Categorie archief: Favoriete dichters
Alkmaar ontwaakt
Lonneke van Heugten
.
Via een jurylidmaatschapsklus kwam ik in aanraking met Lonneke van Heugten. Zij is dramaturg, onderzoeker, schrijver en dichter, die ook aan marketing doet. Een duizendpoot zou je kunnen zeggen. Momenteel werkt ze aan haar PhD aan de Amsterdam School for Cultural Analysis en zit ze in de Raad van Toezicht van de Stichting KUUB. Deze stichting organiseert Op 15 en 16 juni 2018 het Festival KUUB, en daar presenteren Alkmaarse cultuurbeoefenaars een uitgebreid programma. Op dit regionaal, cultureel festival van het jaar tref je liveoptredens, creatieve workshops, theatervoorstellingen, foodtrucks, eigentijdse kunstexposities en meer. Meer informatie over Lonneke vind je op https://lonnekevanheugten.com
Van haar hand is het gedicht over de stad waarin zij woont, Alkmaar.
.
Alkmaar ontwaakt
Zaterdagmorgen.
De zon piept over de huizen.
Stralen kietelen de plavuizen
van de Laat.
En zij, de stad, opent loom een oog,
ontwaart een paar vreemde nachtvogels
die zich niet meer kunnen oriënteren op de sterren –
ze zijn het nachtleven te laat ontstegen.
Onbeholpen klapwieken ze richting hun thuizen.
De stad slaat haar ogen op naar de lucht
en slaakt een zucht.
Voelt dan fietsbanden kriskras
en doelbewust
rollen over haar buik.
Het zijn niet de laat-komers,
maar de vroege vogels
die terstond hun nest uitgaan,
wetend dat er werk aan de winkels is.
En zij, de stad, rekt zich uit in lanen,
strekt zich in het licht.
Ze wil iets zeggen om al die ochtendkwetteringen te verdringen,
ze tot zwijgen te manen,
of desnoods tot zingen,
in al hun schittering.
Maar uit haar mond ontsnapt slechts een gaap.
En gespeend van zin in inspanning
dommelt ze,
voldoende gerust over haar bewoners,
weer in slaap.
.
Bezwering
Kira Wuck
.
De poëziebundel ‘De zee heeft honger’ is de derde uitgave en tweede gedichtenbundel van Kira Wuck. Haar debuut ‘Finse meisjes’ uit 2012 werd zeer goed ontvangen. In dat jaar werd ze Nederlands kampioenschap poetryslam, en in 2013 kreeg ze de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en werd ze genomineerd voor de C. Buddingh’prijs. In de bundel ‘ De zee heeft honger’ uit 2017 komt de melancholische en verwonderde kijk op de wereld van Wuck terug. Dit in combinatie met de soms absurde situaties maken de bundel bijzonder.
In de gedichten is het alsof je in een situatie binnenvalt, je krijgt een stuk informatie en daar moet je het mee doen. Er worden weinig of geen emoties beschreven waardoor de bundel wat afstandelijk aandoet. Hoewel dit een objectieve kijk op de dingen kan suggereren is het tegendeel waar, door de keuze van de informatie die in een gedicht wordt meegegeven ontkom je er niet aan om in de denkwijze van de dichter mee te gaan en die is vaak negatief of heeft een heel veroordelende strekking. Toch blijven de gedichten van Wuck aantrekkelijk, misschien juist wel door deze aanpak. Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Bezwering’.
.
Bezwering
.
Als de stewardess zegt dat we eerst onszelf
voordat we anderen
lacht een man, zijn ruwe huid barst open
in een oogwenk trekt hij een mes uit zijn laars
drukt het tegen de wang van zijn buurman
in zijn koffer:
ongelezen brieven, een pil tegen eenzaamheid
en een gebed tegen angst
het gaat zelden mis, zegt de stewardess
dus vergeet wat ik net gezegd heb.
voedende moeders dragen geen bomgordel
de bomen zwaaien van welke kant je ook komt
.
Een lentemorgen trad je uit ons huis
J. Presser
.
De schrijver, historicus en dichter J. Presser (1899-1970) schreef in de Tweede Wereldoorlog een aantal gedichten onder het pseudoniem J. van Wageningen. Een aantal gedichten werden illhgeaal gestencild of gedrukt en verspreid. Tijdens een treincontrole werd de jonge vrouw van Presser, Debora Appel, opgepakt met een vervalst identiteitsbewijs en hij zou haar nooit weer zien. Zij zou later tijdens de oorlog worden vermoord in concentratiekamp Sobibór.
In het gedicht ‘Een lentemorgen trad je uit ons huis’ uit 1943 vertolkt Presser op beklemmende wijzehoe de Jodenvervolging ingreep in het persoonlijk leven van Joden en dus ook van hem zelf. In het gedicht spreekt de dichter nog niet van de dood maar van ballingschap zoals ooit, volgens het oude testament, de joden in Babylon.
.
Een lentemorgen trad je uit ons huis
.
Een lentemorgen trad je uit ons huis,
in een dun bloesje, zonnig en tevreden,
en geen van beide hoorde ’t zacht geruis,
of zag de vale schaduw neergegleden
.
van ’t noodlot wiekend boven ’t jonge hoofd,
dat glimlachend zich eens nog naar me wendde…
Ik heb een ganse nacht en dag geloofd,
dat ik die vlotte, lichte tred herkende
.
en toen niet meer. Toen kwam het formulier
met naam en stempel, nummer van barak,
verzoek om warme kleren. Ach, toen brak
mijn hart natuurlijk niet. Mijn ogen zagen
jou ergens ver, heel ver, aan een rivier
van Babylon de slavenketen dragen.
.
Tot tien geteld
Alja Spaan
.
Zondag dus een gedicht van de dichter van de maand Alja Spaan. Dit keer een gedicht uit haar mooie bundel ‘Misschien moet alles eerst op tekening hersteld’. Op 11 februari 2017 schreef ik over deze bundel: Alja neemt je mee een wereld die niet groots en meeslepend is maar voelt als een warm bad waarin je heel makkelijk wordt meegezogen.
Dit blijkt ook weer uit het gedicht ‘Tot tien geteld’.een intiem portret van een dorp, een meisje en wat verdwaalde personages.
.
Tot tien geteld
.
Geluiden van twee kanten tunnelen mij
het dorp uit, zwetende
.
buurmannen met ontbloot bovenlijf en
kalende kruin, gympen met
.
losse veters en wijde sportbroeken. Van
bovenaf kakelend met
,
het helpend familielid, de vrouw die niet
beter weet, het plan van aanpak
.
volgend met een hopeloze bereidwilligheid,
de oude vader die onnozel nog wat
.
handen in de zij zet. Ik steek middelvingers
hoog. Lopend kom ik tot
.
de kerk. Ik post een brief. Ik lees dat er
een kat vermist is sinds vorige week.
.
Haar foto hangt in het bushokje. Met veters
los kun je zomaar verongelukken.
.
Bukowski
Vrijheid
.
Op de website van Manu Bruynseraede vond ik het gedicht ‘freedom’ van Charles Bukowski in een vertaling. Waarschijnlijk van Manu. En zeer de moeite waard.
.
vrijheid
.
Ze zat in het raam
van kamer 1010 in het Chelsea-hotel
in New York,
de kamer van Janis Joplin.
Het was 40 graden,
ze zat op speed
en één van haar benen hing over
de vensterbank en ze leunde naar buiten
en zei: “God, dit is machtig!”
en toen gleed ze uit
en viel bijna
en kon zich nog net tegenhouden.
Het scheelde maar net.
Ze kwam terug binnen,
liep naar het bed en strekte zich
erop uit.
Ik heb veel vrouwen verloren
op vele verschillende manieren
maar op deze manier
zou de eerste keer geweest zijn.
Toen rolde ze van het bed
landde neer op haar rug
en toen ik naar haar toe kwam
sliep ze.
De hele dag had ze naar het Vrijheidsbeeld
willen gaan kijken.
Voorlopig
zou ze me daarover
niet meer lastig vallen.
.
Antoinette Sisto
Herinnering
.
Vandaag zou, de vorig jaar veel te jong gestorven dichter, Antoinette Sisto (8 mei 1963 – 7 juli 2017) jarig zijn geweest. Haar overlijden laat nog altijd een gat achter bij degene die haar hebben gekend.
Als eerbetoon aan een bijzondere vrouw en prachtig dichter wil ik daarom vandaag een gedicht over haar van de dichter Stanislaus Jaworski met jullie delen.
.
Antoinette Sisto
.
Nu zij weg is kan zij overal zijn
op mijn linker- en mijn rechterschouder
telt ernstig mijn goede daden en trekt
tong uit haar mond de slechte ervan af
Voor mij uit op straat, op het plein
haar loopje wordt herkend
tot zij in de drukte verdwijnt
onderweg naar ergens
Ik zie haar gezicht in de wolken
hoor haar stem bescheiden spreken
zingen van engelen die vanavond
niet zullen vliegen, want zij
zal als altijd bij me zijn
zacht voor mij als watten
.
Uit mijn boekenkast
De 100 beste gedichten van 2014
.
Uit mijn boekenkast heb ik vandaag de bundel ‘De 100 beste gedichten’ gekozen door Ahmed Aboutaleb voor de VSB poëzieprijs 2014 genomen. Bladerend door deze bundel kwam ik een voor mij nog onbekende dichter tegen Maria de Groot.
Ze staat met 1 gedicht vermeld in de bundel en dat is getiteld ‘Adagio’. Het gedicht komt uit de bundel ‘Venetiaanse gedichten’ uit 2012.
.
Adagio
.
Ik woonde op de brug van de frambozen
en mocht daar in de nacht de sterren tellen.
Ik kon hun aantal in het water lezen.
Zij hadden mij voor deze taak gekozen
omdat ik verder durfde overhellen
dan zij die als de dood de diepte vrezen.
Soms wist ik niet meer waar ik was gebleven,
begon mijn arbeid, met geduld bemeten,
opnieuw te midden van de glinsteringen.
Ik ben alleen. Ik lijd een dubbel leven.
Ik kan bij dag de vruchten niet vergeten
die in de duisternis te rijpen hingen.
.
Geheim agent
Tonnus Oosterhoff
.
De dichter, schrijver Tonnus Oosterhoff (1953) debuteerde in 1990 met de bundel ‘Boerentijger’. Inmiddels is hij vele bundels en verschillende belangrijke literaire prijzen verder. Zo ontving hij o.a. de Multatuliprijs, de Jan Campertprijs, de VSB Poëzieprijs en de P.C. Hooft prijs voor zijn hele oeuvre. In zijn debuutbundel las ik het gedicht ‘Geheim agent’ en daaruit blijkt de onderkoelde humor die hem zo kenmerkt.
.
Geheim agent
.
Alles heb ik geregeld: de valse naam
en het hotel waar niemand ons zou zoeken.
Zijn spierkracht, dat hij klein was, niet veel sprak,
zijn gladde bruine zolen heb ik zelf bedacht.
De rust waarmee hij alles met me deed
om me tot een bekentenis te dwingen.
Stroomstoot, ijslikeur, bamboe, valse hoop:
hij was een meester in het derdegraads verhoor.
Toen ik vertrok had ik gezworen wat hij wou.
Ik had gemoord, verraden en gelogen,
en meer getierd dan hij ooit had gehoord
en toegegeven: deze ontmoeting vond nooit plaats.
.
Het klein heelal
April op de Veluwe
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘het klein heelal’ uit 1970. Een bundel moderne gedichten voor het voortgezet onderwijs, samengesteld door H. Doedens en P. Maassen. De titel komt uit een gedicht van H.W.J.M. Keuls. De samenstellers hebben zich bij hun keuze laten leiden door de liefde voor de eigentijdse letteren. Zij wagen het, zo stellen ze, een bloemlezing van merendeels nog levende dichters samen te stellen want, de jeugd herkent zich het best in de uitingen van tijdgenoten. Je vraagt je af hoe zo’n bundel er heden ten dage uit zou zien.
In een aantal hoofdstukken met titels als Fantasieën, Bloemen en dieren, Het Vaderland, Het leven van alledag, De dood, De seizoenen, De religie en Epische gedichten staan de bijna 200 gedichten gerangschikt. Gedichten van bekende namen maar ook van minder bekende namen als Edmond de Clerq, Alette Beaujon, W.S. Noordhout en Willem Enzink.
Ik koos voor een, mij onbekende, dichter namelijk Jo Landheer met het gedicht ‘April op de Veluwe’.
.
April op de Veluwe
.
In andre streken is ’t nu volop voorjaar.
Daar staan nu al veel bomen in een zacht,
Pril waas van groen en gaat jong gras ontspruiten.
Verblindend trilt er de ijle bloesempracht.
.
Hier blijft het donker op de stille heide,
Die nog van winterkoude lijkt verstard.
Vaal en verlaten liggen de stuifzanden
En al het loofhout ziet nog kaal en zwart.
Maar meer dan naar het liefelijkste op aarde
Trekt naar dit stugge land mijn hele hart.
.













