Site-archief
Onderstroom
Een recensie
.
op zondag 15 november presenteerde Greta Lugtmeier in Rockanje voor een geïnteresseerd publiek haar debuutbundel als dichter met de titel ‘Onderstroom’ . Ook mij had ze gevraagd om samen met Sabine Kars, Marijke van Geest, Niels Snoek, Anna Schenk en Juul Kortekaas deze presentatie aan te vullen met onze poëzie.
De daar voor € 14,- aangeschafte bundel ligt nu voor me om te recenseren. Allereerst valt op hoeveel tijd en aandacht er besteed is aan deze bundel. De voorkant met delen van foto’s van de kust (zand, strand, branding, zee) geven al een deel van de inhoud weg, net als de titel Onderstroom, al is die ook duidelijk voor meerdere interpretaties gebruikt in de thematiek van de gedichten.
de foto’s komen ook terug in de bundel die een rustige bladspiegel laat zien. Sommige pagina’s bestaan uit een foto waarop het gedicht te lezen is, andere zijn bijvoorbeeld zwart met daarop in wit het gedicht. Mooi vormgegeven en met een fijn lettertype, al is de lettergrootte wat klein naar mijn zin.
In zijn voorwoord schrijft Niels Snoek ” Lees deze gedichten met alle vijf de zintuigen” en “.. Gebruik ook het zesde zintuig” .
Vooral die laatste aanbeveling is terecht want de poëzie van Greta is wat ik ‘ getuigenispoezie’ noem waarbij het van belang is dat je je kunt inleven in de tekst en de thema’s die de dichter je voorschotelt. De gedichten zijn niet eenvoudig en luchtig van toon. De achterflap tekst verraadt al dat de bundel in verband staat met haar serieuze, soms wat weemoedige kant (van de dichter). Dat is zeker het geval.
Niet voor niets denk ik, hebben de eerste gedichten in de bundel titels als Verlangen en Weemoed, twee woorden die ik elders in de bundel nog een aantal maal voorbij zie komen. Maar er is ook plaats voor verlangen, respect en liefde. Alle gedichten, of ze nu somber, weemoedig, serieus of juist hoopvol van strekking zijn hebben iets warms, je leest er de persoonlijkheid van Greta in terug.
De gedichten variëren in lengte van korte haiku-achtige gedichtjes van een paar korte zinnen tot bladzijde vullend. Sommige zijn geïnspireerd op gedichten van andere dichters maar dat staat er netjes onder aan de pagina bij andere hebben juist weer het water, de zee als thema. Ook hier komt de onderstroom weer naar boven.
Voor wie van toegankelijke, persoonlijke en veelal serieuze poezie houdt is dit zeker een aanrader. Dat er ook een zekere speelsheid in de poëzie van Greta schuilgaat blijkt wel uit het gedicht ‘Leven’.
.
leven
.
de première van de musical Barnum
miste ik maar met een dag
de aanslag van Mohammed Atta op Lower Manhattan
slechts met een paar uur
die aanrijding laatst in de Botlek
met een paar seconden
opgelucht koester ik mijn momenten:
je mist meer dan je meemaakt, zo is het leven
.
Kap
Maarten Doorman
.
Maarten Doorman (1957) is filosoof, schrijver, essayist en dichter. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar aan de UvA en doceert hij cultuurfilosofie aan de universiteit van Maastricht. In 1985 debuteerde hij met de bundel ‘weg, wegen’ waarna nog 5 poëziebundels volgden. Uit zijn debuutbundel het gedicht ‘Kap’.
.
Kap
.
Ze braken het bos
af: boom voor boom
gingen ze tegen de grond,
de dennen.
.
Zo klein als ik was
keek ik plotseling
doodgewoon over hen heen.
.
In het nieuwe licht rezen
wijken op, wegen kwamen
en gingen overal; naar toe.
.
Die sloeg ik dan ook in.
De bomen achterna.
.
Aas
Cees Nooteboom
.
Cees Nooteboom (1933) is als schrijver vooral bekend vanwege zijn romans en zijn reisboeken. Zo heb ik hem leren kennen in de jaren ’80 door zijn prachtige roman ‘Rituelen’. Voor hemzelf echter komt de poëzie op de eerste plaats. Kort na zijn de publicatie van zijn eerste roman debuteerde hij in 1956 als dichter met de bundel ‘De doden zoeken een huis’. In die periode was er in Nederland een dominante stroming experimentele nieuwe dichters, de vijftigers, maar daar hoorde Nooteboom niet bij, noch bij een andere stroming. Hij was een eenling die zich thuis voelde in vele kamers van ‘het huis van de poëzie’, en werd veelal beïnvloed door buitenlandse dichters.
Daan Cartens schrijft over Nooteboom als dichter: “Poëzie is voor Nooteboom een vorm van ascese, van mediteren; een manier van denken. In zijn gedichten stelt hij zich vragen over het wezen van de tijd, de zielsverhuizingen van een mens tijdens zijn leven of de ontvankelijkheid voor poëzie bij hemzelf of (klassieke) collega’s.”
Uit de bundel ‘Aas’ uit 1982 het titelgedicht.
.
Aas
Poëzie kan nooit over mij gaan,
noch ik over poëzie.
Ik ben alleen, het gedicht is alleen,
en de rest is van wormen.
Ik stond aan de straten waar de woorden wonen,
boeken, brieven, berichten,
en wachtte.
Ik heb altijd gewacht.
De woorden, in lichte of duistere vormen,
veranderden mij in een duister of lichter iemand.
Gedichten passeerden mij
en herkenden zichzelf als een ding.
Ik kon het zien en me zien.
Nooit komt er een einde aan deze verslaving.
Eskaders gedichten zijn op zoek naar hun dichters.
Ze dwalen zonder commando door het grote
district van de woorden
en verwachten het aas van hun volmaakte,
gesloten, gedichte, gemaakte
en onaantastbare
vorm.
.
Van de zee
Willem Kloos
.
Willem Kloos (1859 – 1938) was dichter en een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Tachtigers. De Tachtigers vormden een vernieuwende beweging binnen de Nederlandse literatuur die van ca. 1880 tot 1894 bestond. In het werk van deze auteurs kwamen het impressionisme en naturalisme sterk naar voren. De Tachtigers zijn vooral van belang vanwege de vernieuwing die zij aanbrachten in de poëzie (dichtkunst). De beweging moet worden beschouwd als een late voortzetting van en tevens een sterke kritiek op het werk uit de Romantiek, de periode die er direct aan vooraf was gegaan.
In 1880 debuteerde Kloos in het tijdschrift ‘Nederland’met het gedicht ‘Rhodopis’. De gedichten die Kloos schreef in de jaren 80 van de 19e eeuw zijn in grote mate beïnvloed door de dichter Shelley. In 1885 richt hij samen met onder andere Frederik van Eeden en Albert Verwey het literaire tijdschrift ‘De Nieuwe Gids’ op. In dit tijdschrift publiceerde Kloos een reeks literaire kronieken, die samen een beeld geven van zijn poëtica. Hij legt hierbij de nadruk op het op persoonlijke wijze weergeven van emoties door de dichter.
Een veel geciteerde uitspraak van Kloos is dat kunst ‘de aller-individueelste expressie van de aller-individueelste emotie’ moet zijn. Vorm en inhoud zijn onscheidbaar; het gaat om l’art pour l’art (kunst om de kunst).
De dichter Kloos is nog steeds bij veel mensen bekend door de eerste regel van zijn ‘Sonnet V’ die luidt: “Ik ben een God in ’t diepst van mijn gedachten”.
Uit de bloemlezing met als titel die eerste regel uit 1980 het gedicht ‘Van de zee’ (jullie kennen mijn voorliefde voor de zee).
.
Van de zee
(aan Frederik van Eeden)
.
De Zee, de Zee klotst voort in eindeloze deining,
De Zee, waarin mijn Ziel zich-zelf weerspiegeld
ziet;
De Zee is als mijn Ziel in wezen en verschijning,
Zij is een levend Schoon en kent zich-zelve niet.
.
Zij wist van zich-zelven af in eeuwige verreining,
En wendt zich altijd òm en keert weer waar zij
vliedt,
Zij drukt zich-zelven in duizenderlei lijning
En zingt een eeuwig-blij en eeuwig-klagend lied.
.
O, Zee was Ik als Gij in àl uw onbewustheid,
Dan zou ik eerst gehéél en gróóts gelukkig zijn;
.
Dan had ik eerst geen lust naar menselijke
belustheid
Op menselijke vreugd en menselijke pijn;
.
Dan wàs mijn Ziel een Zee, en hare zelfgerustheid,
Zou, wijl Zij groter is dan Gij, nóg groter zijn.
.
Avontuur in Groningen
Meindert Talma
.
Meindert Talma is romancier en muzikant en groeit op in het Friese Surhuisterveen. Maar ook dichter. Na de romans ‘Dammen met ome Hajo uit 1999 en Kriebelvisje uit 2003 verschijnt van hem in 2011 zijn debuutbundel als dichter ‘Laat het orgel jammeren’. Uit deze bundel het gedicht ‘Avontuur in Groningen’.
.
Avontuur in Groningen
.
Ik wil eens in Groningen kijken
of ik er misschien ook een mooi
avontuur kan beleven
had hij de vorige dag tegen zijn moeder gezegd.
Die had geen bezwaar gemaakt.
Je moest er tegenwoordig
uit halen wat er uit te halen viel.
Haar zoon moest zijn avontuur
daar in de grote stad morgen
maar eens ten volle aangaan.
Dat leek haar helemaal
niet zo’n verkeerd idee.
.
Zondag live
Jet Crielaard
.
Aanstaande zondag organiseert Ongehoord! in de bibliotheek een poëziepodium waar onder andere Jet Crielaard zal voordragen. Jet Crielaard (1975) is een kunstenaar in beeld en woord. Tot 2010 trad ze veel op bij poetryslams en op literaire podia en in 2009 debuteerde ze met de gedichtenbundel ‘Vogelvluchtsprookjes’ in de ‘Haags fris’ reeks. Haar werk werd opgenomen in verzamelbundels en verscheen in tijdschriften zoals ‘De Revisor’. Haar poëzie is te kenmerken als talig, absurdistisch en concreet, en refereert vaak aan de kindertijd.
Naast haar poëzie maakt Jet vooral schilderijen, sculpturen, illustraties, en verhalen voor volwassenen en kinderen. Daarnaast werkt ze ook als docente.Van haar hand het gedicht ‘Condenstrek’
.
Condenstrek
aan je hoofd een
hele serie treinen die
je nog dient te nemen
met ambities in ze die op ramen
verticale plattegronden maken
routes stippelen naar later
tot condens wegtrekt
zoals kruimels opgegeten
worden door vogels
die als enigen vet op de plaats
van bestemming aankomen
‘t is achteraf door droog glas pas helemaal zichtbaar
dat de wereld een vogelvluchtsprookje was wat al
plannend met mijlen tegelijk aan je is voorbijgegaan
je neemt je voor
in je volgende leven
speel je ook doodgewoon
een vogeltje lik
je desnoods met een
niets ontziende rotgang
alle ramen tot en met die
van de locomotief schoon
.
In de Tweede binnenhaven van Scheveningen, bij mij bijna om de hoek, is in het kader van de Haagse Poëzieroute, een poëzietegel van een van haar gedichten geplaatst.
.
Tweedst
J. Bernlef (1937 – 2012)
.
J. Bernlef is het pseudoniem voor Hendrik Jan Marsman. Bernlef was schrijver, dichter en vertaler. Ik kende hem vooral als schrijver maar van de meer dan ruim 80 boeken en bundels die van hem bij leven zijn uitgegeven zijn er 25 met poëzie. Bernlef debuteerde in 1959 met de gedichtenbundel ‘Kokkels’. Vanaf 2002 publiceerde hij onder het pseudoniem Bernlef (zonder de initiaal J.), soms als Henk Bernlef (hij heeft eerder vertalingen gemaakt als Jan Bernlef).
Bernlef ontving tijdens zijn leven vele literaire prijzen als de Reina Prinsen Geerligsprijs voor ‘Kokkels’ (1959), de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre (1984) en de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre (1994).
In 1988 verscheen bij Querido de verzamelbundel ‘Gedichten 1970 – 1980’.
Uit deze bundel het gedicht ‘De kunst om tweedst te zijn’ (Voor het eerst gepubliceerd in de bundel ‘Stilleven’ uit 1979).
.
De kunst om tweedst te zijn
.
Net achter de leider de zijweg ingeglipt
(die hij niet had gezien)
en zo de bessestruik ontdekt
.
Goed, ze smaken bitter maar
aan alles wen je op den duur
.
Kleine, harde bessen, zuur
maar zoet smakend naast het
al half vergane lijk van de leider.
.
Runa Svetlikova
Winnaar Herman de Coninckprijs
.
Runa Svetlikova (1982) is dichter, grafisch ontwerper en schrijver en haar debuutbundel ‘Deze zachte witte kamer’ won dit jaar op 27 januari, de Herman de Conincklamp voor het beste debuut van 2014. In het juryrapport staat te lezen:
“Het aantal debuten dit jaar was mager, maar de jury zag daar dit jaar geen reden in om de debuutprijs niet uit te reiken. Een van de debuten steeg namelijk duidelijk boven de anderen uit. Een sterke authentieke bundel met een volstrekt eigen idioom. Pittige vragen als de vermaarde “Wie zijn we? en Waar komen we vandaan?” worden met lef, originaliteit en een scherpe onafhankelijke geest benaderd. Dit is een bundel die een volwassenheid toont die menig dichter die het debuteren al lang achter de rug heeft zou sieren. De debuutprijs 2015 gaat naar de bundel ‘Deze zachte witte kamer’ van Runa Svetlikova”.
Uit deze bundel het gedicht ‘Ge liet iets achter’.
.
Ge liet iets achter
.
Ge liet iets achter maar niemand kan het vinden
ge deed iets goed maar niemand weet wat
ge zijt nen held maar niemand weet waarom ge
heel uw leven vocht en wie zo hard terug sloeg.
Het doet er niet toe, ge haalde de finale –
maar niemand weet van wat
Het was niet hardlopen, ge liep kreupel.
Het was niet hoogspringen, ge zat voltijds aan de grond.
Ge trok geen treinstellen voort met uw vals gebit.
Ge zijt een vraagteken, maar wie schreef de zin
en wie stelt de vraag? Ik zoek een schone foto en ik vind:
uw handen: Uw stompe vingers. Uw vergeelde vingertoppen
en uw kromme nagels. Mijn kind heeft die ook.
.
























