Met de rozen
Ankie Peypers
.
In 2015 kwam de bundel ‘Gedichten die mannen aan het huilen brengen’ op de markt, al snel gevolgd door ‘Gedichten die vrouwen aan het huilen brengen’ die door Isa Hoes werd samengesteld. Beide bundels bleken nogal een succes dus werd de formule nog even voortgezet met de bundel ‘Zo heel jij mij’ Troostgedichten, waar ik al eerder over schreef en opnieuw samengesteld door Isa Hoes.
Wat me opviel toen ik de bundel weer eens las, was dat hier opnieuw was gekozen voor veel bekend werk van bekende dichters. Toch staan er ook wat gedichten in van minder bekende of (bijna) vergeten dichters. Zoals de dichter Ankie Peypers (1928-2008). Het gedicht ‘Met de rozen’ is genomen uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1976 en is met recht een troostrijk gedicht.
.
Met de rozen
.
Ik heb met de rozen gewed
dat hij op tijd zou zijn
dat ze hem nog zouden zien.
Ze bloeien heel lang dit jaar.
.
Ik heb met de kastanje gewed
dat zijn bladeren niet zouden vallen
dat ze niet zouden vergelen
en dat ik met hem kastanjes zou zoeken
en dat hij kwam.
.
Met de hei met de haag met de bleke steeds blekere zon.
.
Ik heb met de sneeuw gewed
want daar gaat het toch om
dat mijn voetstap
geen spoor achterlaat waarvan mensen
zeggen dat meisje is altijd alleen;
.
Ik heb met de sneeuw gewed
dat hij weer terug zou zijn
dat er sneeuw moet zijn
voor wie wil kussen
voor wie wil bezitten.
.
Stil zei de maan wees stil
je bent hem al bijna vergeten.
.
Aan Breyten
Remco Campert en Breyten Breytenbach
.
In 2009 verscheen van dichter Remco Campert (1929-2022) ‘Dichter’. Deze verzamelde gedichten zijn van grote waarde voor iedereen die Remco Campert als dichter nog eens wil nalezen. Zelf bezit ik ‘Campert Compleet’ waarvan de eerste druk al in 1971 verscheen (ik heb een druk uit de jaren ’80).
In dit verzameld werk staat een gedicht dat Campert schreef voor de Zuid Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach (1939) getiteld ‘Aan Breyten’. Het origineel van dit gedicht komt uit de bundel ‘Theater’ uit 1979. Het gedicht opent met een variant op de bekende Campert-regel ‘Poëzie is een daad / van bevestiging’ uit de bundel ‘Het huis waarin ik woonde’ uit 1955. In de categorie Dichters over Dichters mag dit gedicht niet ontbreken.
Op de website Litnet.co.za kun je meer over de inhoud en vorm van dit gedicht lezen.
.
Aan Breyten
.
Poëzie is een voorbeeldige daad
je kunt wel je leven lang elegant
er doorheen zwijnen
maar eens gebeurt het toch:
die afrekening met anderen
en die met jezelf
.
nu heb je het gedaan
en je bent hoop ik fier en ongebroken
nu kan niemand er meer omheen
nu heb je het voor jezelf zeker gemaakt
en daarmee voor ons
.
het is een lang pad naar de dood die vlakbij is
.
als je er uitkomt
uit de rose klauwen van het bijbeldom
weet ik: nooit
zien we je terug in je oude gedaante
.
wij in het moederland
dat aan jouw vermomming eens geboorte gaf.
.
Ingrid Jonker
Ik herhaal je / Ek herhaal jou
.
Ik heb inmiddels zo ontzettend veel poëziebundels dat ik soms niet precies meer weet of ik een bundel nu al bezit of niet. Met als gevolg dat ik met enige regelmaat tot de ontdekking kom dat ik bundels twee keer heb (soms zelfs drie keer maar dat is een uitzondering). Een bundel die ik dubbel heb (maar waar ik altijd wel een adresje voor heb om door te geven) is de dichtbundel en biografie ‘Ik herhaal je’ uit 2000 van de Zuid Afrikaanse dichter Ingrid Jonker (1933-1965). Ik schreef al meerdere malen over deze bundel (hier en hier) maar ik kwam tot de ontdekking dat ik het titelgedicht nog nooit gedeeld heb. Het gedicht ‘Ik herhaal je’ komt oorspronkelijk uit haar bundel ‘Rook en oker’ uit 1963.
Omdat in de bundel de gedichten in zowel het Afrikaans als in de Nederlandse vertaling (van Gerrit Komrij) staan wil ik hier beide met jullie delen.
.
Ik herhaal je
.
Ik herhaal je
zonder begin of einde
herhaal ik jouw lichaam.
De dag kent een smalle schaduw
en de nacht gele kruisen
het landschap is onaanzienlijk
en het mensdom een rij kaarsen
terwijl ik jou herhaal
met mijn borsten
die de holtes van jouw handen imiteren
.
Ek herhaal jou
.
Ek herhaal jou
sonder begin of einde
herhaal ek jou liggaam
Die dag het ’n smal skadu
en die nag geel kruise
die landskap is sonder aansien
en die mense ’n ry kerse
terwyl ek jou herhaal
met my borste
wat die holtes van jou hande namaak
.
Zoet en zout
Dubbelgedicht
.
Dubbelgedichten kunnen overal over gaan zolang ze maar in relatie staan tot elkaar (titel, inhoud, intentie). In dit geval zijn het de smaken zout en zoet die de twee gedichten aan elkaar verbinden.
In 1958 publiceerde dichter, journalist, kunstschilder en filmmaker Hans Verhagen (1939-2020) in eigen beheer zijn eerste bundel ‘Anatomie van een Noorman’. De achttien gedichten droeg hij op aan zijn toen pas overleden moeder. Een van deze gedichten is getiteld ‘Een zout gedicht’.
Het tweede gedicht ‘Zoet’ is van dichter, schrijfster en archeoloog Esther Jansma (1958) en is terug te vinden in haar bundel ‘Rennen naar het einde van honger’ uit 2020.
.
Een zout gedicht
.
1
Een Spanjaard zonder nootmuskaat
is niet te eten,
een Noorman zonder inundatie
is ondrinkbaar.
.
2
Over mijn gescheurde mond jaagt de
Noordzee,
het wier woekert in mijn oorschelp;
ik prevel tevergeefs
mijn aangespoelde woorden, zwaar
van traan,
in het asbest van mijn adem komen
scheuren-
.
3
Aangenomen dat een dijkbreuk
niet de aangewezen weg is
om te wateren
eb ik langzaam af.
Een eenzame, bestofte vis
aait mijn natte lettergrepen
tot een zout gedicht zonder bomen.
.
4
Tussen voeten en hoed blijft hij
nu zijn eigen groei getrouw
en dat is goed. Maar daaronder
loopt het leven van hem weg.
.
Zoet
.
Het was het begin van het leven.
We waren er nog niet aan gewend.
Dreunde de deur ’s nachts open
noemen we het: liefde.
.
Alleen-zijn begint als je elkaar
niet herkent, in dat donker zijn
denk ik de stemmen geboren.
‘Had de rotzooi dan opgeruimd.’
.
En met het zwijgen begon
daar de stilte die maakt
dat we tot een veelheid, aan flarden,
verknipt werden: schimmen,
kaalgeschoren dwerghoeren, lief
voor alles en iedereen zoet, zoet.
.
Brieven
Remco Campert
.
Ik schreef vroeger veel brieven en soms doe ik dat nog wel. Het brievenschrijven lijkt echter een vergeten ambacht te worden. De schrijfvaardigheid neemt af, handschriften zijn niet meer om te lezen zo hanepoterig, en ook de grammatica en interpunctie lijken steeds meer achterwege te worden gelaten in teksten (vooral op social media). Remco Campert (1929-2022) schreef een prachtig gedicht over brieven schrijven toen dat nog heel gewoon was. Uit zijn bundel ‘Mijn leven’s liederen’ uit 1968 is het gedicht ‘Brieven’.
.
Brieven
.
Die moet ik nog schrijven, en die
dat ik gezond ben
dat ik gisteren dronken was in een grieks café
daarna in een turks café, in een noors
dat ik me instel op ene hoge
zeer hoge gasrekening
en andere dingen aan anderen –
grasduinen in een steeds onverklaarbaarder wereld
dat iemand zei:
gij hollanders, ge zijt allemaal hetzelfde
terwijl ik toch had betaald
en een franse bril op had
en een duitse gedichtenbundel op zak
en thuis op mijn tafel
Anne Sexton’s onovertrefbare gedicht
‘wanting to die’
en luister hoe ik de stoppen vernieuwde
en het licht opeens weer brandde
en zij op de bank lag te slapen
onder de blauwe deken
Aan deze en gene moet ik schrijven
dat ik het niet doe
dat ik weiger
dat ik ga procederen
dat de dagen hier in de regen verslijten
en de wereld nooit groter is dan een stad
dan ik in die stad
mijn voeten op die stenen
en wat ik zie als ik knipper met mijn ogen
en ik moet vragen hoe het gaat
of het huis al gebouwd is
het stuk goed vertaald
of de kinderen voorspoedig groeien
en de vrouwen niet al te ongelukkig zijn
.
Naar de pomp
Lévi Weemoedt
.
Dat de light verse dichter Lévi Weemoedt (1948) goed is in grappige verzen, al dan niet voorzien van een dubbele bodem of lichte maatschappijkritiek, dat is denk ik wel bekend. Maar dat hij ook gevoelige liefdesverzen schrijft is misschien minder breed bekend. In de bundel ‘Gezondheid!’ die gepubliceerd werd in 2019 staat het liefdesgedicht ‘Naar de pomp’ waarin Weemoedt zijn (jeugd)verliefdheid op Sandra Bak beschrijft. Of deze Sandra Bak echt is of een fictief persoon doet er eigenlijk niet toe, het is een mooi liefdesgedicht.
.
Naar de pomp
.
Blond haar en een roodzwart ketelpak:
o, Sandra met die slang die zij in je stak!
Daar spoot zij benzine mee bij je naar binnen.
Dat werkte zó prikkelend op onze zinnen.,
.
dat het één na het andere jongenshart brak
bij dat Texaco-station. Van Sandra Bak.
Waar is zij gebleven? Waar ging zij heen?
Stapte zij in een auto? Bleef zij alleen?
.
Ze maakte op ’t laatst nog je voorruit schoon
en lachte dan naar je. Niets was meer gewoon
.
als je sling’rend van liefde de rijksweg opreed
richting een doel dat er niet meer toe deed.
.
Sonnet
Michel van der Plas
.
Dichter, schrijver, journalist, vertaler, tekstschrijver en samensteller van bloemlezingen Michel van der Plas (1927-2013) debuteerde in 1947 met de verzenbundel ‘Dance for you’, in 1948 gevolgd door de bundel ‘I hear America singing’ een bundel vertalingen van Engelstalige poëzie van Walt Whitman, W.H. Auden, E.E. Cummings en T.S. Eliot. Hierna zouden nog heel veel bundels en boeken van zijn hand verschijnen. Voor zijn werk ontving hij onder andere de Jan Campert-prijs, de Tollensprijs, een eredoctoraat aan de universiteit van Nijmegen en werd hij benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau en Officier in de Leopoldsorde (België).
Michel van der Plas had een voorkeur voor sonnetten en sloot daarbij aan bij een eerdere dichtkunst, die in de jaren 1950 werd overvleugeld door de vrije regelval van de ‘Vijftigers’. Toch heeft hij deze dichtvorm nooit vaarwel gezegd. Een voorbeeld daarvan komt uit de bundel ‘Edelman-Bedelman’ gedichten 1945-1955, uitgegeven in 1960 bij De Blauwe Distel.
.
Sonnet
.
Trouwer dan de wijn is mij haar mond;
trouwer dan de sterren zijn haar ogen;
en elk najaar heeft het groen bedrogen,
maar haar haren blijven zomerblond.
.
Trouwer dan de vogels zijn haar handen,
en die reppen zich welhaast devoot;
trouwer dan de vuurgloed is haar schoot,
en zij roept mijn naam wanneer wij branden.
.
Ach, bij haar wordt alle vrezen wanen
en haar zucht ontwapent iedere klacht:
zij maakt alles nieuw: de dag, de nacht,
en haar lieve lachen en mijn tranen, –
tranen als zij slaapt en mij verwart,
want haar hart is trouwer dan mijn hart.
.
De Tocht
Virginia Hamilton Adair
.
Virginia Hamilton Adair (1913 – 2004 ) was een Amerikaanse dichter die pas op hoge leeftijd beroemd werd met de publicatie in 1996 van ‘Ants on the Melon’ . Door haar vader als jong kind in aanraking gekomen met poëzie, begon ze op zesjarige leeftijd regelmatig haar eigen gedichten te schrijven. Meer dan zeventig werden gepubliceerd in tijdschriften en grote tijdschriften, zoals de Atlantic en de New Yorker. In totaal zou ze meer dan duizend gedichten schrijven. Hoewel ze in de jaren 1930 en 1940 werk publiceerde in Saturday Review , The Atlantic en The New Republic , publiceerde Adair bijna 50 jaar niet meer.
Er waren verschillende redenen waarom ze in die vijftig jaar niets meer publiceerde. Zo trouwde ze met de prominente historicus Douglass Adair en kreeg drie kinderen met hem, ze had een academische carrière en ze was verzuurd door de spelletjes die de uitgeverswereld met haar speelde bij het publiceren van haar werk.
Na de zelfmoord van haar man in 1968, haar pensionering van het lesgeven en het verlies van haar gezichtsvermogen door glaucoom kwam er een ommekeer. in de jaren negentig van de vorige eeuw. Adairs vriend en collega-dichter Robert Mezey stuurde een deel van haar werk door naar Alice Quinn , de poëzieredacteur van The New Yorker . The New Yorker publiceerde het werk in 1995 en publiceerde vervolgens de bundel ‘Ants on the Melon’. Adairs werk verscheen daarna regelmatig in The New Yorker en The New York Review of Books. Ondanks haar blindheid bleef Virginia Hamilton Adair daarna gedichten schrijven zoals bijvoorbeeld ‘Ga recht vooruit’ is niets / zonder zicht. / Alles is recht vooruit, wat niet / achter je ligt.
In 1998 verscheen bij De Prom in een vertaling van Louise van Santen de bundel ‘Gedichten’ met werk van Adair. Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘The Trek’ en in de Nederlandse vertaling ‘De Tocht’.
.
De Tocht
.
Wij allen zijn leiders
zonder enig gevolg
.
alleen de ego’s vanbinnen
de schimmige wandelkaars
.
die over dode sporen gaan
hun ogen niet geloven
.
bij koude vuren blijven staan
of roepen boven het ravijn
.
hallo echo hallo
.
ik bracht de metgezel van mij
tot aan de rand, tot deze zelfkant
.
hallo hallo
.
The Trek
.
We are all leaders
whom nobody follows
.
only the selves inside
the shadowy marchres
.
crossing the dead trailks
surprising a pair of eyes
.
stopping by cold fires
or calling across the canyon
.
hello echo hello
.
I have brought my companion
to this edge, this falling off
.
hello hello
.













