Site-archief
Novem
Anne Provoost
.
De poëzieclubkeuze van poëzietijdschrift Awater is deze winter de bundel ‘Decem’ van de Vlaamse dichter, romancier, essayist en korte verhalen schrijver Anne Provoost (1964). Provoost is lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en van PEN International. Zij won met haar werk de Gouden Uil, de LIBRIS Woutertje Pieterseprijs, twee keer een Zilveren Griffel en twee keer de Gouden Zoen. Haar roman ‘Vallen’ werd verfilmd. Voor ‘In de zon kijken’ kreeg ze driejaarlijkse Cultuurprijs van de Vlaamse Gemeenschap, dat is de voormalige Staatsprijs voor Literatuur.
In tegenstelling tot veel romanciers die beginnen als dichter debuteerde Provoost als schrijver van een jeugdboek met de titel ‘Mijn tante is een grindewal’ (1990), In 2022 debuteerde ze als dichter met de bundel ‘Krop’. In oktober 2024 verscheen haar dichtbundel ‘Decem’, ongelegenheidsgedichten voor asielverstrekkers, die dus als poëzieclubkeuze verstuurd is aan alle abonnees van Awater die een abonnement hebben inclusief de keuzebundel.. Haar werk is in twintig talen vertaald.
In ‘Decem’ krijgt de lezer het verhaal van een fictieve jongeman die per boot zijn thuisland ontvlucht, op de Middellandse Zee zijn vrouw en ongeboren kind verliest en zich daarna moet verdedigen tegenover een asielverstrekker. Anne Provoost begon aan de bundel na de verkiezingen in Nederland, waar de verruwing van de taal in het asieldebat haar raakte. “Als ik luisterde naar wat er gezegd werd, dan borrelden die gedichten op. Taal heeft belang. Men had het over een ‘tsunami, een toestroom, een overrompeling’ en ik dacht: het gaat hier wel nog altijd over mensen.” Uit de bundel koos ik het gedicht ‘novem’.
.
novem
de aanvaarding
De getroffene probeert aan de pijn te
ontsnappen door erin mee te gaan
*
ik hoorde god grommen
ik hield me muisstil
mijn zenuwen ratelden seismisch
maar dat nieuws zal vandaag niet ver reizen
praten was voor het uiterste geval
op een andere datum op een andere plaats
want ik had een accent als een stotter
dus ik wachtte tot het woei
en het woei uit de tijd inderdaad
en er klonk hoog gekraai
in het klokkengeluid van alle godsdiensten samen
en ze raakte me aan
zoals de kapper je nek scheert
ze was niet veranderd
ze was zoals toen luisterklaar
ze vroeg naar ons thuisland van vrienden die langskomen
ze had blauwwitte tanden
ze leerde me mijn eeuwige geheugenkind kennen
eerst droeg ze het op haar arm
daarna moest het lopen
ik dacht aan haar dus dacht ik ook aan hem
Koo was zijn naam
de humeurige aap
geen man maar een trein
die hoopte medailles en lof te krijgen voor zijn begerige belangstelling
voor meteorologische voorspellingen
hij bad volgens het boek
hij brandde een lamp op het water
en hield de tocht uit zijn mond als hij praatte
het is de woorden niet waard
mijn vingers gingen over de aren
waarom deed ik zoiets reddeloos als bidden voor een vrouw die me
laadde en stilstaan in waanzin
in tijden met niemand nog thuis zoals het miljoen reizigers met slechts één koffer
geen kat met een rat in de maag als verloning
voor alles waren we gewaarschuwd
voor de druk op de heup, voor de gal in de strijd
want wie wil er nog kijken naar aandacht die pijn doet als hij de
aandacht kan eisen met fluiten en krijsen
dus ik vatte het plan op om nooit meer de wateren waarin ik wilde
vissen te storen
maar ik voelde dus dat iemand me net niet had geraakt
tenzij met haar haren
totaal onverhoeds
het kon ook een man zijn
bijvoorbeeld mijn vader
.
Remco Campert
In memoriam Eddy van Vliet
.
In de een van de laatste bundels van Remco Campert (1929-2022) ‘Ogen open’ uit 2018, staat een in memoriam in de vorm van een gedicht over een andere dichter Eddy van Vliet. Deze Vlaamse dichter en advocaat gebruikte de naam Eddy van Vliet zijn volledige naam was Eduard Léon Juliaan van Vliet (1942 – 2002). Beide dichters werden uitgegeven door De Bezige Bij en waren goed bevriend.
Remco Campert is overigens niet de enige dichter die een in memoriam in een gedicht verpakte voor Eddy van Vliet, in 2009 schreef dichter Anton Korteweg (1944) al eens een gedicht bij de verstrooiing van de as van Eddy van Vliet in Watou.
.
In memoriam Eddy van Vliet
.
‘ ’t Is nog voor een paar dagen,’ zei ze
zij die je liefheeft, Eddy
.
steeds als ik belde naar ’t Heilig Hart
kreeg ik plechtige muziek en dan
.
‘nu slaapt hij voor het moment,’
sprak de nachtzuster van ’t Heilig Hart
.
ik dacht aan je ogen
die schitterden van avontuur
je wenkbrauwen in verwondering opgetrokken
moedige speler van het leven
fijnproever van de liefde
vriend voor altijd
.
Lucas Rijneveld
Noppenfoliefolie
.
Vandaag stond ik voor mijn boekenkast en heb ik, met mijn ogen dicht, de bundel ‘Kalfsvlies’ van Marieke Rijneveld (1991) gepakt. Van (sinds 2023) Lucas Rijneveld heb ik al enige tijd niets meer gehoord. Zijn laatste wapenfeit is alweer van 2022 toen hij het Boekenweekessay schreef voor het CPNB (Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek).
In 2015 ging er een kleine schok door literair Nederland toen Rijnevelds debuutbundel ‘Kalfsvlies‘ werd gepubliceerd, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs 2016 voor het beste poëziedebuut van het jaar. Hierna volgde het uitroepen van Rijneveld door de Volkskrant tot literair talent van 2016.
De rest is geschiedenis. Het enorme succes van zijn roman ‘De avond is ongemak’ waarvoor hij in 2020 de prestigieuze International Booker Prize won, zijn 2e dichtbundel ‘Fantoommerrie‘ in 2019 waarvoor hij de Ida Gerhardt Poëzieprijs won in 2020, de rel rondom het mogelijke vertalen van Amanda Gormans voordracht ‘The Hill We Climb’ tijdens de inauguratie van president Biden in de Verenigde Staten en uiteindelijk het verschijnen van zijn derde bundel ‘Komijnsplitsers‘ in 2022.
Waar hij sinds 2018 elk jaar een roman of dichtbundel publiceerde, is er nu al sinds 2022 niets meer op literair vlak vernomen van Rijneveld behalve dan dat hij het gedicht voor de Nationale Dodenherdenking in 2023 schreef en dat zijn verwachtte roman ‘Het verdriet van Sigi F.’ om onduidelijke reden niet verscheen in 2023. En dat is spijtig. Ik ken Lucas al heel lang (sinds zijn 16e) en ik heb veel respect en waardering voor zijn werk. Als dichter is er geen ander zoals hem in het huidige tijdgewricht.
Maar gelukkig hebben we zijn bundels nog (in afwachting van nieuw werk). In de bundel ‘Kalfsvlies’ koos ik, opnieuw zonder te kijken, voor het gedicht ‘Noppenfolie’.
.
Noppenfolie
.
Van bovenaf gezien is dit trappenhuis net een badkuip, ik denk aan een film met een
clown die uit een putje kroop, sindsdien leg ik er bij het douchen een washandje op.
.
In een woning schuilen vele herinneringen als onderduikers die op een dag
tevoorschijn moeten komen, zoals de keer dat mijn broer onder mijn bed
was gekropen en een kat nadeed. Later was hij degene die voor het eerst
godverdomme riep, alleen met muren kun je kinderen binnen houden.
.
Toen ze hem kwamen ophalen stond vader in zijn overall half gebogen
met zijn hoofd tussen de spijlen van de trap, zweetdruppels op zijn
voorhoofd als noppenfolie als je hard werkt verbrand je op den duur
je tranen, riep hij. Ik vouwde mijn handen om mijn zusjes oren, hopend dat
hij naar beneden zou stormen, de radio aanzetten en dansen
.
zoals we van hem gewend waren. Vrolijk om de sfeer als verlichting
aan te knippen. Dat we zouden lachen en mijn broer niet opgeslokt werd
door monden van grijze meneren aan het einde van de traptreden. Mijn nachten
.
zwarter werden omdat ik nooit meer wist wie er zich nu dubbelvouwde om onder
mijn bed te kunnen passen, clowns niet langer eng waren, alleen maar eeuwig dronken.
.
De oma van mama
Erik van Os
.
Kinderboekenschrijver Erik van Os (1963) studeerde enkele jaren Nederlands en was brugwachter, poppenspeler, gezondheidsverzorger en redacteur voor het kindertijdschrift Okki. De meeste boeken (het zijn er inmiddels 200) schrijft hij samen met zijn vrouw Elle van Lieshout. Samen schrijven ze kinderboeken, liedjes (voor bijvoorbeeld de Efteling en Sesamstraat), versjes en leesmethodes voor basisscholen. In 2017 werd hun dichtbundel ‘Niets liever dan jij’ (2016) bekroond met een Vlag en Wimpel van de Griffeljury. In 2022 kwam ‘Applaus voor mijn vinger’ uit, een dichtbundel voor en over jongeren. Diverse gedichten zijn op muziek gezet en te beluisteren via o.a. YouTube, Spotify en TikTok.
Maar Erik van Os schrijft ook poëzie voor het magazine ‘Dichter’ gedichten voor kinderen van 6 tot 106, van Plint. In het eerste nummer van dit tijdschrift uit 2016 (het enige nummer samen met nummer 12 dat is uitverkocht lees ik op de website van Plint) staan naast gedichten van dichters als Hans Hagen, Joke van Leeuwen, Ted van Lieshout en Gil van der Heyden, vier gedichten van Erik van Os. Het gedicht ‘De oma van mama’ vind ik een van de leukste.
.
De oma van mama
.
Mama heeft nog een oma.
Het is een oud model.
Ze bestaat onder andere
uit de volgende onderdelen:
.
Bril.
Hoorapparaat.
Kunstgebit.
Nieuwe linkerheup.
.
Ze beweegt zich voort
met behulp van:
.
Wandelstok.
Rollater.
Scootmobiel.
Deeltaxi.
.
Een plastic pillendoosje
houdt haar in leven.
Als er iets kapot gaat
vervangt ze een lichaamsdeel.
.
Zo kan ze weer
een jaartje mee.
.
Nacht van de poëzie
Kasper Peters
.
Gisteravond en vannacht was ik op de 41ste Nacht van de Poëzie in Utrecht. Ik zal daar later deze week iets meer over schrijven. Vorig jaar was de eerste keer dat ik er was en ik vond het geweldig. Elk jaar wordt van de deelnemende dichters een gedicht opgenomen in een bundeltje dat elke bezoeker krijgt uitgereikt. In 2022 (editie 39) was de titel ‘de huizen zijn nog donker en de dromen nog niet af’. Een regel uit een gedicht van Joke van Leeuwen.
In dat bundeltje staat ook een gedicht van Kasper Peters (1973). Ooit stond ik al eens samen met deze voormalige stadsdichter van Groningen op een podium in Hoogeveen (zonder dat ik me daar overigens bewust van was) en schreef ik al eens een stuk op dit blog over hem naar aanleiding van zijn bundel ‘Kapitein in hangmat’ uit 2022. Uit datzelfde jaar dus uit de Nacht van de Poëziebundel zijn gedicht ‘Lucht op tenen’.
.
Lucht op tenen
.
een jongen eet voor zijn deur
een hap lucht als een toetje
.
lucht eet je zonder lepel
op je tenen in een rondje
.
kleine happen vullen zijn buik
met de smaak van de avond
.
hij lijkt op een ballon
zachtjes verend op zijn tenen
.
een happer van lucht
leeft licht na het eten
.
Roken!
Aan de laatste roker
.
Afgelopen week hoorde ik een bericht op de radio dat de inflatie maar een klein beetje gedaald was. Dat het niet meer gedaald was kwam vooral door de accijnsverhoging op tabak. Dat roken inmiddels een hele dure (en slechte) hobby is geworden toen ik hoorde wat je tegenwoordig voor een pakje sigaretten moet betalen. Nu is het natuurlijk het verstandigst om meteen te stoppen als je nog rookt, en het is alweer bijna stoptober (maand waarin het stoppen met roken wordt gepromoot), maar ik weet dat dat makkelijker gezegd is dan gedaan.
Ik moest ook meteen denken aan een bundel poëzie over roken. Dus in mijn boekenkast gekeken en daar de bundel ‘De laatste roker’ uit 2014 samengesteld door Henny Vrienten (1948-2022) en voorzien van heerlijke tekening door peter van Straten. In deze bundel staan gedichten van verschillende dichters waarbij roken het verbindende thema is. Gedichten over roken, waar sigaretten en sigaren de hoofdrol hebben en gedichten over stoppen of waarin het roken (min of meer toevallig) voorkomt.
In het gedicht ‘De laatste roker’ van Driek van Wissen (1943-2010), dat hij schreef in zijn periode als dichter des vaderlands (2005-2009) en dat in zijn bundel ‘Voor het vaderland weg’ verscheen, steekt hij de draak met de ‘stop met roken’ lobby.
.
De laatste roker
.
Hier zit ik in mijn stamcafé en paf
Nog vrolijk witte kringen in het rond
En weer steek ik mijn bolknak in mijn mond,
Want wie vandaag met roken stopt, is laf.
.
Mij nemen ze mijn levensvreugd niet af:
In weerwil van het antirookverbond
Blijf ik gewoon gezellig ongezond
En wacht als straffe roker op mijn straf.
.
Wanneer de klok straks twaalf uur heeft geslagen
Belt vast een fan van het gezond regime
Onmiddellijk “Meld misdaad anoniem”
Om zich over mijn houding te beklagen,
Waarna ik door een arrestatieteam
Word meegenomen in de boevenwagen.
.
Driek van Wissen en Jean Pierre Rawie
Poëzie op de tocht
Mandala III/1
.
Van mijn broer kreeg ik wat bundeltjes en één daarvan bleek het ‘tijdschrift voor internationale avantgarde en etnoliteratuur’ Mandala te zijn. Een literair tijdschrift van In de Knipscheer B.V. dat tot stand kwam met subsidie van het Ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk. Per jaar (vanaf 1975 tot in de jaren ’80) verschenen er er vier nummers waarvan en drie aan een bepaald onderwerp gewijd waren en een vierde openstaat voor wat zich aandiende. Het tijdschrift wilde een ‘aansluiting maken bij de internationale traditie van vernieuwing en openstelling van grenzen, talen landen en jaren’.
Mijn exemplaar, nummer III/1 uit 1979 kon je destijds kopen (los) voor 19 gulden en vijftig cent. Een abonnement was 70 gulden per jaar. Nummer III/1 heeft als titel ‘Poëzie op de tocht’ en is samengesteld door Erika Dedinszky (1942-2022), Jos Knipscheer (1945-1997), Wiel Kusters (1947) en Peter Nijmeijer (1947-2016). In ‘Poëzie op de tocht’ staan artikelen en essays, twee interviews, illustraties (of visualia zoals ze het noemen) en veel poëzie.
Van Peter Nijmeijer staat het gedicht ‘De schilder’ (voor Harry Hoogstraten) er in. Peter Nijmeijer was dichter, bloemlezer en poëzierecensent en hij vertaalde heel veel poëzie voor onder andere Poetry International. Harry Hoogstraten (1941) was dichter, performer en beeldend kunstenaar die veel experimenteerde met taal.
.
De schilder
(voor Harry Hoogstraten)
.
Dit landschap, zo rustiek déjà
vu en zo doorsnee bevlogen,
en jij daarin, paf staand, vermomd
als een kijker, doodmoe van al
die loodzware bomen, de woorden
die niet willen zwijgen en groen
zien van bladgroen en schimmel,
dit zwerk. Dit is mooi! Ja
natuurlijk. Maar dit is waar
lenzen zich richten, dreigen
het schoons vast te leggen, op-
vouwbaar, onwrikbaar, onmisbaar – nee
dan de schilder die op z’n eenzaam
paneel één enkele stip zet (een
groene) en schreeuwt (daar! god-
verdomme) en danst en weer
eens een keertje gebeurd is,
daar sta je mooi van te kijken.
.
Sinds Buddingh’
Campert over Buddingh’
.
Remco Campert (1929-2022) was een dichter van weinig woorden maar altijd wel precies de juiste woorden. Dat is ook waarom ik hem on der een van mijn favoriete dichters schaar. In een tijd van ellenlange gedichten die pagina’s lang door bundels meanderen is een gedicht van Campert een verademing. Met heel weinig, maar juist gekozen woorden, precies dat zeggen wat je wil.
Campert had ook een mening over poëzie en dichters. Of die altijd serieus waren weet ik niet maar bij het lezen van een gedicht als ‘Sinds Buddingh’ verwachten veel mensen…’ neem ik toch aan dat hij oprecht was. Het zegt overigens denk ik meer over de luisteraars naar de poëzie van Buddingh’ (1918-1985) dan de poëzie zelf. Het gedicht van Campert nam ik uit ‘Alle bundels gedichten’ uit 1976 maar werd oorspronkelijk gepubliceerd in ‘Mijn levensliederen’ (1968).
Ron Elshout schreef een boeiend artikel over dit gedicht en de poëzie van Buddingh’ in Bzzlletin jaargang 25 (1995-1996) dat je hier kan lezen.
.
‘Sinds Buddingh’ verwachten veel mensen…’
.
Sinds Buddingh’
verwachten veel mensen
van poëzie
een avondje lachen
.
dat is geen vooruitgang
geloof ik
maar eerder een stap achteruit
.
pas als mensen
van poëzie
helemaal niets verwachten
zullen we het hebben:
poëzie
.
dit moet maar eens bewezen worden
.
Ontroerend onhandig
zoals vuilnisauto’s die hardrijden
.

















