Site-archief

Legpuzzel

Elfie Tromp

De Rotterdamse dichter, theatermaker, zangeres en columniste Elfie Tromp (1985) ken ik al sinds zij voordroeg bij het podium van toen nog Ongehoord Rotterdam in 2011, later poëziepodium Ongehoord! In 2012 begon ze samen met Jeroen Aalbers het literaire tijdschrift Strak. In 2013 stond ze opnieuw op het podium van Ongehoord! toen als dichter en schrijver (ze was gedebuteerd met de roman Goeroe in 2013 en was in het proces van het schrijven van haar volgende roman Alfateef).

De Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) benoemde haar tot zomerdichter van 2020 en in 2023-2024 was ze stadsdichter van Rotterdam. Ze was vanaf 2013 vaste columnist voor het dagblad Metro en schreef onder andere voor de Volkskrant, Joop.nl en Passionate. In 2016 nam Tromp deel aan de televisiequiz De Slimste Mens en ze maakt webcasts voor onder andere de VPRO. In 2021 was ze columnist bij Vroege Vogels. Haar laatste wapenfeit is haar theatershow Van de gekken! waarin ze in de huid van cabaretlegende Adèle Bloemendaal kroop.

Elfie is kortom een zeer veelzijdige vrouw en artiest. In 2020 stonden een aantal van haar gedichten in MUGzine #4 en hoezeer ik van haar romans genoten heb, als dichter is Elfie me toch het liefst. In 2018 verscheen haar tot nog toe, enige dichtbundel ‘Victorieverdriet’. Uit die bundel die ze schreef nadat ze door haar vriend was verlaten en waarin je als lezer in drie afdelingen door Tromp door de verschillende fasen van haar rouwproces wordt meegenomen: de schok, de reactie, het herstel, nam ik het gedicht ‘Legpuzzel’ uit het eerste deel.

.

Legpuzzel

.

Ik leg graag

puzzels

maar krijg jou nooit

af

.

je was zo veel losse stukken

ik kwam een eind

dat moet je met me eens zijn

met gevoel, geduld en een portie

beginnersgeluk

.

de randen kloppen

.

ik had je bijna

opgelost

.

ik ben van buiten naar binnen toe begonnen

voor het hart

kreeg ik de kans niet

.

je bent andermans legpuzzel nu

met in het midden een gekarteld gat

.

Bericht van het transitieteam

Ik ben uw robot

.

Bladerend door mijn foto’s kwam ik een foto tegen van een krantenbericht dat ik begin vorig jaar maakte. Het betreft hier een bericht van het transitieteam, een rubriek die op de achterpagina van de Volkskrant verschijnt met enige regelmaat. De reden dat ik in dit geval het bericht fotografeerde was dat ik er een blogpost aan wilde wijden.

Micha Wertheim (1972) cabaretier, regisseur, theatermaker, publicist en radiomaker schreef als transitiedichter speciaal voor de voorzitter van de tweede-kamer het gedicht ‘Ik ben uw robot’. Hij deed dit omdat de voorzitter van de tweede kamer iedere dag begint met een gedicht. Hoe Wertheim daarover denkt komt scherp naar voren in het gedicht.

.

Ik ben uw robot

.

Die leest zonder te luisteren.

Voor wie zich afvraagt hoe dat is

Om van staal gemaakt te zijn,

Best fijn:

Een robot voelt geen pijn.

Niet voor dit broze land

dat barst en breekt

waar wat ons bindt

door angst en achterdocht

wordt losgeweekt

Niet voor dit huis dat ik veracht

Niet voor de taal

die ik verkracht.

Niet voor de hand

die dit gedicht bedacht.

.

Ik ben uw robot

Die leest zonder te luisteren.

De aarzeling,

die ik van dichters leen

ik lees het voor

maar meer als geluid

Dat hele ritueel

Het is voor mij

niet anders

dan het klappen

van de houten hamer

waar ik de dag mee sluit.

Wie dacht dat poëzie

ons redden zal

Die lach ik uit.

.

Oud en Jong

Hans Dorrestijn

.

Vandaag sta ik voor mijn boekenkast en pak ik ‘blind’ de bundel ”t Houdt een keer op’ van Hans Dorrestijn (1940) uit de kast. Een relatief nieuwe bundel van eind 2024. Opnieuw open ik de bundel op een willekeurige pagina en daar staat het volgende gedicht ‘Oud en jong’.

Deze bundel heeft dezelfde titel als zijn laatste theatershow waarover hij schrijft: ‘Sorry lieve mensen, daar ben ik nog! Ik kan er ook niet zoveel aan doen. De tachtig gepasseerd, maar toch weer het podium op. Ik weet natuurlijk zelf ook wel dat ik niet eeuwig door kan gaan. Daarom heet mijn theaterprogramma ’t Houdt een keer op.

Een weergave van de teksten van deze theatershow zijn nu ook in boekvorm te krijgen en precies dat boek heb ik dus nu in handen.

.

Oud en jong

.

Ik ben de oudste die ik ken,

maar ik kan nog heel goed handenwringen.

En ik doe nog heel veel dingen

waar ik eigenlijk te oud voor ben:

duiven ringen, touwtje springen,

hoedje wip en koude kip,

Egmond Buiten, Egmond Binnen,

elastiek, reclameborden.

Verder kan ik niets verzinnen

al ligt het wel voor op mijn tong.

Een mens kan altijd ouder worden

maar helaas, helaas, niet jong.

.

Mijn promiscuïteit

Herman Finkers

.

Dat Herman Finkers (1954) naast cabaretier en zanger ook poëzie schrijft dat wist ik al, ik schreef er al over in mijn bericht op de vrolijke vrijdag en plaatste daar zijn gedicht ‘Vinger in de bibs’. Finkers is vooral een plezierdichter of dichter van light verse. In 2012 verscheen bij uitgeverij Thomas Rap van zijn hand de bundel ‘Poëzie, zo moeilijk nie’ verzamelde verzen, waarvan de titel al veel weggeeft over de inhoud.

Naast een aantal verzen die hij ook op muziek heeft gezet, zoals ‘Duet (we staan samen sterk)’ met Brigitte Kaandorp, en een flauwiteit hier en daar zoals het vers ‘Ik moet poepen’ waarvan de volledige tekst luidt: “(Hier zijn helaas een paar bladzijden uitgescheurd.)” zijn er ook vele verzen waaruit de taalvirtuositeit van Herman Finkers blijkt. Twee wat kortere gedichten wil ik hier dan ook graag delen want er is altijd tijd voor een lach, ook in de poëzie.

.

Vele handen maken licht werk

.

Ik stoei met jou de hele dag door, we kussen urenlang.

Uitgeput geef jij mij een laatste zoen en zegt:

‘Ik moet er niet aan denken dat ik dat

allemaal alleen had moeten doen.’

.

Mijn promiscuïteit

.

De een ligt liever links,

een ander liever rechts.

De een heeft tien orgasmes

een ander  eentje slechts.

.

De een maakt veel kabaal,

een ander doet het stil.

Het is mijn éigen leven:

ik droom zoals ik wil.

.

 

Vrolijke vrijdag

Herman Finkers

.

Nu het weer is omgeslagen, de dagen grijs, nat en koud zijn geworden, heeft iedereen wel behoefte aan wat warmte en ontspanning lijkt me. Daarom introduceer ik hier de ‘vrolijke vrijdag’ en zal ik de komende vrijdagen op dit blog louter humoristische, absurde, slapstickachtige, gekke en ironische gedichten plaatsen. Dat veel van deze gedichten light verse zijn spreekt bijna voor zich, daar de beoefenaren van dit genre vaak uitblinken in scherpe, komische en vrolijke poëzie.

Vandaag wil ik beginnen met een gedicht (liedtekst) dat meteen in de titel al goed de toon zet. Het is het getiteld ‘Vinger in de bibs’ van cabaretier en plezierdichter Herman Finkers (1954). Het gedicht is genomen uit ‘Ich bin ein Almeloër’ uit 1996 en te beluisteren via YouTube.

.

Vinger in de bibs

.

De canyonkreekjes tintelen

de zon komt prachtig op

stiekem zit een bloempje

te gluren uit haar knop.

De ochtend wekt de prairie

een cowboy is al op

vertroetelt met zijn merrie

dat bloempje in galop.

.

De cowboy, hij heet John,

stopt bij Mary-Lou

en bedelt Mary-Lou:

‘Zeg Mary-Lou, word jij mijn vrouw?’

Zij raakt geprikkeld warm daarvan

want John als man dat is niet niks

en stopt uit pure geestdrift dan

een vinger in haar bips.

.

Geschrokken stottert John:

‘Wat onbeschaafd gedouw

je bent een grote viesterd

ik zoek een andere vrouw.’

Beschaamd stamelt zij:

‘Ik heb al reeds berouw

vergeef mijn rappe vinger

en trouw je Mary-Lou.’

.

De liefde vat weer vlam

en lekker warm wordt John

zij zucht dan tegen John

‘Mijn hart hijgt naar jou, o John.’

John schenkt haar voor de eerste keer

een kus die knapt als verse chips

dan stopt ze – gatverdakke –

weer een vinger in haar bips.

.

De druppel die de emmer

hij stapt weer op zijn paard

ziet af van zo’n vies meisje

verdwijnt in volle vaart.

En Mary-Lou, ’t is droevig

zij weent er onbedaard

en wordt door alle roddel

als bruidje niks meer waard.

.

Puisten en de pest

o, elke nare kwaal

ze kreeg het allemaal

dus luistert meisjes allemaal

zoekt u een levenscompagnon

voeg bij uw lijst van huwelijkstips

de raad van dit chanson

stop nooit een vinger in uw bips.

.

Waren er vroeger al ijstijden?

Gelooft u in dood na het leven?

Is er ook flora en fauna in het dierenrijk?

.

– Mag ik een boterham?

,

Nee.

.

.

 

Bierkaartjespoëzie

Gedichtenwedstrijd

.

De bibliotheek in Aalst (België), Utopia, organiseerde in 2019 (en opnieuw in 2020) een bierkaartjespoëziewedstrijd. De opdracht luidde:  ‘Schrijf jouw mooiste woorden op een bierkaartje (of bierviltje zoals wij zouden zeggen) van Utopia of op een ander bierkaartje dat je net voor je liggen hebt op café, en deponeer jouw inzending in de speciale bus in één van de deelnemende café’s. Vergeet er natuurlijk niet jouw naam, geboortedatum en e-mailadres op te zetten.’

De ook in Nederland bekende cabaretier Wim Helsen maakte de winnaar bekend en het winnende gedicht werd aangebracht op een muur ( 3 bij 5 meter groot) aan de Pupillensite, rechtover Utopia. Uit 309 inzendingen werd studente Taal- en Letterkunde Hélène De Kegel (21) tot winnaar gekozen. Het gedicht waarmee ze de wedstrijd won luidt:

.

De wind huilt en

ik begrijp het,

vandaag is,

weenbaar

.

Een mooi initiatief dat navolging verdient.

.

De kunst van het lijden

Hans Dorrestijn

.

De afgelopen week was hij nog met schrijfster, dichter en zangeres Stella Bergsma te zien, samen op ‘een Waddeneiland’ in het programma ‘Alleen op een eiland’, schrijver, tekstschrijver, vertaler, cabaretier en dichter Hans Dorrestijn (1940). Hans Dorrestijn is een bijzondere stem in de Nederlandse literatuur en poëzie, zijn teksten zijn vaak weemoedig, weinig opbeurend of hoopvol maar altijd heel geestig, in zekere zin zijn hij hij en Levi Weemoedt een soort zielsverwanten.

Die toonzetting in combinatie met het vrolijke geldt ook zeker voor het bijzondere werkje ‘De Kunst van het Lijden’ uit 1989.

In deze bundel wordt op een tergend seksistische manier het gevoelsleven beschreven van een geleerde, die afreist naar Griekenland om vergetelheid te zoeken voor zijn mislukking als echtgenoot en geleerde. Hij denkt dat de jonge vrouwen zich daar, heet gestoofd door de zon, aan zijn bizarre lusten zullen onderwerpen. Hij jaagt op vrouwen als op vlinders. Ja, met enige goede wil zou de hoofdpersoon, drs. Kortenaar, gezien kunnen worden als een seksuele Prikkebeen. Aldus de tekst op de achterflap. Meneer Prikkebeen wordt algemeen beschouwd als het eerste Nederlandse stripverhaal. Hoe ook Gerrit Komrij nog een rol speelt in het verhaal van meneer Prikkebeen lees je hier https://www.kb.nl/themas/kinderboeken-en-strips/strips/mijnheer-prikkebeen .

Maar terug naar ‘De Kunst van het Lijden’. In de bundel wordt je aan de hand van 22 gedichten en tekeningen van Thomas Koolhaas, meegenomen in de reis die drs. Kortenaar maakt. Hans Dorrestijn heeft de avonturen (en vooral mislukkingen) van drs. Kortenaar in Griekenland zo feilloos beschreven dat zijn doen en laten zowel afgrijzen als medelijden opwekken.

Dat laatste komt wat mij betreft vooral naar voren in het gedicht ‘Romance’ wat helemaal niet over een romance gaat maar over jaloezie. De gedichten in deze bundel hebben allemaal geweldig klinkende titels (Burlesque, Fantasia, Variation brillante, Rapsodie, Pastorale etc.) maar de inhoud staat vrijwel steeds in schril contrast daarmee. Oordeel zelf.

.

Romance

.

Sla je arm niet om hun schouders bloot.

Kus ook niet hun lippen rood

als ik het zie.

Leg je hand voorzichtig niet op haar knie.

Trek haar niet lachend op je schoot.

Neem haar liever elders heen,

want ik ben gek van jaloezie,

ik ben gek van jaloezie,

gek van jaloezie,

op iedereen.

.

Problemen

Frank van Pamelen

.

Frank van Pamelen (1965) http://frankvanpamelen.nl/  is geboren in Terneuzen en woonachtig in Tilburg. Hij studeerde Letteren aan de Katholieke Universiteit Brabant en is schrijver van literaire thrillers en jeugdboeken, dichter en kleinkunstenaar. Ook schrijft hij cabaretprogramma’s, musicals, kinderliedjes, columns en teksten voor radio en televisie.

Sinds 1990 publiceert Frank van Pamelen gedichten. Voornamelijk light verse, vormvaste gedichten, meestal met een humoristische onderlaag. Zijn verzen worden gepubliceerd in literaire tijdschriften als De Tweede Ronde, Parmentier en Ballustrada, in NRC Next, in de wekelijkse rubriek Poëzie Politiek in Trouw (1999-2007), en verder in vele bloemlezingen, scheurkalenders en gelegenheidsuitgaven. Hij ontpopt zich sindsdien steeds meer als de cabaretier onder de dichters, en de dichter onder de cabaretiers.

Frank van Pamelen won de Publieksprijs op het Amsterdams Kleinkunst Festival (1995), de Zilveren Reissmicrofoon met het radioteam van KRO’s Theater van het Sentiment (2001), de Kees Stipprijs voor zijn light verse-oeuvre (2005) en de Tilburg Trofee voor verdiensten in zijn woonplaats (2013).

In literair tijdschrift  ‘De Tweede Ronde’, jaargang 13  (1992) verscheen van zijn hand de terzanelle ‘Problemen’. Een terzanelle is een poëtische vorm die aspecten van de villanelle en de terza rima combineert. Het is in totaal negentien regels, met vijf drielingen en een afsluitend kwatrijn. De middelste regel van elke triplet-strofe wordt herhaald als de derde regel van de volgende strofe, en de eerste en derde regel van de oorspronkelijke strofe zijn de tweede en laatste regels van het afsluitende kwatrijn; zeven van de regels worden dus herhaald in het gedicht.

.

Problemen (een terzanelle)
.
Ik staar al uren naar mijn lege glas

De wereld is vergeven van problemen

Ik wou dat daar een oplossing voor was

.

Ach, waarom zou ik zelf niets ondernemen

Bedenk ik wel eens met een zwaar gemoed

De wereld is vergeven van problemen

.

En er is niemand die er iets aan doet

Zo diep zijn wij als mens dus al gezonken

Bedenk ik wel eens. Met een zwaar gemoed

.

Besef ik nu hoeveel ik heb gedronken

Dan denk ik over goed en over kwaad

Zo diep zijn wij als mens dus al gezonken

.

Ik zeg het hier maar zo waar het op staat

Gewoonlijk praat ik vaker over drinken

Dan, denk ik, over goed en over kwaad

.

Het mag in dit verband merkwaardig klinken

Gewoonlijk praat ik vaker over drinken

Ik staar al uren naar mijn lege glas

Ik wou dat dáár een oplossing voor was
.
.

Het wachten

Jeroen van Merwijk (1955 – 2021)

.

Gisteren werd bekend gemaakt dat cabaretier Jeroen van Merwijk is overleden. Het was al langere tijd bekend dat Jeroen terminaal ziek was en dat hij wist dat het einde eraan zat te komen. En toch overvalt zo’n bericht me dan. Op 19 december van het vorig jaar schreef ik nog heel enthousiast over het boek ‘Wat zijn de vrouwen groot’ met teksten en gedichten van van Merwijk https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/12/19/oud/ en over de troost die taal en gedichten kunnen bieden. En nu is hij dus overleden.

Op zoek naar een gedicht van Jeroen van Merwijk stuitte ik op het gedicht/liedtekst ‘Het wachten’ en bij het lezen, vooral van de laatste strofe wist ik dat ik deze tekst hier zou delen. Alsof Jeroen van Merwijk met zijn naderende dood deze tekst schreef. Dat dat niet het geval is blijkt uit het feit dat dit in 1998 is geschreven, ver voor hij wist dat hij ziek was. Maar als je dit leest weet je hoe Jeroen van Merwijk tegen de dood aankeek; hij is nu vrij.

.

Het wachten

.

Het wachten tot er iets gebeurt
Tot zonlicht alles anders kleurt
Of wachten op een nacht vol feest
En na dat feest op weer een feest
En tijdens springvloed op dood tij
En in november al op mei
Het wachten is er altijd bij
Het wachten is er altijd bij

.
Als je weggaat met de trein
Wacht je tot je weer terug zal zijn
En je komt ergens nog niet aan
Of je wacht al tot je weg mag gaan
Zelfs in de langste liefdesnacht
Al zijn haar lippen nog zo zacht
Is er iets in je wat wacht
Er is altijd iets wat smacht
Dat ooit een keer en dat ook jij
Het wachten is er altijd bij

.
Pas als het wachten is volbracht
Kun je verdwijnen in de nacht
Die als een oogopslag zo zacht
Een eind maakt aan de zwaartekracht
Dan is er iets wat naar je lacht
En zegt waar was je nou ik heb zo lang gewacht
Dan is je wachten pas voorbij
Dan ben je vrij

.

Els De Jonghe

Vlaams talent

.

De Vlaamse dichter Els Dejonghe (1989) is naast consultant en werkzaam in een kantoor ook een multitalent uit Gent. Ze brengt haar poëzie vooral op verschillende podia in Nederland en België. Ze won de Poetry Slams van Tilburg en Limburg, en stond daardoor in de halve finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam. In 2018 stond ze in de halve finale van het Leids Cabaret Festival en wordt in Vlaanderen als groot podiumtalent gezien. Ze is ook lid van het Poëziebordeel, waar je haar kan vinden als E. Pelski C. .

De jury van het Leids Cabaret Festival schreef in haar juryrapport: “Els is een intrigerende verschijning (…) Haar voorstelling is stilistisch sterk gemonteerd, het is een bijzonder verhaal over dromen en de maakbaarheid daarvan. Het is rijk aan ideeën. (…) Els klampt zich vast aan iets waarvan wij allemaal al weten dat het haar ook niet gelukkig gaat maken en dat is prachtig schrijnend om te zien.” Bij haar programma werd ze zowel in tekst als in uitvoering gecoacht door de bekende Vlaamse cabaretier Wim Helsen.

Maar ze is dus ook dichter, hieronder een kort gedicht van haar hand.

.

“Vandaag

.
ik sprak elf woorden

bonjour, meerdere keren

maar dat telt voor één

bonsoir omdat de wandelaar die mij kruiste
had gezien dat het avond was

merci toen ik geld terugkreeg in de winkel

je peux laisser la voiture ici?
zes ineens

au revoir x 2
is samen elf

het is nu tijd om te zwijgen
het is negen uur”

.