Site-archief

Het vogelkerkhof

Kees ’t Hart

.

In 2023 kwam van dichter Kees ’t Hart (1944) zijn derde poëziebundel uit getiteld ‘Het vogelkerkhof’. Tussen de vele romans en verhalen door debuteerde ’t Hart in 1998 als dichter met de bundel ‘Kinderen die leren lezen’.  In 2008 volgde Ík weet nu alles weer’ en in 2023 dus ‘het vogelkerkhof’. De uitgever schrijft over ‘Het vogelkerkhof’: “Met onder meer een ode aan de werken van Lord Lister, herinneringen aan mensen en dingen, en een wandeling naar het huis van de dichter, waar vogels één keer per jaar bij elkaar komen. Banale en extatische epiek en lyriek vallen samen in zijn gedichten, in een toon van verlangen en geheim.”

In de recensie die Onno-Sven Tromp op de Meandersite schreef, lees ik: “de dichter schrijft over gewone, alledaagse dingen, maar er hangt een ongewone, mysterieuze sfeer. Daarmee is hij misschien verwant aan Toon Tellegen, aan wie het derde gedicht uit de bundel is opgedragen.”

Hans van der Heijde schrijft in zijn recensie op Tzum: “Verlangen, dat is in het werk van ’t Hart een sleutelbegrip en alomtegenwoordig.” En: “Dat verlangen kan poëzie worden omdat er een zwaar melancholiek gewicht aan hangt: het besef dat herbeleving onmogelijk is omdat die iets vereist wat verdwenen is en niet teruggehaald kan worden. Te weten kunnen lezen met een nog niet door een studie Nederlands en tientallen meters boeken met ‘echte’ literatuur ontwikkeld oog en met een nog niet door volwassenheid bedorven naïviteit en fantasie.”

Ik koos uit deze bundel het gedicht ‘De schilder’ en ik vraag me af in hoeverre de bovengenoemde kwalificaties opgaan ook voor dit gedicht.

.

De schilder

.

De natuur was schitterend

Alles was opgeruimd

Ik liet de eerste klodder

Op het doek vallen

.

Ik was kladschilder

En surveillant

Ik was blij met je bloedrode mond

Ik schreef

.

Voor jou wil ik schilderen

Voor jou alleen Manet

Voor jou is mijn baard

En mijn houten been is voor de bühne

.

Raban! Rabijst! Rabon!

C. Buddingh’

.

C. Buddingh’ (1918-1985) schreef ‘De blauwbilgorgel’ in oktober 1942 in sanatorium Zonnegloren in Soest. Het gedicht maakte hem destijds bekend bij jong en oud. Uit het boek ‘Ik ben de blauwbilgorgel’ van biograaf Wim Huijser blijkt dat de tijd in het sanatorium in Soest voor dichter, schrijver en vertaler C. Buddingh’ een ingrijpende periode was in zijn leven. Het machtigste wapen dat de patiënt Buddingh’ ter hand nam in het sanatorium waren boeken. Buddingh’ werd in en na de Tweede Wereldoorlog gedurende ruim vier jaar in sanatorium Zonnegloren in Soest verpleegd omdat hij aan tuberculose leed.

Na verschillende publicaties in de vooroorlogse literaire tijdschriften ‘Den Gulden Winckel’ en ‘Criterium’, debuteerde Buddingh’ met zijn bundel ‘Het geïrriteerde lied’ in 1941. Deze publicaties van surrealistische gedichten waren illegaal vanwege de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog . In 1944 verscheen er een klein boekje onder de toonbank, een reeks erotische kwatrijnen getiteld ‘Praeter gallum cantat’. Ook zijn vertalingen van vier gedichten van W.H. Auden werden clandestien uitgegeven.

Tijdens zijn verblijf in Zonnegloren schreef hij ‘de blauwbilgorgel’ (onderdeel van zijn ‘gorgelrijmen’ welke geïnspireerd was op de Engelse kinderroman ‘The Bluebillgurgle’ van E. Nesbit . Hij publiceerde de ‘gorgelrijmen’ in verschillende edities, waaronder ’10 gorgelrijmen’, een geïllustreerde bundel waarvan er in 1954 slechts tien exemplaren werden gedrukt. Op zoek naar dit gedicht kwam ik erachter dat ik het nog nooit gedeeld had op dit blog, wel naar verwezen en ook over het vervolg geschreven, maar als gedicht nooit geplaatst. Daar komt vandaag dus verandering in.

.

Ik ben de blauwbilgorgel

.

Ik ben de blauwbilgorgel,
Mijn vader was een porgel,
Mijn moeder was een porulan,
Daar komen vreemde kind’ren van.
Raban! Raban! Raban!

Ik ben een blauwbilgorgel
Ik lust alleen maar korgel,
Behalve als de nachtuil krijst,
Dan eet ik riep en rimmelrijst.
Rabijst! Rabijst! Rabijst!

Ik ben een blauwbilgorgel,
Als ik niet wok of worgel,
Dan lig ik languit in de zon
En knoester met mijn knezidon.
Rabon! Rabon! Rabon!

Ik ben een blauwbilgorgel
Eens sterf ik aan de schorgel,
En schrompel als een kriks ineen
En word een blauwe kiezelsteen.
Ga heen! Ga heen! Ga heen!

.

Barts kale praat aap

Johnny van Doorn

.

Sinds ik, jaren geleden, voor het eerst hoorde (maar vooral zag) van Johnny van Doorn (1944-1991), oftewel Johnny the self-kicker, was ik diep onder de indruk van zijn performance en zijn poëzie. Ik schreef daarom al over hem en de gedichten ‘Een kwiek sexfestijn‘, ‘KOMTOCHEENSKLAARKLOOTZAK‘ en ‘Götterdämmerung’.

Vandaag wil ik daar weer zo’n pareltje aan toevoegen uit de bundel ‘Droom vrijuit’ uit 2014. In het hoofdstuk Verspreid gepubliceerd staan gedichten van Van Doorn. Dit gedicht, samen met nog een gedicht van zijn hand, werd gepubliceerd in het tijdschrift ‘Ratio in 1965. Het gedicht is getiteld ‘Barts kale praat aap’.

.

Barts kale praat aap

.

Zichtbaar de mondadem van R.J.’s exibielen,

De wortels van flats onderaards vertakt,

Het gekrakeel als grillige figuren in

Het vriesvast vizier & ondersteund door

Gestikulaties met lichaam, vliegtuig,

Stenguns, boordwapens & benagst bijeen

Ondergronds in massieve schuilholen,

Op- en onder de korst van de Planeet…

Leeft de Kale-Praat-Aap in Amerikaanse

Legerkostuums, Wehrmachthelmen, Homofiele

Onderkleding, Zomer- en Winterdracht

(Zich monotoon voortplantend in systemen…-

Een fantastisch schouwspel de schim-

Melplekken op aarde gereflekteerd,

Miljoenen mieren opeengehoopt en

Mechanieke zwevers boven zeeën,

Gereflekrteerd in het verhoornde

Oog.

.

Haagse dichters

Dichters-top

.

Eerder dit jaar schreef ik al over het Haagse antiquariaat Colette en wat een rijkdom het hebben van een antiquariaat in een gemeente is. En in 2019 schreef ik over Haagse dichters naar aanleiding van de bundel ‘Den Haag, de stad van gedichten‘. Deze twee komen (in samenwerking met Het Woordenrijk) nu samen op 25 mei in Colette aan de Reinkenstraat 45 in Den Haag. In een dichters-top (een duidelijke verwijzing naar de NAVO-top die niet ver van Colette plaats vindt in Den Haag) onder het mom van ‘Poëzie versus Politiek’ treden maar liefst 32  Haagse dichters op zoals Kees ’t Hart, Edith de Gilde, Marilou Klapwijk, Dian van Faassen en Alexander Franken.

Het is de bedoeling dat tijdens de bijeenkomst in de tuin en op het terras van de boekhandel in de Haagse wijk Duinoord poëzie te horen is uit alle landen die binnen de NAVO zijn verenigd. De dichters wordt gevraagd een – bij voorkeur geëngageerd – gedicht van zichzelf voor te dragen en een gedicht in vertaling van een dichter naar keuze uit een NAVO-land. De 32 landen worden daarvoor willekeurig verdeeld onder de dichters.

Als voorproefje een gedicht van Kees ’t Hart (1944) uit de gelijknamige bundel ‘Kinderen die leren lezen’ uit 1998.

.

Kinderen die leren lezen

.

kinderen die leren lezen
zitten in lokalen
uit te rusten van
onrustige verhalen

er hangt een stilte
zoals tussen auto’s
op parkeerkerreinen
en tussen bomen

en juf beklimt
het podium
met wit papier

kinderen die leren lezen
hangen letters te drogen
aan de wanden
van de klas

in de winter steekt
juf de kaarsen aan
en kinderen die leren lezen
mogen zingen

en ze beschilderen papier
met de lievelingskleuren
van hun lievelingsdier

kinderen die leren lezen
denken aan de slaap
van de komende nacht

.

Moederdag

Neeltje Maria Min

.

Op zoek naar een geschikt gedicht voor Moederdag kwam ik in de bundel ‘Kindsbeen’ van Neeltje Maria Min (1944) uit 1995 een gedicht tegen zonder titel dat over een moeder gaat en waarbij op de een of andere manier meteen aan mijn moeder moest denken. Waarschijnlijk door de eerste twee zinnen. Maar ik denk dat elke moeder dit gevoel herkent.

En wanneer ik dan ook nog zo’n prachtig ‘vergeetwoord’ lees (ze beidt haar tijd wat ‘ze wacht haar tijd af’ betekent) dat ik me herinner uit mijn studietijd (ik las het elke dag op de klokkentoren van de Beurs van Berlage wanneer ik naar de Frederik Muller Akademie liep) dan is de keuze snel bepaald.

.

Vanavond is ze oud en moe.

Een man had haar iets aangedaan.

Ze weet niet eens meer wat en hoe.

Ze wacht en wachtend geeft ze toe:

haar zonen hebben nooit bestaan.

.

-Hem ogen toebedacht die klaar

staan om haar terug te zien. Hem van

een mond voorzien die praat en lacht.

De zekerheid van zijn besluit. –

.

Ze ziet zich in de ruit weerkaatst.

Ze beidt haar tijd. Het vuur gaat uit.

Ze wacht het af te wachten uur.

.

Op deze plaats sluit draad voor draad

de mousseline van haar gewaad.

.

Ik zie je nog altijd liggen

Herman de Coninck

.

Voor de nieuwe MUGzine zijn we in het kader van het nieuwe onderdeel ‘Muggenbeet’ op zoek naar gekruide uitspraken over dichters en poëzie maar ook naar mooie zinnen. En dat mogen zinnen zijn uit een gedicht maar juist ook uit proza, toneelwerken, desnoods managementboeken zolang ze maar poëtisch zijn. Voorwaarde is dat ze in het Nederlands zijn of vertaald naar het Nederlands. Dus mocht je een suggestie hebben laat deze dan achter in een reactie op dit bericht.

Uiteraard houden wij onze ogen ook open voor mooie zinnen. En lezend in de vuistdikke bundel ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde uit 1980, samengesteld door Christine D’haen. kwam ik bij het gedicht ‘Ik zie je nog altijd liggen’ van één van mijn favoriete dichters aller tijden Herman de Coninck (1944-1997) uit. De laatste strofe van dit gedicht dat oorspronkelijk verscheen in ‘Zolang er sneeuw ligt’ uit 1978, is zo’n zin die blijft hangen en die in al haar poëtische schoonheid een mooi voorbeeld is van wat we bedoelen.

.

Ik zie je nog altijd liggen

.

ik zie je nog altijd liggen, je vingers

smal en paars als asperges,

deze hele bleke stille vorm van jezelf-zijn

die je altijd wel had,

een streepje gestold bloed uit je mond:

niks-zeggen was ook vroeger jouw manier

van gekwetst-zijn, ik denk: sluit nu maar

je ogen, kom, ik zal je helpen –

.

dit is al wat ik nog kan doen:

dit niet-meer-weten-wat-zeggen

en het zeggen.

.

Koningsdag

Ben Kuipers

.

Pas geleden las ik in ‘Heel de wereld wordt wakker’ het beste van de moderne kinderpoëzie in 333 gedichten uit 2022. Ik las toen het gedicht zonder titel van Ben Kuipers dat begint met de zin ‘Els is prinses’. Na lezing wist ik dat ik dit gedicht op Koningsdag wilde plaatsen. Door met name deze eerste en de twee laatste zinnen. Ik mag niet meedoen. Ik ben mezelf.

Dat is het gevoel dat ik krijg wanneer ik naar de koning (of de koningin en de prinsessen) kijk. Was hij zichzelf dan mocht hij niet meedoen. Maar omdat hij niet zichzelf is maar de koning (hij is de functie) mag hij meedoen. Sterker nog moet hij meedoen.  Ook vandaag weer in Doetinchem. De hele dag een grote lach op zijn gezicht, luisteren naar het gezang van kinderen, de muziek van plaatselijke muzikanten, de goedbedoelde spelletjes waar hij aan mee moet doen, de historische figuren (met uitleg van goedwillende landgenoten) en het opzitten en zwaaien.

Terwijl hij waarschijnlijk liever op de bank met een biertje en Maxima aan zijn ene zij en de Labradoedel van het gezin aan zijn andere zijde, een Netflix serie binget. Daarom dit gedicht van journalist en kinderboekenschrijver Ben Kuipers (1944-2011) dat oorspronkelijk verscheen in ‘Ik wil alle kleuren aan’ uit 2005.

.

Els is prinses,

Peter agent.

Jan is zo’n monster

waar je heel bang voor bent.

Riet is fee, Anita elf.

.

Ik mag niet meedoen.

Ik ben mezelf.

.

Geborduurde poëzie

Joost Broere

.

Bij Studio Kers is begin dit jaar de bundel ‘Geborduurde poëzie’ van Joost Broere (1965) verschenen. Rotterdammer Joost Broere, die ernstig ziek is en in een hospice verblijft, debuteert hiermee als dichter die zijn gedichten of tekstjes in de geest van Jules Deelder (1944-2019) en C.B. Vaandrager (1935-1992) de wereld instuurt. Zijn goede vriend en Volkskrant journalist John Schoorl (zelf ook dichter) verzamelde jarenlang de oneliners (ironische en observerende waarnemingen) van Broere (vandaar de omschrijving van Schoorl ‘de best niet-dichtende dichter’) en bracht die tezamen in de bundel ‘Geborduurde poëzie’ als cadeau voor zijn 60ste verjaardag.

De droogkomische, stoïcijnse dichtregels die Schoorl noteerde zullen veel mensen niet direct als poëzie zien. Toch zijn ze heel goed te plaatsen in de absurdistische en ‘niet-poëtische’ gedichten van Vaandrager, Deelder en Riekus Waskowsky (1932 – 1977). Niet toevallig allemaal Rotterdamse dichters. Bijzonder en grappig ook dat Broere helemaal niet de intentie heeft dichter te worden, het lijkt hem een hoop nodeloos gedoe, en tijd ervoor heeft hij ook niet.

Toch verdient deze bundel wat mij betreft een plekje onder de poëziehemel. Heel veel mensen zullen smullen van de ‘gedichten’ van Joost Broere. Daarom hieronder een paar voorbeelden uit deze bundel.

.

Over hartzeer

.

Doet je hart pijn,

eet dan na het wandelen een garnalenkroket

.

Over voortplanten

.

Als de motor
eenmaal loopt

Draait het
vanzelf.

.

Over historisch besef

.

Voor die ene gelegenheid
droeg opa altijd

zijn Duitse tropenbroek.

.

 

Wat je hebt

Maaike de Wolf

.

In ‘de 44 beste gedichten van de Herman de Coninckprijs 2025’ zijn de beste 44 gedichten opgenomen van de Herman de Coninckprijs 2025, uitgegeven door Behoud de Begeerte (organisator van de prijs) en Poëziecentrum vzw. De 44 uit de titel is gekozen omdat ‘iedere bloemlezing een getal nodig heeft’ en 1944 het geboortejaar is van Herman de Coninck.

Deze bloemlezing werd samengesteld door de jury van de prijs: Erwin Jans, Anthony Manu, Ibe Rossel, Steven Vanackere en Rebekka de Wit. De laureaat (winnaar) van de prijs Maaike de Wolf is uiteraard ook opgenomen in de bloemlezing met het gedicht ‘Wat je hebt’. Dat gedicht komt uit haar debuutbundel ‘De dansvloer is van iedereen’ uit 2024.

Maaike de Wolf (1978) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en de Schrijversvakschool Amsterdam. Haar poëzie verscheen in onder meer Hollands Maandblad, De Gids, Het Liegend Konijn en op derevisor.nl.

In het juryverslag staat onder andere het volgende over haar bundel: “Niet iedereen heeft immers evenveel plek op de dansvloer, niet iedereen is er even welkom, niet iedereen vindt een groep, laat staan een partner om mee te dansen, niet iedereen zit in het juiste ritme. De grillige schoonheid, de bizarre architectuur en de wrede intimiteit van de dansvloer in woorden te willen vatten: dat is de originaliteit van deze bundel.”

.

Wat je hebt

.

Op je beste momenten schrijf je een gedicht en bestel je pizza
l’art pour l’art, staat op het bonnetje van de bezorger
de performance is – dat moet gezegd – vijf sterren waard.

Beter loop je een ramp niet voor de voeten, denk je,
laat mij nou drinken in mijn lentehuid, mijn lentethee
je voelt hoe het leven verhevigt en het valt je zo mee dat

het lichaam doorgaat waar het mee bezig was: een eisprong
stilstaan voor een supermaan boven de avondwinkel, motoren
trekken op, een geurherinnering aan een stad in euforie.

Alles wat je hebt zit naast je op de bank te ademen
loopt kilometers door de stad, schrijft een zin, begint de dag
eet bastognekoeken met slagroom als ontbijt

Er zit een e-smoker op de stoep in de zon, ze spuugt op straat.
Miljarden mensen laten iets achter als ze vertrekken: een kind,
stenen, handschrift, een vochtig doekje over de kraan.

Wat je hebt zie je ramen lappen, zingen, mediteren, pillen slikken
theedoeken strijken, achter een kind aan rennen, huilen
op een bankje in het park, wat je hebt botst bijna
fronsend tegen je op.

.

MUG 26 is uit!

Lies Van Gasse

.

De nieuwe MUGzine is er. Met gedichten van Rien Vroegindeweij (1944), Juan Heinsohn Huala (1958) en Eric Vandenwyngaerden (1955) en bijzondere illustraties van dichter/illustrator Lies Van Gasse (1983). Omdat we een nieuw jaar ingaan heeft ontwerper Bart een nieuwe lijn van omslagen ontworpen. De @L.uule is uiteraard gebleven net als het voorwoord van Marianne en ook dit keer de categorie ‘Muggenbeten’ met ‘stekelige uitspraken over poëzie van alle tijden.

Uiteraard is de nieuwe editie van MUGzine gratis terug te lezen op de website, maar zoals je waarschijnlijk weet brengen we hem ook uit op papier. Op A6 formaat in full color, echt iets voorn de ware poëzieliefhebber. Wil je nu ook 5 keer per jaar elke nieuwe MUGzine op papier in je brievenbus terug vinden, word dan donateur. Voor maar € 20,- (iets meer mag uiteraard altijd) sturen we je dan een jaar lang elke nieuwe uitgave automatisch toe én je krijgt altijd iets extra (ansichtkaart, special, GUMzine) bij een jaardonatie. Donateur worden? Mail dan naar mugazines@yahoo.com en we sturen je het eerste nummer en de Luule special toe.

Terug naar de Vlaamse Lies Van Gasse. Ze stond al in de jubileumeditie (#25) met haar poëzie mar nu uit haar bundel ‘Wassende stad’ uit 2017 een gedicht zonder titel.

.

Een menigte danst met televisiehanden.
Eén is onzichtbaar terwijl ze in de kantlijn schrijft:

een zich ontrollende lijn, als een klosje zilverdraad
over onze witte, inwisselbare gezichten
en hoe die kleurig oplichten in het duister.

Twaalf uur later ligt een man aan het station.
zijn hoofd blinkt als een ei in de zon, en dan
iets met een elleboog, geknakt, trillende ogen
en een vloed uit mond en neus,

een roterend licht,
gele mannen met blauwe handschoenen en wij,
die niet-begrijpend wegfietsen naar verte.

.