Categorie archief: Favoriete dichters
Spits
Daggedichten
.
In de zomer van 2010 begon radio deejay Frits Spits (pseudoniem van Frits Ritmeester) op verzoek van zijn omroep, de KRO, te twitteren en terwijl hij dat aan het doen was bedacht hij dat het aardig zou zijn om dat in de vorm van een klein gedichtje te doen. Zoals vaker bij leuke kleine ideetjes komt het een van het ander en zo ook hier; Frits Spits maakte van deze gedichtjes een vast onderdeel in zijn programma op radio 2 ‘Tijd voor twee’. Dit programma presenteerde hij tussen 1995 en 2013.
In 2013 verscheen ook de bundel ‘Daggedichten’, een selectie van de daggedichten die hij schreef voor zijn radioprogramma. Alle gedichten zijn geënt op het nieuws en de actualiteit waarbij een aantal onderwerpen steeds terugkeren zoals politiek, sport, cultuur en de natuur.
Ik koos er een paar die (zijdelings) betrekking hebben op de onderwerpen die ik op dit blog behandel.
.
Daggedicht 071011
Zweedse Tomas Tranströmer (80) wint Nobelprijs Literatuur
.
Ook op hoge leeftijd mag je van Nobelsucces dromen
Verlies daarom nooit de moed
Ook voor Tomas kwam het goed
Tranströmer bewees ons met zijn poëzie te doorströmen
.
Daggedicht 100511
Yves Petry winnaar van de Libris Literatuur Prijs
.
Met de Librisprijs voor Yves Petry valt goed te leven
Maar waarom raakte bij die prijs
Yves zo van de wijs
En sprak hij alsof hij nog nooit een letter heeft geschreven.
.
Daggedicht 160712
Dichter Rutger Kopland
.
De rijmelaar moet het oordeel der dichters vrezen
Zij zullen adviseren:
Wil je dichten leren
Moet je heel veel werk van Komrij en Kopland lezen
.
De kapitein (deel II)
Acda en de Munnik
.
In 1998 brengen Thomas Acda en Paul de Munnik de CD ‘Naar huis’ uit. Op deze CD staat het nummer ‘De kapitein’. In 2000 verschijnt de CD ‘Hier zijn’ met daarop ‘De kapitein deel II’en dat nummer wordt een grote hit, waarbij bij iedereen vooral de regel ‘CD van jou, CD van mij, CD van ons allebei, maar gekregen van mijn moeder, van mijn moeder dus van mij’ zich herinnert. Het nummer ‘De kapitein deel II’ staat weer volop in de belangstelling door het programma ‘De beste zangers van Nederland’ maar eerlijk gezegd vind ik het eerste deel ‘De kapitein’ qua tekst veel mooier en poëtischer. Dit nummer gaat over een relatie waar alles in orde is, ondanks alle problemen om het stel heen waarover dit nummer gaat. Omdat dit nummer minder bekend is kun je het hier nalezen en zelf je mening bepalen.
.
De kapitein
.
En aan bakboord zwemmen haaien
Maar ik hou vannacht het roer wel recht
De nacht deint als een zee rustig om me heen
En ik weet precies waarheen we gaan
Want ik ben de kapitein
Dit huis is mijn kajuit
En het schip kan alleen nog maar vooruit
De nacht ligt glad
Probleemloos voor me uit
En de verwachtingen zijn eindelijk eens goed
Vannacht een keer geen regen
Vannacht een keer geen storm
Eindelijk een nacht zoals het moet
En aan bakboord zwemmen haaien
En ik kus je tranen weg
En ik vertel je van de liefde
Geloof me als ik zeg
Dat alles goed is
Ga maar rustig slapen
Want ik ben de kapitein
En wie de kapitein is,
Die houdt de wacht
We gaan nog niet ten onder
Ze hebben ons niet zomaar
We zullen echt nog niet vergaan, echt nog niet vergaan, vannacht
En aan bakboord zwemmen haaien
dus wat zou ik mij daar nou druk om maken
de bodem is nog heel en de zeilen doen het nog
wie of wat zou ons nou kunnen raken?
Klaar voor het gevecht
En aan bakboord zwemmen haaien
Maar ik hou vannacht het roer wel recht
Columbus dus
Het nieuwe avontuur
.
Naast dat je op avontuur en ontdekkingsreis kunt gaan in de poëzie (wat ik iedereen kan aanraden) kun je ook in de poëzie op zoek gaan naar ontdekkingsreizen. Dat is precies wat Hans Heesen in 1991in opdracht van uitgeverij Kwadraat uit Utrecht gedaan heeft. Hij stelde de bundel ‘Het nieuwe avontuur’ ontdekkingsreizen in de poëzie samen.
In deze thematische verzamelbundel staan gedichten van dichters uit de vorige eeuw over ontdekkingsreizen. Veelal gaan ze over Columbus maar ook Stanley Livingstone Diego Cam, Vasco da Gama, Pizarro en James Cook komen voorbij. Dat je een gedicht over ontdekkingsreizen kunt schrijven en toch heel dichtbij huis kunt blijven bewijst dichter Leendert Witvliet (1936) in het gedicht ‘Columbus dus’ dat oorspronkelijk verscheen in zijn bundel ‘Sterrekers’ uit 1984.
.
Columbus dus
.
Een boot vaart voor het raam
het vloerkleed is de zee
elke stoel krijgt naam
van land of water mee
.
en de kast die op een flat gelijkt
waarop de kat soms ligt als ze niet krabt
waarvoor de boot de zeilen strijkt
en waarheen een reus nu stapt
.
nog zonder naam, nog echt
een kast met grote la
totdat de jongen zegt
die noem ik Amerika.
.
Uitzicht genoeg
Marjoleine de Vos
.
Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Uitzicht genoeg’ van dichter Marjoleine de Vos (1957). De Vos studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam en schreef in 1985 haar doctoraalscriptie over dichter Gerrit Achterberg. Wat opvallend is aan haar carrière is dat ze vooral als jurylid van vele jury’s actief is zoals de Zilveren en Gouden Griffeljury (ze schreef zelf ook kinderboeken) maar ook voor de Herman Gorter-prijs, de P.C. Hooft-prijs, de A. Roland Holst-penning en de Ida Gerhardt Poëzieprijs.
Ze schrijft ook een column voor het opinieweekblad VolZin. In 2000 verscheen haar eerste poëziebundel ‘Zeehond graag’, in 2003 gevolgd door ‘Kat van sneeuw’. ‘Zeehond graag’ werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2002. In het voorjaar van 2008 verscheen haar bundel ‘Het waait’. De bundel ‘Uitzicht genoeg’ is uit 2013 en een succes gezien het feit dat ik een vierde druk heb (binnen één jaar).
Uit deze bundel het gedicht ‘Kringloop’, een gedicht over de kringloop van het leven maar voor mij ook omdat ik daar zo graag kom in kringloopwinkels (en veel van de bundels in mijn boekenkast daar vandaan komen).
.
Kringloop
.
En steeds is alles op zijn mooist: van start
in volle bloei tot rood en krachtig kaal.
Er huist geen groot schandaal in leven
dat verdwijnen moet om nog onwennig
op te staan in een herschreven vorm.
We spreken over ons bestaan, we lachen
willen hier zijn, altijd hier. Zoals de vlier
heel oud al in zijn ziel, maar graag bereid
tot flierefluiten voor wie wil.
.
Ballade voor de meisjes van plezier
Balladen van Villon
.
In 1948 publiceerde L.J.Veen’s uitgeversmij N.V. in Amsterdam de bundel ‘Ballades de Villon’ of ‘Balladen van Villon’.
Volgens Wikipedia is een ballade een lied waarin een verhaal wordt verteld. De vorm is in de middeleeuwen is ontstaan. Een ballade bestaat uit een aantal korte strofen waarin gebeurtenissen verteld worden die zich vaak in een adellijk milieu afspelen. Elementaire thema’s als dood en wraak maken er de kern van uit en ze lopen meestal tragisch af.
De ballade heeft vaak als vorm AaBC, waarbij a dezelfde melodie, maar een andere tekst heeft dan A en waarin C een afsluitend refrein is, dat na iedere strofe weer onveranderlijk terugkomt.
Er is meestal een sprongsgewijze vertelling, veel herhaling en het lied eindigt vaak dramatisch. Er is veel directe rede en het is veelal ook gehuld in een magische of mythische sfeer.
François Villon, 1431– in of na 1463, was een Franse dichter, dief, landloper en vagebond. Villon is de beroemdste dichter uit Frankrijk van de late middeleeuwen. Hij was de schrijver van onder andere ‘Ballade des pendus’, ‘De ballade der gehangenen’.
De werkelijke naam van Villon is zeer waarschijnlijk François de Montcorbier, ook bekend als François des Loges. De naam Villon heeft hij misschien van zijn voogd overgenomen, Guillaume de Villon, die Villon in huis nam nadat zijn moeder na het overlijden van zijn vader hem aan diens zorgen overliet.
In deze bundel staan verschillende ballades van Villon zowel in het Frans als in de Nederlandse vertaling van Bert Decorte. De bundel eindigt met het grafschrift van Villon:
.
Regen heeft ons doorweekt en afgelikt,
de zon heeft ons geroosterd zwart en blauw,
eksters en kraaien de ogen uitgepikt
en ‘t laatste stoppelhaar uit baard en brauw.
Nooit heeft men kans dat men wat zitten zou,
nu hier, dan daar, volgens de winden waaien
en naar ‘t hun lust ons dansen doen en draaien,
van vooglen meer doorbekt dan vingerhoeden.
Laat onze broederschap dus liefst maar zwaaien,
maar bidt de Heer dat Hij ons allen hoede.
.
Prins Jezus, gij die Heer zijt over allen,
laat over ons de hel geen zege brallen;
aan haar betalen wij noch tol noch boete.
Mensen laat hier geen spot u welgevallen,
maar bidt de Heer dat Hij ons allen hoede.
.
Na deze nogal religieuze tekst op het graf van Villon als tegenwicht een ballade van zijn hand, de ‘Ballade voor de meisjes van plezier’ of ‘La belle heaulmiere aux filles de joie’.
.
Ballade voor de meisjes van plezier
.
Jij, Jeanetton de kapselstikster,
zit nimmer om een knaap te kniezen,
en jij, Kaatje de beurzenstrikster,
stuur ‘t mansvolk niet meer in de biezen.
Je zal je schoonheid vlug verliezen
als de ouderdom op je zal fluiten,
want voor de liefde is de oude vieze
lijk waardeloos geworden duiten.
.
Meisjes, kreeg ik ‘t u wijs gemaakt
dat het geen tranen zijn met tuiten,
die ‘k schrei, omdat ge in onbruik raakt
lijk waardeloos geworden duiten.
.
Plopperdeplop
Poppers plop
.
Serieuze poëzie kan soms ineens heel grappig zijn of over een onderwerp gaan dat helemaal niet serieus is. Net zo goed als minder serieuze poëzie of light verse hele zware onderwerpen als thema kan hebben. Ik moest hier aan denken toen ik in de bundel ‘ Zware pijnstillers’ uit 2012 van Rob Schouten het gedicht ‘ Poppers plop’ las. In dit gedicht worden Kabouter Plop (en nog wat cartoonachtige wezens) gecombineerd met de Oostenrijks-Britse wetenschapsfilosoof Karl Raimund Popper (1902 – 1994). Popper is bekend geworden door zijn weerlegging van het klassieke model van wetenschap als een proces van observatie en inductie, zijn pleidooi voor falsifieerbaarheid als criterium om wetenschap van non-wetenschap te scheiden en zijn verdediging van de ‘open samenleving’.
Door deze twee volslagen tegenpolen te combineren in en gedicht wordt je eerst op het verkeerde been gezet en vervolgens aangezet tot nadenken. Een knap gedicht.
.
Poppers plop
.
Kabouters hebben Korsakov
getuige K. Plop en de Smurfen
die er iedere dag opnieuw intrappen:
Gargamels list en Klus’ bedrog.
.
Toch zie je ze nooit excessief drinken.
Ik denk daarom dat het erfelijk is,
iets met het gen. Ik kan
het weten want ik heb het ook,
.
ik blijf maar kijken, volgens Popper
kan morgen alles anders zijn.
.
November
Innokenti Annenski
.
De in Omsk (Rusland) geboren dichter, vertaler en essayist Innokenti Annenski (1855 – 1909) is een vrij onbekende dichter uit Rusland. Hij was dan ook een laatbloeier met een klein oeuvre, die pas na zijn dood erkenning kreeg en dan ook nog in een kleine kring van kenners waaronder Boris Pasternak (toch niet de minste). Hoewel hij al vanaf jongs af aan schreef publiceerde hij pas zijn eerste werk in 1901.
Annenski schreef bondige, precieze symbolistische lyriek (dat wil zeggen dat alles wat beschreven wordt staat voor iets anders) met een melancholieke inslag, die de tragiek van het bestaan tot onderwerp heeft. Onmiddellijk na zijn dood in 1909 werd zijn bekendste dichtbundel ‘Het cypressehouten kistje’ gepubliceerd. Daarna ontstond pas zijn grootste populariteit, tussen 1910 en 1920, niet alleen vanwege zijn verzen, maar ook vanwege zijn geroemde vertalingen van Franse symbolisten als Baudelaire, Rimbaud en Verlaine.
In 1996 verscheen de bundel ‘Vier Petersburgers’ bij uitgeverij De Bezige Bij met daarin onder andere het gedicht ‘November’ van Annenski in een vertaling van Peter Zeeman.
.
November
.
Het avondrood is dof, verschoten,
En doods de gele dageraad.
Een tak door het kozijn omsloten
Hing gister net zo desolaat…
.
Slechts dit wordt mij tot troost geboden:
Al wat ik schrijf wordt delicaat
Met milde tinten overgoten,
In zilverwitte glans gebaad.
.
De nevel houdt de zon gevangen…
Nu in de sneeuw een slee bespannen,
De wolken volgen in hun jacht,
.
Je over schel gefluit verblijden
En deinend door de witte pracht
Naar onbegrensde verten glijden…
.
Slaapliedje
Gert Vlok Nel
.
Al eerder schreef ik over de Zuid Afrikaanse dichter/troubadour Gert Vlok Nel (1963). Naast twee muziekalbums schreef Gert Vlok Nel één dichtbundel. De bundel ‘Om te lewe is onnatuurlik – Eenvoudige spoorwegstories’ bevat een aantal persoonlijke gedichten, waarvoor hij de Ingrid Jonkerprijs kreeg. Maar ondanks die ene bundel vond Gerrit Komrij zijn poëzie belangrijk genoeg en hij nam dan ook niet minder dan 8 van Vlok Nel’s gedichten op in zijn gedichtenbundel ‘De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten’.
Gert Vlok Nel is een bijzonder mens, verlegen en bescheiden. De Zuid Afrikaanse liedjeszanger Riku Lätti schreef over hem: “Weinig mensen weten dat die liedjes, waarvan er veel door mainstream artiesten bekend zijn geworden, zijn geschreven door de mediaschuwe Gert Vlok Nel. Gert Vlok Nel is bij een select publiek in betrekkelijk korte tijd uitgegroeid tot een cultfiguur. Er hangt een geheimzinnig aura rondom deze zanger, wat er toe leidt dat zijn zeer weinige optredens gewoonlijk stampvol zitten met fanatieke fans die elk woord kunnen meezingen. Als er een prijs was voor vreemdste en ongenaakbaarste artiest van Zuid Afrika dan zou Gert Vlok Nel beslist als eerste in aanmerking komen. Zijn bijzondere en unieke schrijfstijl raakt je diep van binnen en bezorgt je telkens weer kippenvel. Kortom, je moet hem gaan zien als je de kans krijgt.”
De laatste keer dat Gert Vlok Nel Nederland aandeed was in 2018. Van zijn album ‘Beaufort-Wes se beautiful woorde’ het lied/gedicht ‘Hillside lullaby’ en in vertaling van Robert Dorsman ‘Hillside slaapliedje’.
.
Hillside lullaby
.
Ek bly hier in die dorp waar die treine fluit
& die sjanters nag na nag die treine op
Spore skuif
& ek is heel allright
Onthou die dag toe jy by my sou bly…
Hoe het ons storie toe verder verloop?
Treine wat sjant, treine wat bly
Treine wat altyd hier in kringe ry
.
Droom van my & laat my vry vannag
.
Vanoggend vroeg was daar ’n harde slag
Onder by die kant van die railwaybrug
Maar als was heel allright
Dit is net dat ek so na jou verlang
& in die meantime maak alles my bang
Al my woorde lê leeg in my hand
Want my hart slaap by jou waar die treine
Sjant
.
Droom van my & laat my vry vannag
.
Hillside slaapliedje
.
Ik woon hier in het dorp waar de treinen fluiten
& de rangeerders nacht na nacht treinen op
Sporen zetten
& met mij gaat het heel goed
Weet je nog de dag dat je bij mij zou blijven…
Hoe is ons verhaal toen verder verlopen?
Rangerende treinen. treinen die blijven
Treinen die hier altijd in kringetjes rond blijven rijden
.
Droom van mij en laat me vrij vannacht
.
Vanochtend vroeg was er een harde klap
Daar onder aan de kant van de spoorbrug
Maar er was helemaal niks aan de hand
Het is alleen dat ik zo naar je verlang
& ondertussen maakt alles me bang
Al mijn woorden liggen leeg in mijn hand
Want mijn hart slaapt bij jou waar de treinen
Rangeren
.
Droom van mij en laat me vrij vannacht
.
Dies Irae
Peter Coret
.
De Nederlandse dichter, schrijver, columnist en theaterman Cees van der Pluijm (1954 – 2014) publiceerde onder verschillende pseudoniemen als Peter Coret, Paul Lemmens, Steven Stalknecht en Liesbeth Porringa. Van der Pluijm was een zeer geleerd mens, hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde, Algemene Literatuurwetenschap en Zuid Afrikaanse taal- en Letterkunde. Hij debuteerde in 1984 samen met Robert Alquin als Peter Coret met de bundel ‘Het lustprieel’. Hij was van 1994 tot 2013 columnist van de Gay Krant en hij schreef light verse onder andere met Drs. P., Robert Long en Driek van Wissen.
In de bundel ‘De 200 bekendste, mooiste, tederste, leukste sonnetten’ samengesteld door Robert-Henk Zuidinga, uit 1985 is het sonnet ‘Dies Irae’ (Dag van Toorn) opgenomen van zijn hand.
.
Dies Irae
.
De laatste daad die zin gaf aan je leven
Was de ontkenning van een troosteloos bestaan
.
Je drift heeft je het leven uitgedreven
Nu is je lichaam langzaam aan ’t vergaan
En zul je nooit meer pronken als de haan
Wiens veren ik met liefde heb beschreven
.
On klein verbond werd bitter opgeheven
De rekening blijft immer onvoldaan
.
Je liet me vallen toen ik jou liet zweven
We leefden beiden in een wrede waan
Nu zal ik nimmer meer mijn handen slaan
Aan jouw genot, of naar verzoening streven
.
Je hebt jezelf en niet je medemens vergeven
Hoe wij ons redden gaat jou niets meer aan
.
















