Site-archief

Indien mogelijk, keer om

Puck Füsers

.

In een recensie van de nieuwe bundel van Maxime Garcia Diaz ‘Het netwerk moet gebouwd worden’ van Daan Doesborgh noemt de recensent nog twee Gen-Z dichters te weten Puck Füsers en Twan Vet. Puck Füsers (2002) kende ik niet maar zij blijkt al aardig aan de weg te timmeren. Ze studeerde cultuur- en literatuurwetenschappen in Maastricht en ze schrijft poëzie, essays, poëtisch proza en andere teksten die op poëzie lijken. daarnaast werkt ze met andere disciplines, zoals audio, film en dans. in 2025 verscheen haar chapbook ‘tanden’ bij Wintertuin.

Haar poëzie en teksten verschenen bij De Revisor, Kluger Hans en Hard//Hoofd. Ze trad op bij onder andere Poetry International, Crossing Border, Dichters in de Prinsentuin, Frontaal en het Wintertuinfestival. In 2021 won ze de schrijfwedstrijd write now! met een gedichtenreeks over opgroeien in het digitale tijdperk. Op notulenvanhetonzichtbare.nl zijn twee van haar gedichten gepubliceerd. Een van die gedichten wil ik hier met jullie delen.

.

Indien mogelijk, keer om 

.

google maps leidt ons naar een straat die niet bestaat
ik moet denken aan de onvindbare eerstehulppost
de driehonderdvijfenzestig euro vijftig voor twee hechtingen
jezelf in iemands handen leggen
de mijne bloeden

je vond me mooi in het tl-licht van de wachtkamer
je zei: er zijn plekken waar de tijd stilstaat

ik weet niet of we onszelf alleen maar wijsmaken
dat de dingen die we doen vrijwillig zijn
ik weet ook niet of zij altijd al meer plek in mocht nemen,
maar ik belde haar als eerste

hier, in dit doodlopende steegje
zet ik de radio uit
vraag ik een mechanische stem om advies
het moet uitgesproken worden

ik hou je verantwoordelijk voor je daden
tussen negen en half vier op doordeweekse dagen

niet jezelf in iemands handen leggen
een ander zal niet weten wat te zeggen
en de mijne, ze bloeden

google maps leidt ons naar een straat die niet bestaat
maar dat wel ooit deed: we vinden bakstenen als littekens
we vinden hechtdraden die uitsteken

.

Harde en zachte magiesystemen

Maxime Garcia Diaz

.

Na het debuut in 2021 van de Nederlands-Uruguayaanse dichter Maxime Garcia Diaz (1993) met ‘Het is warm in de hivemind‘ schreef ik al dat haar poëzie de grenzen opzoekt en dat ik daar wel van hou, van poëzie die de rafelrandjes opzoekt. En met rafelrandjes bedoel ik de grenzen die dichters in hun poëzie opzoeken en (soms) te buiten gaan. Wat overigens een verschil is met dichters die menen dat proza en poëzie twee dingen zijn die je willekeurig kan uitwisselen. Een prozagedicht okay, een gedicht van 6 pagina’s als een kort verhaal, nee, dat is voor mij een grens die voorbij de poëzie gaat (namelijk proza).

In haar nieuwe bundel ‘Het netwerk moet gebouwd worden’ gaat Maxime Garcia Diaz verder waar ze was gebleven met ‘Het is warm in de hivemind’. In de recensies die ik tot nu toe heb gelezen van deze nieuwe bundel lees ik woorden als wanordelijk, overdadig, experimenteel maar ook verrassend gevoelig en intiem. In de recensie in de Volkskrant schrijft Daan Doesborgh: “Maxime Garcia Diaz is ongeveer even oud als het moderne internet. Al toen ze succes boekte op de Nederlandse slampodia was haar poëzie doorspekt met de vocabulaire van iemand die veel tijd online heeft doorgebracht”.

Toen ik dat gelezen had en ik de bundel doorlas moest ik meteen aan Diana Ozon denken. Zij was in 1994 als dichter nauw betrokken bij De Digitale Stad en in haar poëzie kwamen allerlei termen en woorden voor die heel erg bij die digitale vernieuwing paste. Datzelfde zie ik nu terug in de bundel ‘Het netwerk moet gebouwd worden’. En waar Ozon vooral de technische kant van de digitalisering verkende onderwerp  Maxime Garcia Diaz haar poëzie aan een onderdompeling in de donkere, absurde en wrede verlokkingen van het internet. In beide gevallen zijn de digitale stad en het internet het decor van de poëzie van deze twee dichters.

Als voorbeeld heb ik het gedicht ‘Harde en zachte magiesystemen’ uit deze nieuwe bundel genomen.

.

Harde en zachte magiesystemen

.

eeuwenoude kernherinnering

vierkamerige harten

rijzende apen en vallende engelen

ik wil alleen zijn in dit lichaam

.

het helderste object in de hemel

(het is een vreselijke taal)

sommige dagen ben ik stomgeslagen

.

lang geleden schreef sylvia

liefs, je holle meisje

ze had een moeder en ging het donker in

jouw donker waar je schoppend en schreeuwend heen ginhg

ik heb niets meer aan spraak

.

mijn geest is zwak

nee mijn geest is georganiseerd

.

schep het zachte ijs

bevries opnieuw voor een paar uur

of tot het stevig is

.

sommige dagen

ben ik stomgeslagen

.

De Nacht van de Poëzie 2024

Poëzie in overvloed

.

Afgelopen zaterdagnacht en zondagochtend was de 41ste editie van de Nacht van de Poëzie in Utrecht, georganiseerd door ILFU. In tegenstelling tot vorig jaar wilde ik dit jaar tot het bittere einde blijven en dat was een juiste beslissing. Een overdaad aan dichters en entr’actes kwamen voorbij aan de (zeker de eerste uren) bomvolle zaal. Het was dan ook uitverkocht. Later, na 12 uur werd het al snel rustiger, waarschijnlijk omdat de laatste treinen rond dat uur vertrokken.

Gelukkig was het programma afwisselend en veelkleurig. Van oude rotten in het vak als Anna Enquist (1945), Kees ’t Hart (1944) en Thomas Lieske (1943) tot de jonkies Lena Plantinga (1999), Roan Kasanmonadi (1995) en Yentl van Stokkum (1991). Maar ook mijn absolute favoriete dichters van de avond Ramsey Nasr (1974) die ik het indrukwekkendst vond, Lies van Gasse (1983) waar ik van genoot, Daan Doesborgh (1988) die me het meest positief verraste tot aan de dichter uit de buitencategorie Bibi Dumon Tak (1964) waarvan ik niet wist dat ze ook dichter was maar wier kinderboeken ik geweldig vind.

Maar ook de ontmoetingen met oude bekenden, Simon Mulder, Daniël Dee en Alek Dabrowski (Awater).  Of wat te denken van de legendarische introducties van Ester Naomi Perquin (1980) en Piet Piryns (1948), grappig, ter zake, poëtisch en liefdevol naar elke dichter. Een avond en nacht om te koesteren en lang van na te genieten. En dat bij het laatste optreden van een niet-dichter Parra.Dice mijn nichtje schitterde op saxofoon (verassing) maakte de Nacht van de Poëzie helemaal af.

Natuurlijk kreeg elke bezoeker de Nachtbundel met een gedicht van elke dichter en daaruit deel ik graag het gedicht ‘Wie ben ik’ van Ted van Lieshout (1955). Daaronder nog wat foto’s die ik nam gedurende de nacht.

.

Wie ben ik?

.

Ik vroeg aan mijn moeder waarom ik besta.

Papa had al negen kinderen. Wou hij er dan nóg een?

.

Nee, zei mijn moeder, hij wou neuken. – Let wel: dat is

dezelfde moeder die mij vertelde dat ik niet geboren ben,

.

maar in de bosjes ben gevonden toen ze haar eigen kind

per ongeluk bij de bakker had laten staan en toch graag

.

met een kind thuis wilde komen. Zo zorgt mijn moeder

ervoor dat ik nergens anders thuis kan horen dan bij haar.

.

Ramsey Nasr

Kees ’t Hart

Peter Verhelst

Ingmar Heytze en Babs Gons

Anna Enquist

Lies van Gasse

Bezwering

Daan Doesborgh

Schrijver, vertaler, columnist, dichter, podcastmaker en presentator  Daan Doesborgh (1988) is redacteur van Tirade en oud-redacteur van Propria Cures. In 2010 werd hij Nederlands Kampioen Poetry Slam. In samenwerking met de Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) maakt hij de maandelijkse Poëziepodcast. Maar Daan maakt meer podcasts, alleen of met anderen.

Zijn werk werd onder andere gepubliceerd in Awater, Tirade, DW/B, Het Parool, Vrij Nederland, NRC en de bloemlezingen ‘De 21e eeuw in 185 gedichten’ van Gerrit Komrij en ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw’ van Ilja Leonard Pfeijffer. Van 2006 tot 2011 was hij stadsdichter van Venlo.

Van Doesborgh debuteerde in 2008 met de bundel ‘De Reeds Beweende Liefdes’, waarna de bundels ‘De Venus Suikerspin’ (2010), ‘Requiem’ (2011) en ‘Moet het zo’ begin dit jaar verschenen. In deze laatste bundel heeft de dood een prominente plaats. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het gedicht

.

Bezwering

.

Uiteraard dat dingen voorbijgaan, plekken
verdwijnen, ook als ze blijven bestaan.
Weet je altijd pas als ze weg zijn, wij waren

vier vrienden, twee koppels, vierden
vakanties en feestdagen, konden onmogelijk
uit elkaar worden geslagen, tot dat gebeurde

Nu de kroeg van je hart er niet meer is, denk je
dat je er altijd rond had moeten lopen met
dat besef, huilend en lachend, op een dag

denk je terug aan dit moment: je denkt niet eens
aan je lichaam of geest, je hebt geen pijn,
je bent zoals je altijd bent geweest

en doet alsof je altijd zo zal zijn. Dan heb je
spijt dat je niet het onmogelijke hebt gedaan:
bestaan in het volle licht van het bestaan.

.

De Rotterdamse school

Poëziepodcast

.

Als je er bij wil horen tegenwoordig dan doe je dat toch vooral middels een podcast. De podcast is alom vertegenwoordigd en werkelijk over elk denkbaar onderwerp zijn podcasts te beluisteren. Gek genoeg zijn er over poëzie eigenlijk heel weinig podcasts.

Zo heb je de podcast Poëzie vandaag. Dichter Ellen Deckwitz leest iedere ochtend van elke werkdag een Nederlands of vertaald gedicht aan je voor in deze podcast. Daarbij legt ze uit wat de dichter volgens haar heeft bedoeld, geeft ze achtergrondinformatie en vertelt ze waarom de teksten haar zo raken.

Er is de Poëziepodcast van Daan Doesborgh die hij maakt met de SLAA (Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam). Daan spreekt in deze podcast met dichters over hun werk.

Dan heb je de onvolprezen podcast van Feest der poëzie over vormvaste dichtkunst, klassieke voordrachtskunst en andere klassieke onderwerpen uit de literatuurgeschiedenis.

En zo zijn er nog een aantal wat minder bekende te lezen op deze website.

De leukste podcast over poëzie vind ik persoonlijk De Rotterdamse school gemaakt en gepresenteerd door dichters Daniel Dee en Mark Boninsegna. Poëzie op zijn Rotterdamst, met bravoure en enige baldadigheid bespreken de beide heren de actualiteit, dichters en dichtbundels. Sinds enige tijd nodigen zij ook dichters uit in hun podcast als gast. Inmiddels zijn er 45 afleveringen van deze podcast verschenen en als je je niet door de Rotterdamse inborst van deze twee laat afleiden dan is er veel te genieten. Want er wordt ook serieus over poëzie, dichters en dichtbundels gesproken.

In de laatste aflevering kwam MUGzine aan bod. Lovende woorden van de heren over dit kleinste en meest eigenzinnige poëzietijdschrift en een mooie bespreking van de laatste editie #16 (# 17 staat op de rol voor media april/ begin mei). In deze aflevering draagt Mark Boninsegna het voorwoord, wat vaak al een gedicht op zich is voor en dat deel ik hier graag met jullie. Elke twee weken een nieuwe aflevering die ik graag aanbeveel.

.

Vannacht voel ik de golven van de zee, de

zee die zichzelf herhaalt en luid huilend

overstroomt. Die ene keer per jaar als het

schuim groen oplicht en de vissen lijken te

zweven. Hoe ik, overgeleverd aan de grillen

van Poseidon, opnieuw onsterfelijk word

onder de zoute aanraking van het zand

en het water die nooit volledig in elkaar

opgaan.

.

Colod, cold water surrounds me now

And all I have is your hand

.