Site-archief
Knekel
Maria van Daalen
.
De dichter/schrijver Maria van Daalen (1950) werd geboren als Maria Machelina de Rooij. Maria van Daalen ontplooit een groot aantal activiteiten in binnen- en buitenland. Ze was tijdschriftredacteur (De Revisor tot 1994), publiceert poëzie en proza in tal van literaire tijdschriften en ze treedt op bij vele poëzie-festivals en –manifestaties, onder andere in Canada en Zuid-Afrika. In 1989 debuteerde ze met de bundel ‘Raveslag’ waarmee ze voor de C. Buddingh’-prijs genomineerd werd.
Op haar website https://www.mariavandaalen.com/ vind je naast gebruikelijke elementen als een weblog en een biografie ook verrassende onderdelen, zoals een lijst van donateurs, een ‘rozenkrans’ (beide zijn inmiddels niet meer te bekijken) en een button ‘vodou’. Ze werkt namelijk al jaren aan een boek over vodou, het ‘Vodou-boek’, over de religie vodou op Haïti ‘als werkelijkheidsbeleving’.
Uit de verzamelbundel ‘Die eeuwige wind’ (een opdracht over de Wierde van Wierum, een kunstmatige heuvel bij het dorp Wierum in Friesland) uit 2010 het gedicht ‘Knekel’.
.
Knekel
.
hoofd dat mijn beenderas bevat voor later
spreek met een mond vol aarde van het leven
ik voel de zon en ja, ik blijf nog even
mijn ogen tranen maar ook dat is water
woorden bewogen door de wind – dat staat er
in elke beendervel volop geschreven –
vormen de liefste zin aan mij gegeven
zolang mijn schedelmond nog praat – ik schater
mij schuimend, bottend, brandend, stormend naar de
vier elementen die zich zingend mengen
met mij, de lichtste, aether, als hun hemel
die schedeldak mag vullen met gewemel
van wormen, rijmend kronkelend in strengen
ten slotte is mijn vruchtbaarheid mijn waarde
.
Helaas dood
Janine van Elzakker
.
Wilhelmina Kuttje (met twee T) is afgelopen maandag 11 maart overleden op 73 jarige leeftijd. Dat las ik in de overlijdensadvertenties in de Volkskrant van zaterdag. Boven officiële overlijdensadvertentie stond ‘Helaas dood’ zoals je van haar radiopersonage zou verwachten. Wilhelmina Kuttje was een personage in het radioprogramma van Wim T. schippers ‘Ronflonflon avec Jacques Plafond’ dat werd uitgezonden in de jaren tachtig op radio 3 elke woensdagmiddag van 5 tot 6 uur. Ik luisterde altijd naar dit programma dat tekstueel volledig werd geschreven door Wim T. Schippers. Wilhelmina Kuttje was de vaste huisdichter van het programma en wanneer zij werd aangekondigd door Jacques plafond (Wilhelmina Kuttje met twee T) dan reageerde Jan Vos (een ander personage) steevast met: wie had er twee thee besteld?
Janine van Elzakker die de rol van Wilhelmina Kuttje speelde is dus overleden. In 1989 verschenen in de Ronflonflonreeks 4 delen (boekjes) waarvan Kuttje compleet (deel 3) er een van was. In dit bundeltje staan de gedichten van Wilhelmina genoteerd met teksten die in het radioprogramma werden uitgesproken wanneer het item aan de beurt was.
In nagedachtenis aan Janine van Elzakker, aan wie ik dus mooie herinneringen heb, hier een gedicht uit deze bundel getiteld ‘Snijbonen’ (uit haar dadaïstische verzen). In 2014 plaatste ik al eerder drie gedichten uit deze bundel zoals https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/07/20/kuttje-compleet/
.
Snijbonen*
(een zomervers uit de bundel Conserven)
.
Boontje, loontje, o, gewoontje dacht je
maar niet heus
Hebben wij niet winterkeus?
.
‘k Lach om de seizoenen
gewapend met een blikopening
Roetsj! Plens plens!
Mens… Even opwarmen en
verorberen maar!
Zie daar!
.
Damasten tafelkleden kliedervol
Liederlijk, fijn gesneden
Maat houden, lieveling
Begrijpt gij er iets van?
Nee, dit niet!
.
En sluit ik af dit vers
met vers gesoldeerde deksel
op vertind stalen koker
Kom maar op! Tandenstoker!
.
* Het gedicht ‘Snijbonen’ uit de bundel Conserven is een licht dadaïstisch vers, want daar wist grootmoe ook wel raad mee. Uit 1934. de ondertitel luidt: Een zomervers, en hoe wij dat nu precies moeten duiden, dat blijkt in de loop van het vers, want op het eerste gezicht zal men zeggen: Hoe nu? snijbonen uit blik? – want daar komt het tenslotte op neer- ‘is dat nu wel zo zomers? Is de zomer nu juist niet de tijd van volop verse groenten? Nu moet men niet vergeten dat juist in die tegendraadsheid in het onderhavige vers – ik heb het nog steeds over: ‘Snijbonen”- een zomervers- uit de bundel Conserven, de grote kracht, poëtische zeggingskracht, zeg maar, dat eigenlijk het totale oeuvre van mijn grootmoeder zo kenmerkend eh… kenmerkt. met andere woorden: Juist die ongerijmdheid, om het in poëtische termen te zeggen, zorgt voor de overdracht van een zeker gevoel van onbestemdheid, waar mijn grootmoeder zo in uitblonk, maar evenzeer onder gebukt ging.
.
.
Brief aan de zee
Johanna Kruit
.
Afgelopen weekend bezocht ik de tentoonstelling ‘ Aan zee’ in het gemeentemuseum in Den Haag. Vele prachtige schilderijen van de zee van Jan Toorop, Piet Mondriaan, Ferdinand Hart Nibrig en Jacoba van Heemskerck. Voordat je in de ruimtes komt waar de schilderijen hangen is een ruimte waar foto’s van Stefan van Fleteren hangen. Een kleine tentoonstelling getiteld Terre/Mer (land/zee) waar ik onderstaande foto nam en waarvan ik echt even goed moest kijken of het nu een foto of een schilderij was.
Ik heb er een gedicht bijgezocht over de zee van Johanna Kruit, uit de bundel ‘Landgrens, bloemlezing 1970-1980’ uit 1982. Johanna Kruit (1940) is een schrijver/dichter uit Zoutelande (ja dat Zoutelande uit Zeeland). In 1976 debuteerde Kruit bij uitgeverij WEL met het boek ‘ Achter een glimlach’ . In 1989 kwam haar eerste kinderboek ‘ Als een film in je hoofd’ uit. Hierna ging ze verhalen en gedichten schrijven voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘ Zoals wind om het huis’ . Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep.
.
Brief aan de zee
ooit heb ik geprobeerd je geheim
te doorgronden, maar je pakte je
zout in en droeg je geluiden weg
en in je golven stond:
verboden toegang
vergeefs probeerde ik de dagen op
muziek te zetten
maar ach
zelfs de regen liep mij nonchalant
voorbij, en met
eeuwen stof over mijn voetstappen
bleef ik in de trieste sfeer van
oude gebeden en weefde verward
aan een sprookje dat vrede heet
dan liet ik mij verleiden om te gaan
met de stemmen
– landinwaarts –
maar er waren meer dingen dan een
dromer ooit zal zien
en de wegen té veel
onderweg
en zo schrijf ik me zee
naar je toe
en al ben je te oud om met
nieuwe woorden aan te spreken
toch vraag ik je
overstem mijn gedachten
zet voet aan mijn land
en breng mij tot zwijgen
.
Lennaert Nijghprijs
Beste tekstdichter
.
Ik lees zojuist in de krant van donderdag dat Huub van der Lubbe (1953, zanger van de Dijk) vanavond de Lennaert Nijghprijs voor de beste tekstdichter vandaag zal krijgen uitgereikt uit handen van de organisatie van deze prijs de BUMA. Volgens de organisatie achter deze prijs heeft van der Lubbe ‘ontzettend veel betekend voor de Nederlandse muziekindustrie’.
Helemaal mee eens, niet voor niks schreef ik al eerder ( 25 februari 2015) over de zanger van de Dijk op dit blog en over zijn dichtbundel’Guichelheil’. Maar niet alleen zijn poëzie is bijzonder, in de teksten van de Dijk zitten vaak zoveel poëtische zinnen. Hier een voorbeeld in de tekst van ‘Deze stad’ van de CD ‘Niemand in de stad’ uit 1989, nog altijd één van mijn favoriete nummers van de Dijk. Geschreven door Nico Arzbach, Pim Kops en Huub van der Lubbe.
.
Deze stad.
deze stad
altijd wat
niks van plan
toch weer plat
wil of niet
je gaat mee
deze stad
kent geen nee
en je weet wel dat het afloopt
met een koffer vol berouw
deze stad is een hele mooie vrouw
neonlicht
oogopslag
vlees is zwak
overstag
geen verweer
geen excuus
leven eens
leven nu
en wat draait ze met haar heupen
en wat sluit haar truitje nauw
deze stad is een veel te mooie vrouw
een veel te mooie vrouw
je geeft alles wat je hebt
maar zij geeft geen moer om jou
deze stad
meer dan zat
niks van plan
toch weer plat
graag of graag
ja of ja
deze stad kent
geen gena
en je weet wel hoe het afloopt
maar wat zijn haar ogen blauw
deze stad is een veel te mooie vrouw
een veel te mooie vrouw
je geeft alles wat je hebt
maar zij geeft geen moer om jou
.
Adieu
J.W. Schulte Nordholt
.
Jan Willem Schulte Nordholt (1920 – 1995) was een Nederlandse dichter, historicus en hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika. Hij is vooral bekend om zijn publicaties over de Verenigde Staten. In 1942 werd hij gearresteerd, waarna hij zowel in Nederland als in Duitsland gevangen zat. In 1943 verscheen clandestien zijn eerste dichtbundel onder het pseudoniem W.S. Noordhout. In 1950 werd zijn eerste dichtbundel ‘Levend landschap’ onder eigen naam uitgegeven. Voor deze bundel ontving hij in 1952 de Lucy B. en C. W. van der Hoogtprijs. In 1961 ontving hij voor zijn bundel ‘Een lichaam van aarde en licht’ de ‘Poeziëprijs van de gemeente Amsterdam. Zijn werk werd ook in veel bloemlezingen opgenomen. Tegenwoordig raakt zijn naam in de vergetelheid en daarom in het kader van de (bijna) vergeten dichters hier het gedicht ‘Adieu’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.
.
Adieu
.
In de kamer zit ik aan de tafel,
luister naar het suizen in mijn oren.
Vogels houden eindelijk hun snavel,
het wordt stil, ik kan de sterren horen,
en wat in de aarde wordt geboren.
.
Nu vannacht, het hele huis ligt open,
ik zit in de blote eeuwigheid,
en ik laat mij door de regen dopen
voor een zachte dood, ik ben bereid.
.
Regen regent en de bomen lopen
bij mij binnen, op mijn hand die schrijft
groeit het gras. Adieu. Mijn hart verstijft.
.
Vicky Francken
Ik ben een bijl
.
In 2009 stelde Erik Jan Harmens de verzamelbundel ‘Ik ben een bijl’ samen met als ondertitel ‘Nieuwe dichters uit de jaren nul’. In deze bundel staat onder andere een gedicht van Vicky Francken.
Vicky Francken (1989) ontving voor haar tijdschriftdebuut de Hollands Maandblad Schrijversbeurs voor Poëzie en publiceerde daarna onder meer in Tirade en Revisor. Ze studeerde vertaalwetenschap en werkt als literair vertaler uit het Frans en Engels. Ze debuteerde in 2017 met de bundel ‘Röntgenfotomodel’ die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs: ‘Francken is een dichter die het experiment niet schuwt. Muzikaal, lichtvoetig en speels.’ aldus het juryrapport. Uit ‘Ik ben een bijl’ het titelloze gedicht van haar hand.
.
Sommigen staan in de deurpost met een schaar
in nde palm van hun hand als een slaapppil
op weg naar hun mond om te zorgen
voor kunstmatig rustige lakens en wij
waren steeds mismaakte vaandels,
niet bedoeld om naar te zwaaien.
.
Tegen de scherven van licht
waren we weinig, niet meer
aanwezig dan ijzer soms
in de grond.
.
We bekleedden rustig de stoelen
waarop we zaten en vouwden onze vingers
als de punt van enveloppen naar binnen.
Zochten een weg geleid door gebaren
van blinden.
.
Foto: Nadine Ancher
Dichter van de maand april
Neeltje Maria Min
.
In april zal Neeltje Maria Min mijn dichter van de maand zijn. Min heeft niet heel veel gepubliceerd, sinds 1966 toen ze heel Nederland verbijsterde met haar debuutbundel ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ publiceerde ze nog maar 4 bundels. In 1989 verscheen ‘De gedichten’ met daarin behalve haar debuut ook de bundel ‘Een vrouw bezoeken’ en ‘De ballade van Kastor Elim Wolzak’. De laatste is niet eens een bundel maar eerder een wat langer gedicht van 3 pagina’s.
Uit ‘Een vrouw bezoeken’ koos ik voor het gedicht zonder titel maar met de beginregel ‘Zij stonden voorovergebogen’.
.
Zij stonden voorovergebogen,
voorhoofd aan voorhoofd.
Daaronder bewogen
handjes en voetjes.
Een zieltogend lijfje,
een kindje van vijf.
.
Zij spraken, maar spraken in scherven.
Zij schoven uit hun groot gezicht,
dat als een dak boven mijn ogen hing,
woorden van een gedicht
in omgekeerde volgorde.
.
Ik was hun kind.
Ik voelde me verplicht
om weer gezond te worden.
Ik sidderde nog eenmaal en besloot:
Ik ben hun kind,
ik ga nog lang niet dood.
.
Vers
Jamila Faber en Sanne de Waard
.
Via via kwam ik op de website van VERS terecht. Een website van twee jonge schrijvers/dichters Jamila Faber (1989) en Sanne de Waard (1984). Dit zijn geen schrijvers of dichters in de klassieke vorm maar meer een soort multidisciplinaire kunstenaars die ook aan poëzie doen.
Faber is een schrijver/muzikant met een eigenzinnige aard en een scherpe pen. Haar stijl kenmerkt zich door absurditeiten, tragische humor en rake observaties. Terwijl de Waard een professioneel fröbelaar is, die laveert tussen creatief schrijven, journalistiek,fotografie, ruimtelijk design en beeldende experimenten met onconventionele gebruiksvoorwerpen.
Kortom twee creatieve geesten zoals je ze tegenwoordig vaker tegen komt. VERS is hun initiatief, waarbij literatuur en popcultuur elkaar ontmoeten. Aan de basis van VERS ligt geïmproviseerde poëzie. Op diverse locaties, waaronder veel festivals, gooit VERS haar caravandeur open om een ieder te verwelkomen met een gedicht op maat en een portie gezelligheid.
De dames schrijven hun verzen op ouderwetse typemachines waarbij de gast voor de input zorgt van de gedichten. Als het gedicht klaar is krijgt de gast deze mee op een briefkaart.
.
Alles over VERS en hun aanbod is te vinden op https://versproducties.wordpress.com/



















