Op de nationale gedichtendag in januari heeft de provincie Vlaams-Brabant eens flink uitgepakt. Op deze dag hing men een spandoek van liefst 50 meter op het Provincieplein in Pamel met daarop een gedicht van de 95-jarige dichter Hubert van Herreweghen.
Categorie archief: Vlaamse dichters
Hier
Herman de Coninck-zondag
.
Vandaag op ‘Herman de Coninck-zondag’ een gedicht in twee delen uit de bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991, getiteld ‘Hier [1]’ en ‘Hier [2]’.
.
Hier [1]
.
Je hebt onder je ogen niets meer aan.
Het nu ligt op de grond.
Je bent eruit gestapt.
.
Een meter onder je ogen
kom ik in je, ver,
tot waar ik achter je ogen
meekijk naar mij.
.
Later word ik wakker.
Ik mis me.
Je slaapt allebei.
.
.
Hier [2]
.
Er is niet veel nodig om te wonen.
Iemand die ‘hier’ zegt tegen het onmetelijke
.
En een medaillon op de schouw,
een pasfotootje. Zo klein
is het onvergetelijke.
.
Ik
Maandag in plaats van Zondag
.
Omdat gisteren de laatste dag was van de Poëziebus geen Herman de Coninck-zondag. Maar speciaal voor alle liefhebbers en fans van de Coninck vandaag dan een gedicht van zijn hand. Vandaag heb ik voor het gedicht ‘Ik’ uit de bundel ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1975.
.
Ik
.
Ik, de bij gebrek aan beter
dan maar mezelf zijnde: een soort
De Slegte voor tweedehandse
onverkochte emoties
.
ik kwam jou tegen, je was zo lief
voor mijn melancholie, dat soort
reuma van het gevoelsleven,
maar als ik het warmhield,
bij voorbeeld in jouw armen,
viel het best te harden.
.
Eigenlijk pasten we zo mooi bij elkaar
dat ik sinds je weggaan een derde
ben geworden.
Ik herinner me na twee jaar nauwelijks wie het is
die jou mist.
.
Herman de Coninckzondag
Zonder titel
.
Zondag, dus een gedicht van Herman de Coninck. Vandaag heb ik gekozen voor een gedicht zonder titel uit de bundel ‘Nu dus’. Dit kleine bundeltje (11 pagina’s) is gedrukt in een oplage van 25 stuks en werd gemaakt in 1995 door uitgeverij AMO.
.
Ik herinner me een gedicht dat ik nooit
schreef, waarin het woord bunker
veel wind door zich heen laat gaan
en rijmen moet op hunker.
.
Het tocht er van hartstocht.
Alles moet zich vasthouden.
Als het over is blijken wij
.
elkaar vast te houden.
Wat nu.
.
Nu, dus.
.
Foto’s http://veiling.catawiki.nl/
Braille
Herman de Coninck
.
Het is zondag en dus een gedicht van Herman de Coninck voor iedereen die zijn gedichten kent en lief heeft en voor alle anderen die zijn poëzie zo kunnen leren kennen.
Vandaag het gedicht ‘Braille’ uit de bundel ‘Met een klank van hobo’ uit 1980.
.
Braille
.
Zoals ik zonder kijken tussen mijn boeken
“Het houdt op met zachtjes regenen’ weet te staan,
zo hoef ik jou niet meer te zoeken,
alleen te vinden.
.
Jou bij mekaar tastend als een blinde
een andere blinde. Maar ziende, ziende,
en mekaar begrijpend zonder er wat van te verstaan.
Liefde is houden van mekaars gebrek eraan.
.
Is het soort gemak van kom binnen,
ach, ben jij het maar.
En een paar uur later van: ik ben moe,
.
kom jij maar klaar.
En terwijl ik nadien al slaap
jou nog horen zeggen; slaap nu maar.
.
Ze heeft alles om te zoenen
Herman de Coninck
.
Lezend in ‘De Gedichten’ van Herman de Coninck besluit ik dat ik de komende tijd (weet niet hoelang ik dit ga volhouden) jullie elke zondag op een gedicht van hem ga trakteren. En een traktatie is het, de poëzie van Herman de Coninck is zo bijzonder, zo intens en intiem, dat ik het als mijn opdracht zie om hem te introduceren bij al degene die hem nog niet kennen.
Daarom vandaag al eerste zondag in een reeks het gedicht zonder titel uit de bundel ‘Het meervoud van geluk’ uit 1990 (een kleine bundel van 16 pagina’s gedrukt in een oplage van 35 stuks).
.
Ze heeft alles om te zoenen, twee armen voor rond mijn hals
en aan het uiteinde daarvan zichzelf om te draaien en te keren.
Ze heeft twintig vragen en slechts twee ogen.
Die doen wat een vraagteken doet met een zin,
.
haar moeder met nieuwe kleren. Koketteren,
dan zal het wel mogen.
Of ze bij me slapen mag? Ze probeert te knipogen.
(Onder vier ogen mag het niet, misschien onder drie.)
.
Als ik later, tegen haar aan,
zeg: ‘het is hier lekker warm,’
antwoord ze in haar slaap: ‘dat heb ik
speciaal voor jou gedaan.’
.
De Kloostermaagd
Guido Gezelle
.
Guido Gezelle ( 1830 – 1899) was was een Vlaams rooms-katholiek priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper en vertaler die 15 talen sprak.
Van Guido Gezelle bezit ik de bundel ‘Dichtoefeningen’ uit 1892 van uitgever Jules de Meester. Een werkje dat je in veel officiële bibliografieën niet zal tegenkomen omdat het is uitgegeven door het seminarie en waarschijnlijk is bedoeld voor gebruik in het Seminarie.
De bundel begint met de pagina Goedkeuringe en daar staat het volgende te lezen:
“’t is altijd met vruegde dat Wij de heeren Professors onzer Collegiën hunne schriften zien in het licht geven. Wij verleenen dus volgern Onze Goedkeuring aan de Vlaamsche dichtoefeningen, van den Eerweerden Heer Guido Gezelle, Pb, Professor van Poësis in ’t Kleen Seminarie te Rousselaere; dit werk dat den Schrijver moet tot eere strekken, zal ook, verhopen Wij, van langs om beter bewijzen dat Godsdienst en Deugd de schoonste stoffen leveren voor Letter- en Dichtoefening; het zal Onze jonge Leerlingen meer en meer aanmoedigen om hunne Taal te beoefenen en in weerde te houden.”
Ja zo ging dat in de 19e eeuw in Vlaanderen. Dit voorwoord, of deze Goedkeuringe zijn afgegeven in Brugge op 1858 door J.B. Bisschop van Brugge.
In de bundel dus louter religieuze gedichten en door het geloof ingegeven poëzie. Een mooi voorbeeld is het gedicht ‘De Kloostermaagd’.
.
De kloostermaagd
.
Aanschouw, met onberoerde schreên,
een jonge en eedle vrouw
ootmoedig naar den Autaar treên,
tot Christus’ heilge trouw:
het wereldsch valsch geluk, ofschoon
het haar ten deele kwam,
versmeet zij voor de doorne kroon
van ’t arm gekruiste Lam;
zij koos, in plaats van ’t prachtig huis,
een muur van naakten steen,
een houten diamanten Kruis,
een perelsnoer van been;
een lijkdoek en een boetgewaad
voor trouwkleed, voor juweel,
een boek waar Gods gebed in staat:
’t is al heur erflijk deel.
En Christus’ arme zieke leên,
zijn lijden, zijn verdriet,
voor bruidschat, is haar toegegeên
en zij het ontzegt het niet:
ze aanveerdt het met een wellekom
gelijk m’een schat aanveerdt,
want Christus is heur bruidegom
en- Hij is alles weerd.
.
Een minnend paar
Gust Gils
.
Gust Gils (1924-2002) was een Antwerps dichter en een van de oprichters van het avant-gardetijdschrift Gard Sivik (vernoemd naar het gelijknamige jazz-café in Antwerpen) in 1954. Ook was hij redacteur van Podium, een Nederlands literair tijdschrift dat heeft bestaan van 1944 (opgericht in de illegaliteit in Leeuwarden) tot 1969.
Het poëtisch oeuvre van Gils wordt gekenmerkt door een sterke muzikale invloed (zie de titels van enkele dichtbundels die het woord “partituur” bevatten). De dichter beweerde zelf dat zijn poëzie een “auditief” karakter had. Gils hoorde zijn gedichten en vond dat die ook vooral hardop gelezen moeten worden. Belangrijk daarbij is niet zozeer de welluidendheid van het vers, als wel het ritme. Later zou Gils de schemerzone tussen poëzie en muziek verder verkennen in zogenaamde “verbosonische” experimenten.
Uit de bundel ‘Ziehier een dame’ uit 1957 het gedicht ‘Een minnend paar’.
.
Een minnend paar
.
een minnend paar man en meisje
identiteit onbekend
op een grijsgeregende morgen in een van de plattelandssteden
komen vreemd aan hun eind nl. zij vloeien
als twee vlakken natte waterverf in elkaar
.
liefde of toeval niemand weet het
.
stoffig en schraal als puin vindt men
de bewijsstukken (hun silhouetten) later
veel later
op een onverhuurde zolderkamer
.
Met dank aan wikipedia en gedichten.nl
Een zwemmer is een ruiter
Paul Snoek
.
Paul Snoek (1933-1981) was het pseudoniem van Edmond André Coralie Schietekat (Hij nam de naam van zijn moeder aan Paula Snoeck). Snoek was een van de bekendste dichters en prozaschrijvers van België. Hij debuteerde met de bundel ‘Archipel’ in 1954 en er verschenen in totaal 22 bundels van zijn hand. Tijdens zijn leven ontving hij onder andere de Jan Campertprijs (1971) en de Driejaarlijkse Staatsprijs voor de Vlaamse poëzie (1969) voor ‘De zwarte muze’.
Paul Snoek wordt gerekend tot de vijfenvijftigers (als een reactie op de vijftigers). Zij organiseerden zich rond het tijdschrift Gard Sivik, een naoorlogs avant-garde tijdschrift dat zich ook bezighield met het ethische. Zij zetten zich af tegen de ethische implicaties van de ‘Tijd en Mens’-generatie. Ze gingen op zoek naar meer esthetisch georiënteerde poëzie. Met andere woorden, het ethische was voor hen ondergeschikt aan het esthetische. Zij moesten niets meer weten van een direct engagement. Bij hun ging het om de schoonheid van de gedichten.
Zijn werk is moeilijk bij één stroming in te delen of valt moeilijk onder één noemer te vatten. Begonnen als romantisch dichter, evolueerde hij naar meer agressieve en cynische geschriften. Op het laatste werd hij een gelaten, pessimistisch dichter, in overeenstemming met zijn manisch-depressieve buien.
.
Uit de bundel ‘Hercules’ uit 1960 het gedicht ‘Een zwemmer is een ruiter’.
.
Een zwemmer is een ruiter
Zwemmen is losbandig slapen in spartelend water,
is liefhebben met elke nog bruikbare porie,
is eindeloos vrij zijn en inwendig zegevieren.
En zwemmen is de eenzaamheid betasten met vingers,
is met armen en benen aloude geheimen vertellen
aan het altijd allesbegrijpende water.
Ik moet bekennen dat ik gek ben van water.
Want in het water adem ik water
word ik een schepper die zijn schepping omhelst,
en in het water kan men nooit geheel alleen zijn
en toch nog eenzaam blijven.
Zwemmen is een beetje bijna heilig zijn.
.
Hommage aan Paul Snoek van Jef Snauwaert (pasteltekening/schilderij op papier, 1983)
.
Met dank aan Wikipedia, DBNL.org en Poezie-leestafel.info























