Site-archief
Stand van de poëzie
Een doorkijkje
Regen tegen de ochtend
Liter
.
In de rubriek Vers vertaald in het literaire tijdschrift Liter (nummer 18, 2025) is een gedicht van Elisabeth Bishop vertaald door Jacqueline Vorst. Deze rubriek wordt ingeleid met de zinnen: Robert Frost zei ooit dat poëzie een manier is om het leven bij de keel te grijpen. Vorst vertaalde het gedicht van Bishop dat voor het eerst werd gepubliceerd in Partisan review in 1951
.
De grote kooi van licht breekt buiten door
en laat, denk ik, een miljoen vogels vrij ,
hun opvliegdne schaduw zijn we kwijt
en alle spijlen blijken weg te zijn gevallen.
Geen kooi, geen boze vogels, en de regen lijkt
al lichter nu. Het is een wit gezicht
dat niet begreep waarom hier iets op slot zat,
dat met een kus alles opeens heeft opgelost,
met sproeten op haar lichte argeloze handen.
.
piepkleine alien
Bo Vanluchene
.
Op zoek naar nieuwe dichters kom ik steeds opnieuw verrassingen tegen. Zo ook dit keer. Ik las op de website Aanlegplaats een stuk over haar en vervolgens ben ik op zoek gegaan naar meer informatie. In Stillmagazinen 9, akte van berouw, een uitgave van de KU Leuven, las ik het volgende: Bo Vanluchene (1988) studeerde journalistiek en schreef voor (bijlages van) De Morgen, Het Laatste Nieuws en De Standaard Avond om uiteindelijk te landen bij Het Nieuwsblad. Daar schreef ze enkele jaren de column ‘Bo luistert af’ in de weekendbijlage, werkt ze met veel plezier bij het online team en coördineert en schrijft ze film- en serierecensies. Daarnaast houdt ze zich graag bezig met poëzie. Bo woont in Antwerpen, maar haar hart klopt in Londen, de stad van musicals, queer (nacht)leven en haar partner Jamie.
Ik begrijp van de informatie van Aanlegplaats dat ze zich daar inmiddels gevestigd heeft. En dat haar debuutbundel in februari 2026 wordt verwacht. Op 2 mei van dit jaar verscheen al een gedicht op de website van Meander van haar met de titel ‘de vampier & ik‘ uit de groepsbundel ‘De ogen van de uil‘ uit 2025, en in de bundel ‘Nog een lente‘ uit 2010 blijkt ook al een gedicht van haar opgenomen. In Het Liegend Konijn 2025/1 staan vier gedichten van haar hand. Uit deze gedichten koos ik het gedicht ‘de piepkleine alien in het piepkleine kamertje spreekt’.
.
de piepkleine alien in het piepkleine kamertje spreekt
.
ik ben een
piepkleine alien
die een lichaam bestuurt
vanuit een piepklein kamertje
.
vlakbij mij bonst een levensgroot hart,
hoor ik stromen en pompen en
geslik, de machine loopt
gesmeerd
.
als een binnenstebuiten poppenspeler kleed ik mijn mensenlijf aan
om op stap te gaan, hoe je in gepaste schoenen moet staan
heb ik allang geleerd
.
niemand weet dat ze eigenlijk praten
met mij, meesterbrein, misvormde miniatuur,
beeldschoon schepsel van het universum,
kruipkoning. garnaalgeneraal, vernielziel
.
soms fantaseer ik dat ik het hartklepje
open, eruit sluip, wie ik ben
zomaar kan zeggen,
.
maar ik ben een enorme alien,
dan moet ik de hele wereld
in de as leggen
.
Bij een graf
P.C. Boutens
.
Vanavond is het alweer zover, de 10e editie van Dichter bij de Dood, een prachtig project waarbij dichters voordragen op de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag. Van origine werd deze activiteit georganiseerd op 2 november (Allerzielen wanneer men de gestorvenen herdenkt) maar door interne verschuivingen bij de begraafplaats is dat sinds 2 jaar nu op Allerheiligen, op 1 november. Omdat deze activiteit in het leven geroepen is om de doden te herdenken en stil te staan bij de dood als onlosmakelijk element van het leven hangen we niet zo sterk aan deze datumverwisseling al is het wel jammer.
Maar vanavond dus aan de Laan van Oud Eik en Duinen. Een keur van dichters staan langs een route afgezet met fakkels en bij elke dichter kan geluisterd worden naar twee gedichten; 1 gedicht over een bekende Nederlander die op de begraafplaats ligt in combinatie met het thema en 1 vrij gedicht. Ik zal het gedicht ‘Bij een graf’ voordragen over P.C. Boutens (1970-1943) en het gedicht dat ik schreef over de NAVO top in Den Haag van afgelopen zomer.
De toegang is uiteraard gratis en voor de liefhebbers is er een gratis bundeltje met de gedichten die worden voorgedragen vanavond. De avond begint 10 18.45 en eindigt om 21 uur. Vanaf de ingang van de begraafplaats rechtdoor lopen tot de aula en daar begint de route. het blijft droog (heel fijn!), trek iets warms aan en kom luisteren naar poëzie en troubadours. Parkeren met de auto kan voor de begraafplaats maar vanaf 18.00 uur is het betaald parkeren.
.
Bij een graf
De bloemen van plastic, vergeelde foto, plantjes dood.
Zo dood als jij.
Kopjes gebogen in strijd met de tijd, stenen los van
elkaar als eenheid, ongebroken stralend in de zon, rumoer
van een nabijgelegen balkon, het lied van een merel.
Gedachten bij hoe het was en wat je teweegbracht.
Gedachten boven materie, stilte doorbroken door
menselijk handelen, een gevleugelde aria.
Tegenstellingen liggen als as uitgestrooid hier los
en vast, stil in beweging, in altijd durende rust, levendig
doorbroken door het lied van een merel.
.
Einde van een tijdperk
Jozef Deleu
.
Via diverse kanalen kwam het bericht tot mij dat Het Liegend Konijn, tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie, het geesteskind van Jozef Deleu (1937). Op 30 oktober 2025 verschijnt het laatste nummer. Deleu schrijft over het verschijnen van dit laatste nummer: “Poëzie is drager van originaliteit, vrijmoedigheid en zelfstandigheid. Dichters blijven machthebbers erop wijzen dat woorden ertoe doen en dat taal niet ondergesneeuwd mag raken onder het verbalisme van de politiek en de commercie. Het Liegend Konijn was een open en ongebonden huis voor onze poëzie. En soms was daar enige moed voor nodig. Voor Het Liegend Konijn en mij is de tijd van gaan gekomen. De jager wacht op de kim.”
Uit het nest geroofd, zo omschreef Deleu zijn werkwijze. Twee keer per jaar – van 2003 tot 2025 – bracht het blad een gevarieerd beeld van de Nederlandstalige poëzie. Het bevatte uitsluitend nieuwe, niet eerder gepubliceerde gedichten. Honderden dichters uit het hele Nederlandse taalgebied werkten mee aan Het Liegend Konijn. Ze vormden een bont gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters. Diversiteit en respect voor uiteenlopende poëtica’s lagen aan de basis van een unieke mix waardoor ieder nummer een kleurrijke waaier bood van onze hedendaagse poëzie.
Bij dit nieuws had ik meteen twee gedachten. De eerste was dat ik nooit uit het nest geroofd zou worden, mijn nieuwe bundel (die al te lang op zich laat wachten) komt daarvoor te laat. De tweede gedachte was dat het minipoëziemagazine MUGzine dat ik samen met onder andere Bart van BRRT.Graphic.Design en Marianne van Poetry Affairs maak, nu nog iets urgenter wordt. Toen ik las van het gezelschap van jonge debutanten, rijpe poëten en oude meesters wist ik dat wij van MUGzine een zelfde visie hebben en nastreven. Nu ben ik de laatste die MUGzine met Het Liegend Konijn wil vergelijken, omvang, frequentie en aanzien zijn van een geheel andere orde, laat staan de reputatie die Het Liegend Konijn 22 jaar lang heeft opgebouwd, daar kan 6 jaar MUGzine nog een puntje aan zuigen. Maar voor ons van MUGzine is de uitdaging wel sterker geworden om van ons minipoëziemagazine een langjarig succes te maken (maar dat waren we al van plan hoor).
Rest mij, samen met poëzieminnend Nederland en Vlaanderen, slechts woorden van dankbaarheid en waardering voor Jozef Deleu die poëzie mede op de kaart heeft gezet en aan de wieg van carrières van menig dichter heeft gestaan. Dat Jozef Deleu zelfs een niet onverdienstelijk dichter was mag inmiddels duidelijk zijn en daarom een gedicht van deze grote Vlaming. Uit zijn bundel ‘Hazen troepen samen’ uit 2000 het gedicht ‘Waar het op aankomt’. Want als er een ding is waar Jozef Deleu om geroemd mag worden is het het feit dat hij weet waar het op aankomt; De Poëzie!
.
Waar het op aankomt
Waar het op aankomt
de trein die niet
voortijdig stopt
in het station
de zon die niet ongezien
wegzinkt in zee.
Waar het op aankomt
een werkwoord vervoegd
in een goede zin
een vraagstuk opgelost
zonder vermogen
en zonder verlies.
Waar het op aankomt
een verlicht meer
en verliefd tot over
de oren. Het gaat voorbij
maar er blijft
overschot.
Waar het op aankomt
gerijpt in een eiken
vat reisvaardig
voor de overtocht
zonder overkant
als het moet.
.
Els de Groen (1949-2025)
Wereldverbeteraars
.
Gisteren bereikte mij het verdrietige bericht dat Els de Groen (1949-2025) is overleden. Nog begin dit jaar had ik contact met haar via de mail dat ze ernstig ziek was maar dat ze in behandeling was. Ze had mij eerder benaderd met de vraag wat ik voor haar kon betekenen in het uitgeven van een dichtbundel via Mugbooks, mijn facilitaire poëzie uitgeverij. Ondanks haar ziekte klonk ze nog steeds optimistisch. Het bericht van haar overlijden viel mede daarom nogal rauw op mijn dak.
Ik leerde Els kennen tijdens een optreden bij poëziestichting Ongehoord! in december 2016. Ik was al onder de indruk van haar verleden als Europarlementariër voor Groen Links en als schrijver van jeugdboeken en poëzie. Ik schreef een recensie over haar dichtbundel ‘Wakker vallen‘ uit 2018, waarin ze blijk gaf van een grote mate van engagement. Ondanks het feit dat er van haar boeken (vertaald in 13 talen) maar liefst 1.750.000 exemplaren verkocht zijn was ze altijd heel benaderbaar en reageerde ze zelfs heel enthousiast toen we haar vroegen om gedichten aan te leveren voor MUGzine #16 die als richting had ‘gedenk te overstromen’ en waar naast Els ook andere klimaatdichters als Alex Gentjens, Sara Eeelen en David Troch bijdroegen.
Het klimaat en de klimaatveranderingen gingen haar aan het hart. In een interview met Els door Cora de Vos op de Meandersite zegt ze onder andere hierover: “Er gebeurt zoveel om ons heen waar we geen notie van hebben, omdat we ons boven het ecosysteem geplaatst hebben waarvan we onderdeel zijn en dat we in onze onnozelheid naar de barbiesjes helpen.”
Op de rouwkaart van Els is het gedicht ‘Wereldverbeteraars’ uit haar bundel ‘Wakker vallen’ geplaatst dat ik hier graag wil delen. Het is een prachtig voorbeeld van hoe Els tegen de wereldverbeteraars (en dus zichzelf) aankeek. Met het overlijden van Els de Groen wordt de wereld een klein stukje minder mooi.
.
Wereldverbeteraars
.
Bespot ze niet
de dromers
demonstranten
spandoekdragers
Ze hebben je hoon niet nodig
.
Uitlachen doen ze zichzelf wel
in hun momenten van twijfel
die het diepst zijn
wanneer hun geweten spreekt
en het jouwe zwijgt
.
Het Centraal Museum van het gevoel
Frank Diamand
.
Afgelopen augustus overleed de dichter Frank Diamand (1939-2025). Ik schreef toen een bericht over hem, over onze enige ontmoeting en dat ik bij die gezamenlijke voordracht bij Reuring van Alja Spaan in Alkmaar, zijn bundel ‘Hoe dat moet loslaten en bewaren tegelijk’ uit 2021 aanschafte. Het was de enige bundel die ik van hem in bezit had. Tot afgelopen weekend. Toen schafte ik in een kringloopwinkel zijn bundel ‘uit Het Centraal Museum van het gevoel’ uit 1989 aan.
In deze bundel is, net als in zijn debuutbundel ‘Wie wil er nu met Hitler in de tobbe?’, de nagalm van de Tweede Wereldoorlog nog te horen en te lezen, maar het hoofdthema van de bundel is de liefste. Bemind, bedreigd, verloren, bezongen en steeds weer opnieuw ontmoet. Die onderwerpen komen voor mij mooi samen in het gedicht ‘Afscheid’.
.
Afscheid
.
Genoeg gezoend, gehuild
de laatste dag
ik breng je weg
een vliegtuig – binnenland –
terwijl ik wegga uit dit land.
.
Mijn vader huilde als een kind
toen hij zijn einde hoorde –
zijn hete hand en
de herhaling:
‘zo lief en met zo weinig geld’,
een opgespaard gevoel
voordat het niet meer kon.
.
Eénmalig is ons leven.
.
Je bent aanwezig
in elke wind door
houten jaloezieën
en in de mint,
die ik verkruimel
in mijn hand.
.
Blijf nog even.
.
Ik heb je zo lief
ik heb je zo lief gehad
tot aan,
de rand van het papier
tot hier.
.















