Categorie archief: Favoriete dichters

Stilte

Thomas Hood

.

In de film ‘The piano’ uit 1993 van Jane Campion (die maar liefst drie Oscars won), met in de hoofdrollen Harvey Keitel, Holly Hunter en Sam Neill, komt het gedicht ‘Silence’ van Thomas Hood (1799 – 1845) voorbij. Thomas Hood was een Engelse dichter, auteur en humorist, vooral bekend van gedichten zoals ‘The Bridge of Sighs’ en ‘The Song of the Shirt’. Hood schreef regelmatig voor The London Magazine, Athenaeum en Punch. Later publiceerde hij een tijdschrift dat grotendeels bestond uit zijn eigen werken. Hood stierf op 45-jarige leeftijd. William Michael Rossetti noemde hem in 1903 ‘de beste Engelse dichter’ tussen de generaties Shelley en Tennyson. 

Het gedicht ‘Silence’ uit The Oxford Book of English Verse: 1250–1900.

.

Silence

.

There is a silence where hath been no sound,

There is a silence where no sound may be,

In the cold grave—under the deep deep sea,

Or in wide desert where no life is found,

Which hath been mute, and still must sleep profound;

No voice is hush’d—no life treads silently,

But clouds and cloudy shadows wander free.

That never spoke, over the idle ground:

But in green ruins, in the desolate walls

Of antique palaces, where Man hath been,

Though the dun fox, or wild hyæna, calls,

And owls, that flit continually between,

Shriek to the echo, and the low winds moan,—

There the true Silence is, self-conscious and alone.

.

Leg me neer

Leonard Nolens

.

Dichtbundels komen in vele soorten. Soms erg slordig uitgegeven, zonder titelpagina of inhoudsopgave, op te dun papier of met een te kleine letter, ik heb er in mijn leven al teveel gelezen en bekeken waaraan te weinig aandacht (of de verkeerde aandacht) werd besteed.

Gelukkig zijn er ook vele dichtbundels waaraan juist wel aandacht is besteed. Bundels waar je bij het bekijken van de omslag vaak al weet; dit klopt. Bundels met een goede bladspiegel, met een goede opmaak, een fijn te lezen lettertype en met net dat beetje extra informatie waar je als lezer op hoopt.

En dan zijn er bundels waaraan buitensporig veel aandacht is besteed, waaraan je bij de aanblik alleen al weet, dit is bijzonder, dit is een zorgvuldig uitgegeven bundel met aandacht voor de inhoud, de vorm, de presentatie, de uitvoering, met net dat beetje sjiek dat het een feest maakt om te lezen.

Zo’n bundel is ‘De liefdesgedichten’ van Leonard Nolens van uitgeverij Querido, uitgegeven in 1997 in rood linnen met zelfs een vierkant fluweel op de cover. Band en typografie werden verzorgd door Anneke Germers en die verdient een pluim. Achtendertig gedichten, liefdesgedichten voorafgegaan door een opdracht “Voor Leen de Jong’ en een citaat van T.S. Elliot uit ‘A dedication to my wife’: These are private words adressed to you in public.

Dit is het soort bundel dat ik graag naast me neer leg, om naar te kijken, om in te lezen, nog eens in te bladeren en opnieuw in te lezen. Als elke dichtbundel met zoveel liefde en aandacht zou worden gemaakt (wat niet mogelijk is dat begrijp ik best, ook gezien de kosten die ermee gemoeid zijn) dan zou het lezen van poëzie een nog veel mooiere ervaring worden.

Uit deze fijne bundel het gedicht ‘Object’.

.

Object

.

Het zijn de ogen, ja, het zijn vooral de ogen,

De hemelsblauwste die ik ken, het zijn de bogen

Erboven die zo spannend in het voorhoofd staan

Geslagen, wijd uiteen, het is de stoute mond

Waar nooit een mannentong naar binnen is gegaan

En die mij zoent tot op de grond van mijn bestaan.

.

Het is de lach waarin haar diepste binnenkant

Zich langzaam openvouwt tot een uitbundig snikken,

Ja, het is de stem die mij heeft aangeklampt

Tot in de inkt van mijn zwartgalligste gedichten.

Zo klinkt het innig blootste, het aanminnig mooiste

Van mijn kleine leven, haar grote en dode gezicht.

.

Theun de Winter

De Gedichten

.

In de boekhandel Dominicanen in Maastricht kwam ik het kleine bundeltje ‘De Gedichten’ tegen van Theun de Winter. Een alleraardigst bundeltje uit 1972. Theun de Winter (1944) debuteerde met dit bundeltje bij de Erven Rap. Na zijn niet voltooide studie in Amsterdam tekende hij cartoons voor Propria Cures schreef gedichten, en werd door Armando gevraagd als medewerker bij de Haagse Post. Ook schreef De Winter het nummer ‘Terug naar de kust’ (1976) voor Maggie MacNeal, en componeerde hij met Ron Westerbeek de filmmuziek voor ‘Het debuut (1977).

De Winter verhuisde terug naar Texel (waar hij zijn jeugd had doorgebracht), kocht het ouderlijk huis, en begon de ezelvereniging Texel ia.

Uit het bundeltje ‘De Gedichten’ twee korte gedichten.

.

Tijdens een autotochtje met I.

op een zondag

van Santpoort naar Zandvoort

en weer terug

zag ik nabij

het natuurbad Velserend

dat de Ruïne van Brederode

in de steigers stond.

.

Ja meneer

het zijn apparaten hè

en door mensenhanden

gemaakt

dus ze kunnen

wel eens

kapot gaan.

.

Avond

Vladislav Chodasevitsj

.

Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj (1885 – 1939) was een Russisch schrijver en dichter. Geboren in Moskou maar van Pools-Joodse afkomst. In 1922 emigreerde hij naar Parijs waar hij een gezaghebbend literatuurcriticus werd. Hij was een einzelgänger met een grondige afkeer van het futurisme maar hij stond ook zeer streng en kritisch tegenover zijn eigen werk. Chodasevitsj heeft een klein maar krachtig oeuvre achter gelaten waarin vooral het tragische dualisme tussen geest en materie centraal staat. Chodasevitsj schreef overwegend poëzie, “in kille schoonheid”, zoals hij het zelf noemde.

Uit de bundel ‘Het glas dat geen leugens verdraagt’ uit 1985 het gedicht ‘Avond’, in een vertaling van Marko Fondse.

.

Avond

.

’t Kraakt en glijdt onder de voet.

Winden woeien, sneeuw kwam neer.

Wat een treurnis, goede God,

Here God, en wat een zeer.

.

Wel zeer valt uw wereld zwaar,

En ook Gij kent geen genà.

En waar dient die wijdte voor,

Als op aarde dood bestaat?

.

En geen mens die je verklaart,

Hoe in ’s levens nedergang

Je bij zwerven nog volhardt,

Huiveren, geloof en zang.

.

Sla maar na

Kay Slice

.

In 2018 gaat de Poëziebus weer rijden van 6 – 12 augustus, voor het volledige programma ga je naar https://poeziebus.nl.

In de editie van 2017 ging Rapper, MC en poetisch vocalist Kay Slice uit Dordrecht mee. Kay Slice heeft Ghanese roots maar werd in Nederland geboren. Hij maakt deel uit van de rapgroep Brandwerk.  In zijn werk is energie belangrijk. Kay Slice zoekt naar blijdschap en energie is wat hij schrijft.  In 2017 verscheen in de bundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’, een uitgave van de Poëziebus en MUG books, een gedicht van zijn hand getiteld ‘Sla maar na’.

.

Sla maar na

.

Welkom in de tijd waar niemand meer iets opslaat.

Maar de aandacht opgaat aan dat wat op niks slaat.

Als een dichter die dicht maar uit het niets dicht slaat.

Ik snak naar de tijd waar alles werkt als je er even op slaat.

.

Gevoelens opgekropt als een volle krop sla.

Je mindgames zorgen dat ik soms even op hol sla.

Dus ik sla je… arm om me heen maar je ziet het als een aanval.

Ik wilde fases overslaan maar ik wist geen aantal.

.

Ik kom  me slag slaan misschien heb ik te veel sla-gen.

Is dat de reden waarom de middelbare school me niet zag slagen.

Maar ik converteer me sla-gen liever in wat slaag-gen.

Je kan je droom niet leven als je telkens aan het slapen bent.

.

En ja, soms moet je een aanbieding even afslaan.

Om op de juiste route te kunnen afslaan.

Sla de bladzijde om hak op de tak takkies.

Waar deze tekst op slaat? al sla je me dood.

.

Road trip

Gijs ter Haar

.

Dichter en performer Gijs ter Haar schreef het gedicht ‘Road trip’ en aangezien het vakantie is, vind ik dat dit toepasselijk is in de categorie Vakantie Poëzie, al gaat het gedicht natuurlijk over de innerlijke road trip die Gijs maakt.

.

Road trip

Het is de weg die tot mij spreekt,
in monotonie van witgestreepte morse
trekt hij banen in mijn hoofd
als eigen stem door velden galmt.

Van dat alles herhaling is zonder einde.
Reizen zonder bestemming.
Bewegen zonder doel.

We draaien de klok op maar hebben geen sleutel,
en waarheid woont waar wij net waren.

.

Recreatie

Bert Voeten

.

Toen ik het gedicht ‘Recreatie’ van Bert Voeten (1918 – 1992) uit de bundel ‘Gedichten 1938 – 1992’ uit 2001 las kon ik een glimlach niet onderdrukken. Heel herkenbaar  wanneer je soms over begraafplaatsen loopt en daar mensen ziet voor wie een bezoek aan een overleden familielid ook een ontspannende en sociale activiteit is.

.

Recreatie

.

Twee keer per jaar
reden wij naar het kerkhof,
op het 4e graf, 3e rij links van de ingang
mocht ik bloemen zetten
in een groene zinken vaas
terwijl mijn vader knielde op een bankje
waar hij eerst zijn zakdoek overheen had gelegd

de wandeling tussen de graven
duurde vaak meer dan een uur,
mijn vader bracht bezoeken aan oude kennissen
en besprak met de tuinbaas
de verdere verfraaiing van het graf,
de een voelde meer voor een treurwilg
de ander voor een rozenboom

in het café tegenover het kerkhof
(er stonden houten spuwbakken
vol nat zand, uitgekauwde
pruimen en sigarenpeuken)
gingen wij daarna iets drinken
– koud bruin bier uit kruikjes –
en ook dat duurde meestal een uur
want de dood maakt dorstig.

.

A book

Emily Dickinson

.

Het boek zit in het verdomhoekje. Niet zozeer omdat er steeds minder zijn, integendeel zou ik bijna zeggen, steeds meer mensen geven zelf een boek uit en er komen alleen maar meer titels bij dan dat er minder titels zijn. Nee, het boek wordt steeds minder gelezen. We hebben tegenwoordig zoveel (digitale) mogelijkheden om aan verstrooiing en informatie te komen dat boeken steeds minder worden gelezen. En dat is niet alleen jammer maar ook kwalijk. De leesvaardigheid van de Nederlander loopt sterk terug en de leesconcentratie wordt minder en minder.

Daarom wil ik een lans breken voor het boek en hoe dit beter te doen dan een gedicht over een boek van Emily Dickinson met de titel ‘A Book’.

.

A Book

.

There is no frigate like a book
To take us lands away,
Nor any coursers like a page
Of prancing poetry.
This traverse may the poorest take
Without oppress of toll;
How frugal is the chariot
That bears a human soul!

.

Troostvogel

Drs. P.

.

Poëzie kan heel serieus zijn maar soms ook heel luchtig. En luchtig kan ook weer een serieuze ondertoon hebben. Drs. P. is als geen ander een dichter die beide kan verenigen. Zoals ook blijkt uit het gedicht ‘Troostvogel’ uit de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’ uit 1999.

.

Troostvogel

Wanneer je soms iets naars beleeft
Je niet mag uitgaan door de regen
Of slaande ruzie hebt gekregen
Met iemand waar je veel om geeft

Als speelgoed door een mankement
Niet meer zo leuk is als tevoren
Je kwartje ergens is verloren
Kortom, als je verdrietig bent

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort het, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

Zolang er kinderen bestaan
Is hij ze altijd komen troosten
In Doesburg of in ’t Verre Oosten
Of waar hij ook naar toe moest gaan

De vogel is in al die tijd
Nog nooit beschreven of geschilderd
Is hij beeldschoon of erg verwilderd?
Daarover heerst onzekerheid

In elk geval, hij meent het goed
Hoewel door alles wat hij doet
Je kans hebt dat je noodgedwongen
Een tijdje op hem wachten moet

Dan komt de vogel met een lied
Je hoort hem, maar je ziet hem niet
En als hij voor je heeft gezongen
Dan vliegt hij weg met jouw verdriet

.

Mijn computer

Charles Bukowski

.

In de vakantieperiode mag een gedicht van één van mijn favoriete Amerikaanse dichter, Charles Bukowski, natuurlijk niet ontbreken. Daarom het gedicht ‘My computer’.

.

My computer

.

“What?” they say, “you got a
computer?”

it’s like I have sold out to
the enemy.

I had no idea so many
people were prejudiced
against
computers.

even two editors have
written me letters about
the computer.

one disparaged the
computer in a mild and
superior way.
the other seemed
genuinely
pissed.

I am aware that a
computer can’t create
a poem.
but neither can a
typewriter.

yet, still, once or
twice a week
I hear:
“what?
you have a
computer?
you?”

yes, I do
and I sit up here
almost every
night,
sometimes with
beer or
wine,
sometimes
without
and I work the
computer.
the damn thing
even corrects
my spelling.

and the poems
come flying
out,
better than
ever.

I have no
idea what causes
all this
computer
prejudice.

me?
I want to go
the next step
beyond the
computer.
I’m sure it’s
there.

and when I get
it,
they’ll say,
“hey, you hear,
Chinaski got a
space-biter!”

“what? ”

“yes, it’s true!”

“I can’t believe
it!”

and I’ll also have
some beer or
some wine
or maybe nothing
at all
and I’ll be
85 years old
driving it home
to
you and me
and to the little girl
who lost her
sheep.
or her
computer.

.