Site-archief
Piesen op schrikkeldraad
Simon van der Geest
.
Over de geweldige, prachtig uitgegeven verzameling moderne kinderpoëzie in 333 gedichten, getiteld ‘Heel de wereld wordt wakker’ schreef ik al eerder hier en hier. En omdat ik het zo’n mooi boek vind met vele poëzieschatten hier nogmaals een gedicht uit deze bundeling kinderpoëzie.
Het gedicht ‘Piesen op schrikkeldraad’ van Simon van der Geest, vind ik een heel mooi voorbeeld van hoe een gedicht kan appelleren aan een ervaring of gevoel van zowel een kind of jongere als dat van een volwassenen (in dit specifieke geval wel aan dat van een jongen of een man in de meeste gevallen).
Simon van der Geest (1978) is schrijver van kinderboeken, toneelstukken en hij is dichter. Hij is opgeleid tot theaterdocent aan de toneelschool in Arnhem. Hij debuteerde in 2009 als kinderschrijver met het boek ‘Geel Gras’, kreeg tweemaal de Gouden Griffel (2011 en 2013) en hij won de Jan Wolkersprijs in 2013 voor zijn boek ‘Spinder’. In 2015 schreef hij het Kinderboekenweekgeschenk.
Het gedicht ‘Piesen op schrikkeldraad’ verscheen oorspronkelijk in ‘Querido’s Poëziespektakel’ Vijf draken verslagen, uit 2011.
.
Piesen op schrikkeldraad
.
Ik zal je zeggen hoe dat gaat:
Tzik!
Bliksem
in je mik!
Je skelet staat te tikken
en te hikken
tot je
alle botjes
weet te
zitten
so
wat deed dat pijn, vooral
de botjes
in mijn
piemel
.
Er kwam geen geluid mijn mond uit,
alleen maar een zwart wolkje
Het smaakte naar benzine
Nu noemen ze mij Elektroman
Een naam moet je verdienen
.
Aubergine
Drs. P
.
Het is voor mij altijd een groot plezier om te lezen in de bundel ‘Tante Constance en Tante Mathilde’, liedteksten van Drs. P (1919-2015) uit 1999. Natuurlijk ken ik de teksten, liedjes en gedichten van Drs. P niet allemaal (het zijn er vele!) en dus word ik nog weleens verrast wanneer ik de bundel lees of doorblader. Zo ook dit keer. Om twee redenen eigenlijk.
Allereerst omdat het gedicht ‘Aubergine’ bij mij onmiddellijk de gedachte naar boven bracht aan de emoiji of emoticon van een aubergine, die, zoals je ongetwijfeld weet, wordt gebruikt als penis in SMS- en Whatsappberichten maar als tweede deed dit gedicht of deze liedtekst mij ook meteen teruggaan naar de tijd dat de poëziestichting Ongehoord! nog tweemaandelijks een poëziepodium organiseerde in de openbare bibliotheek van Rotterdam.
Vaste gastdichter daar was de onvolprezen en bijzondere Rieneke Minderman-Grobben (1944-2018), de lady in pink (ze was altijd volledig gekleed in het roze). Zij las haar gedichten steevast voor vanaf een behangrol die ze zelf beschreven had. In haar gedichten maakte ze graag gebruik van opsommingen en had daarbij ook soms een voorkeur voor Franse termen zoals bijvoorbeeld in haar gedicht ‘Op z’n Janboerenfluitjes’ en ‘Crime passionel’. Het gedicht ‘Aubergine’ deed me daar meteen aan denken.
.
Aubergine
.
De aanblik van la belle Philippine
Was een der top-attracties van de stad
Zij was een twintigjarige blondine
Elle est tres fine, elle est divine
Zowel de koopvaardij als de marine
Alsook de brandweerlieden zeiden dat
.
Het was opwekkender dan cocaine
Als Philippine voor ’t venster zat
Gekleed in allerfijnste Crepe de Chine
Of mousseline, of levantine
Gelijk een pronkjuweel in een vitrine
Gelijk een jonge prijsbekroonde kat
.
Zij was in hoge mate feminiene
De mannen die haar zagen gingen plat
En zij begeerden haar als concubine
Maar Philippine had discipline
Was ongenaakbaar als een capucine
Of als een dichtgevroren sleutelgat
.
Een oude rijkaard in een limousine
Kwam echter zeer strategisch op haar pad
Hij toonde haar een mooie aubergine
Een aubergine, een aubergine
Hij mocht naar binnen voor een aubergine
Een aubergine die ze daarna at
.
Dichten alsof
Sybren Polet
.
Sybren Polet (1924-2015) was schrijver en dichter. Polet (pseudoniem van Sybe Minnema) debuteerde onder zijn eigen naam met de dichtbundel ‘Genesis’ in 1946. Als Sybren Polet debuteerde hij in 1949 in het literaire tijdschrift Podium, waarvan hij van 1952 tot 1965 redacteur zou zijn. Zijn dichtwerk wordt tot dat van de Vijftigers gerekend. De stad Amsterdam speelt er een centrale rol in en de personages, aangeduid als Mr. Iks, Mr. X, en dergelijke meer, veranderen continu van gedaante.
Polet kreeg voor zijn werk onder andere de Jan Campert-prijs, de Herman Gorterprijs, de Busken Huetprijs en de Constantijn Huygensprijs. In 2011 werd de Lokienprijs in het leven geroepen, vernoemd naar de bekende romanfiguur van Polet en vanaf 2018 wordt ook de Sybren Poletprijs toegekend.
In de nalatenschap van Sybren Polet is een manuscript aangetroffen met handgeschreven gedichten die nog niet eerder waren gepubliceerd. Op de achterflap van deze bundel getiteld ‘Zijnsvariaties Verbovelden’ uit 2018 staat te lezen: een vlijmscherpe analyse van onze tijd, een bewogen afscheid van het bestaan en een sprankelende blik op de toekomst: het slotakkoord van een avontuurlijk oeuvre in de Nederlandstalige literatuur.
Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘Dichten alsof’.
.
Dichten alsof
.
1
En dan weer het zelfvernietigende besef
dat wij een doorgangsvorm zijn
naar een volgende mutatie.
*
De laatste huidschubben uitgekweekt,
de aapvorm verlaten:
een buitenbrein ontwikkeld.
Een derde voorhoofdsoog.
*
Het superego wordt geëtheriseerd
of ondergebracht in een andere biovorm.
.
2
Denkleven.
Vanaf het jaar nul
zal niemand meer sterven, niemand
geboren worden.
.
Hoe vredig volledig
dit nihil: alles alleen weer
in afwachting van:
In afwachting van
een nieuw alsof.
*
Leven alsof.
Dichten alsof.
.
Vallen
Emma Crebolder
.
In 2012 verscheen van Emma Crebolder (1942) de bundel ‘Vallen’ bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Emma Crebolder studeerde Duitse taal en letterkunde in Utrecht. Na een verblijf van enkele jaren in Tanzania deed zij aan de universiteiten van Leiden en Keulen een studie Afrikaanse talen met als hoofdvak Swahili. Zij onderwees deze taal decennia lang.
Zij was in 1993 de eerste officiële stadsdichter van Nederland in Venlo. Vanwege haar vossenpoëzie werd zij in 2006 opgenomen in de Orde van de Vossenstaart. Stijn Streuvels was de eerste die deze erkenning kreeg. In 2015 werd haar de Leo Herberghs Poëzieprijs toegekend. Crebolder publiceerde in literaire tijdschriften als De Gids, Maatstaf, Het Liegend Konijn, Terras en Hollands Maandblad.
In de bundel ‘Vallen’ las ik een mooi gedicht over haren die ‘verhalen van hemel en hellevaart’ zonder titel.
.
De haarval was al geslachten
lang zo. Sluik, maar met
.
herinneringen aan vroege
lokken die altijd met
.
oorlog of in geval van mode
afgesneden maar nooit
.
teruggedreven werden
tot de eerste zwarte krul
.
Ons vermoeden is dat haren
verhalen van hemel en hellevaart.
.
Binnentuin met echtpaar
Ester Naomi Perquin
.
In 2020 bestond de bibliotheek Schiedam 100 jaar. Naar aanleiding van dat heugelijke feit is er destijds een jubileumboek gemaakt. In dat boek staan veel interviews en stukjes geschreven door onder andere Maarten ’t Hart en Abdelkader Benali. Maar er staat ook een gedicht in van Ester Naomi Perquin (1980).
Dit gedicht is getiteld ‘Binnentuin met echtpaar’ en wie de bibliotheek kent in Schiedam, in de Korenbeurs, herkent in deze titel gelijk de bibliotheek. De Schiedammer Korenbeurs of Koopmansbeurs is een rijksmonument uit 1786-’92. In de Korenbeurs werden moutwijn, granen en spoeling (restproduct na de eerste distillatie) verhandeld. Deze handel stond in direct verband met de in Schiedam gevestigde stokerijen voor jenever. De Beurs wordt gezien als een van de monumenten van de Schiedamse jeneverindustrie.
Sinds 2015 is de openbare bibliotheek in dit prachtige gebouw gevestigd. Het gebouw is vierkant en bij binnenkomst blijkt het eigenlijk te bestaan uit 4 buitenmuren waartegen een etage is gebouw en het binnenste gedeelte is open, een soort vide maar dan heel groot en onder een glazen dak. Door het licht dat er dus invalt is het mogelijk veel grote planten en bomen te plaatsen. Dat is dan ook gedaan. Vandaar de ‘binnentuin’ uit de titel van het gedicht van Ester Naomi Perquin.
.
Binnentuin met echtpaar
.
Dit werd het volmaakte. Woorden en gebladerte, waarin we samen
onze intrek namen, waar we lazen. We sloegen de bladzijdes om,
werden te oud voor dagelijkse schaamte, werden te zwaar
om te dragen, te groot voor op schoot, werden
goed in verlaten, goed in de dood.
.
Volleerde lezers, die hier all;e jaren bleven. Nog zitten we hier, nog
heb ik je lief. Tegen zwoele slangen en de wijde wereld in.
Midden in elk einde groeit een lus naar het begin –
ik weet dat niets voor eeuwig blijft.
.
Maar wat dan nog? Hier is steeds een nieuw verhaal. Tijd is gewicht
dat onder zichzelf bezwijkt, taal is slechts taal. Sla om.
Je bent mijn rots, mijn bron, mijn zon, mijn licht.
.
Volmaaktheid kent geen tegengif.
.
Anna
Tijd! Gedichten
.
Joop Alleblas ken ik al jaren. Deze in 1946 geboren Westlander komt uit Wateringen waar ik bijna 10 jaar heb gewerkt. Alleblas studeerde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en promoveerde aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Van zijn hand verschenen vele wetenschappelijke artikelen en publicaties. Naast wetenschapper is Alleblas een bezield dichter en een fervent amateurarcheoloog.
In 2015 debuteerde hij met de dichtbundel ‘De nacht bestaat niet meer’. Sindsdien verschijnen zijn gedichten regelmatig in kranten, tijdschriften en deelpublicaties. Inmiddels heeft Alleblas 6 dichtbundels gepubliceerd. Hij voelt zich thuis in het vrije vers. Met een vleugje cynisme etaleert Alleblas in zijn poëzie zijn vrije en zonnige levenswijze. Op luchtige wijze krijgt hij verrassend vat op het schemergebied tussen verbeelding en werkelijkheid. Hij schroomt daarbij niet zijn fantasie de vrije loop te laten. Zo komt hij tot poëzie over het gewone leven, liefde, dood, erotiek en niet-alledaagse voorstellingen.
In 2001 verscheen van zijn hand de bundel ‘Tijd!’, een compilatie van gedichten die door Alleblas in het laatste deccenium van de 20ste eeuw zijn geschreven. Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Anna’.
.
Anna
.
Het was donker toen ik naar Anna ging
Haar kleine kamer geurde
We keken foto’s en noemden namen
Er klonk muziek en
gele tulpen bloeiden voor de ramen
.
Ze sprak van wat voorbij was
en van wat er nog ging komen
Haar ogen waren groot en zwaar en later
zag ik haar wakker dromen
en vroeg ze om een glaasje water
.
Het was laat toen ik Anna ging verlaten
Ik schoof de stoel weer op zijn plaats
ruimde op verzoek de tafel op en
deed de afwas in de keuken
.
Ik kuste haar op beide wangen
Haar dunne handen broos
gevouwen in haar schoot
.
Bij de deur zag ik haar
stil en voorzichtig
in gedachten zwaaien
.
Rupsband
Drs. P.
.
Een van de zeer vele versvormen die er zijn (en geloof me er zijn er heel veel, neem maar eens een kijkje in de categorie Versvormen op dit blog) is de Rupsband. De Rupsband is in de jaren negentig van de vorige eeuw bedacht door een van de uitvinders van heel veel versvormen, Drs. P. (1919 – 2015).
De vorm bestaat uit strofen van 4 regels. De lengte is onbepaald. De terzine, gevormd door de eerste drie regels schuift per strofe een regel opwaarts en verdwijnt zo, maar komt dan van beneden weer opzetten. Je kunt hem ook naar beneden laten schuiven, of werken met 2 vaste regels, enz. als je het systeem maar volgt. Het metrum is bij voorkeur 4 of 5 jamben en het rijmschema is A1BA2b BA2ba A2bab babA1 abA1B bA1BA2. Het lijkt ingewikkeld (en dat is het natuurlijk ook wel, dat kon je wel aan Drs. P. overlaten) maar het eindresultaat mag er zijn.
.
Ochtendritueel
De nieuwe dag breekt aan. het is weer tijd.
De zon schijnt of het regent pijpenstelen.
Gezamenlijk gebruiken wij het ontbijt.
Een nieuwe dag van werken of van spelen.
.
De zon schijnt of het regent pijpenstelen.
Gezamenlijk gebruiken wij het ontbijt.
Buiten hoor je reeds de vogels kwelen,
Maar aan hen is dit versje niet gewijd.
.
Gezamenlijk gebruiken wij het ontbijt.
De ochtendstemming laat zich slecht verhelen,
Maar ’t chagrijn zijn wij al spoedig kwijt,
Als wij de laatste hagelslag verdelen.
.
Acht uur is voor ons – met ons voor velen –
Het tijdstip dat wij lang hebben verbeid:
Weg van hier, de maatschappij bespelen,
De nieuwe dag breekt aan, het is weer tijd.
.
Hoewel elk van ons zijn eigen leven leidt,
Is er één ervaring die we samen delen:
De nieuwe dag breekt aan. het is weer tijd.
De zon schijnt of het regent pijpenstelen.
.
Een lied weerklinkt uit duizend kelen.
De nieuwe dag breekt aan. het is weer tijd.
De zon schijnt of het regent pijpenstelen.
Gezamenlijk gebruiken wij het ontbijt.
.
Een ijsje
Merel Morre
.
In deze roerige en onverwacht gewelddadige tijden lees ik in de bundel ‘Dons op mijn tanden’ van Merel Morre uit 2015. Ik kreeg de bundel die door mijn broer werd opgepikt in een kringloopwinkel. De poëzie van Morre (1977) is te vergelijken met bijvoorbeeld die van Tim Hofman; weinig hoogdravend, redelijk eenvoudig en makkelijk te lezen. Niet meteen een bundel die ik zelf zou aanschaffen.
Morre is dichter en tekstschrijver volgens haar website. Kenmerkend aan haar gedichten is dat ze kernachtig zijn. Ze schrapt woorden die er niet toe doen, gebruikt graag taaltwists en kan niet zonder dubbele betekenissen. Elementen die ook in de poëzie van Hofman terug is te vinden en die aanslaat bij veel jongeren. Van 2013 tot 2015 was ze stadsdichter van Eindhoven. Daarnaast heeft ze met compagnon Lidy Lathouwers een tekstbureau. Inmiddels heeft ze 6 dichtbundels op haar naam staan.
Maar terug naar waarom ik aandacht aan Morre en de bundel ‘Dons op mijn tanden’ geef. Dat komt door een gedicht dat ik las in deze bundel getiteld ‘Een ijsje’. Dit gedicht is momenteel actueler dan ooit.
.
Een ijsje
.
oorlog neemt geen vakantie
conflicten recreëren niet
de hang naar macht
stopt niet met een ijsje
de zon schijnt nooit overal
.
maar waar leer je begrijpen
uit welk boek
in welke les
dat mensen kunnen juichen
als een bom
hun buren treft
.
mag de haat iets zachter
of helemaal uit
alsjeblieft
.
Droom
M. Vasalis
.
Zal er ooit een dag komen dat ik Vasalis niet meer lees? Ik denk van niet. Deze grote dichter werd geboren in 1909 in Den Haag en overleed in 1998 in Roden (Drenthe). Ze was dichter en psychiater en haar werk wordt alom geroemd en (ook nog steeds) gelezen. Haar naam Vasalis is een pseudoniem. Haar werkelijke naam is Margaretha Drooglever Fortuyn-Leenmans. ‘Vasalis’ is een latinisering van haar (meisjes) achternaam Leenmans’. Latinisering of verlatijnsing is het in een Latijnse vorm omzetten van een naam, woord of uitdrukking. In vroeger tijden (15e en 16e eeuw) toen het Latijn gebruikt werd voor wetenschappelijke werken, werd de naam van de auteur gelatiniseerd. Dit kon gebaseerd zijn op de oorspronkelijke vorm van de naam, waaraan een Latijnse uitgang werd toegevoegd, bijvoorbeeld Jansenius voor Jansen, terwijl ook klinkers konden veranderen. De vader van Vasalis had in zijn studententijd gepubliceerd onder de naam ‘Vazal’ en omdat Vasalis ook speelde met haar meisjesnaam Leenmans of Leenman. Een vazal is in engere zin een getrouwe van een koning, hoge edele of geestelijke in de middeleeuwen. Als de vazal beleend wordt door zijn overste is hij een leenman. Vandaar dus Vasalis.
De ‘M’ staat niet voor Maria zoals soms ten onrechte wordt gemeld. De dichteres wilde in eerste instantie publiceren zonder dat duidelijk werd dat de gedichten door een vrouw waren geschreven. Op voorspraak van Simon Vestdijk kon zij als dichteres debuteren in het literair tijdschrift Groot Nederland, maar de redactie ging niet akkoord met initialen als ondertekening. Dat dwong de dichteres om voor de publicatie in augustus 1939 een pseudoniem te kiezen.
Vasalis heeft zo ongeveer alle belangrijke literaire prijzen gekregen die er waren in haar tijd in Nederland en, hoewel ze een relatief beperkt oeuvre heeft nagelaten (poëzie) wordt tot op de dag van vandaag werk van haar herdrukt en opnieuw uitgegeven. In 2015 bijvoorbeeld werd nog haar verzamelde gedichten uitgegeven. In deze bundel staan naast de gedichten uit haar bekende bundels als ‘Parken en woestijnen‘, ‘De vogel Phoenix‘, en ‘Vergezichten en gezichten‘ ook gedichten die ze had nagelaten na haar dood en die doorhaar drie kinderen alsnog zijn gepubliceerd in de bundel ‘De oude kustlijn‘ in 2002.
Uit die laatste postuum verschenen bundel koos ik het gedicht ‘Droom’ omdat in dit gedicht voor mij zoveel levenslust en intimiteit spreekt.
.
Droom
.
Ik liep vannacht – van een optocht los-
geraakt, ineens onder een hoog en luchtig
viaduct, jong, naast mij liep een grote
vrij zware jonge man. De pijlers werden bomen
en het beton werd losse grond.
En ogenblikkelijk stonden we stil, zijn mond
boog zich half open neer, ik richtte
mijn gezicht omhoog, de zekerheid
van kussen en omhelzen was er toen
ik wakker werd en is er nog altijd.
.
Seizoenen van het leven
Victor Vroomkoning
.
Afgelopen zondag was ik in Rotterdam tijdens de open atelierroute bij de NE Studio’s op het Noordereiland bij vriendin en kunstenaar Marjoke Schulten op bezoek. Zij had een boek liggen in haar atelier getiteld ‘Seizoenen van het leven’ hedendaags getijden- en pelgrimsboek uitgegeven door Intermedi-art kunstzaken uit 2015. In dit boek dat volgens de initiatiefnemer Theo van Stiphout een hedendaags getijdenboek is zonder de christelijke context, omdat deze beter past bij de moderne mens, zijn verhalen, gedichten en kunstwerken van verschillende schrijvers, dichters en kunstenaars bijeengebracht.
Veel van de namen van schrijvers en dichters zijn bekend (van Rutger Kopland, Rudy Kousbroek, Désanne van Brederode, Jan Douwe Kroeske tot Tommy Wieringa en Jan Terlouw) terwijl veel van de kunstenaars waarschijnlijk minder bekend zijn. Waarschijnlijk staat daarom achterin dit stevige boekwerk, dat in seizoenen en maanden is ingedeeld, informatie over de beeldend kunstenaars en verder geen informatie over de schrijvers en dichters.
Ik heb voor een van de twee gedichten van Victor Vroomkoning (1938) pseudoniem van Walter van de Laar gekozen getiteld ‘Wachten op de nacht’ uit het herfstseizoen in de maand september.
.
Wachten op de nacht
.
Vanmorgen was hij nog een spelend kind
in een tuin vol beelden, vanmiddag een
jongleur met toverballen op een marktplein,
in de schemering een hemellichaam aan een
trapeze zonder net, maar met de avond viel
hij uit zijn luchtig leven in het vlees terug
van een schouwer, de twee handen om zijn
kop gevouwen, overdenkend hoe het kind
dat in hem opkwam zoveel plaats innam.
.
Nu dooft hij langzaam uit, soms is er nog
een glimp van helderheid waarin de wereld
oplicht, een gelaat dat bij een naam past,
bij een ding een ander ding totdat het weten
hem ontvallen zal en er geen dag meer kraait.
.















