Categorie archief: Favoriete dichters

De sneeuw in ons

Fernand Florizoone 

.

Hoewel ik inmiddels vele Vlaamse dichters ken van naam en vaak ook van werk, zijn er nog steeds dichters te ontdekken. Zo’n dichter is  Fernand Florizoone. Florizoone werd in 1925 geboren te Veurne in de Westhoek, waar de grote Florizoone-familie al woont van in de 16de eeuw. Hij studeerde aan het Klein Seminarie van Roeselare en was bijna veertig jaar lang opvoeder-bibliothecaris aan het Koninklijk Atheneum van Veurne.

Hij debuteerde als dichter in 1955 met de bundel ‘In de branding’. Zijn gedichten werden opgenomen in verzamelbundels als Komrij’s ‘Nederlandse Poëzie van de 19de t/m de 21ste eeuw en enige gedichten’ en ‘Hotel New Flanders, 60 jaar Vlaamse poëzie 1945-2005’ Florizoones werk werd vertaald in vele talen en hij mocht verschillende prijzen voor zijn werk ontvangen waaronder de J.L. De Belderprijs 1977, de  ‘Briljanten-Litera’ onderscheiding, Beringen 1982, de Poëzieprijs stad Blankenberge 1986 en de Vijfjaarlijkse Guido Gezelleprijs 1982-1986 van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal & Letterkunde. Daarnaast is Florizoone  cultureel ambassadeur van Koksijde en erelid van de Vlaamse Vereniging van Letterkundigen.

.

De sneeuw in ons

.
Het had in ons gesneeuwd,

wij hadden witte handen,
onze adem en gedachten waren wit,
de daken droegen witte capes

en de velden huiden van witte beren.

Er zong een lied in ons,

een gamma witte noten
op een besneeuwde notenbalk,

een sneeuwlied van witte wijdheid.

Er klonk een zielslied in ons,
wij herkenden witte stemmen

in ieder van ons,

alle meervouden werden één
in witte verbondenheid.

.

Zwerversverzen

C.S. Adama van Scheltema

.

In mijn boekenkast staan vele dichtbundels en soms als ik bij iemand anders in zijn of haar boekenkast snuffel zie ik ook dichtbundels staan. Zoals bijvoorbeeld een prachtig vormgegeven dichtbundel van C.S. Adama van Scheltema uit 1931, met de nieuwsgierig makende titel ‘Zwerversverzen’.

Carel Steven Adama van Scheltema (1877 – 1924), zoals zijn naam volledig luidt, staat wel bekend als socialistisch dichter. Na zijn studie en kort werkzaam leven in een kunsthandel trad hij toe tot de SDAP en wijdde hij de rest van zijn (korte) leven aan de geëngageerde literatuur.

Hij wilde tot een nieuwe volkskunst komen en bestreed vanuit die gedachte ook de Tachtigers. In ‘De grondslagen eener nieuwe poëzie’ (1907) bestreed hij de “kunst omwille van de kunst”-gedachte, en pleitte in plaats daarvan voor kunst omwille van de mensen om je heen. Zo schreef hij: “Een gedicht moet zijn een muziekstuk van woorden en gedachten, dat door zooveel mogelijk onzer medemenschen kan worden gevoeld en begrepen”. Zijn gedichten vallen dan ook op door de eenvoud. Zijn politieke gedichten worden tegenwoordig niet of nauwelijks meer gelezen, maar zijn natuurgedichten nog wel door liefhebbers van dit genre.

Toch zijn juist zijn politieke gedichten ook interessant, in sommige gedichten is niet meteen duidelijk dat het hier om politiek geëngageerde gedichten gaat. Juist door de eenvoud van zijn taal, de bijna light verse-achtige bewoordingen vind ik het nog heel goed leesbaar en ook best genietbaar. Een voorbeeld uit de bundel ‘Zwerversgedichten’ dat na zijn dood postuum werd uitgebracht door W.L. & J. Brusse’s uitgeversmaatschappij N.V. te Rotterdam is het gedicht ‘Mijn hospita’.

.

Mijn hospita

.

Mijn hospita is weduwe

Van Duitschen middenstand, –

Zij zellef komt uit Schwabenland,

Haar man kwam van de Veluwe.

.

Mijn hospita heeft twee spruitjes:

Hert meisje dat is blond,

Het jongetje is ongezond

En heeft twee bloote kuitjes.

.

Mijn hospita draagt haar boezem

Al vijf jaar uit den rouw,

Vandaag was ze in lichtlilablauw

Met rose moerbeibloesem.

.

Mijn hospita was vanavond

Bijzonder sentimenteel: –

Haar dooden man gedacht ze veel,

Vertelde ze hoogdravend.

.

Mijn hospita speelt met statie

De lieve “Lorelei”, –

Zij zingt er zoo melancholisch bij –

Toch goed van intonatie.

.

Mijn hospita wil mij verleiden –

Nou weet ik het podorie! –

Verduiveld, dat ik dat nou pas zie!

.  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .  .

Verbeel je eens – wij beiden – ?

.

On-site poetry

Nick J. Swarth en Sander Neijnens

.

Dichter Nick J. Swarth (tot gisteren actief als deelnemer van de Poeziebustoer 2018) werkt al sinds 2006 samen met typografisch ontwerper Sander Neijnens.  Samen creëren ze gedichten die zijn geïnspireerd op een specifieke locatie. De teksten, evenals de manier waarop ze geschreven zijn, staan in wisselwerking met de plek waar het gedicht is aangebracht.
On-site gedichten worden gemaakt als kunstwerken in de openbare ruimte, voor landart-tentoonstellingen, festivals of evenementen.

On-Site Poëzie begon in 2006. Stadsdichter van Tilburg Nick J. Swarth werd gevraagd om een gedicht te schrijven voor een blinde muur in de stad. Hij vroeg typograaf Sander Neijnens om de tekst te ontwerpen. Het kunstwerk ‘mussenmanieren’ werd zeer gewaardeerd door de burgers.
Ondersteund door de lokale kunstcommissie KORT, maakten Swarth en Neijnens vervolgens gedichten op zes andere locaties in de periode tussen 2007 en 2012. Het project heette locatiegedichten. Vanaf 2012 wordt het project voortgezet als ‘On-Site Poetry.

Hier een aantal voorbeelden van hun projecten. Kijk vooral ook op de website http://www.onsitepoetry.eu/index.html

.

 

Erotiek op zondag

Carlos Drummond de Andrade

.

Nu de vakantie bijna voorbij is, is het tijd voor erotiek op zondag. Natuurlijk kan erotische poëzie altijd, waarom het tot zondag bewaren, maar in navolging van de Dichter van de maand en de Dichter op verzoek nu een maand lang (of misschien nog wat langer) een combinatie van de twee gericht op erotische poëzie.

Erotische poëzie is een bijzonder genre. Niet veel dichters schrijven erotische poëzie omdat er snel de valkuil dreigt van platte pornografische teksten. En toch is er genoeg erotische poëzie geschreven en ook verschenen, denk bijvoorbeeld aan de verzamelbundel ‘De daad in 69 gedichten’.

Maar vanaf vandaag dus de komende zondagen erotiek op dit blog. Te beginnen met de meester van de erotische poëzie, de Braziliaanse dichter Carlos Drummond de Andrade. In 1992 verscheen bij De Arbeiderspers de bundel ‘De liefde natuurlijk’ een vertaling van ‘O amor natural’ vertaald door August Willemsen. In de bundel staan de gedichten in het Portugees met op de andere pagina de Nederlandse vertaling. Uit deze bundel ‘De dingen die in bed gebeuren’ de vertaling van ‘O que se passa na cama’.

.

De dingen die in bed gebeuren

.

(De dingen die in bed gebeuren

zijn geheim van wie bemint.)

.

Het geheim van wie bemint

is: niet slechts vluchtig het genot

te kennen dat ons diep doordringt,

tot stand gebracht op deze aarde

en zo verre van de wereld

dat het lichaam, dat het lichaam vindt

en daarin voortgaat op zijn vaart,

de vrede vindt van groter gaarde,

vrede als in de dood, onaards,

als een nirwana, penisslaap.

,.

O bed, o zoet, zoet wiegelied,

slaap kindje, slaap kindje, slaap

nu slaapt de boze jaguar,

nu slaapt de argeloze vagina,

en de sirenen slaapt, de laatste

of voorlaatste… En de penis

slaapt, de poema, ’t uitgeputte

wilde dier. Slaap nu o fulpen

sluier op en om je vulva.

En laten zij die minnen zwijgen,

tussen laken en gordijnen

nat van zaad, van de geheimen

van de dingen die in bed gebeuren.

.

 

Stilte

Thomas Hood

.

In de film ‘The piano’ uit 1993 van Jane Campion (die maar liefst drie Oscars won), met in de hoofdrollen Harvey Keitel, Holly Hunter en Sam Neill, komt het gedicht ‘Silence’ van Thomas Hood (1799 – 1845) voorbij. Thomas Hood was een Engelse dichter, auteur en humorist, vooral bekend van gedichten zoals ‘The Bridge of Sighs’ en ‘The Song of the Shirt’. Hood schreef regelmatig voor The London Magazine, Athenaeum en Punch. Later publiceerde hij een tijdschrift dat grotendeels bestond uit zijn eigen werken. Hood stierf op 45-jarige leeftijd. William Michael Rossetti noemde hem in 1903 ‘de beste Engelse dichter’ tussen de generaties Shelley en Tennyson. 

Het gedicht ‘Silence’ uit The Oxford Book of English Verse: 1250–1900.

.

Silence

.

There is a silence where hath been no sound,

There is a silence where no sound may be,

In the cold grave—under the deep deep sea,

Or in wide desert where no life is found,

Which hath been mute, and still must sleep profound;

No voice is hush’d—no life treads silently,

But clouds and cloudy shadows wander free.

That never spoke, over the idle ground:

But in green ruins, in the desolate walls

Of antique palaces, where Man hath been,

Though the dun fox, or wild hyæna, calls,

And owls, that flit continually between,

Shriek to the echo, and the low winds moan,—

There the true Silence is, self-conscious and alone.

.

Leg me neer

Leonard Nolens

.

Dichtbundels komen in vele soorten. Soms erg slordig uitgegeven, zonder titelpagina of inhoudsopgave, op te dun papier of met een te kleine letter, ik heb er in mijn leven al teveel gelezen en bekeken waaraan te weinig aandacht (of de verkeerde aandacht) werd besteed.

Gelukkig zijn er ook vele dichtbundels waaraan juist wel aandacht is besteed. Bundels waar je bij het bekijken van de omslag vaak al weet; dit klopt. Bundels met een goede bladspiegel, met een goede opmaak, een fijn te lezen lettertype en met net dat beetje extra informatie waar je als lezer op hoopt.

En dan zijn er bundels waaraan buitensporig veel aandacht is besteed, waaraan je bij de aanblik alleen al weet, dit is bijzonder, dit is een zorgvuldig uitgegeven bundel met aandacht voor de inhoud, de vorm, de presentatie, de uitvoering, met net dat beetje sjiek dat het een feest maakt om te lezen.

Zo’n bundel is ‘De liefdesgedichten’ van Leonard Nolens van uitgeverij Querido, uitgegeven in 1997 in rood linnen met zelfs een vierkant fluweel op de cover. Band en typografie werden verzorgd door Anneke Germers en die verdient een pluim. Achtendertig gedichten, liefdesgedichten voorafgegaan door een opdracht “Voor Leen de Jong’ en een citaat van T.S. Elliot uit ‘A dedication to my wife’: These are private words adressed to you in public.

Dit is het soort bundel dat ik graag naast me neer leg, om naar te kijken, om in te lezen, nog eens in te bladeren en opnieuw in te lezen. Als elke dichtbundel met zoveel liefde en aandacht zou worden gemaakt (wat niet mogelijk is dat begrijp ik best, ook gezien de kosten die ermee gemoeid zijn) dan zou het lezen van poëzie een nog veel mooiere ervaring worden.

Uit deze fijne bundel het gedicht ‘Object’.

.

Object

.

Het zijn de ogen, ja, het zijn vooral de ogen,

De hemelsblauwste die ik ken, het zijn de bogen

Erboven die zo spannend in het voorhoofd staan

Geslagen, wijd uiteen, het is de stoute mond

Waar nooit een mannentong naar binnen is gegaan

En die mij zoent tot op de grond van mijn bestaan.

.

Het is de lach waarin haar diepste binnenkant

Zich langzaam openvouwt tot een uitbundig snikken,

Ja, het is de stem die mij heeft aangeklampt

Tot in de inkt van mijn zwartgalligste gedichten.

Zo klinkt het innig blootste, het aanminnig mooiste

Van mijn kleine leven, haar grote en dode gezicht.

.

Theun de Winter

De Gedichten

.

In de boekhandel Dominicanen in Maastricht kwam ik het kleine bundeltje ‘De Gedichten’ tegen van Theun de Winter. Een alleraardigst bundeltje uit 1972. Theun de Winter (1944) debuteerde met dit bundeltje bij de Erven Rap. Na zijn niet voltooide studie in Amsterdam tekende hij cartoons voor Propria Cures schreef gedichten, en werd door Armando gevraagd als medewerker bij de Haagse Post. Ook schreef De Winter het nummer ‘Terug naar de kust’ (1976) voor Maggie MacNeal, en componeerde hij met Ron Westerbeek de filmmuziek voor ‘Het debuut (1977).

De Winter verhuisde terug naar Texel (waar hij zijn jeugd had doorgebracht), kocht het ouderlijk huis, en begon de ezelvereniging Texel ia.

Uit het bundeltje ‘De Gedichten’ twee korte gedichten.

.

Tijdens een autotochtje met I.

op een zondag

van Santpoort naar Zandvoort

en weer terug

zag ik nabij

het natuurbad Velserend

dat de Ruïne van Brederode

in de steigers stond.

.

Ja meneer

het zijn apparaten hè

en door mensenhanden

gemaakt

dus ze kunnen

wel eens

kapot gaan.

.

Avond

Vladislav Chodasevitsj

.

Vladislav Felitsianovitsj Chodasevitsj (1885 – 1939) was een Russisch schrijver en dichter. Geboren in Moskou maar van Pools-Joodse afkomst. In 1922 emigreerde hij naar Parijs waar hij een gezaghebbend literatuurcriticus werd. Hij was een einzelgänger met een grondige afkeer van het futurisme maar hij stond ook zeer streng en kritisch tegenover zijn eigen werk. Chodasevitsj heeft een klein maar krachtig oeuvre achter gelaten waarin vooral het tragische dualisme tussen geest en materie centraal staat. Chodasevitsj schreef overwegend poëzie, “in kille schoonheid”, zoals hij het zelf noemde.

Uit de bundel ‘Het glas dat geen leugens verdraagt’ uit 1985 het gedicht ‘Avond’, in een vertaling van Marko Fondse.

.

Avond

.

’t Kraakt en glijdt onder de voet.

Winden woeien, sneeuw kwam neer.

Wat een treurnis, goede God,

Here God, en wat een zeer.

.

Wel zeer valt uw wereld zwaar,

En ook Gij kent geen genà.

En waar dient die wijdte voor,

Als op aarde dood bestaat?

.

En geen mens die je verklaart,

Hoe in ’s levens nedergang

Je bij zwerven nog volhardt,

Huiveren, geloof en zang.

.

Sla maar na

Kay Slice

.

In 2018 gaat de Poëziebus weer rijden van 6 – 12 augustus, voor het volledige programma ga je naar https://poeziebus.nl.

In de editie van 2017 ging Rapper, MC en poetisch vocalist Kay Slice uit Dordrecht mee. Kay Slice heeft Ghanese roots maar werd in Nederland geboren. Hij maakt deel uit van de rapgroep Brandwerk.  In zijn werk is energie belangrijk. Kay Slice zoekt naar blijdschap en energie is wat hij schrijft.  In 2017 verscheen in de bundel ‘Staalkaart van de Nederlandstalige podiumpoëzie’, een uitgave van de Poëziebus en MUG books, een gedicht van zijn hand getiteld ‘Sla maar na’.

.

Sla maar na

.

Welkom in de tijd waar niemand meer iets opslaat.

Maar de aandacht opgaat aan dat wat op niks slaat.

Als een dichter die dicht maar uit het niets dicht slaat.

Ik snak naar de tijd waar alles werkt als je er even op slaat.

.

Gevoelens opgekropt als een volle krop sla.

Je mindgames zorgen dat ik soms even op hol sla.

Dus ik sla je… arm om me heen maar je ziet het als een aanval.

Ik wilde fases overslaan maar ik wist geen aantal.

.

Ik kom  me slag slaan misschien heb ik te veel sla-gen.

Is dat de reden waarom de middelbare school me niet zag slagen.

Maar ik converteer me sla-gen liever in wat slaag-gen.

Je kan je droom niet leven als je telkens aan het slapen bent.

.

En ja, soms moet je een aanbieding even afslaan.

Om op de juiste route te kunnen afslaan.

Sla de bladzijde om hak op de tak takkies.

Waar deze tekst op slaat? al sla je me dood.

.

Road trip

Gijs ter Haar

.

Dichter en performer Gijs ter Haar schreef het gedicht ‘Road trip’ en aangezien het vakantie is, vind ik dat dit toepasselijk is in de categorie Vakantie Poëzie, al gaat het gedicht natuurlijk over de innerlijke road trip die Gijs maakt.

.

Road trip

Het is de weg die tot mij spreekt,
in monotonie van witgestreepte morse
trekt hij banen in mijn hoofd
als eigen stem door velden galmt.

Van dat alles herhaling is zonder einde.
Reizen zonder bestemming.
Bewegen zonder doel.

We draaien de klok op maar hebben geen sleutel,
en waarheid woont waar wij net waren.

.