Categorie archief: Uit mijn boekenkast
Herkenningsteken
Anton van Duinkerken
.
In de bundel ‘Dichterkeur, een keuze uit verzen dezer eeuw’ uit 1949 samengesteld door dr. W.L. Brandsma komen een aantal dichters voor waar je tegenwoordig vrijwel nooit meer iets van hoort. En dat is zeker niet altijd terecht.
Zo gaf van Duinkerken(1903 – 1968) in de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw verschillende dichtbundels uit, publiceerde hij in 1932 een grote bloemlezing; Dichters der Contra-Reformatie, en in 1939 Dichters der Emancipatie en werd hem de C.W. van der Hoogtprijs, de Constantijn Huygensprijs en de P.C. Hooftprijs toegekend.
Uit de bundel ‘Tobias met de Engel’ uit 1946 komt het gedicht ‘Herkenningsteken’.
.
Herkenningsteken
.
Een klerk herkent men aan zijn hand,
Een koning aan zijn beeldenaar,
Een vingerafdruk wijst, wat kant
Men zoeken moet naar stokebrand,
Bankrover, dief of moordenaar.
.
Doch wie den dichter kennen wil
Moet raden, wat verborgen pijn
Hem zo geduldig en zo stil
Doet buigen voor de vreemde gril
Der woorden, die zijn dienaars zijn.
.
Geen rijmkracht en geen beeldenschat,
Geen onophoudelijk taalgevijl
Onthullen wat zijn hart bevat.
Men kent hem aan ’t onzegb’re, dat
Hij wegveinst in zijn stijl.
.
Gendray
Herman de Coninck
.
Van de bekende en beroemde Vlaamse dichter Herman de Coninck is een biografie verschenen met de titel ‘Toen met een lijst van nu errond’. Geschreven door Thomas Eyskens en na het prachtige boek van zijn vrouw Kristien Hemmerechts ‘Taal zonder mij’ nu dus een officiële biografie, en hoewel zij aan deze biografie niet heeft meegewerkt is het een zeer uitgebreide en informatieve biografie geworden.
Toen ik dit las werd ik: A. meteen nieuwsgierig en B. kreeg ik de aandrang om de werken van Herman de Coninck er weer eens bij te pakken. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, ben ik een groot liefhebber van zijn gedichten en elke reden om weer eens aandacht te besteden aan deze, veel te vroeg gestorven, dichter te besteden is er een.
Daarom uit de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994 het gedicht ‘Gendray’.
.
Gendray
.
Voor Hugo Brems
De koe, Hoe ze het al eeuwen
met hetzelfde ontwerp moet doen.
Zoiets als de Volkswagen-kever:
de koe-koe.
.
Maar hier liggen er mooie, meisjes haast,
godinnen van het staren, hun grote
stofzuigerzakken volgegraasd, lichtjes verbaasd
van tevredenheid om dit bestaan.
.
Eén wil, moe van al dat ligwerk
overeind gaan staan.
.
Voor wie dit leest
J.A. Emmens
.
In mijn collectie poëziebundels bevinden zich een aantal Salamanderpockets. Een daarvan is de pocket ‘Voor wie dit leest’ Proza en poëzie van 1950 tot heden (heden is in dit geval 1977). Lezend in deze bundel kom ik naast de vele bekende namen van grote dichters ook een paar dichters tegen die ik minder goed of helemaal niet ken.
De dichter J.A. Emmens is zo’n dichter die ik helemaal niet ken of kende moet ik inmiddels zeggen. Jan Ameling Emmens (1924 – 1971) was doctor in de Kunstgeschiedenis en was van 1958 tot 1961 directeur van het Nederlands Kunsthistorisch Instituut in Florence. Vanaf 1967 was J.A. Emmens hoogleraar algemene kunstwetenschap en ikonologie aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.
Samen met o.a. Theo Sontrop en William Kuik wordt hij wel tot de ‘Utrechtse school’ gerekend. Hij schreef simpele, erudiete gedichten, waarin gevoel en verstand hand in hand gaan. In zijn soms geestige werk relativeerde hij veel vaststaande waarden. Terugkerende thema’s zijn angst en agressie. Hij leed aan depressies en maakte zelf een einde aan zijn leven door zich op te hangen.
Een voorbeeld van het thema angst in zijn poëzie is opgenomen in de Salamander pocket 306 maar verscheen oorspronkelijk in ‘Autobiografisch woordenboek’ uit 1963. Het betreft hier het gedicht ‘Rapport over de angst’.
.
Rapport over de angst
.
Oorsprong nog onbekend, het groeit,
naar men thans aanneemt, in ’t geheim,
merkwaardig struikgewas
.
Paart zelden, in volwassen staat
als in een mist ontwaard,
gehuld in ziektes uiterst ingenieus.
.
Sterft, schijnt het, niet altijd: een god,
verouderd tegengif,
is het wel eens genadig.
.
Zware pijnstillers
Rob Schouten
.
Uit mijn boekenkast vandaag de bundel ‘Zware pijnstillers’ van Rob Schouten (1954), zijn 13e en voorlaatste dichtbundel alweer. Rob Schouten is dichter, prozaschrijver, columnist voor Trouw en literatuurcriticus. Daarnaast verzorgt hij sinds 1981 voor het weekblad Vrij Nederland recensies van dichtbundels.
In 1986 en 1987 was hij writer in residence aan de University of Minnesota, van 1993 tot 1996 bijzonder hoogleraar literaire kritiek aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij zat in talloze literaire jury’s, schreef naast dichtbundels en romans ook essays en een verhalenbundel. Daarnaast stelde hij een aantal bloemlezingen samen.In 2002 kreeg hij de Herman Gorterprijs voor ‘Infauste dienstprognose’.
De romantisch decadente elitaristische inslag van zijn vroege werk evolueerde gestaag in de richting van een eigenaardig soort realisme, dat het midden houdt tussen ruwhartig en gevoelig. Zo ook in de bundel ‘Zware pijnstillers’ uit 2012.
Het gedicht ‘Vader’ uit deze bundel is een mooie illustratie van het ruwhartige en gevoelige in één gedicht.
.
Vader
.
Twee oorlogen had hij op zak, als twee horloges,
een peutertje, de ander een volwassen man.
Niemand van ons kende hem nog, misschien verzon
hij soms maar wat, dat hij eerst boekhouder
en later predikant, ‘van kasboek tot bijbel’,
Plots had hij ons verwekt, maar bleef even
‘hardcore’-gelovig als jongen van Jan de Wit.
Hij kon niet tegen onrecht en mijn puberteit.
.
Maar ’t echte werd tot allerlaatst bewaard
toen hij broodmager, zachtjes kotsend, snotterde:
ik wou m’n kleinkinderen groot zien worden.
.
O God, bewaar me, laat me nu afglijden,
sla me met pest, neem me mijn dochters af
en leg me als het erop aankomt kalm in bed!
.
Repeteergedicht
Ruisch
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkaast en viel me op dat ik toch eigenlijk best veel dichtbundels van Jules Deelder heb. In de jaren tachtig las en kocht ik veel werk van deze Rotterdamse grootheid. Vooral zijn humor, zijn archaïsch taalgebruik, de onderwerpen waarover hij schreef maar bovenal zijn performances spraken me zeer aan. Het was nieuw voor mij dat poëzie, waar ik eigenlijk nog maar net mee bezig was, ook zo gebracht kon worden. De bundel ‘Ruisch’ is een weerslag van wat zijn werk zo kenmerkt; aan de ene kant de bekende thema’s zoals de dood, de oorlog en de taal en aan de andere kant zijn (soms wel heel melige) humor. Toch zijn het de zaken die de rafelranden van de poëzie raken die ik interessant vind. In een recensie van deze bundel lees ik “.. een heerlijk boek voor wie van de rafelrandjes van het leven houdt, en van de poëzie van Deelder in het bijzonder”. Ik ben zo iemand en vandaar hier een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Repeteergedicht’ over de poëzie.
.
Repeteergedicht
.
Sommige gedichten dienen
elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Andere gedichten niet.
Wéér andere bleven beter
ongeschreven.
Dat zijn verreweg de meeste.
Maar sommige gedichten
dienen elke dag herschreven.
Gewoon hetzelfde gedicht
elke dag opnieuw.
Tot het onlosmakelijk
met ons is verweven
en met de werkelijkheid
tot waarheid is verdicht.
.
Koud water
A. Roland Holst
.
Vandaag trok ik de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1970 van A. Roland Holst (1888-1976) uit mijn boekenkast. Een keuze maken uit zijn gedichten valt nog niet mee. Hij heeft er niet alleen ontzettend veel geschreven (de bundel bestaat uit meer dan 800 pagina’s) maar er zijn ook zoveel prachtige gedichten van zijn hand. Tijdens zijn leven verschenen al 42 dichtbundels en na zijn dood ook nog enige. A. Roland Holst heeft nog altijd veel liefhebbers en bewonderaars van zijn werk. Zijn poëzie wordt gekenmerkt door een eigen, plechtige stijl en rijke symboliek.
Het gedicht dat ik uiteindelijk koos (na vele gedichten te hebben gelezen, wat zeker geen straf was) is ‘Koud water’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Onder koude wolken’ uit 1962.
.
Koud water
.
Wat bleef mij als mijn adem eigen? Wat
is het met mij, dat ik mijn naam en mijn
mens-zijn onder de mensen onderschat
om in de vroegte zonder naam te zijn
en overeind?
Wat anders dan koud water
over mijn huid als het buiten dag wordt.
Wat anders dan te worden overstort
door het begin, het element, om later
tussen het vuur en de open glazen deur
een geest te zijn van vlees, een willekeur
tegen de wereld.
Noem het hoogmoed, noem
de enige roem waar ik mij op beroem
waanzin – de rest kan mij gestolen worden-
de zonden en de ziekten, het verdorde
verleden – wat gaat het mij aan, zolang
water, koud water, bij het dagaanbreken
mij met klinkklare aandrang
tot eersteling uitroept.
Geen taal of teken
des doods weerspreekt het leven in zijn kern.
Het daagt, maar in het water blinkt nog lang
de morgenster na – laatste van de sterren.
.
Kygnos
Ilja Leonard Pfeijffer
.
In de afgelopen zomervakantie heb ik, zeer tot mijn genoegen, de roman ‘Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer gelezen. Het is een bijzondere roman die ik in één ruk uitlas. Ik kende Pfeijffer eigenlijk alleen van zijn poëzie en zijn Instagram account @iljaleonardpfeijffer, waar hij vooral foto’s van het dagelijkse leven (in vooral Genua) met zijn volgers deelt. Superba deed me besluiten weer wat van zijn poëzie te lezen.
In 2001 verscheen van zijn hand de dichtbundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Die heb ik voor de gelegenheid maar weer eens uit mijn kast gehaald en daaruit wil ik graag een gedicht met jullie delen getiteld ‘kygnos’.
.
kygnos
.
of wringt iets? nogal log in vogelvlucht
krakeel je krijtwit schraapt je zwanenhals
ten krijgersyell je valt je dondert als
bij heldere hemel tergend uit de lucht
.
maar altijd jeukt wel iets als vliegen vliegen
op beide vleugels liegen door de lucht
wie wil niet hemeltergend helder vluchten
uit loden schoenen en een kracht bedriegen?
.
het is de klank die klinken moet de gil
van schoolkrijt op een matzwart bord een zwaan
die vallend voor het eerst ten oorlog zingt
.
het is de kriebel in de buik die wil
spijbelen van bezwaartekracht en aan
de hemel dondert klaar en liegt en klinkt
.















Een bundel liederen en gedichten
6 nov
Geplaatst door woutervanheiningen
E.J. Potgieter
.
Hoewel ik al mijn poëziebundels (min of meer) bij elkaar heb staan kom ik zo nu en dan nog wel eens een bundeltje tegen elders in mijn boekenkast. Zo vond ik tussen mijn collectie ‘obscure oude boekjes’ een mooi bundeltje van E.J. Potgieter. Deze bundel getiteld ‘Liederen en gedichten’ is uit 1900, bijeenverzameld door Joh. C. Zimmerman. Voorin de bundel kwam ik nog een krantenknipseltje tegen wat waarschijnlijk van rond die tijd is. Omdat ik dit erg leuk vind en aandoenlijk heb ik het gefotografeerd en bijgevoegd.
Everhardus Johannes Potgieter (1808 – 1875) was schrijver en dichter. Hij richtte in 1837 het progressief-liberale weekblad ‘De Gids’ op. Hij was redactielid van ‘De Gids’ van 1837 tot 1865. Hij was tevens een van de meest actieve medewerkers en publiceerde vele commentaren en gedichten onder diverse pseudoniemen, veelal als W.D-s, een hommage aan de letterkundige en dichter W.A. Dwars. ‘De Gids’ was aanvankelijk hoofdzakelijk een kritisch tijdschrift, met vertalingen en oorspronkelijk werk geïllustreerd door prenten.
De laatste fase van zijn leven besteedde Potgieter voornamelijk aan de poëzie. Potgieters werk is over het algemeen kritisch en heeft een melancholische stemming.
.
Uit de bundel een bij dit jaargetijde toepasselijk herfstgedicht.
.
Herfst
.
In bosch en veld, in weide en tuin,
Schalt nu de stroeve herfstbazuin
met klaaggeluid
.
En haastig zijn ze weggevlucht
naar warmer, zoeler, blauwer lucht,
De voog’len reeds.
.
Ach, de adem van den najaarswind
Verstijft en doodt elk bloemenkind,
Dat bloeide nog.
.
En ’t groene loof van struik en boom
Verzinkt in d’eeuwen-ouden stroom
van komen, .. gaan.
.
En uit de zwarte, somb’re lucht…
Gudst regenstroom, met smarte-zucht;
Voorbij … voorbij!
.
Voorbij! wat leefde en danste en zong,
Voorbij! wat juichte, kweelde en sprong.
De herfst-tijd heerscht.
.
Een korte wijl –’t ijs ál gedaan !
Dan zal de winter boeien slaan
Om de aard – in ’t wit.
.
Dit delen:
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Uit mijn boekenkast
4 reacties
Tags: 1808, 1865, 1875, 1900, 1937, 19e eeuw, bijeenverzameld, commentaren, De Gids, dichtbundel, dichter, E.J. Potgieter, Everhardus Johannes Potgieter, gedicht, gedichten, herfst, illustraties, Joh. C. Zimmerman, krantenknipsel, kritisch, kritisch tijdschrift, Liederen en gedichten, melancholisch, obscure boekjes, poëzie, poëziebundel, pseudoniemen, redactielid, schrijver, vertalingen, W.A. Dwars, W.D-s