Site-archief
Impasse
M. Nijhoff
.
Nieuwe gedichten kunnen ook uit 1962 komen. Of uit 1934. De bundel ‘Nieuwe gedichten’ werd voor het eerst gepubliceerd in 1934 en mijn exemplaar is uit 1962 (achtste druk) en nog steeds, zelfs na 85 jaar zijn het nog steeds Nieuwe gedichten. Ik maar daar nu een grap over maar voor wie de gedichten van Martinus Nijhoff voor het eerst leest zal zeker de sensatie voelen van nieuwe gedichten. Want ook na al die tijd heeft de poëzie van Nijhoff nog steeds niets aan kracht verloren. Zo blijkt ook uit het sonnet uit deze bundel getiteld ‘Impasse’.
.
Impasse
.
Wij stonden in de keuken, zij en ik.
Ik dacht al dagen lang: vraag het vandaag.
Maar omdat ik mij schaamde voor mijn vraag
wachtte ik het onbewaakte ogenblik.
.
Maar nu, haar bezig ziend in haar bedrijf,
en de kans hebbend die ik hebben wou
dat zij onvoorbereid antwoorden zou,
vroeg ik: waarover wil je dat ik schrijf?
.
Juist vangt de fluitketel te fluiten aan,
haar hullend in een wolk die opwaarts schiet
naar de glycerine door het tuimelraam.
.
Dan antwoordt zij, terwijl zij langzaamaan
druppelend water op de koffie giet
en zich de geur verbreidt: ik weet het niet.
.
Over het sparen
Gerrit Krol
.
De Groningse dichter Gerrit Krol (1934 – 2013) studeerde wiskunde en was computerprogrammeur. Naast poëzie schreef hij essays, en romans. Hij debuteerde in 1962 met de roman ‘De rokken van Joy Scheepmaker en na nog eens 10 verhalenbundels, romans en essays kwam in 1976 zijn eerste dichtbundel uit met de titel ‘Polaroid’. Toch publiceerde Gerrit Krol al eerder gedichten zoals in Tirade 142 uit december 1968. Daarin zijn vier gedichten van hem opgenomen.
In deze gedichten (Over onze tekortkomingen, Over het sparen, Over het stukslaan van een ei, en Over het nut van borsten voor een vrouw en het gebruik van haar achterste) komt heel duidelijk het analytische denkvermogen van krol naar voren. In algemene zin gebruikte Krol regelmatig wiskundige elementen, schema’s en tekeningen. In het gedicht ‘Over het sparen’ ontleed Krol het sparen, hij werpt een stelling op en verbindt daar een conclusie aan die hij vervolgens weer tegen het licht houdt. In dit spel met de taal is de uitkomst even verrassend als onwaarschijnlijk.
.
Over het sparen
.
Sparen is nee zeggen tegen wat goed is.
Goed is datgene waartegen je
ja kunt zeggen, zoals slecht in het algemeen
datgene is waar je nee tegen zegt,
want wie ja zegt tegen het slechte
doet dat omdat het slechte
goed voor hem is.
.
Wat goed is
is slecht zodra het er niet meer is.
Het goede is datgene wat gekozen kan worden.
Het slechte wordt niet gekozen.
Daarom kan iets dat goed is veranderen in
iets dat slecht is.
Iets dat slecht is is goed
zodra het gekozen is.
Daarom kan het goede
dat slecht is omdat het er niet meer is
niet goed zijn omdat het
niet meer gekozen kan worden.
En daarom is het beter het slechte te kiezen hoewel dit
dus niet mogelijk is.
.
Amalia Rodriguez zingt
Hubert van Herreweghen
.
De Vlaamse dichter Hubert van Herreweghen (1920 -2016) wordt samen met generatiegenoten als Anton van Wilderode en Christine D’haen gezien als dichters van de bezettingsgeneratie. Hij debuteerde in de oorlog (1943) met de bundel ‘Het jaar der gedachtenis’ en in 2015, op 95 jarige leeftijd, verscheen zijn laatste bundel ‘De bulleman en de vogels’. Hij werkte als onderwijzer, journalist en bij de Vlaamse televisie. Naast dichter was van Herreweghen redacteur van enkele literaire tijdschriften, waaronder Podium (1943-1944) en vanaf 1947 van Dietsche Warande & Belfort. In dat laatste tijdschrift verschenen vrijwel al zijn gedichten. Daarnaast was hij samensteller van bloemlezingen van gedichten. Van 1965 tot 2000, 36 jaar lang, verzorgde hij voor het Davidsfonds een selectie van 50 gedichten uit de poëtische jaarproductie in tijdschriften. Hubert van Herreweghen ontving tijdens zijn leven verschillende literaire prijzen waaronder de Prijs van de provincie Brabant (1945), de driejaarlijkse staatsprijs voor poëzie (1962) en de Prijs voor Letterkunde voor de Vlaamse Provincies voor zijn gehele oeuvre (2006).
Uit ” Vleugels’ Poëtisch Erfdeel der Nederlanden uit 1962, koos ik voor het gedicht ‘Amalia Rodriguez zingt’ vooral omdat dit bij mij een herinnering naar boven bracht aan mijn ouders die naar haar luisterde.
.
Amalia Rodriguez zingt
.
I
Hartstochtelijk uit de ellende klagen,
tegen vernedering steigerende trots,
om hemel en aarde uit te dagen
en de oneindige barmhartigheid Gods.
.
O nooit nooit in het leven te dulden
wat ons tot droeve narren verminkt,
berusten nooit, maar schelden op schulden
en klagen om wat in ’t graf verzinkt.
.
Voor de ongeborenen is er het leven,
voor levenden is er schande en dood;
en tot wij liggen in dezelfde schoot
zullen de doden geen teken geven.
.
II
Klagen zoals de tortels klagen
diep in ’t van koeren ronkend bos,
de dove echo ondervragen,
maar niets komt uit de stilte los.
.
Klagen zoals al wat geschapen
is, klaagt, en jankt en kermt,
klagen zoals de schapen blaten
totdat de slachter zich ontfermt,
.
klagen zoals de golven klagen,
schreeuwen zoals de zeemeeuw schreeuwt;
duizend gedoofde huilen dragen
zeeën en wind. De stilte geeuwt.
.
.
Achterwaarts
Bijna vergeten dichters
.
Henricus Wijbrandus Jacobus Maria Keuls, of zoals zijn dichtersnaam luidde H.W.J.M. Keuls (1883 – 1968) was in zijn tijd een redelijk succesvol en bekend dichter en vertaler. Zo schreef en publiceerde hij tussen 1920 en 1962 elf poëziebundels en 4 vertaalde bundels. Hij vertaalde werk van o.a. Dante, T.S. Elliot en Pirandello. Voor zijn werk ontving hij de Tollensprijs (1948), de Martinus Nijhoffprijs (1957) en de P.C. Hooftprijs (1961).
Keuls behoorde niet tot een groep dichters (dat wilde hij niet en vond het eigenlijk maar een onzinnig onderscheid), hij werd geïnspireerd door Kloos en Gorter en vooral ook door Franse dichters als Beaudelaire en Verlaine. In 1925 verscheen een interview met hem in het onafhankelijk literair tijdschrift ‘Den Gulden Winckel’ dat de ondertitel droeg ‘Maandschrift voor de Boekenvrienden in Groot-Nederland’ waarin hij spreekt over zijn poëzie , zijn werk als criticus en zijn inspiratiebronnen https://www.dbnl.org/tekst/_gul001192501_01/_gul001192501_01_0055.php
Ik ben in het bezit van zijn laatste bundel ‘Achterwaarts’ uit 1964 waarin naast zijn eigen gedichten ook een aantal door hem vertaalde gedichten zijn opgenomen. Zoals het gedicht ‘Rondeel’ van de Franse dichter Charles d’Orléans (1391 – 1465) die beschouwd werd als één van de beste Franse dichters in de hoofse traditie.
.
Rondeel
.
Nu de blijdschap ging verloren
Deze mei, kleed ik mij zwart.
Zo verdrietig werd mijn hart
Dat ik moet zijn zuchten horen;
Ik gedraag mij naar behoren
Tonend het gewaad der smart.
Nu de blijdschap ging verloren
Deze mei, kleed ik mij zwart.
Ach niets kan mij nog bekoren,
’t Is de tijd die ons benart,
Stage regen ons verstart
En de dag blijft ongeboren,
Nu de blijdschap ging verloren.
.
Cummings
In het Nederlands
.
De regelmatige lezer van dit blog weet dat ik een groot zwak heb voor de poëzie van de Amerikaanse dichter E.E. Cummings ( 1894 – 1962). In het verleden plaatste ik al een paar keer gedichten van hem vertaald in het Nederlands door de Vlaming Lepus. Dit keer een gedicht van zijn hand vertaald door Gert Jan de Vries.
.
Lente is net een misschien hand die
(voorzichtig uit
het Niets opduikend) een etalage
inricht waar men in kijkt (terwijl
men staart
daar iets vreemds voorzichtig
inricht en verplaatst en
hier iets bekends) en
.
alles voorzichtig verandert
.
lente is net een misschien
Hand in een etalage
(voorzichtig Nieuwe en
Oude dingen verzettend, terwijl
men voorzichtig staart
een misschien beetje
bloemen hier verplaatst
een duim lucht daar) en
.
zonder iets te breken.
.
Tekening door Nathan Gelgud, 2014
De fatale bres
Günter Kunert
.
De titel van een boek kan soms tot verwarring leiden. Neem nou de bundel ‘de fatale bres’ vertaalde hedendaagse duitse poëzie. Bij het kopen van dit bundeltje dat de dichter A. Marja als vertaler kent, dacht ik hedendaagse Duitse poëzie te gaan lezen. Totdat ik erachter kwam dat het boekje in 1962 werd uitgegeven. Hedendaags wordt op die manier ineens poëzie uit de jaren ’50 en ’60. De dichters die worden opgevoerd hebben dan ook geboorte jaren tussen 1881 en 1937. Desalniettemin staan er prachtige en goeie gedichten in. Zowel in het Duits als in het Nederlands.
Dichters waarvan ik er maar een paar van naam ken zoals Paul Celan, Ingeborg Bachmann en Peter Hamm. Een dichter die ik niet kende is Günter Kunert (of Guenter Kunert zoals hij in deze bundel wordt opgevoerd).
Kunert (1929) woonde en werkte in de DDR en was lid van de communistische partij. Toen hij in 1976 een petitie tekende omdat de partij Wolf Biermann (een collega schrijver) het lidmaatschap van de partij wilde afnemen, werd hem ook het lidmaatschap afgenomen. In 1979 kon hij door het verkrijgen van een visum naar West Duitsland reizen en daar vestigde hij zich.
Kunert wordt gezien als één van de meest veelzijdige en belangrijkste hedendaagse Duitse schrijvers. Naast poëzie schreef hij essays, autobiografisch werk, aforismen, satires, sprookjes, science fiction, speeches, reisverhalen, film scripts, en romans. Hij werd in verschillende literaire tijdschriften gepubliceerd en hij is daarnaast ook schilder en grafisch ontwerper.
Het gedicht dat uit de bundel ‘de fatale bres’ komt is getiteld ‘Wenn ihr mal kniet vor einem’ of in de vertaling van A. Marja ‘Als u knielt’.
.
Als u knielt
.
Op deze steen
heeft Willem de Veroveraar
en later Napoleon
gezeten-
ook nog Saint-Just
en twee al lang vergeten
koningen – een
de Vijfde en een
de Zestiende.
.
Maar vergeet nooit
dat de steen telkens
warm werd van een paar
levende billen.
.
En niet van een naam.
.
Wenn ihr mal kniet vor einem
.
Auf diesem Stein
sass William de Eroberer
und später Napoleon.
Es hockten Saint-Just
auf ihm und zwei längst
vergessene Könige – ein
Fünfter und ein Sechzehnter.
.
Vergesst bitte nicht,
das der Stein jeweils durch
einen lebenden Hintern
erwärmt wurde.
.
Nicht durch einen Namen.
.
gewapend oog
Gust Gils
.
Gust Gils (1924 – 2002) is geen nieuwe naam op dit blog. Eerder schreef ik al over hem, zijn werkzaamheden (o.a. één van de oprichters van Gard sivik) en over een paar van zijn bundels. Hier voeg ik vandaag de bundel ‘gewapend oog’ aan toe. Deze bundel is uit 1966 (mijn exemplaar. 2e druk) maar het origineel stamt uit 1962 en de jaren zestig (en in zekere zin ook de jaren 50) komen naar voren in de teksten en het taalgebruik. De teksten doen me denken aan Simon Vinkenoog en om een dichter van nu te noemen Sven de Swerts. Geen interpunctie (of heel weinig), geen hoofdletters of punten (soms wel soms niet) maar wel komma’s. Toch is het interessant om de gedichten in deze bundel te lezen, juist als een document uit die tijd. Ik koos uit de bundel, met een bijzondere omslag van Patrick Conrad, het gedicht ‘vreemd was dit’.
.
vreemd was dit
.
vreemd hij zegt herkenbare dingen
maar hijzelf is niet herkenbaar.
.
wat zal gebeuren als mijn woorden hem bereiken?
wie zijn wij dan?
.
oh dacht ik zomaar twee tussendoorheden
elk animator van zijn eigen draadverwrongen leven.
.
maar reeds te ondenkbaar om iets anders te doen
heeft hij dood om zich heen gespeldepunt
.
reeds te zeker alleen blijf ik achter een afgeknaagd
stuk schedel in de hondse ruimte
.
Poetry on the move
Poëzie evenement
.
In september van dit jaar werd door het IPSI (International Poetry Studies Institute) op de faculteit Arts & Design van de universiteit van Canberra voor de derde keer Poetry on the Move georganiseerd. Als je nu denkt dat dit betekent dat er een lading dichters samen in een bus (of een ander vervoermiddel) er op uit trok om poëzie onder de mensen te brengen (zoiets als de Poëziebus) dan heb je het mis. In deze universiteit in Australië betekent dat men inhoudelijk met poëzie zich ‘beweegt’.
Het betreft hier een meerdaags evenement (een beetje vergelijkbaar met Poetry International) waar er workshops worden gegeven door poets in residence, poëzie entertainment is en waar er discussies zijn over poëzie. Daarnaast was er speciale aandacht voor vertalingen en er werden verschillende publicaties gepresenteerd. In acht dagen werden studenten en belangstellenden bezig gehouden door meer dan 75 dichters waaronder Vahni Capildeo en Glyn Maxwell.
Deze laatste, Glyn Maxwell (1962) is een Engels dichter. Hij studeerde Engels en theater met Derek Walcott. Maxwell heeft verschillende gedichten en lange verhalende gedichten geschreven. De Sugar Mile (2005), een verhalend gedicht dat zich afspeelt in een bar in Manhattan, een paar dagen voor 11 september 2001, weeft verschillende stemmen en verhalen samen en onderzoekt de aard van het lot.
Van deze dichter koos ik het gedicht ‘The only work’ een gedicht dat hij opdroeg aan Agha Shahid Ali (1949 – 2001) een Kashmiri-Amerikaans dichter.
.
The only work
.
In memory of Agha Shahid Ali
When a poet leaves to see to all that matters,
nothing has changed. In treasured places still
he clears his head and writes.
None of his joie-de-vivre or books or friends
or ecstasies go with him to the piece
he waits for and begins,
nor is he here in this. The only work
that bonds us separates us for all time.
We feel it in a handshake,
a hug that isn’t ours to end. When a verse
has done its work, it tells us there’ll be one day
nothing but the verse,
and it tells us this the way a mother might
inform her son so gently of a matter
he goes his way delighted.
.
Licht
De 100 beste gedichten
.
Het VSBfonds heeft aangegeven te gaan stoppen met de VSB poëzieprijs. Dat is om verschillende redenen heel spijtig. Hier is al veel over geschreven en het is echt te hopen dat een grote partij deze prijs (onder een andere naam) kan en wil voortzetten. Behalve het uitreiken van deze prijs voor de beste poëziebundel van een jaar was een bijeffect of bijproduct de publicatie van ‘De 100 beste gedichten van dat jaar’. In deze bundel vaak heel interessante, meer en minder bekende dichters die met een of meerdere gedichten werden opgenomen.
Voor mij ligt de editie van 2002. Al bladerend kom ik dan namen tegen van mij onbekende dichters die vaak heel fraaie poëzie schrijven. Zo ook de dichter J.W. Oerlemans.
Jacobus Willem Huibert Oerlemans (1926 – 2011), beter bekend als J.W. Oerlemans, was een Nederlands dichter en historicus. Van 1986 tot 2002 was hij hoogleraar cultuurgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Tussen 1962 en 2011 zijn er negen bundels van zijn hand verschenen. Oerlemans wordt meestal gezien als de dichter van bundels met veelal korte, romantische, vrije gedichten in sobere taal, waarin melancholie en het besef van vergeefsheid en vergankelijkheid domineren. In 1992 kreeg hij de Anna Blaman Prijs voor zijn gehele oeuvre.
In ‘De 100 beste gedichten van 2002’ staat het gedicht ‘Licht’. Dit gedicht verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘De tuinen van dodenman’ een bundel die, vreemd genoeg, ontbreekt in het bibliografisch overzicht op zijn Wikipediapagina.
.
Licht
.
Vaak slaat het licht dwars door de huizen
maar niemand lijkt iets te zien
.
mensen blijven gewoon zitten, lopen rond
met een poes of een handdoek of staan
voor de spiegel iets te doen, eten iets
uit een kast of gaan gewoon met de lift mee
.
intussen slaat het licht door hun oren heen
en door hun boezeroenen en hun botten.
.
Zorro
Peter Verhelst
.
Van 25 januari tot en met 31 januari 2018 is het weer Poëzieweek in Nederland en Vlaanderen. Nog altijd geen poëziemaand helaas, ik blijf ervoor pleiten, een week is echt te kort. Maar terug naar de Poëzieweek in 2018. Regisseur van de Poëzieweek in 2018 is de Vlaamse dichter Peter Verhelst (1962). Natuurlijk ken ik het werk van Peter Verhelst maar ik zag tot mijn grote schik dat ik nog nooit een blogbericht vaan hem heb besteed. Shame on me. Peter Verhelst is namelijk misschien wel de meest gelauwerde dichter uit Vlaanderen. Hij won en kreeg voor zijn poëzie en poëziebundel zo ongeveer elke denkbare prijs die er is. Zijn werk is in veertien talen vertaald en hij schrijft niet alleen poëzie maar ook proza, theaterstukken en jeugdliteratuur (waar hij ook al verschillende keren prijzen voor heeft ontvangen).
Uit de 14 dichtbundels die hij heeft gepubliceerd heb ik uiteindelijk gekozen voor een gedicht dat misschien niet zo voor de hand ligt maar waar ik persoonlijk iets mee heb, niet zozeer met de inhoud (al is die zeker bijzonder) maar meer met de titel ‘Zorro’. ‘Zorro is het Spaanse woord voor Vos en onze kater (die helaas een paar jaar geleden is aangereden en overleden) heette zo.
Daarom uit de bundel ‘Vrede is eten met muziek’ uit 2005 het gedicht ‘Zorro’.
.
Zorro
.
Tussen Mexicaans gras hadden ze ons te pakken.
(Hun laarzen gewet.)
Ze hadden onze huidskleur niet en drongen
ons lichaam naar binnen. Trokken ons binnenstebuiten.
Lieten strepen na in de vorm van halve swastika’s.
Verder niks.
.
















