Site-archief
Woorden zijn daden
Derek Otte
.
In 2017 en 2018 was Derek Otte stadsdichter van Rotterdam. De gedichten die hij in die periode schreef zijn gebundeld in de bijzonder fraai vormgegeven en uitgegeven bundel ‘Woorden zijn daden’ een knipoog naar het clubleiding van Feyenoord ‘Geen woorden maar daden’.
In de bundel bedankt Derek Otte alle Rotterdammers, zijn stadsgenoten, dat ze naar hem hebben geluisterd, met hem hebben geluisterd, met hem en met het hart op de tong gesproken hebben en met hem een stukje geschiedenis hebben geschreven.
Ik vind dat een prachtig uitgangspunt en streven om als stadsdichter samen met de mensen in de stad in gesprek te gaan en van daaruit iets te maken waarin men zich kan herkennen en dat de tijdgeest weergeeft. In die zin kan een stadsdichter actief aan een stukje moderne geschiedschrijving doen in poëtische vorm.
.
In de bundel staan vele mooie gedichten waaruit het nog niet makkelijk kiezen was. Ik koos voor het gedicht ‘Kerel’ voorgedragen bij de uitvaart van het anonieme jongetje uit 2017. Zo’n titel bij een dergelijk gedicht kan alleen uit Rotterdam komen.
.
Kerel
.
zonder bouwen gebroken
soms is ons bestaan waanzin
wanneer de tijd van komen
meteen de tijd van gaan is
.
meer vragen dan dagen
geen antwoord te pakken
je wiegje de aarde
’t zou niet mogen passen
.
je had moeten gaan kruipen
spelen, lachen en praten
nieuwsgierigheid gebruiken
voetstappen achterlaten
.
dat je nu slapen kunt
niet te lijden meer hoeft
is de enige rust
het is droefenis troef
.
en je kunt ons niet verstaan
terwijl je voor altijd leeft
want je bent niet echt gegaan
als je niet echt bent geweest
.
dus staan we hier, kerel
zo samen om je heen
want weet je, Rotterdammers…
laten elkaar nooit alleen
.
Dichter draagt voor
Ramsey Nasr
.
In 2013 maakte de toenmalige Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr (1974) een persoonlijke selectie van 21 poëtische hoogtepunten uit de Nederlandstalige literatuur. Zijn keuze bestond uit gedichten uit de 14e eeuw tot en met de 20ste eeuw en alle eeuwen die daar tussen liggen. Van Bilderdijk tot Beets, van Hooft tot Kloos en van Bredero tot Claus. Het bijzondere echter aan dit project was dat hij bij elk gedicht in de bundel ‘Dichter draagt voor’ een QR code heeft af laten drukken die doorlinkt naar, speciaal voor dit project gemaakte poëzieclips, onder regie van Shariff Nasr, de broer van Ramsey.
Hieronder staat een gedicht uit deze bundel van Albert Verwey (1865 – 1937) getiteld ‘Baders hartewens’. Als je de QR code scande werd je automatisch doorgeklikt naar de clip die bij dit gedicht hoorde. Helaas werkt dit niet meer. Gelukkig staan de clips op YouTube en kun je ze allemaal terug zien onder ‘Dichter draagt voor’. De clip kun je hier bekijken: https://www.youtube.com/watch?v=8i5SE9Bsjkw
.
Baders hartewens
.
Dwars door de tuinen
Van roos en ranken
Zich ’t p[ad te banen,
Dan door de lanen
Van zand en dennen
Vluchtig te rennen
Tot waar de kruinen
Van hoge duinen
In ’t blauwe banken,
En zo te naadren
Met zwellende aadren
In laatste loop
De harde golven.
En, overdolven,
Hun koele doop.
.
Reine De Pelseneer
Doorgrond
.
Speciaal voor Poëzieweek heeft de Vlaamse dichter en schrijfster Reine De Pelseneer een gedicht geschreven in het kader van de bedrijvencampagne getiteld ‘Een punt’. Het gedicht is via https://www.poezieweek.com/bedrijf/utm_source=Newsletter&utm_medium=email&utm_content=Start+Po%C3%ABzieweek%3A+doe+mee+met+%23Gedichtendag&utm_campaign=CPNB20+-+Week+5+-+BI te downloaden.
Reine De Pelseneer (1982) is germaniste. Ze werkt deeltijds als redactrice. Daarnaast schrijft ze als zelfstandig auteur recensies, verhalen voor eerste lezers, kinderboeken en poëzie. Haar gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften en werden meermaals bekroond. In 2005 verscheen bij Uitgeverij P haar debuutbundel ‘Doorgrond’. Op haar website http://www.reinedepelseneer.be/ schrijft Reine het volgende over deze bundel:
Of het nu gaat om fysieke nabijheid of gemis, de dichteres geeft allerlei menselijke ervaringen vrank en vrij weer in beklijvende verzen. ‘Doorgronden’ wil ze, ervaren ‘hoe diep het leven raakt’. In haar zoektocht botst ze op de ontoereikendheid van de taal, ontwaart ze de lichtheid van relaties en schippert ze tussen het vertrouwde en het nieuwe.
In het gedicht ‘Doler’ uit deze bundel komt dit heel treffend naar voren.
.
Doler
.
Ooit een reiziger, nu een man
aan de vaat. Het sop verdroogt
zijn handen tot ze schraler zijn.
.
Intussen breit zijn vrouw
tegen de klok. Zolang ze tikt
blijft zij nog op.
.
In bed liggen de lakens vlak. Hij draait
zich zoekend op zijn zij en luistert
naar sirenen in de nacht.
.
De maakbare toekomst
Poëzieweek 2020
.
Het thema van de Poëzieweek die vandaag begint is ‘De toekomst is nu’ en volgens sommige mensen is de toekomst maakbaar. Nu kun je dus aan je toekomst werken en in die zin is de toekomst dan ook nu of begint die nu. Voor de Ugandese dichter Harriet Anena is dit heel duidelijk het geval in haar gedicht ‘Fixable’ of ‘Maakbaar’.
Harriet Anena (1986) is een Oegandese auteur van korte verhalen, dichter en journalist. Ze is de auteur van een gedichtenbundel, ‘A Nation In Labour’, gepubliceerd in 2015. Anena werkte bij de krant Daily Monitor als verslaggever, sub-editor en adjunct-hoofd-sub-editor van 2009 tot september 2014. Volgens de website Africa.com is zij één van de 10 belangrijkste hedendaagse vrouwelijke dichters van Afrika https://africa.com/ten-female-contemporary-african-poets/ .
Op de website https://afrowomenpoetry.net/ kun je een aantal van haar gedichten lezen en beluisteren. Zoals het gedicht ‘Fixable’ hieronder.
.
Fixable
.
You are fixable,
hold my hand & let me mend your brokenness.
It will hurt less,
the falling & crushing;
you will get better
at sculpturing your bits & pieces.
I won’t leave. I’ll wait for daybreak
& we’ll figure out what to do
with all this sunshine.
.
.
Oorlog en vrede
Dubbelgedicht
.
Ik wilde een dubbelgedicht wijden aan herdenken, aan de oorlog en het verzet of aan de overledenen en terwijl ik aan het lezen was in allerlei bundels op zoek naar geschikte gedichten kwam ik twee gedichten tegen die in mijn ogen aan elkaar gekoppeld konden worden. Vanuit de oorlog naar de vrede en hoe we daarna met de overlevering aan de oorlog omgaan. Juist ook omdat in deze tijd herdacht wordt Auschwitz 75 jaar geleden bevrijd werd door het Rode leger en de discussie over hoe en of we kunnen blijven herdenken als de ooggetuigen en overlevenden van de oorlog er straks niet meer zijn.
Het eerste gedicht is van Martinus Nijhoff (1894 – 1935) en verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Vormen’ uit 1924. Wellicht is dit Nijhoff’s belangrijkste bundel. Hij schetst in deze bundel een beeld van de moderne mens in zijn verscheurdheid: zowel religieus verlangend, als zinnelijk en levensmoe. De wereld wordt ervaren als een chaos en de dichter tracht in zijn verzen deze te ordenen. Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘Soldatenkerstmis’.
Het tweede gedicht is van Ed. Hoornik (1910 – 1970) en verscheen oorspronkelijk in De Gids (1965) en is getiteld ‘Tot de doden’. Reeds voor de oorlog waarschuwde Ed. Hoornik tegen het nazisme, onder meer met het gedicht ‘Pogrom’, met de slotregel “het is maar tien uur sporen naar Berlijn”. Door zijn verzet moest hij in de oorlog onderduiken, werd gearresteerd en werd via Kamp Vught in 1944 overgebracht naar concentratiekamp Dachau. Dit verblijf in Dachau heeft zijn verdere leven getekend. In de bundel ‘Ex Tenebris’ schrteef hij hier onder andere over: “wie daarin opgenomen is geweest, zal de dood tot zijn dood met zich meedragen”.
.
Soldatenkerstmis
.
Zij dorsten niet te zingen in de tent
Zoolang het kindje op den trommel sliep.
Toen hief er één zijn glas omhoog en riep:
“Hoera voor ’t kind! Hoera voor ’t regiment!”
.
Het heele kamp drong om de tent te hoop,
En al die lachende oogen werden week
Als ’t kind om groote vingers greep, of keek
Naar ’t blinken van een afgesneden knoop.
.
Eén brengt een bloem, een ander voert een geit
Nabij, waarop een jongen schrijlings rijdt –
Hoor, het is Kerstmis! Hoor de klokken beven –
.
God gaf een kinderhart aan den soldaat
En heeft, ontroerd, toen het verweerd gelaat
Met bijl en beitel uit ruw hout gedreven.
.
Tot de doden
.
Wij kunnen U niet meer bereiken
Wij komen een zintuig te kort
Wij leggen ons neer bij feiten
Dat gij minder en minder wordt
.
De enkele keren dat ge
In dromen nog ons verschijnt
Wordt ge al ijler en ijler
Tot ge voor altijd verdwijnt
.
Straten houden uw namen
Voor heden en morgen in stand
Maar onze kinderen brengen
Ze niet meer met u in verband
.
Het land ligt nog net als het toen lag
Van polder tot polder te kijk
De mensen die er in wonen
Blijven zichzelve gelijk
.
Maar éénmaal per jaar is de stilte
Tot de hemel toe van u vervuld
En belijden wij zonder woorden
Onze dankbaarheid, onze schuld
.
Liefde in tijd van brand
Mark Boog
.
Bij uitgeverij Cossee verscheen in 2019 de bundel ‘ Liefde in tijden van brand’ van Mark Boog (1970). Mark Boog is dichter en romanschrijver. In 2001 verscheen van zijn hand ‘Alsof er iets gebeurt’ waar hij de C. Buddingh’-prijs voor ontving. In 2002 werd zijn bundel ‘Zo helder zagen we het zelden’ genomineerd voor de J.C. Bloemprijs en voor de bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’ ontving hij de VSB Poëzieprijs in 2005.
’Liefde in tijden van brand’ is een bundel met liefdesgedichten. Op de achterflap van de bundel staat: “Het is een kunst om liefdesgedichten te schrijvende daarbij clichés te mijden als de duivel wijwater”. Als een liefhebber en beoefenaar van dit genre kan ik dit helemaal beamen.
Mark Boog geeft als geen ander het genre een nieuw aangezicht. De titelloze gedichten zijn verrassend en soms moet je ze een paar keer lezen voor je de essentie leest, voor je het hoe en het waarom van het liefdesgedicht tot je kan nemen.
Een bepaald gedicht had meteen mijn aandacht door de eerste zin van het gedicht dat mij meteen deed denken aan mijn laatste e-bundel XX-XY https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/15/gratis-poezie/
.
x = ik, y= jij, het is waar
want het staat er, er staan
waarheidstekens in, die
staan er niet zomaar.
Wij berekenen ons. Rond
beklagenswaardig variabel ons
zwermt de waarheid, talrijk, één,
exact. O, assenstelsel! O,
ons naar ondenkbare limieten
onophoudelijk neigen,
ons zijn, ons willen zijn.
.
Zo kan het niet langer
Paul Bogaert
.
De Vlaamse dichter Paul Bogaert (1968) debuteerde in 1996 met de bundel ‘WELKOM HYGIENE’ waarmee hij in 1997 de Prijs voor Letterkunde Poëzie van de provincie Vlaams-Brabant won. Hierna publiceerde hij nog 5 bundels waarvan ‘Ons verlangen’ in 2013 de Herman de Coninckprijs won. Zijn laatste bundel komt uit 2018 en is getiteld ‘Zo kan het niet langer’.
Op zijn website http://www.paulbogaert.be is veel van zijn vroege poëzie te lezen en zijn een aantal poëziefilmpjes te bekijken. Bogaert is de voorman van wat weleens de ‘post-postmoderne’ generatie Vlaamse poëten genoemd wordt, die in de tweede helft van de jaren negentig opkwam.
In die poëzie wordt de mens neergezet als een lijdend voorwerp, een speelbal van de vertogen die hem sturen: dat van de marketing, dat van het bedrijfsbeheer en het timemanagement, dat van het consumentisme.
Uit zijn laatste bundel ‘Zo kan het niet langer’ het titelgedicht (deel 3) een mooi voorbeeld van zo’n post-postmoderngedicht.
.
Zo kan het niet langer
,
Sluit af met
ik meen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Ga langs de achterdeur. Die valt
vanzelf in het slot.
.
Ga dan toch lekker
een bosbad nemen of met iemand
uit de wabi-sabi-lobby lekker vrijen in de zon
of een lekker gedicht daarover schrijven
in een witte foert. met binnen handbereik
een multipack vederlichte
woehahaha’s.
.
Morgen dus.
Hoe moeilijk kan dat zijn.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
.
It’s my birthday!
Na het feest
.
Op de dag dag ik verjaar wilde ik graag een feestelijk gedicht plaatsen. In mijn zoektocht (geloof me, het is niet zo eenvoudig een feestgedicht te vinden, gedichten over zware onderwerpen zat maar feestelijke gedichten..) naar een passend gedicht kwam ik ‘Na het feest’ tegen. Een gedicht van Pierre Kemp over het gevoel na het feest, wanneer het feest nog nazingt en iedereen nog in een goede stemming is.
Dat gevoel komt dichtbij het gevoel van het feest zelf en is misschien, in sommige opzichten, nog wel fijner dan het feestgevoel zelf. Het gedicht ‘Na het feest’ komt uit ‘Een bloemlezing uit zijn kleine liederen’ uit 1953.
.
Na het feest
.
De kleinste mensen gaan tussen de grote
met het speelgoed van hun ogen.
Er slapen ook zulke vette bloemen in de sloten
en de takken waren zo blauw toen de maan
aan de andere kant van dat huis ging staan.
In héél dit zacht delirium
van nacht en fruit en bloem
klinkt dof een weggedragen trom.
.
De waterput
Ferreira Gullar
.
De, in 1930 geboren en in 2016 overleden, José Ribamar Ferreira behoort tot de meest gerenommeerde hedendaagse dichters in Brazilië. Hij werkte als dichter en essayist mee aan verscheidene kranten en tijdschriften onder het pseudoniem Ferreira Gullar. Vanaf 1971 leefde hij in ballingschap in Peru en Argentinië tot hij in 1978 terugkeerde naar Brazilië.
Gullar debuteerde in 1950 met de bundel ‘A Luta Corporal’ waarna nog vele bundels volgden. In de bundel ‘Poëzie is een gebaar’, Vijfentwintig-en-een gedichten uit Latijns Amerika, zijn een aantal gedichten van zijn hand in vertaling en in het Portugees opgenomen.
August Willemsen (1936) vertaalde voor deze bundel een aantal gedichten waaronder het gedicht ‘O poço dos medeiros’ of in vertaling ‘De waterput’.
.
De waterput
.
Ik wil geen poëzie, de perfectie
van het gedicht: ik wil
de ochtend terug die vuilnis werd
.
Ik wil de stem
de jouwe en de mijne
open in de lucht als fruit in huis
buitenshuis
de stem
die doodgewone dingen zegt
die kankert en lacht
in de duizelende dag:
geen poëzie
poeëm of gaaf betoog
waarin de dood niet schreeuwt
,
De leugen
voedt mij niet:
mij voeden
de wateren
hoe smerig ook
hoe stilstaand hoe verstikkend
van de oude put
die nu gedempt is
waar wij vroeger lachten.
.
Poëzie hardop
Hans & Monique Hagen
.
Vorig jaar bracht het schrijvende en dichtende echtpaar Hans (1955) en Monique Hagen (1956) de leuke bundel ‘Poëzie hardop uit bij uitgeverij Querido. In deze bundel staan 35 columns met 95 gedichten van 65 dichters. Het leuke aan deze bundel is dat volwassenen en kinderen samen poëzie kunnen ontdekken.
Hun poëziecolumns verschenen eerder in het Parool en wat mij altijd weer opvalt is met hoeveel enthousiasme en humor Hans en Monique hun boeken en bundels schrijven. Je voelt bij het lezen dat ook zij er veel plezier in hebben en compassie voelen bij, in dit geval, in het bij elkaar zoeken van gedichten, dichters en het verhaal dat erbij wordt verteld.
Een mooi voorbeeld vind ik het verhaal, of de column, over een gedicht van Leo Vroman getiteld ‘Al het nodige’. Leo Vroman was een vluchteling in de Tweede Wereldoorlog, hij kwam terecht in een Jappenkamp maar overleefde de oorlog. Hij werd uiteindelijk 98 jaar oud en in het gedicht ‘Al het nodige’ verteld hij zijn vrouw Tineke dat ze niet bang hoeft te zijn als hij er niet meer is.
.
Al het nodige
,
Zie je langs een lege straat
een beweging in het gras
waar geen uitleg voor bestaat
neem dan aan dat ik het was:
.
hoor je midden in de nacht
iets wapperen dat niet wapperen kan,
schrik eerst en vertel mij dan
wat ik zo tot wapperen bracht:
.
mijn hese woorden in de wind,
mijn handen op je lieve hoofd
dat in wonderen gelooft,
geloof maar wat je nodig vindt.
.














