Site-archief

Jonge stadsdichter

Anu Soerjoesing en Govert van de Velde

.

Al verschillende malen uitte ik mijn ongenoegen over het feit dat na Harry Zevenbergen (1964-2022) die stadsdichter was van Den Haag van 2007 tot 2009, er geen stadsdichter meer is geweest in de hofstad. Daar is sindsdien en ondanks mijn oppositie (en die van verschillende dichters) niets aan veranderd. Maar er gloorde hoop toen in 2023 Chelsy Valentina de eerste jonge staddichter van Den Haag werd, gevolgd in 2024 gevolgd door Adelina Ignat.

En nu, in 2025 zijn twee nieuwe Stadsdichters gekozen uit een groep van acht finalisten van vijftien middelbare scholen die dit jaar meededen aan de Jonge Stadsdichter Scholenwedstrijd, door de vakjury van dit jaar, bestaande uit Amara van der Elst, Mahat Arab en Dichter des Vaderlands (Dichter der Nederlanden) Babs Gons.

De twee nieuwe jonge stadsdichters zijn Anu Soerjoesing (16 jaar) en Govert van de Velde (13 jaar).  De organisatie Jonge Stadsdichter is een samenwerking van de gemeente Den Haag, Huis van Gedichten, Bibliotheek Den Haag en het Literatuurmuseum.

Het gedicht waar Anu Soerjoesing mee won is getiteld ‘Ik weet’ en het winnende gedicht van Govert van de Velde is getiteld Wat is Den Haag? Of beter wie is Den Haag?

.

Ik weet

.

het landschap van boven
Straten kijken toe
Het licht straalt als een grasveld
De stappen zijn zwaar, een hand raakt de wolken aan
Ik ben de reus die lacht, vloeiend
en genadeloos

.

De grond trilt onder mijn voeten
maar de vogels vliegen niet weg
Mijn schaduw strekt zich uit over de wereld
het licht schijnt door

.

De wind raast over mijn lichaam
danst in mijn longen
een bekende tol van zuurstof

.

Niemand mag mijn vrijheid afpakken
zelfs niet ik

.

Het licht inspecteert
nieuwsgierig en stil
maar ik weet dat het groene licht
stiekem, naar mij lacht

.

Ooit ga ik vliegen

.

Nog lang niet halverwege

Wout Waanders

.

Dichter, schrijver en performer Wout Waanders (1989) is heel actief. Niet alleen met zijn Literaire Boyband (die hij samen met Laurens van de Linde, Jelko Arts, Martin Rombouts en Koen Frijns vormt) maar ook door de publicatie van zijn nieuwe dichtbundel ‘We zijn nog lang niet halverwege’.

Voor het collegejaar 2008/2009 werd hij benoemd tot campusdichter toen hij studeerde aan de Radbout universiteit in Nijmegen. Hij was hoofdredacteur van literaire tijdschrift Op Ruwe Planken en won in 2012 de prestigieuze Poëzieprijs van de Stad Oostende. In 2015 publiceerde hij bij productiehuis Wintertuin het chapbook ‘Olifantopia’.

In 2020 debuteerde Wout als dichter met zijn bundel ‘Parkplan’, waar hij in 2021 de C. Buddingh’ prijs voor ontving, en in 2022 verschenen gedichten van hem in MUGzine #13. In 2023 werd hij als dichter en alumnus / artist in residence door de Radbout universiteit gevraagd om uit 100 proefschriften die in de afgelopen 100 jaar zijn verschenen (uit elk jaar dat de universiteit bestaat 1 proefschrift), poëtische zinnen of ideeën te halen en daar 10 nieuwe gedichten van te maken.

En nu is er dus een nieuwe dichtbundel van zijn hand verschenen. De bundel ‘We zijn nog lang niet halverwege’ is volgens de uitgever: “Een bundel in het schemergebied tussen poëzie en fantasy, waar verdriet de vleugels heeft van een fabeldier en de zon een pinguïn is. Voor iedereen die ervan houdt soms te ontsnappen naar een wereld waar dieren kunnen praten, en waar je je zorgen als luchtballonnen op kan laten. Een bundel over reizen, maar vooral over reiken, naar anderen, want je verhouden tot een ander is een uitstapje op zichzelf.”

Ik ben benieuwd. Als voorproefje alvast het gedicht ‘Op reis’ dat ik al bladerend koos, gewoon omdat ik net op reis ben geweest.

.

Op reis

.

Vrienden van me hebben nieuwe fietsen gekocht.

Ze willen ermee naar India. En mijn buurman

vertrekt binnenkort naar de Noordpool, hij zegt

blijf niet te lang hangen, niet op dezelfde plek.

.

Maar later raak ik met een meisje in gesprek

voor het stoplicht aan de Jacobslaan, amper twee straten

bij mij vandaan. Pas bij groen vraag ik het aan haar,

.

waar ik dan heen moet gaan, welk

eiland verafgelegen. Ze lacht eerst even, en gaat dan

op de trappers staan, terwijl ze zegt: ontmoeten

is een machtige vorm van bewegen.

.

Ode aan het brood

Een tuin vol brood en poëzie

.

De ochtend strekt zich voor me uit als een onbeschreven bladzijde, er hangt lente in de lucht! Ik heb m’n plannen afgezegd en een stapel boeken opzij gelegd, ruim baan voor de zon en het woekerend gras.

Ik verkies om niets te doen. Terwijl een querulerende mussenbende hun territoriumdriften botviert op de dorre beukenhaag waar weldra olla vogala hun nestas zullen bouwen, duik ik met m’n neus in de poëzie. Al snel komen er twee jongens hongerig naar beneden voor een boterham. Zo zitten we samen in de tuin, met brood en poëzie.

Er was een tijd dat ik graag de tango hoorde, in het bijzonder de uitvoeringen die Gotan Project daarvan maakte, Argentijnse tango van Astor Piazolla gemixt met samples, ingetogen beats, jazzy elementen en sferen uit de achterstraten van Buenos Aires en Parijs. Luisterend naar het nummer Diferente, uit 2006, hoorde ik de regels

.

En el mundo habrá un lugar

Para cada despertar

Un jardín de pan y de poesía

.

Een tuin van brood en poëzie. Werkelijk? Of had ik het verkeerd begrepen? Dit gegeven was genoeg om op surftocht te gaan. Het bracht me bij vertalingen, dichters en filosofen, bij een podcast en bij pan & poesía, een culinair-cultureel festival dat plaatsvond in Spanje in 2022 waar dichters en broodbakkers. Pablo Neruda bracht een ode aan het brood: Oda al Pan. Het blijkt toch niet zo’n gekke combinatie. Het graan en de taal staan voor ambachten die zo oud zijn als de mensheid: het zaaien-oogsten-kneden en bakken van brood, en het proces van poëtische creatie. Brood en poëzie zijn er om te delen.

Voor de liefhebber hieronder de Spaanse songtekst (te mooi om te vertalen) en een linkje naar de muziek.

.

un jardin de pan y de poesia

,

En el mundo habrá un lugar

para cada despertar

un jardín de pan y de poesía

Porque puestos a soñar

fácil es imaginar

esta humanidad en harmonía

Vibra mi mente al pensar

en la posibilidad

de encontrar un rumbo diferente

Para abrir de par en par

los cuadernos del amor

del gauchaje y de toda la gente

Qué bueno che , qué lindo es

reírnos como hermanos

Porqué esperar para cambiar

de murga y de compás.

.

 – “Diferente” Gotan Project

.

Dit is het zevende gastblog van Marianne Hermans

.

Rokertje

Nico Scheepmaker

.

Mij is opgevallen dat tabakszaken tegenwoordig beter verborgen zijn, minder opvallend, dan coffeeshops (waar ze softdrugs verkopen). Tegenover mijn werk is in een winkelcentrum niet zo lang geleden een nieuwe tabakszaak geopend waarvan ik in eerste instantie niet door had wat er überhaupt verkocht werd. Je kan er niet naar binnen kijken, er zijn geen reclame of andere uitingen waarvan je kan denken: oh een tabakszaak!. Je moet langs een dubbel muur en daarachter ( ik ben niet binnen geweest maar dat vermoed ik) bevindt zich de winkel. Aan de voorzijde slechts wat attributen die je, met enige fantasie, aan een tabakszaak kan koppelen.

Wanneer ik in de stad dan langs een coffeeshop loop dan zie je prijslijsten, grote foto’s van weelderige wietplanten en allerlei foto’s en afbeeldingen die weinig aan de fantasie overlaten. Toen ik hierover nadacht moest ik weer denken aan de bundel die Peter van Straten (1935-2016) en Henny Vrienten (1948-2022) ooit samenstelde over rokers. Dus heb ik de bundel ‘Aan de laatste roker’ (2014) opgezocht. Veel geweldige tekeningen van Peter van Straten die de lulligheid ten top zijn als het gaat over het afbeelden van (verstokte) rokers.

En een hele fijne verzameling gedichten van bekende en iets minder bekende dichters over rokers en roken. Uit het uitbundige aanbod koos ik het gedicht ‘Verslaving’ van Nico Scheepmaker (1930-1990) dat oorspronkelijk gepubliceerd werd in ‘De gedichten’ uit 1991. Een gedicht uit een tijd dat er op feestjes nog uitbundig gerookt werd (zie de derde strofe).

.

Verslaving

.

Ik heb nooit hasj gerookt, en zelfs geen sigaret

heeft mijn gestel ooit kunnen ondergraven.

Wat dat betreft behoor ik tot de braven

die conformistisch zijn van foetus tot skelet.

.

Hoewel, wat wil dat zeggen: conformisme,

als al je vrienden en vriendinnen roken

en met de bouillabaisse de as meekoken?

Niet-roken is een vorm van nihilisme.

.

Als Brave Hendrik sta je aan de kant

met het gelijk uitbundig aan je zijde,

en je ziet toe: de typisch uitgewijde,

met hoogstens een gebaksvork in je hand.

.

God geve dat ik eens, als oude man,

de weg naar de verslaving vinden kan.

.

Schatplicht

Albert Hagenaars

.

Van de in Bergen op Zoom geboren en wonende dichter Albert Hagenaars (1955), die als dichter een bijdrage leverde aan MUGzine #25, kreeg ik een aantal bundels opgestuurd. De eerste die ik ter hand nam was meteen ook zijn meest recente uitgave (2023) getiteld ‘Schatplicht’. Dit keer geen dichtbundel maar een bloemlezing van zijn literaire werk aan de hand van fragmenten uit boeken, ongepubliceerd werk als dagboekbladen en reisverslagen, overzichtslijstjes, interviews en tal van foto’s.

Deze bloemlezing omvat alle hierboven genoemde onderdelen van 1977 tot 2023. Het boek begint met een stuk over A.I. Niet de A.I. die je verwacht (artificial intelligence) maar die van Aanschaf Informatie. De eerste keer dat ik van Albert Hagenaars hoorde was toen hij de A.I. schreef voor NBD Biblion (op basis van aanschaf informatie bepalen bibliotheken welke boeken ze kopen) van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘. Inmiddels heeft hij meer dan 1400 aanschaf informaties geschreven, aanvankelijk over poëzie, met name Vlaamse dichters, later ook over kunstboeken (Hagenaars is naast dichter ook beeldend kunstenaar en galeriehouder) en reisliteratuur.

Verder een aantal interviews (Haagse Courant, Meander, met een Engelse interviewer Neil Leadbeater), dagboekfragmenten, Hagenaars visie op een passie hebben voor boeken, over recenseren en over poëzie vertalen. Een stukje over de twee keer dat hij deelnam aan een poëziewedstrijd (en beide keren in de prijzen viel), een overzicht van zijn poëzie in de openbare ruimte ( in Bergen op Zoom kom ik regelmatig een gedicht van zijn hand tegen op een gevel van een gebouw), romanfragmenten en zo kan ik nog wel even door gaan.

Als je een interessant boek wil lezen over een dichtersleven met alle ins & outs dan kan ik je ‘Schatplicht’ zeer aanraden. En om het helemaal af te maken zijn ook nog eens een groot aantal gedichten opgenomen die in de loop der jaren verschenen in zijn poëziebundels. Maar ook het gedicht ‘Onder de sneeuw’ dat verscheen op de website van Meander bij een interview dat Alja Spaan met Albert Hagenaars had in 2022.

.

Onder de sneeuw

.

Paul Celan

.

De woorden verliezen warmte

en kleur, zetten zich schrap

op de richel van de zegging,

.

schrappen dan elkaar

weg

waar ze winnen aan belang.

.

Hij schrijft zich uit de sneeuw

en verduistert wat hij zag

toen ze hem zagen.

.

Pijn is geen emotie, liefde

.

geen redding.

.

Novem

Anne Provoost

.

De poëzieclubkeuze van poëzietijdschrift Awater is deze winter de bundel ‘Decem’ van de Vlaamse dichter, romancier, essayist en korte verhalen schrijver Anne Provoost (1964).  Provoost is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en van PEN International. Zij won met haar werk de Gouden Uil, de LIBRIS Woutertje Pieterseprijs, twee keer een Zilveren Griffel en twee keer de Gouden Zoen. Haar roman ‘Vallen’ werd verfilmd. Voor ‘In de zon kijken’ kreeg ze driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap, dat is de voormalige Staatsprijs voor Literatuur.

In tegenstelling tot veel romanciers die beginnen als dichter debuteerde Provoost als schrijver van een jeugdboek met de titel ‘Mijn tante is een grindewal’ (1990), In 2022 debuteerde ze als dichter met de bundel ‘Krop’. In oktober 2024 verscheen haar dichtbundel ‘Decem’, ongelegenheidsgedichten voor asielverstrekkers, die dus als poëzieclubkeuze verstuurd is aan alle abonnees van Awater die een abonnement hebben inclusief de keuzebundel.. Haar werk is in twintig talen vertaald.

In ‘Decem’ krijgt de lezer het verhaal van een fictieve jongeman die per boot zijn thuisland ontvlucht, op de Middellandse Zee zijn vrouw en ongeboren kind verliest en zich daarna moet verdedigen tegenover een asielverstrekker. Anne Provoost begon aan de bundel na de verkiezingen in Nederland, waar de verruwing van de taal in het asieldebat haar raakte. “Als ik luisterde naar wat er gezegd werd, dan borrelden die gedichten op. Taal heeft belang. Men had het over een ‘tsunami, een toestroom, een overrompeling’ en ik dacht: het gaat hier wel nog altijd over mensen.” Uit de bundel koos ik het gedicht ‘novem’.

.

novem

de aanvaarding

De getroffene probeert aan de pijn te
ontsnappen door erin mee te gaan

*

ik hoorde god grommen
ik hield me muisstil
mijn zenuwen ratelden seismisch
maar dat nieuws zal vandaag niet ver reizen

praten was voor het uiterste geval
op een andere datum op een andere plaats
want ik had een accent als een stotter
dus ik wachtte tot het woei

en het woei uit de tijd inderdaad
en er klonk hoog gekraai
in het klokkengeluid van alle godsdiensten samen
en ze raakte me aan
zoals de kapper je nek scheert

ze was niet veranderd
ze was zoals toen luisterklaar
ze vroeg naar ons thuisland van vrienden die langskomen
ze had blauwwitte tanden
ze leerde me mijn eeuwige geheugenkind kennen
eerst droeg ze het op haar arm
daarna moest het lopen

ik dacht aan haar dus dacht ik ook aan hem
Koo was zijn naam
de humeurige aap
geen man maar een trein
die hoopte medailles en lof te krijgen voor zijn begerige belangstelling
voor meteorologische voorspellingen
hij bad volgens het boek
hij brandde een lamp op het water
en hield de tocht uit zijn mond als hij praatte

het is de woorden niet waard
mijn vingers gingen over de aren
waarom deed ik zoiets reddeloos als bidden voor een vrouw die me
laadde en stilstaan in waanzin
in tijden met niemand nog thuis zoals het miljoen reizigers met slechts één koffer
geen kat met een rat in de maag als verloning

voor alles waren we gewaarschuwd
voor de druk op de heup, voor de gal in de strijd
want wie wil er nog kijken naar aandacht die pijn doet als hij de
aandacht kan eisen met fluiten en krijsen
dus ik vatte het plan op om nooit meer de wateren waarin ik wilde
vissen te storen

maar ik voelde dus dat iemand me net niet had geraakt
tenzij met haar haren
totaal onverhoeds
het kon ook een man zijn
bijvoorbeeld mijn vader

.

Lofzang op het verlies

Fiona Zerbst

.

De Zuid Afrikaanse dichter en journalist  Fiona Zerbst (1969) heeft vijf dichtbundels gepubliceerd en schrijft reportages over onder meer Rusland en Oekraïne waar ze ook woonde. Ze wordt gezien als één van de leidende poëtische stemmen in Zuid-Afrika. Ze publiceerde vijf dichtbundels: ‘In Praise of Hotel Rooms’ (2020), ‘Oleander’ (2009), ‘Time and Again’ (2002), ‘de kleine zone’ (1995). ) en ‘Parting Shots’ (1991). Ze behaalde een MA in Creatief Schrijven aan de universiteit van Kaapstad en een PhD in Creatief Schrijven aan de universiteit van Pretoria. Haar gedichten zijn veelvuldig gepubliceerd in bloemlezingen. Daarnaast werkte ze samen met professor Hendrik Hofmeyr aan het libretto voor zijn opera Saartjie, die in 2022 in première ging. Momenteel werkt ze aan een nieuwe opera met componiste Juliet Wootton.

In de bundel ‘Oleander’ onderzoekt Zerbst de complexiteit van het leven, die zowel mooi als giftig is: liefde, dood, kunst, de nasleep van oorlog en genocide, reizen, religie, openbaring. Oleander is rijker dan Zerbsts vorige bundels en brengt ervaringen in kaart waarmee het ‘zelf’ getransformeerd kan worden.

In een vertaling van Hilke Molenaar hier het gedicht ‘Lofzang op het verlies’ waarin ze het verlies van een man aan andere vrouwen in een perspectief zet waarin de vrouw geen slachtoffer is maar juist in haar kracht zet.

.

Lofzang op het verlies

.

Verlies

tot het verlies

goed voelt.

.

Verlies met kaarten.

Pas

Weiger mee te spelen.

.

Antwoord niet

op provocaties.

Woorden.

.

Investeer niet.

Wees zeker

dat het niets uitmaakt.

.

Hou jezelf

koel; verlies

de mannen die je kent

.

aan andere vrouwen.

Pas.

Weiger mee te spelen.

.

Het is geen zonde

jezelf te sparen

laat het toe,

.

de kennis

van dit verlies

dat sterft, leeft.

.

Remco Campert

In memoriam Eddy van Vliet

.

In de een van de laatste bundels van Remco Campert (1929-2022) ‘Ogen open’ uit 2018, staat een in memoriam in de vorm van een gedicht over een andere dichter Eddy van Vliet. Deze Vlaamse dichter en advocaat gebruikte de naam Eddy van Vliet zijn volledige naam was Eduard Léon Juliaan van Vliet  (1942 – 2002). Beide dichters werden uitgegeven door De Bezige Bij en waren goed bevriend.

Remco Campert is overigens niet de enige dichter die een in memoriam in een gedicht verpakte voor Eddy van Vliet, in 2009 schreef dichter Anton Korteweg (1944) al eens een gedicht bij de verstrooiing van de as van Eddy van Vliet in Watou.

.

In memoriam Eddy van Vliet

.

‘ ’t Is nog voor een paar dagen,’ zei ze

zij die je liefheeft, Eddy

.

steeds als ik belde naar ’t Heilig Hart

kreeg ik plechtige muziek en dan

.

‘nu slaapt hij voor het moment,’

sprak de nachtzuster van ’t Heilig Hart

.

ik dacht aan je ogen

die schitterden van avontuur

je wenkbrauwen in verwondering opgetrokken

moedige speler van het leven

fijnproever van de liefde

vriend voor altijd

.

Lucas Rijneveld

Noppenfoliefolie

.

Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en heb ik, met mijn ogen dicht, de bundel ‘Kalfsvlies’ van Marieke Rijneveld (1991) gepakt. Van (sinds 2023) Lucas Rijneveld heb ik al enige tijd niets meer gehoord. Zijn laatste wapenfeit is alweer van 2022 toen hij het Boekenweekessay schreef voor het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek).

In 2015 ging er een kleine schok door literair Nederland toen Rijnevelds debuutbundel ‘Kalfsvlies‘ werd gepubliceerd, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs 2016 voor het beste poëziedebuut van het jaar. Hierna volgde het uitroepen van Rijneveld door de Volkskrant tot literair talent van 2016.

De rest is geschiedenis. Het enorme succes van zijn roman ‘De avond is ongemak’ waarvoor hij in 2020 de prestigieuze International Booker Prize won, zijn 2e dichtbundel ‘Fantoommerrie‘ in 2019 waarvoor hij de Ida Gerhardt Poëzieprijs won in 2020, de rel rondom het mogelijke vertalen van Amanda Gormans voordracht ‘The Hill We Climb’ tijdens de inauguratie van president Biden in de Verenigde Staten en uiteindelijk het verschijnen van zijn derde bundel ‘Komijnsplitsers‘ in 2022.

Waar hij sinds 2018 elk jaar een roman of dichtbundel publiceerde, is er nu al sinds 2022 niets meer op literair vlak vernomen van Rijneveld behalve dan dat hij het gedicht voor de Nationale Dodenherdenking in 2023 schreef en dat zijn verwachtte roman ‘Het verdriet van Sigi F.’ om onduidelijke reden niet verscheen in 2023. En dat is spijtig. Ik ken Lucas al heel lang (sinds zijn 16e) en ik heb veel respect en waardering voor zijn werk. Als dichter is er geen ander zoals hem in het huidige tijdgewricht.

Maar gelukkig hebben we zijn bundels nog (in afwachting van nieuw werk). In de bundel ‘Kalfsvlies’ koos ik, opnieuw zonder te kijken, voor het gedicht ‘Noppenfolie’.

.

Noppenfolie

.

Van bovenaf gezien is dit trappenhuis net een badkuip, ik denk aan een film met een

clown die uit een putje kroop, sindsdien leg ik er bij het douchen een washandje op.

.

In een woning schuilen vele herinneringen als onderduikers die op een dag

tevoorschijn moeten komen, zoals de keer dat mijn broer onder mijn bed

was gekropen en een kat nadeed. Later was hij degene die voor het eerst

godverdomme riep, alleen met muren kun je kinderen binnen houden.

.

Toen ze hem kwamen ophalen stond vader in zijn overall half gebogen

met zijn hoofd tussen de spijlen van de trap, zweetdruppels op zijn

voorhoofd als noppenfolie als je hard werkt verbrand je op den duur

je tranen, riep hij. Ik vouwde mijn handen om mijn zusjes oren, hopend dat

hij naar beneden zou stormen, de radio aanzetten en dansen

.

zoals we van hem gewend waren. Vrolijk om de sfeer als verlichting

aan te knippen. Dat we zouden lachen en mijn broer niet opgeslokt werd

door monden van grijze meneren aan het einde van de traptreden. Mijn nachten

.

zwarter werden omdat ik nooit meer wist wie er zich nu dubbelvouwde om onder

mijn bed te kunnen passen, clowns niet langer eng waren, alleen maar eeuwig dronken.

.

 

Beeldgedichten

TYYYPOëzie

.

De reizende tentoonstelling TYYYPOëzie (die te zien was tot en met november 2022) was een samenwerking tussen Graphic Matters en een aantal dichters te weten Lisette Ma Neza (samen met graficus Jasmine Roemendael), Maud Vanhauwaert (samen met graficus Jelle Jespers), Hind Eljadid (samen met letterontwerper Kristyan Sarkis), Joost Oomen (samen met graficus en letterontwerper Pieter Boels), Jonathan Griffioen (samen met Team Thursday) en Elianne van Elderen (samen met graficus) Aleksandra Samulenkova.

De tentoonstelling toonde de ontmoeting tussen woord en beeld, taal en typografie. Met de beroemde visuele dichtbundel ‘Bezette Stad’ van schrijver Paul van Ostaijen en kunstenaar Oscar Jespers als inspiratiebron, die in 2021 honderd jaar oud was. De tentoonstelling met experimentele beeldgedichten reisde langs steden in Vlaanderen en Nederland.

Hieronder de beeldgedichten van Maud Vanhauwaert, Hind Eljadid, Jonathan Griffioen, Elianne van Elderen, Lisette Ma Neza en Joost Oomen. Geen blogpost zonder gedicht daarom hier het gedicht ‘Banlieue’ uit Nagelaten gedichten van Paul van Ostaijen.

.

Banlieue

Zand
overweg
rachitisch hofje   begonias   baanwachtersdochter
arme hand   draaien
     een winkel ligt aan d’overzij
           met dorre dingen
                   suiker
En
   een herberg huwt bruideenzaam
   hoekhuisdroefheid
   IN DE VROEGE MORGEN
Zand wordt
avond zwalpen lauwte
in orgeltonen ontraderen
                    tijdswet
Zand wordt avondruiken
en milieu voor danstent
                   grauw op grauw
Valt dor suiker op zand
                                   late kinderen   droef en zat
Grand   Caroussel   galopant   à   vapeur
Acetyleenlampen
           schitteren
                    kleuren
                            slap
                                                  Banlieue sterren glimmen klein en vuil
Orgel pauseert
            teringvreugde
zweet bronst pijn
           Mond kust zandlippen
                                                  droog

.