his feet
Dreaming that soon now…a lover he’ll meet.
A groom soon at Twenty…my heart gives a leap.
Remembering, the vows…that I promised to keep

.

At Twenty-Five, now…I have young of my own.
Who need me to guide…And a secure happy home.
A man of Thirty…My young now grown fast,
Bound to each other…With ties that should last.
At Forty, my young sons…have grown and are gone,
But my woman is beside me…to see I don’t mourn.
At Fifty, once more…Babies play ’round my knee,
Again, we know children…My loved one and me.

.

Dark days are upon me…My wife is now dead.
I look at the future…I shudder with dread.
For my young are all rearing…young of their own.
And I think of the years…And the love that I’ve known.
I’m now an old man…and nature is cruel.
It’s jest to make old age…look like a fool.
The body, it crumbles…grace and vigor, depart.
There is now a stone…where I once had a heart.
But inside this old carcass a young man still dwells,

.

And now and again…my battered heart swells
I remember the joys…I remember the pain.
And I’m loving and living…life over again.
I think of the years, all too few…gone too fast.

And accept the stark fact…that nothing can last.
So open your eyes, people…open and see.
Not a cranky old man.
Look closer…see…ME!!

.

Mak

Van een oplettende lezer kreeg ik de tip dat dit gedicht een verbastering of aangepaste versie is van een gedicht van David L. Griffith met als titel ‘Too soon old’. Hier te lezen: http://www.spotlightdavid.com/TooSoonOld.html

120% Rotterdammer

Jeroen Naaktgeboren

.

Uit mijn boekenkast vandaag een heel aardig bundeltje met de titel ‘120% Rotterdammer’ gedichten en gedachten uitgegeven de SP in Rotterdam in 2005. De SP vroeg dichters, columnisten en andere creatievelingen stelling te nemen tegen de zogenaamde 120% regeling die alle Rotterdammers die minder dan 120% van het minimumloon verdienen tot ongewenste vreemdeling zou verklaren. Bekende en minder bekende Rotterdamse dichters gaven hieraan gehoor zoals onder andere Jana Beranová, Joz Knoop, Edwin de Voigt, Juan heinsohn Huala, Amir Afrassiabi en Menno Smit.

En Jeroen Naaktgeboren van de Woorddansers, de eerste stadsdichters van Rotterdam. Het gedicht ‘Percentagegewijs’ is het eerste uit deze bundel.

.

Percentagegewijs

.

De auto van mijn buurvrouw is voor 70% van haar

De tramconducteur heet voor 25% arbeidsongeschikt

In mijn buurt is 50,2% van de woonachtige mensen man

5% van de kinderen zijn meer op MSN dan op het plein

Het percentage werkzoekenden in mijn wijk is 15

5,3% van de Overschiese bevolking valt onder ‘overig rijk’

Met 2% van mijn huidige salaris kan ik op vakantie

Van Kralingen-Oost behoort 7,1% tot etnische minderheden

Voor mijn theorie-examen mocht ik 10% fout beantwoorden

In 2002 koos 6,5% van het Noordereiland voor de SP

.

Met vier bakken koffie en een bic pen

kon ik op papier niet duidelijk maken

hoe mijn buurman 120% moest zijn,

in de statistieken vond ik niets terug

.

we telden elkaar

één bij één op

kwamen tot twee,

te delen naar samen

.

100% tevreden

120% verbaasd

.

JN

120 Rotterdammer

Met glinsterend haar

Mark Braet (1925 – 2003)

.

Marcel Maurits (Mark) Braet  was dichter, humanist, links politiek militant, uitgever en vertaler van Pablo Neruda. Braet begon met dichten in 1939 maar zijn eerste dichtbundel verscheen in 1950 met de titel ‘Achttien stappen in de storm’.

Braet was heel actief in de contacten met het (voormalig) Oostblok. In 1958 is hij mede-stichter van de Vereniging België-DDR. Van 1963 tot 1970 is hij Politiek secretaris van de Communistische Partij België. In 1968 Maakt hij deel uit van een delegatie van het Centraal Komité van de KPB (Communistische Partij van België)  voor een studiereis naar de Sovjet Unie. Hij bezoekt aldaar de Socialistische Federatieve Sovjetrepubliek Rusland, de SSR Oezbekistan en het Autonoom gebied Bachkirië.

Als secretaris Generaal van de Belgo-Sovjetse Vereniging (vanaf 1977 Vereniging België-USSR) verzorgt hij de culturele uitwisselingen tussen Vlaanderen en de 15 Sovjetrepublieken. In 1984 maakt hij samen met Willy Spillebeen en Bart Vonck een vertaling van de Canto General van Pablo Neruda.

Mark Braet was een zeer actief publicist  in verschillende tijdschriften. Hij verzorgde inleidingen bij publicaties en tentoonstellingen, nam deel aan talrijke letterkundige en politieke avonden, debatten, poëziehappenings, en interviews. Daarnaast gaf hij regelmatig lezingen over Pablo Neruda, de Spaanse burgeroorlog, Bertold Brecht en Federico García Lorca.

In zijn vroege poëzie is zijn activisme een belangrijk thema. De gedichten gaan over oorlog, verzet, sabotage en angst. Het is strijdbare poëzie, waarin het leven van onderdrukten sociaal-realistisch wordt weergegeven. In zijn latere poëzie is de liefde in al zijn vormen het allesoverheersende thema.

.

Met glinsterend haar

.

Met een gelaat van nachtelijk water

ach water is zwart en hopeloos diep

en dieper dan het gelaat van het water

waarop een zilveren kangoeroe liep

 

en ik dacht dat ik sliep in de diepte

maar slapend rechtopstaan is recht

naar de dood gaan met glinsterend haar

met een woord dat men nachtelijk zegt

 

en ik dacht ach ik dacht dat ik dacht

maar de dag staat bleek in mijn mond

maar mijn mond is nu nachtelijk graf

en graf is het woord dat ik vond

.

Uit: Onbewoonbaar verklaard, 1972.

braet

Braet-11

Mahmoud Darwish

Dichter in verzet

.

Mahmoud Darwish (1941 – 2008) was een Palestijns dichter en schrijver die talrijke onderscheidingen kreeg voor zijn literair oeuvre. In zijn werk werd Palestina een metafoor voor het verlies van zijn land, de geboorte en de heropstanding, de pijn van de verdrijving en de Palestijnse diaspora. In 2004 ontving Darwish de Grote Prins Claus Prijs voor zijn oeuvre. Maar hij ontving meerdere internationale prijzen voor zijn werk zoals Ridder in de orde van Kunsten en Letteren (1993 Frankrijk), De Lenin Vredesprijs (1983 Sovjet-Unie) en De Lotusprijs (1969 Unie van Afro-Aziatische Schrijvers).

Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Asafir Bila Ajniha’ op negentienjarige leeftijd. Hij woonde in Palestina, Libanon (na de oorlog van 1948), de Sovjet Unie, Egypte en uiteindelijk kreeg hij van de regering toestemming om in Israël te komen wonen nadat hij jarenlang de toegang was ontzegd door zijn lidmaatschap van de PLO. Hij ging toen wonen in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. Darwish werkte als directeur van het Palestinian Research Center van de PLO en werd in 1987 gekozen in de leiding van de PLO.

In 1988 schreef hij een manifest dat was bedoeld als de onafhankelijkheidsverklaring van het Palestijnse volk. In 1993, na het afsluiten van de Oslo-akkorden, nam hij ontslag uit het Uitvoerend Comité van de PLO. In 2004 schreef hij de nationale grafrede voor de overleden leider Yasser Arafat.

Darwish stond steeds een “gedurfd en eerlijk” standpunt voor in de onderhandelingen met Israël. Ondanks zijn kritiek op zowel Israël als op de Palestijnse leiding geloofde Darwish dat vrede haalbaar was. “Ik wanhoop niet”, vertelde hij tegenover de Israëlische krant Haaretz.

Darwish beschouwde zichzelf als een Trojaanse dichter, hij verzamelde en reconstrueerde de stemmen van de verslagenen. “De Trojanen zouden een heel ander verhaal hebben verteld dan Homerus maar hun stem is voor altijd verloren gegaan. Ik ben op zoek naar hun stemmen”. Maar Darwish schreef niet alleen over deze “Trojaanse stemmen”, zijn poëzie ging ook over de erotische liefde, de fysieke zwakheid, de spirituele verbijstering en de metafysische honger.

Op zijn optredens in het Midden Oosten kwamen vaak duizenden mensen af. Hij kreeg een staatsbegrafenis en vele duizenden in de Arabische wereld rouwden om zijn dood.

Zijn werk werd in meer dan twintig talen vertaald.

.

In 1964 schreef hij het gedicht ‘Identiteitskaart’  waarmee hij grote bekendheid verkreeg.

.

Identiteitskaart

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
En het nummer van mijn identiteitskaart is vijftigduizend
Ik heb acht kinderen
En de negende komt na een zomer
Zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
In dienst met collega-arbeiders bij een steengroeve
Ik heb acht kinderen
Ik haal brood voor ze
Kleren en boeken
Van de stenen…
Ik smeek niet om liefdadigheid aan je deuren
Noch kleineer ik mezelf bovenaan de treden van je vertrekken
Dus zul je boos zijn?

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Ik heb een naam zonder titel
Geduldig in een land
Waar mensen woedend zijn
Mijn wortels
Werden diep ingebed voor de geboorte van de tijd
En voor de opening van de tijdsperken
Voor de dennenbomen, en de olijfbomen,
En voordat het gras groeide

Mijn vader.. stamt af van de familie van de ploeg
Niet van een bevoorrechte klasse
En mijn grootvader.. was een boer
Noch van goede komaf, noch van gegoede familie!
Leert me de trots van de zon
Voordat me geleerd wordt hoe te lezen
En mijn huis is als de hut van een wachter
Gemaakt van takken en riet
Ben je tevreden met mijn status?
Ik heb een naam zonder titel!

Schrijf op!
Ik ben een Arabier
Je hebt de boomgaarden van mijn voorouders gestolen
En het land dat ik bebouwde
Samen met mijn kinderen
En je hebt niets voor ons overgelaten  Behalve deze stenen..
Dus zal de staat ze afnemen
Zoals is gezegd?!

Daarom!
Schrijf bovenaan de eerste pagina:
Ik haat geen mensen
Noch maak ik inbreuk
Maar als ik honger krijg
Zal het vlees van de overweldiger mijn eten zijn
Pas op ..
Pas op..
Voor mijn honger
En mijn woede!

.

Mahmoud Darwish

Czeslaw Milosz

Dichter  van alle nationaliteiten

.

Czeslaw Milosz wordt vaak als Pools dichter geportretteerd maar werd in 1911 geboren in Litouwen ( hij overleed in 2004 als Amerikaans staatsburger) dat toen deel uitmaakte van Rusland. Hij studeerde in Vilnius en trok later naar Warschau. In de tweede Wereldoorlog zat hij bij het verzet maar in 1951 brak hij met de Poolse communistische partij (hij was na de oorlog Pools diplomaat). In 1951 vroeg hij politiek asiel aan in Frankrijk. Uiteindelijk kreeg hij het Amerikaanse staatsburgerschap maar de laatste jaren van zijn leven woonde hij weer in Polen. Een waar wereldburger. In 1980 ontving hij de Nobelprijs voor de Literatuur.

Uit de in het Nederlands vertaalde bundel ‘Verre omstreken’ uit 1991 het gedicht ‘De zin’.

 

De zin

‘Eenmaal dood zal ik de voering van de wereld zien.
De achterkant, voorbij de vogel, berg, zonsondergang,
de ware betekenis, die om ontcijfering roept.
Wat onverenigbaar was, wordt nu verenigd.
Wat buiten ons begrip viel, zal begrepen worden.’

‘Maar als de wereld nu geen voering heeft?
Als de lijster op de tak geen enkel teken is,
alleen een lijster op een tak, als de dagen en de nachten
elkaar opvolgen en zich niet bekommeren om een zin
en er op aarde niets is buiten deze aarde?’

‘Al zou het zelfs zo zijn, dan nog blijft het woord
dat, eenmaal gewekt door vergankelijke lippen,
zal rennen, rennen als een onvermoeibare koerier,
over interstellaire velden, wentelende melkwegen
en protesteren, roepen, schreeuwen.’

 

Czeslaw-Milosz

Nieuwspoort

Jan H. de Groot

.

Op de gevel van perscentrum Nieuwspoort in Den Haag is een gedenksteen aangebracht met daarop een kunstwerk en een gedicht van Jan H. de Groot.

Jan Hendrik de Groot (1901-1990) gebruikte de pseudoniemen J. ten Mutsaert en Haje Sikkema. Haje zijn zijn eigen voorletters, maar dan omgedraaid en Sikkema komt van de ‘sik’ die De Groot vrijwel altijd als ‘kinnesier’ droeg. Hij gebruikte beide schuilnamen in de Tweede Wereldoorlog en nog een enkele keer daarna.

De Groot was een van de eerste schrijvers die een waarschuwend geluid tegen Hitler-Duitsland lieten horen. Hij deed dat o.a. in het decembernummer 1938 van ‘Opwaartsche Wegen’. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij met zijn vrouw Nel actief in het verzet. Hij werd twee keer door de Duitsers gevangen genomen. Hij ontving in 1945 de Verzetsprijs voor Letterkundigen. Tot op hoge leeftijd bleef Jan H. de Groot poëzie publiceren.

Van zijn hand is het gedicht 1940-1945 dat te lezen is op het kunstwerk in Den haag.

.

Jan H. de Groot

 

nieuwspoort

 

grootdejanh

Verzet!

Drs. P.

.

Dichters verzetten zich soms ook tegen futiele zaken, zoals Drs.P. hier bewijst.

.

Hoe ik me ook verzet

Hoe ik me ook verzet, het zal niet baten
Het deprimeert me, en het maakt me bang
De buurman heeft het vast niet in de gaten
Het is voor hem allicht van geen belang
Een tijdlang onderging ik het gelaten
Allengs heb ik de aanblik leren haten
En ’t gaat niet weg, dat bloemetjesbehang.

.

bloemen

 

Uit de bundel ‘Grabbelton’ uit 2001.

Vrijheid van meningsuiting

Martin Niemöller

.

In de categorie dichter in verzet dit keer een dichter en een gedicht vóór vrijheid van meningsuiting. Maar goed, als je voor iets bent ben je bijna automatisch tegen het tegenovergestelde. In het gedicht van Martin Niemöller komt dit mooi naar voren. Martin Niemöller (1892-1984) was een Duits militair, Lutherse theoloog en verzetsstrijder. In de eerste wereldoorlog was Niemöller commandant op een U-boot. In 1919 gaat begint hij een studie theologie en wordt hij predikant. Nadat de NSDAP aan de macht komt Niemöller er achter dat de partij van Hitler niet de gemeenschapsstichters zijn zoals ze zich voordoen. Vanaf 1934 verzet Niemöller zich tegen de NSDAP en Hitler.

De Gestapo hield Niemöller goed in de gaten en luisterde naar al zijn preken. De preek van 19 juni 1937 ging in hun ogen te ver. Het was een tirade tegen Hitler. De Führer greep zelf in en verklaarde Niemöller tot zijn persoonlijke gevangene. Hij werd overgebracht naar het concentratiekamp Sachenhausen, later naar Dachau en zat in totaal zeven jaar vast. In deze periode schreef hij onderstaand gedicht (vertaling van Petra Catz).

.

Toen ze de communisten kwamen halen
heb ik niets gezegd
ik was geen communist
Toen ze de vakbondsleden kwamen halen
heb ik niets gezegd
ik was geen vakbondslid
Toen ze de joden kwamen halen
heb ik niets gezegd
ik was geen jood
Toen ze de katholieken kwamen halen
heb ik niets gezegd
ik was geen katholiek
Toen kwamen ze mij halen
en er was niemand meer om iets te zeggen

.

Na de tweede wereldoorlog sloot Niemöller zich aan bij verschillende pacifistische organisaties en bekritiseerde hij de scheiding tussen Oost en West. In de jaren 60 was hij actief in het verzet tegen de oorlog in Vietnam.

.

Niemöller

Aanklacht tegen de oorlog

Dichter in verzet

.

Nu de hele wereld in rep en roer is om de gifgasaanval in Syrië wordt her en der ook teruggekeken naar gifgasaanvallen in het verleden. Gifgas werd niet voor het eerst in de eerste wereldoorlog gebruikt, maar al in de tijd van de oudheid. De Perzen zouden tijdens een beleg van de plaats Dura aan de rivier de Eufraat de Romeinen hebben vergiftigd met pek en zwavel in het jaar 256. De eerste grote gifgasaanvallen echter (chemische wapens) stammen uit de eerste wereldoorlog.

De dichter Wilfred Owen (1893 – 1918) wordt gezien als één van de grootste Engelse dichters van de eerste wereldoorlog (War poets). Hij werd beroemd door zijn oorlogspoëzie waarin de loopgraven en de gifgasaanvallen een grote rol speelden. In 1915 meldde Owen zich, voornamelijk uit romantische overwegingen, als vrijwilliger aan bij het leger. In januari 1917 werd hij, toegevoegd aan The Manchester Regiment. Na een aantal traumatische ervaringen (zo zat hij 3 dagen vast in een bomkrater) werd hij met een shellshockdiagnose naar huis gestuurd en opgenomen in het Craiglockhart War Hospital in Edinburg. Het was daar dat hij Siegfried Sassoon ontmoette.

Owen sneuvelde op  4 november 1918 tijdens een actie bij het  Sambre -Oise kanaal, een week voor het tekenen van de wapenstilstand.

Owen voelde zich al op jeugdige leeftijd aangetrokken tot de dichtkunst, voornamelijk door zijn fascinatie voor het werk van John Keats, wiens invloed merkbaar aanwezig is in zijn vroege werk. Zijn poëzie veranderde sterk tijdens zijn verblijf in Craiglockhart. Als onderdeel van zijn therapie werd Owen, door zijn behandelend arts, aangemoedigd zijn ervaringen in Frankrijk om te zetten in gedichten.  Sassoons invloed bestond vooral uit het stimuleren van een andere stijl en inhoud van de gedichten. Owen nam vooral Sassoons satire en realisme over. Er zijn verscheidene handgeschreven manuscripten van Owen’s werk bekend, compleet met Sassoon’s commentaar.

De grootste bijdrage aan Owens roem door Sassoon is waarschijnlijk de promotie van diens werk geweest, zowel voor als na zijn dood. Sassoon was een van Owens eerste redacteuren, al tijdens hun verblijf in Craiglockhart.

Een beroemd gedicht van Owen over de gifgasaanvallen lijkt een aanklacht tegen gifgas maar in feitelijk een aanklacht tegen de oorlog of zoals een commentator Say Tan het omschrijft: “Owen is saying, basically, that if the kind of “patriots” who always think war is somehow “noble” actually heard the blood gurgling in a dying man’s lungs as it frothed up out of his mouth, they might not think war was such a glorious thing after all, and they might realize there is nothing “fitting and sweet” about dying for a country.”

.

Dulde et Decorum Est.

Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares we turned out backs,
And towards our distant rest began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots,
But limped on, blood-shod. All went lame, all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots
Of gas-shells dropping softly behind.

.

Gas! GAS! Quick, boys!–An ecstasy of fumbling
Fitting the clumsy helmets just in time,
But someone still was yelling out and stumbling
And flound’ring like a man in fire or lime.–
Dim through the misty panes and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.

.

In all my dreams before my helpless sight
He plunges at me, guttering, choking, drowning.

.

If in some smothering dreams, you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil’s sick of sin,
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs
Bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,–
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

 

Owen

Met dank aan Wikipedia en Poetseers.org

Women Write Resistance

Dichters in verzet

.

Laura Madeline Wiseman is docente Engelse literatuur en dichter uit Nebraska Lincoln. Zij heeft sinds 2010 zeven poëziebundels uitgebracht waaronder ‘Women write resistance; Poets Resist Gender Violence’ (Hyacinth Girl Press, 2013).  In deze bloemlezing wordt poëzie beschouwd als transformerende kunst. Meer dan 100 Amerikaanse vrouwelijke dichters maken het geweld in de Amerikaanse cultuur tegen vrouwen,  in geschreven woord zichtbaar. Een kritische inleiding gaat de gedichten vooraf waarin het intellectuele werk van deze dichters zichtbaar wordt, hoe zij de stilte verbreken, hoe zij verstorend werken en hoe zij hun boosheid strategisch inzetten voor verandering. Women write resistance onderscheidt zich door een overtuigende retoriek die de lezer vraagt vooral te handelen.

In deze bloemlezing onder andere werk van Alicia Ostriker, Maureen Seaton, Judy Grahn, Hadara Bar-Nadav, Ellen Bass, Kristy Bowen, Allison Hedge Coke, Jehanne Dubrow, Leslie Adrienne Miller, Khadijah Koningin, Hilda Raz, Evie Shockley, Margo Taft Stever, Judith Vollmer, Rosemary Winslow, Shevaun Branigan en veel, veel meer

Meer informatie over Laura Madeline Wiseman en haar werk kun je vinden op http://www.lauramadelinewiseman.com/

.

Uit het gedicht  “Why My Mother is Afraid of Heights” van Shevaun Branigan

.

When he held her by her ankles

upside down on the roof

like she was

a bird he was plucking

.

I wish he doesn’t drop me

I wish this hadn’t

happened,

this being

the molesting, the threats, then

– to come –

the disbelief,

when the girl came forward and said

he made me

touch him,

and she, my mother said, me too,

they told her she was

a naughty girl who just wanted attention

Women