Categorie archief: Poëzie en Kunst
Ik zie u gaarne met een boek
Poëtisch mini novelle
.
Voor mijn verjaardag kreeg ik een heel charmant en prachtig vormgegeven bundeltje van Randall Casaer getiteld ‘Ik zie u gaarne met een boek’. Eigenlijk is dit een kunstwerkje in de vorm van een boek. Ik weet van kleine uitgeverijtjes die zich specialiseren in het uitgeven van dit soort kleine hebbedingetjes. Dit kleinood is uitgegeven door uitgeverij Vrijdag in Antwerpen en vormgegeven door Leen Depooter – quod. voor de vorm. De tekst en de bijzondere illustraties zijn van Randall Casaer. Deze hele bundel draait om een vrouw die een boek leest en de verteller die om haar aandacht bedelt. Op elke tekening (en dat zijn er 21!) is de vrouw lezend te zien, volledig verdiept in de tekst van het boek.
Volgens de website van Randall Casaer http://www.randallcasaer.com is hij “artiest, auteur, tekenaar, mensenfluisteraar, winkelier, grommelpot”. Randall debuteert in 2007 met de graphic novel ‘Slaapkoppen’ en haalt daarmee zowat alle beschikbare debuutprijzen binnen. Het werk vindt bovendien zijn weg naar het buitenland met vertalingen in het Frans, Engels en Italiaans. De graphic poem ‘Ik zie u gaarne met een boek’ over een ménage à trois: een man, een vrouw en een boek verschijnt in 2013. Het boek scoort goede kritieken, in België én in Nederland.
De tekst is in het Vlaams en verteld het verhaal van de verteller op een poëtische wijze. Hoewel de tekst soms niet helemaal goed leesbaar is (gele letters op een witte achtergrond) word je meegesleept in zijn verlangen naar haar blik op hem (of jou als lezer) in plaats van op het boek dat ze in haar handen heeft. Een mooi, lief en vooral heerlijk boekje voor poëzie en kunst liefhebbers. Hier het begin van de bundel.
.
weet ge wat het is, mevrouw
hoe het komt dat ik u gaarne zie
als gij een boekske hebt waarin ge kijkt en leest
of lijkt te lezen
.
en late we geen twijfel zaaien:
ook zònder boek
zie ik u gaarne staan
.
maar soms
zoals vandaag
het allerliefste mét
.
het is wanneer uw aandacht in een boek zit
dat er een stukse van mijzelf
dat door de band wat schuchter is
u langer durft bestaren
.
Klankdicht
Antony Kok
.
Als de dichter Antony Kok (1882-1969) al bekend is bij de poëzieliefhebber dan is dat als medeoprichter van het internationaal vermaarde kunsttijdschrift De Stijl en de schrijver van één gedicht: ‘Nachtkroeg’. De bekendheid van ‘Nachtkroeg’ is te danken aan Paul Rodenko, die het gedicht in 1954 opnam in zijn bloemlezing uit de poëzie der avant-garde: Nieuwe griffels schone leien. Op 17 maart 2013 schreef ik over deze bundel en mijn bijzondere exemplaar https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/03/17/nieuwe-griffels-schone-leien/. Inderdtijd was Kok daar toen wel blij mee. Hij had er zich al bij neergelegd dat zijn literaire werk in de vergetelheid zou raken.
In de periode tussen 1915 en 1923 stortte Kok zich in het avontuur van de experimentele literatuur. Dit werd mede veroorzaakt door zijn vriendschap met schilder, architect en schrijver Theo van Doesburg (1883-1931). Vanaf het begin hebben ze in een briefwisseling elkaars ideeën over kunst en literatuur toevertrouwd. Van Doesburg probeerde zijn vriend tot grotere literaire prestaties te stimuleren. Op 11 februari 1916 schrijft hij aan Antony Kok: ‘Verzen lezen is verzen luisteren. Men leest de woorden en luistert naar den zin er van in zijn binnenste. Zoo heb ik je verzen gelezen: beluisterd’. Maar Van Doesburg wil meer van Kok: ‘ Je verzen zeiden me niet genoeg. Stuur mij verzen, die mij brengen, waar geen sterveling geweest is. Stuur mij verzen, die mij optillen van mijn stoel en mij plaatsen in den hemel. Naar zulke verzen snak ik!’
In 1920 schreven Piet Mondriaan, Theo van Doesburg en Antony Kok hun ideeën op in ‘De Stijl’ een manifest over de literatuur: over de oude en de nieuwe kunst, het individuele versus het universele en de hervorming van de kunst en cultuur. Op alle gebieden van de kunst en cultuur dus ook op die van de poëzie. Het gedicht ‘Klanken’ uit 1916 is een typisch voorbeeld van de beoogde nieuwe poëzie. In een aantekening geeft Kok aan dat hij de op straat door een voorbijganger uitgesproken zin: ‘De straat daar rechts daar zullen we heen’ verstond als ‘Statewets da wubbel dahee’.
.
Ach, het wordt vast mooi
Ruth van de Steene en Lies Schroeyen
.
De Vlaamse schrijfster en activiste voor het goede leven Ruth van de Steene ( 1987) en de eveneens Vlaamse illustratrice Lies Schroeyen (1990) maakten samen het bundeltje ‘Ach, het wordt vast mooi’. Dit bundeltje wordt op de achterflap aangeprezen als een snoepboekje over het liefdesverlangen, de bijbehorende euforie en ook wel het verdriet, af en toe. En na lezing ben ik het volledig eens met deze omschrijving. Dit is geen bundel om in één keer uit te lezen en kijken, al kan dat prima, maar om af en toe tot je te nemen en erin te bladeren, te lezen en naar de eenvoudige maar treffende illustraties te kijken. Op elke pagina staan een, twee of drie regels die worden ondersteund of aangevuld met een illustratie die op de regels betrekking heeft.
De bundel telt ca. 60 pagina’s (die overigens niet genummerd zijn maar in dit geval is dat totaal geen punt) met prachtige en soms ontroerende regels. Mijn favoriet is denk ik ” Hoe kan ik je dan binden / als het vrijen heet” . Als opdracht staat voorin dit bundeltje: ‘Voor onze muzes’ en ik denk dat deze muzes zich heel rijk mogen voelen met een dergelijk kleinood. De illustraties zijn van een eenvoud, gemaakt met inkt, ecoline of iets dergelijks, maar heel vaak bijzonder to the point.
Hier een aantal van de zinnen die mij zeer konden bekoren:
.
Bestelling – / handen vasthouden / doe mij maar weinig vast / en veel houden
Ik wil klungelen met mooi / ik wil de liefde morsen
Ik het kieken / jij de vrije uitloop
Dat ik soms blijf hangen / bij mooie mannen / dan ineens / geen hoogtevrees
.
De bundel is uitgegeven door Ruth van de Steene, uitgever en heeft op de achterflap ‘Leesteken’ als aanduiding. Voor verliefden, voor wie een lief klein cadeautje wil geven aan zijn of haar geliefde of voor liefhebbers van boekjes die je steeds opnieuw even kan inkijken voor wat inspiratie is ‘Ach, het wordt vast mooi’ een prima bundeltje.
.
Gevonden gedichten
Poetry issues
.
Toen ik pas geleden bij de Koninklijke Bibliotheek moest zijn kwam ik tussen de folders en krantjes een gevouwen A4 ‘foldertje’ tegen met op de voorzijde de tekst ‘poetry issues #20. Toen ik het A4tje openvouwde bleken er aan de binnenkant 5 gedichten in het Engels te staan. Daarnaast een website en toen ik deze opende via de QR code kwam ik op https://sans-systeme.com/blog terecht waar maar liefst 20 poetry issues te vinden zijn. De maker van deze website en dus de papieren poetry issues is Maria Exarchou.
Maria Exarchou blijkt een schrijver/dichter/kunstenaar te zijn die in Den Haag woonachtig is. In de informatie die ik over haar vond schrijft ze: Ik ben een talen professional geïnteresseerd in wat een taal,in een breder perspectief, dus zowel verbaal als visueel, kan doen voor mensen die haar gebruiken, en hoe we taal gebruiken om verhalen te maken, die sterk genoeg zijn om mensen te verbinden of van elkaar te verwijderen.
Op de vraag waarom ze poëzie in een pamfletvorm maakt geeft ze op haar website het volgende antwoord: Omdat we iets tastbaars nodig hebben om te zorgen dat we bestaan. Omdat verschillende platforms hetzelfde werk op verschillende manieren beïnvloeden. Omdat ik op onverwachte ontmoetingen vertrouw.
Zo’n onverwachte ontmoeting vond dus plaats toen ik haar pamflet zoals ze het zelf noemt in de KB tegen kwam en er meer over wilde weten. De vorm is op zichzelf vrij saai, een in vieren gevouwen A4 papiertje (in een stemmig grijsgroene tint met een typeletter waarin de gedichten zijn geschreven. Ik heb voor het gedicht ‘Fake Fighters’ gekozen omdat iets in dit gedicht me deed terugdenken aan een documentaire die ik zag over ‘preppers’ in de Verenigde Staten. Een prepper is iemand die zich voorbereidt op een noodsituatie als gevolg van een ramp of sociale, politieke en/of economische opschudding en ongeregeldheden, of deze zich nu op lokaal niveau of internationale schaal afspelen. In veel gevallen slaat men hier behoorlijk in door, zeker in de Verenigde Staten.
.
Fake Fighters
.
We thought it would be the last fine day.
We stayed outside and took it all in.
The sun, the breeze, the smell of green.
.
When more gleaming mornings came
we stayed in, restricted by circumstance
or obligation. We let out sighs of relief
.
when the land finally gave in to the cold.
Even hapiness had got tiring.
.
Logos
Rozalie Hirs
.
In 2002 publiceerde dichter en componist Rozalie Hirs (1965) haar bundel ‘Logos’, genoemd naar de gelijknamige online hyperstructuur. In samenwerking met Matt Lee (die de site in flash programmeerde) en met illustraties van Noëlle von Eugen werd deze bundel omgewerkt tot een digitale bundel. Via hyperlinks op de anatomische kaart (en binnen de gedichten) kan de lezer direct naar de gedichten, waar het betreffende lichaamsdeel wordt belicht, navigeren (en ook van gedicht naar gedicht springen). De bundel is online te lezen op http://www.rozaliehirs.nl/rozalie-hirs-logos-2002/#gedichten en is al stand alone app te downloaden.
De logos uit de titel zou naar de wetten van het lichaam kunnen verwijzen, waarmee we ons dagelijks in het contact met de wereld geconfronteerd zien. Maar ook naar het denken, de verbeelding, en het woord. In de talrijke liefdesgedichten blijkt de beminde een mens van vlees en bloed maar tegelijkertijd ook de taal. Een mooi voorbeeld uit deze digitale bundel is het het liefdesgedicht ‘Orewoet’.
.
Orewoet
.
Ik wrijf het geluid van je stem
over mijn gezicht –
mijn vingers drukken
de druppels aan stukken.
Je likt over mijn wangen,
aan mijn wimpers,
op zoek naar zout: minerale
houdbaarheid voor banen van bloed.
Tranen meren aan je lippen en
keren zich buitenste binnen.
Je slikt de voedselvloed
met lome teugen – als een sluis.
De handeling klinkt terug
in de wijde buis van de omgeving –
de geesten zien elkaar op de brug.
Je tong ligt open voor de tijding:
Mijn antwoord op jouw getijde.
.
Betreffende vogels
Hans Warren
.
Sinds afgelopen zondag is het bundeltje ‘Betreffende vogels’ van Hans Warren in mijn bezit. Dit kleine bundeltje met 24 gedichten bij miniaturen van H. J. Slijper werd in 1974 uitgegeven door Erven Thomas Rap en mijn exemplaar is gesigneerd door Hans Warren (1921 – 2001) en H.J. Slijper (1922 – 2007). In deze bundel staan dus 24 gedichten gerangschikt in 4 hoofdstukken met namen als; Dode vogels, Historische vogels, Vogels in de spiegel en Zingende vogels en ze worden voorafgegaan door een gedicht getiteld ‘Slechtvalk en duif’.
Warren en Slijper hebben elkaar gevonden door hun wederzijdse voorliefde voor vogels. Slijpers illustraties sierde met regelmaat de voorkant van het blad ‘Vogeljaar’ en Warren vertaalde meerdere natuur- en vogelboeken. Ik heb voor het gedicht ‘De Wielewaal’ uit dit bundeltje gekozen omdat het een vreemd gedicht is, omdat Hans Warren in dit gedicht aan de haal gaat met de vele namen van de Wielewaal en tot slot eindigt in een vreemd soort klankdeel.
.
De Wielewaal
.
Oriolus, Gele Gouw, Gele wielewouw,
Loriot, Figo l’Aouriaou, Migliora,
Ajulu, Gabrieli, Agruppa filu,
Rigogolo, Crusuelo, Pirol,
Shulz von Milo, Schulz von Bülow,
Oropendola. ‘Hio bulo!
gidleo gitatidlio gigilio
gipliagiblio gidleeah!’
.



























