Site-archief
Doe mee aan de Rob de Vos poëziewedstrijd
Monique Leferink op Reinink
.
Ook in 2025 organiseert Literair E-magazine voor Nederlandstalige poëzie Meander, weer een poëziewedstrijd vernoemd naar de oprichter van Meander Rob de Vos. Eerdere winnaars van deze poëzieprijs waren Mandy Eggerding (2020), Nicholas Van Herck (2021), Jan-Paul Rosenberg (2022) Steven Van Der Heyden (2023) en Monique Leferink op Reinink (2024).
Voor de eerste editie was ik één van de juryleden en daarna heb ik altijd aandacht besteed aan deze wedstrijd op dit blog. Zo ook dit keer.
Vanaf 1 april t/m 30 september mag iedere deelnemer één gedicht insturen. Het is voor de zevende keer dat deze wedstrijd wordt georganiseerd (de eerste jaren als de Meander poëziewedstrijd). Ook dit jaar is er een verplicht thema en krijgen alle 10 genomineerden een publicatie van hun gedicht. Thema dit jaar is ‘Dwalen’.
‘Not all those who wander are lost.’ – J.R.R. Tolkien
Soms is dwalen een zoektocht. Soms is het een bestemming op zich. In het thema ‘Dwalen’ ligt ruimte voor ontdekking, voor verlies, voor het onbekende en voor het vinden van onverwachte paden. Hoe vertaal jij dit in poëzie?
Het ingezonden gedicht is:
- in het Nederlands geschreven
- in een Word-bijlage (géén PDF-bestand)
- niet langer dan één A4 formaat, in lettergrootte 12
- in een normaal leesbaar lettertype (niet vetgedrukt, niet in kleur)
- niet ondertekend met je naam
- geïnspireerd op het thema
- nooit ergens eerder gepubliceerd
- nooit genomineerd of bekroond
- niet kwetsend of discriminerend
- na inzending niet meer te veranderen
De jury bestaat in 2025 uit:
- Peter Vermaat (juryvoorzitter, recensent)
- Hettie Marzak (recensent)
- Anneruth Wibaut (schrijver, dichter, recensent)
- Annet Zaagsma (dichter)
- Marc Bruynseraede (schrijver, dichter, recensent)
- Tom Veys (schrijver, dichter, recensent)
Er worden tien gedichten genomineerd en daar komen drie winnaars uit voort. De genomineerden krijgen persoonlijk bericht. De datum van bekendmaking is in het najaar en wordt tijdig aangekondigd. In december volgt er een algemeen juryrapport dat gepubliceerd wordt op Meander. Voor alle informatie kijk je op de website van Meander of op de website van https://schrijvenonline.org/ of op schrijverspunt.nl. Hier zijn ook alle voorwaarden en het wedstrijdreglement te lezen.
Zoals geschreven was de winnaar van de Rob de Vos poëziewedstrijd in 2024 Monique Leferink op Reinink. Haar winnende gedicht ‘Canto’ lees je hieronder.
.
Canto
–
Ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de zwarte gaten in zijn geheugen
aan hoe hij steeds meer naar binnen groeit
zijn ingevallen wangen, open mond
en het cirkelen van gieren
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe zij door wankele gangen dwaalt
ongenode gasten als schaduwen achter zich aan
de tijd een half open vuilniszak
op de vloer van haar bestaan
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan hoe hij het wit papieren zakdoekje zorgvuldig opvouwt
dan zegt ‘ik ben een klootzak, ik ga dood, wat moet ik doen?’
zij zijn deken rechttrekt, op de vlucht voor een man
die haar komt ontvoeren
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren
aan de afgeplakte spiegel, het deksel op de postoel
de blinde herhalingen, hoe het kwijt en vergeet
en steeds maar raakt, teloor gaat
in alle sponningen van het vreemde
–
ik denk aan rivieren, licht op rivieren,
aan haar luier en de schilfers op zijn paarse voeten
zijn knieën in een hoek van de kamer
het gordijn waarachter een eik en iets al blauw
en zij, zo eindeloos de verte.
.
Nuages
Studenten beginnen nieuwe poëzie uitgeverij
.
Afgelopen week kreeg ik een bericht in mijn mailbox van VOX, onafhankelijk magazine van de Radboud universiteit. In dat bericht staat dat twee studenten, Mirjam Rijpma (22) en Robin Chardon (22) een eigen uitgeverij hebben opgericht: Nuages (Frans voor Wolken). De twee richten zich op Nederlands- en Franstalige poëzie en experimentele teksten. ‘We willen deze genres toegankelijker maken voor een jong publiek’ zeggen ze in het artikel op VOX.
Grote uitgeverijen geven vaak prioriteit aan bekende auteurs en populaire genres, daardoor is het voor beginnende schrijvers lastig om een plek te veroveren in de literaire wereld. Precies de reden waarom ik in 2014 een eigen uitgeverij van poëzie ben begonnen met als naam Mugbooks. Later (2020) gevolgd door een mini-poëzietijdschrift MUGzine.
‘Waarom dan niet zelf een uitgeverij beginnen?’, dachten studenten Mirjam Rijpma (Klassieke Cultuur) en Robin Chardon (Literatuur en Samenleving). Door het heft in eigen handen te nemen, creëren ze niet alleen een podium voor hun eigen werk, maar hopen ze in de toekomst ook andere jonge auteurs een kans te geven op de boekenmarkt.
In het artikel leggen ze ook uit waarom ze zich op experimentele poëzie en Franse poëzie, toch niet meteen een erg voor de hand liggende combinatie, richten:
Dat is een bewuste keuze, legt Chardon uit. ‘We hebben voor poëzie gekozen omdat het de meest krachtige en directe vorm van literatuur is. Elk woord draagt betekenis. In een roman kun je betekenissen over een langere tekst verdelen, maar in een gedicht moet elk woord op zichzelf staan en direct aanslaan. Met experimentele teksten bedoelen we teksten waarbij ook aandacht is voor vormgeving, zoals lettertype, taal of illustraties. Dit is voor ons net zo belangrijk als de tekst zelf’, vult Rijpma aan. ‘De manier waarop woorden gepresenteerd worden voegt een extra laag toe. Dat zien wij nog te weinig op de literaire markt.’
Over de keuze voor Franse poëzie zeggen ze: ‘Frans wordt in Nederland vaak onderschat, terwijl het een belangrijke literaire taal is’, zegt Chardon. ‘We willen die zichtbaarheid vergroten. Bovendien schrijf ik zelf veel in het Frans – het voelde vanzelfsprekend.’ Of dat laatste een verstandige reden is zal de tijd leren denk ik.
Ik ben heel benieuwd met welke nieuwe stemmen Robin en Mirjam gaan komen. In ieder geval wens ik ze veel succes, elk initiatief om poëzie meer aandacht te geven en al helemaal experimentele (en Franse) poëzie kan op mijn steun rekenen. Om af te sluiten ben ik op zoek gegaan naar een gedicht van Robin en/of Mirjam maar ik heb niets kunnen vinden. Daarom een mooi voorbeeld van experimentele poëzie van Antony Kok (1882-1969) dat verscheen in 1921 in De Stijl getiteld ‘Stilte + Stem (vers in w)’.
.
Stilte + Stem (vers in w)
.
Wacht
Wacht
Wacht
Wacht
Wachten
Wachten
Wek
Wak
Wek
Wak
Wachten
Wachten
Wekken
Wekken
Wek
Waak
.
Foto: Diede van der Vleuten
Dag 7
Tsead Bruinja
.
Vandaag een gedicht van voormalig Dichter des Vaderlands Tsead Bruinja (1974), getiteld ‘de dood is geen meester uit duitsland’ dat hij schreef naar aanleiding van Bevrijdingsdag in 2020. Toen 75 jaar de bevrijding, inmiddels bijna 80 jaar na de bevrijding en nog steeds actueel.
.
de dood is geen meester uit duitsland
.
de amerikanen leerden het van de japanners
en de japanners kopieerden het van ons
wij hadden het op onze beurt van de chinezen
of van de spanjaarden afgekeken
.
je windt een doek om iemands hoofd
verzadigt hem herhaaldelijk met water
zodat hij of zij wel in moet slikken
en vlot krijg je antwoord op al je vragen
.
voordat ze een naïeve romantica was
die haar brieven met sieg heil ondertekende
had schoonheid haar eigen gezicht
al ruimschoots verbrand
.
sindsdien proberen wij een fik te blussen
en proberen zij het vuurtje
aan te laten wakkeren
.
we gooien er een concert tegenaan
laten helikopters met loodzware olijftakken overvliegen
die met messcherpe rotorbladen de ruime graven
in de wolken
net niet raken
.
gisteren rolde er geen fust over de rubberen matten
van het ingezakte malieveld
.
vonden wij tussen uitslagen uitvaarten en grafieken
tijd om ons te verdiepen
.
rust om elkaar in de ogen te kijken
en na te denken over wat we zo krampachtig
en armetierig in stand willen houden
.
of wat we na 75 jaar eigenlijk
hebben te vieren
.
Zwanenzang
Herman Leenders
.
In de nieuwe bundel van de Vlaamse schrijver en dichter Herman Leenders (1960) is een gedicht gewijd aan een andere dichter Koenraad Goudeseune (1965-2020). Herman Leenders debuteerde in 1982 met de bundel ‘Mijn landschap, een beeldinventaris’ waarna nog 7 dichtbundels en enkele romans volgden. Hij behandelt in zijn gedichten vooral de spanning tussen droom en werkelijkheid. Hij doet dat in een directe taal die beeldend en zintuiglijk is.
Hij was vrije Brugse stadsdichter voor de periode 2016 – 2017. Voor zijn poëzie ontving hij onder andere de C. Buddingh’-prijs (1993) en de Hugues C. Pernath-prijs (1993) beide voor zijn bundel ‘Ogentroost’.
In zijn laatste bundel ‘Het voorland’ “hangt een onuitgesproken dreiging over deze gedichten maar tegelijkertijd een geruststellende mist van weemoed en tevredenheid. De mens is op weg naar zijn lotsbestemming en leeft ondertussen onwetend, min of meer gelukkig, min of meer onschuldig in het voorland, het grensgebied tussen land en zee, hemel en aarde, gisteren en morgen, leven en dood”.
In deze bundel staat dus een gedicht voor Koenraad Goudeseune, de dichter die na een kort ziekbed in 2020 euthanasie koos. Het gedicht is getiteld ‘Zwanenzang’.
.
Zwanenzang
.
Voor Koenraad Goudeseune
.
je bent onder vrienden als een koning gestorven
op het laatste podium dat je hebt bestegen
in het nerveuze licht van schermen
met likes als heilig oliesel
.
we leefden dag na dag van je sonnetten
die niemand ontzien – jezelf nog het minst –
we zagen bloemen glorieus verwelken
drank in de glazen verschalen
.
jouw lach verkrampen
weglekken in het infuus
het vege lijf mager en gekrompen
.
je poëzie zal blijven leven beweren de vazallen
straks krijg je postuum de Herman de Coninckprijs
weer niet: is dit dan het happy end waarde vriend
.
Gedicht op een klok
Kevin Clark
.
Zo nu en dan ga ik (nog eens) op zoek naar gedichten op plaatsen waar je ze niet zo snel verwacht. Al moet ik onderhand toegeven dat gedichten op werkelijk alle denkbare plekken zijn aangebracht. Als je de rubriek ‘gedichten op vreemde plekken’ terugleest kom je vele (meer dan 100) voorbeelden tegen van gedichten op auto’s, boten, lichaamsdelen, gebruiksvoorwerpen en ga zo maar door.
Nu vond ik een nieuw voorbeeld van een gedicht op de wijzerplaat van een klok. Het gedicht is van dichter en essayist Kevin Clark (1950), Poet Laureate van San Luis Obispo County, Californië in 2020. Gedecoreerd dichter met vele prijzen, schrijver van ‘The Mind’s Eye’ A Guide to Writing Poetry (2007) en dichter van verschillende dichtbundels. Het gedicht op de klok vond ik niet terug maar wel een ander gedicht van Clark uit 2003 getiteld ‘Parallel Paths’.
.
Parallel Paths
.
Today you’re lucky, in love with your wife
for the first time in weeks, both of you
out for a walk in the overgrown park.
No need to hold hands
like that sadly animate couple
you can see through a clearing
on a parallel path.
She lets
go and turns from him. You notice
how in their weather misery hangs
faintly familiar in the cold shadows.
As if having recently unlearned
the habit of empathy, the sky
over their forest seems to laugh
at whatever they say, a woman
turning from a man, their dog
flexed on a heap of duff
pretending to study the sparrows.
Now the woman feigns confidence,
stepping gracefully
away. Two lives severed
irrevocably.
Such a capricious drug,
the present. Look for instance
at this woman’s immediate future.
Like yourself once, she will forget
the names of old haunts, her voice
a clever imposter, someone else
filling her mouth, not with words,
but vocables intending her own worth.
Or right now: how all of these thoughts
have occurred to you in a flash.
When you look up, your wife’s vanished.
But really she’s there, of course,
off the path, among the ancient
waist-high grasses, holding out to you
a single mutable wildflower
burning in its own ochre light.
From here to that flower exist
no guarantees. Best to get on with it.
Lucas Rijneveld
Noppenfoliefolie
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en heb ik, met mijn ogen dicht, de bundel ‘Kalfsvlies’ van Marieke Rijneveld (1991) gepakt. Van (sinds 2023) Lucas Rijneveld heb ik al enige tijd niets meer gehoord. Zijn laatste wapenfeit is alweer van 2022 toen hij het Boekenweekessay schreef voor het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek).
In 2015 ging er een kleine schok door literair Nederland toen Rijnevelds debuutbundel ‘Kalfsvlies‘ werd gepubliceerd, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs 2016 voor het beste poëziedebuut van het jaar. Hierna volgde het uitroepen van Rijneveld door de Volkskrant tot literair talent van 2016.
De rest is geschiedenis. Het enorme succes van zijn roman ‘De avond is ongemak’ waarvoor hij in 2020 de prestigieuze International Booker Prize won, zijn 2e dichtbundel ‘Fantoommerrie‘ in 2019 waarvoor hij de Ida Gerhardt Poëzieprijs won in 2020, de rel rondom het mogelijke vertalen van Amanda Gormans voordracht ‘The Hill We Climb’ tijdens de inauguratie van president Biden in de Verenigde Staten en uiteindelijk het verschijnen van zijn derde bundel ‘Komijnsplitsers‘ in 2022.
Waar hij sinds 2018 elk jaar een roman of dichtbundel publiceerde, is er nu al sinds 2022 niets meer op literair vlak vernomen van Rijneveld behalve dan dat hij het gedicht voor de Nationale Dodenherdenking in 2023 schreef en dat zijn verwachtte roman ‘Het verdriet van Sigi F.’ om onduidelijke reden niet verscheen in 2023. En dat is spijtig. Ik ken Lucas al heel lang (sinds zijn 16e) en ik heb veel respect en waardering voor zijn werk. Als dichter is er geen ander zoals hem in het huidige tijdgewricht.
Maar gelukkig hebben we zijn bundels nog (in afwachting van nieuw werk). In de bundel ‘Kalfsvlies’ koos ik, opnieuw zonder te kijken, voor het gedicht ‘Noppenfolie’.
.
Noppenfolie
.
Van bovenaf gezien is dit trappenhuis net een badkuip, ik denk aan een film met een
clown die uit een putje kroop, sindsdien leg ik er bij het douchen een washandje op.
.
In een woning schuilen vele herinneringen als onderduikers die op een dag
tevoorschijn moeten komen, zoals de keer dat mijn broer onder mijn bed
was gekropen en een kat nadeed. Later was hij degene die voor het eerst
godverdomme riep, alleen met muren kun je kinderen binnen houden.
.
Toen ze hem kwamen ophalen stond vader in zijn overall half gebogen
met zijn hoofd tussen de spijlen van de trap, zweetdruppels op zijn
voorhoofd als noppenfolie als je hard werkt verbrand je op den duur
je tranen, riep hij. Ik vouwde mijn handen om mijn zusjes oren, hopend dat
hij naar beneden zou stormen, de radio aanzetten en dansen
.
zoals we van hem gewend waren. Vrolijk om de sfeer als verlichting
aan te knippen. Dat we zouden lachen en mijn broer niet opgeslokt werd
door monden van grijze meneren aan het einde van de traptreden. Mijn nachten
.
zwarter werden omdat ik nooit meer wist wie er zich nu dubbelvouwde om onder
mijn bed te kunnen passen, clowns niet langer eng waren, alleen maar eeuwig dronken.
.
Hoe heter hoe beter
Els Moors
.
De Vlaamse dichter en schrijver Els Moors ( 1976) woont en werkt in Brussel. Haar met lof overladen poëziedebuut ‘Er hangt een hoge lucht boven ons’ uit 2009 werd genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs en bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut. Bij het balanseer verscheen in 2013 de dichtbundel ‘Liederen van een kapseizend paard’. Deze bundel werd bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs 2015 en met de Prijs Letterkunde van de provincie West Vlaanderen. De bundel werd ook vertaald naar het Frans. In 2015 verscheen bij Brueterich Press de naar het Duits vertaalde bundel ‘Lieder vom pferd über Bord’.
Moors is onder meer docent Creative Writing in Brussel, Antwerpen en Arnhem ArtEZ en redacteur van het literaire tijdschrift “nY”. Sinds 2016 is zij een van de Nederlandstalige dichters in de poule van het ambitieuze, Europese poëzieproject ‘Versopolis’. Ook was zij van 2018-2020 Dichter des vaderlands van België. De gedichten die ze ambtshalve schreef, zijn gebundeld in ‘Knalpatronen’, waarin de gedichten ook in het Frans en Duits zijn opgenomen, en soms in het Arabisch en Afrikaans.
Uit deze bundel ‘Knalpatronen’ uit 2020 nam ik het gedicht ‘Hoe heter hoe beter’.
.
Hoe heter hoe beter: klimaatlied
.
auto’s die drijven op een zee van plastiek
naar hete planeten vandaag ben ik ziek
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat
hoe heter hoe beter
en ja ook op straat
zee doet niet mee en is morgen kapot
één chimpansee later en dan ben ik god
ik heb koorts van de liefde
ik heb koorts van de brand
ik heb koorts van mijn moeder
geen boom op haar strand
is veilig voor ‘t water
dat komt waar het gaat (x2)
.
Foto: Guy Kokken
Pootjebaden
Dag 16: Peter van der Graaf
.
Uit de bundel ‘Daarzegger’ uit 2020 van de Rotterdamse dichter Peter van der Graaf (1964) nam ik het gedicht ‘Pootjebaden’.
.
Pootjebaden
.
Hoog. De schelpen kruien hier hoger samen
kijken gebroken neer op strand en zee
vinden in duinen rustplaats. Knisperen dan
zoals dode mensen soms doen.
.
Laag. Het getij legt het strand het zwijgen op.
De zee rond je en rondt je.
Pas als je door gaat, kun je terug en verder.
Eb is dan slechts een opmaat naar vloed.
.
Hier stopt de zee, laten duinen de zee beginnen.
Grensstrook. Niemandsland. Water. weg.
.














