Site-archief

Dorothy Parker

Girl, Interrupted

.

De film ‘Girl, Interrupted’ uit 1999 is gebaseerd op het verblijf van 18 maanden van schrijfster Susanna Kaysen in een psychiatrische instelling. In deze film van James Mangold speelt Winona Ryder de hoofdrol en is er een bijrol van een nog jonge Angelina Jolie ( waar ze de Oscar, een Golden globe, een Acca award en een Blockbuster Entertainment Award voor beste bijrol voor ontving).

Angelina Jolie speelt het personage van Lisa en in de film spreekt ze een versje uit tijdens het kaarten dat je als instant poëzie zou kunnen zien ( ik dan toch).  Het blijkt een gedicht te zijn van dichter Dorothy Parker (1893 – 1967) getiteld ‘Resumé’. Lisa zegt het volgende ( een gedicht over het plegen van zelfmoord):

.

Resumé

.

Razors pain you;
Rivers are damp;
Acids stain you;
And drugs cause cramp.
Guns aren’t lawful;
Nooses give;
Gas smells awful;
You might as well live.
.

 

wij water

A. Gerits

.

In de serie Haagse Cahiers, een letterkundige reeks onder redactie van Johan van Nieuwenhuizen, verscheen in 1966 deel 9 van dichter A. Gerits. Anton H.J. Gerits (1930) was antiquaar en schrijver maar hij gaf ook veertien dichtbundels uit. In 1993 werd hem de Literaire Prijs van de Provincie Gelderland toegekend voor de cyclus ‘Tot dolen en dromen ontwaakt’, een eerbetoon aan Ida Gerhardt. Hij was lid van het Amsterdamse Dichterscollectief 2006, dat voortkwam uit Literaire Uitgeverij De Beuk.

In ‘wij water’ dat aan zijn vrouw is opgedragen en dat in een oplage van 100 stuks op een handpers is gedrukt, staan 18 gedichten. In de bundel op pagina 19 zitten twee identieke kleine briefjes, een erratum, waarom te lezen staat dat de 8e regel van het (titel) gedicht ‘wij water’ moet zijn ‘er blijft ons niets te wachten’ in plaats van ‘er blijft ons niet te wachten’. Zelfs in een, met veel aandacht en oog voor kwaliteit gedrukte bundel kan een foutje sluipen.

De meeste gedichten in dit Cahier zijn in de ‘wij’ of de ‘ons’ vorm geschreven. Ik koos, speciaal omdat het vandaag zondag is, voor het gedicht ‘Zondag’.

.

Zondag

.

De straten zijn van boven dicht.

In smalle gangen gaan wij rond

als muizen, klein, en bang voor licht.

Wij speuren nauwelijks de grond.

.

Wij lopen in de lege val

onszelf in kerken opgezet

en nemen wat ons redden zal

met valse schaamte mee naar bed.

.

Wij slapen naar de nieuwe dag,

de straten baden in het licht,

maar wie van ons dit wonder zag,

deed ’s morgens vroeg de ogen dicht.

.

Open Podium

Van het Oosterdok

.

In 2013 verscheen bij de OBA, de openbare bibliotheek van Amsterdam, de bundel ‘Van het Oosterdok’ gedichten men berichten van het Open Podium. In het voorwoord schreef mijn toenmalige collega Hans van Velzen, directeur bij de OBA dat het tienjarig jubileum een prachtig resultaat is van de maandelijkse bijeenkomsten in de OBA waar in de loop van die tien jaar meer dan 250 verschillende dichters hebben voorgedragen.

Hans schrijft verder dat voor veel dichters dit debuut een springplank was om hun gedichten elders te publiceren, soms in eigen beheer en soms ook bij gerenommeerde uitgeverijen. De bundel is samengesteld door de vaste presentator van het Open Podium Jos van Hest, geassisteerd door Riet Lamers en Monique Groenveld, beide werkzaam bij de OBA en actief in het organiseren van het Open Podium.

Jos van Hest schrijft in zijn voorwoord dat in deze bundel zo’n 60 dichters zijn opgenomen die in 2013 hebben voorgedragen waarvan ik er een groot deel ken. Dichters als Sabine Kars, Frans Terken, Anneke Wasscher, Gerrit Vennema en Ericka De Stercke hebben ook op het Ongehoord! podium gestaan dat ik al jarenlang met anderen organiseer.

Ik koos voor vandaag een gedicht van een dichter die ik niet ken, Annemarie Kuster, kunstenaar in woord en beeld. Het gedicht van haar dat is opgenomen in dit bundeltje is getiteld ‘eendje’.

.

eendje

.

ik fietste in m’n eentje langs

zag een eendje zag nog een eendje

en nog eentje

een voor een donzig zacht

.

eendje links eendje rechts

eendje grijs klein eigenwijs

eendje zus eentje zo

.

twee aan twee

een in z’n eentje

waggel eendje

.

dood

.

eendje langs de kant in de berm

niet een hele zwerm

maar eentje

.

Om tijd te winnen

Jan Dullemond

.

De Rotterdamse dichter Jan Dullemond (1952) kende ik wel van naam maar nog niet van werk tot ik zijn bundel ‘Om tijd te winnen’ uit 2017 kocht. ‘Om tijd te winnen’ Gedichten 1995 – 2015 is een stevige bundel van maar liefst 180 pagina’s. In de bundel zit een los vel waarin meer te lezen is over dit 43ste nummer in de Bordeauxreeks. Deze reeks van uitgeverij Liverse kent inmiddels meer dan 50 delen en dichters als Job Degenaar, Dirk Kroon, Kees Klok en Manuel Kneepkens zijn met bundels in deze reeks verschenen.

Op zijn website http://www.jandullemond.nl staat te lezen bij de informatie over de bundel ‘Om tijd te winnen’: Wat is poëzie meer dan rondkijken wat er te zien is in een gedicht, wat er gebeurt, op het eerste gezicht, en bij een tweede blik, en een derde, als het labyrint groeit? Dat vraagt tijd. ‘Om tijd te winnen’ is een uitnodiging om rond te dwalen.

En dat is het. Zowel qua inhoud als in vorm is er veel afwisselends te lezen en te beleven. Veel gedichten over Griekse oorden (Jan Dullemond woonde 8 maanden op Kreta) maar ook bijvoorbeeld 4 gedichten met de titel Het ei van Brancusi en zelfs een (ander) hoofdstuk met als titel Het ei van Brancusi.

In dat hoofdstuk bleef ik hangen bij het gedicht ‘Paleopoëzie’. Vooral omdat ik wat familie heb die een Paleodieet volgen en dan is dat een haakje dat je niet overslaat.

.

Paleopoëzie

.

niet om te beginnen een kras

.

een eerste kras na nog een kras

op de rode steen

in de hand

.

en nog een kras

.

en nog een

net zo of niet

.

buiten de grot niets

dan zee en licht

.

in de grot

slaap en donkerlicht

.

niet om verder te gaan een kras

met de punt in zacht steen

in de hand

.

rode steen met krassen

een kras niet als die

een kras niet als deze

tussen de eerste krassen

.

in het oog van de grot

niets dan zee en blauw

.

krassen net als deze

krassen net als die

.

in het oog van de grot

.

rode steen en zee en blauw

.

Poëziekaarten

 Lieve juf

.

In het kader van de Poëzieweek 2020 kun je bij boekhandels en bibliotheken gratis ansichtkaarten krijgen met gedichten van Linda Vogelesang, Carmien Michels, Jaap Robben, Max Greyson en Maud Vanhauwaert. Ook vorig jaar werden gratis kaarten met poëzie weggegeven. Het is dan ook een heel aardige manier om je poëzie onder de aandacht te brengen.

Ik heb een fijne verzameling van poëzie-ansichtkaarten. Natuurlijk van Plint en van de Poëzieweek maar ook van de voormalige stadsdichter van Rotterdam Jana Beranová, van Joz Knoop en Joost van Gijzen (van uitgeverij De Muze), van Méland Langeveld en Gea Zwart, van Rinske Kegel en ga zo maar door. Vaak zijn de kaarten een samenwerking van kunstenaar en dichter (Langeveld en Zwart bijvoorbeeld) maar het komt ook voor dat de illustratie gemaakt wordt door de dichter (Kegel).

Een poëziekaart laten maken hoeft niet veel te kosten dus als je als dichter nog niet aan een bundel toe bent of druppelsgewijs je gedichten aan je publiek wil laten lezen dan zijn poëziekaarten een goed idee, tenslotte worden ze tweemaal genoten, door de afzender en door de ontvanger.

Van de Poëzieweekkaarten koos ik op deze laatste dag van de Poëzieweek 2020 het gedicht ‘Lieve juf’ van Linda Vogelesang (Plint, 2015) vooral ook omdat de leerkrachten de laatste tijd zo in het nieuws zijn. En omdat het hier een gedicht betreft dat voor kinderen is geschreven, een deel van de poëzie die toch vaak wat ondergewaardeerd wordt.

.

Lieve juf,

.

Ik schrijf u even

om te zeggen

dat ik niet meer kom.

Waarom?

Ik weet wat ik wil worden:

HELD!

Wat ik nu moet leren:

vliegen zonder vliegmachine,

vechten met enge dieren,

en op een wiebeltouw balanceren.

U geeft geen les daarin.

Daarom heeft naar school gaan

voor mij niet zo veel zin.

Als juf deed u best uw best,

dus: een kus en dank u wel!

Mocht u iets overkomen

dan roept u maar.

Dan kom ik snel.

.

 

Poëzie uit Rhodesië

Bonus Zimunya

.

In 1975 heette Zimbabwe nog Rhodesië (pas in 1980 werd Zimbabwe een onafhankelijke natie). En zoals in alle landen in de wereld werd ook in Rhodesië aan poëzie gedaan. In Engeland kocht ik afgelopen jaar een klein bundeltje getiteld ‘Rhodesian Poetry’ no.12 1974-1975. The Twenty-fifth Anniversary Issue (1950-1975). Uitgegeven door The Poetry Society of Rhodesia and Published on a non-profitmaking basis.

In het voorwoord schrijft Stephen Gray  van de Rand Afrikaans University in Johannesburg onder andere dat poëzie die de woorden en het gedachtengoed van Keats gebruikt hem niet kan bekoren als het gaat om poëzie in Rhodesië. Hij is meer gecharmeerd door de poëzie met een sociale context en die past bij de ‘nieuwe natie’ die Rhodesië op dat moment is.

In de bundel een aantal typisch Engelse namen van al wat oudere dichters zoals D.E Borrel (1928). G.R. Brown (1928), Judy Edgar (1936) en Olive Robertson (1909) maar ook van een aantal jongere “Afrikaanse’ dichters als Viki Tapiwa, Enetia Vasilatos (1951) en Bonus Zimunya.

Bonus Zimuya (1949) wordt genoemd als Rhodesië African die gepubliceerd heeft in Chirimo in 1969. Inmiddels is Musaemura Bonas Zimunya een van Zimbabwes meest vooraanstaande schrijvers. In 1980 werd hij professor Engelse taal aan de University of Zimbabwe. Hij was secretary general van de Zimbabwean Writers Union en in 1992 ontving hij een Fulbright Scholarship aan de Pratt Institute in New York. In 1999 verliet hij Zimbabwe en momenteel is hij Director of Black Studies aan de Virginia Tech.

In de bundel staat het gedicht ‘Old Granny’ van hem en hieronder kun je het origineel en mijn vertaling lezen.

.

Old Granny

.

A little freezing Spider:

Logs and arms gathered in her chest

Rocking with flu,

I saw old Granny

At Harare market;

It was past nine of the night.

When I saw the dusty crumpled Spider –

A torn little blanket

Was her web.

.

Oud omaatje

.

Een kleine bevroren spin:

Stammen en armen verzameld op haar borst

Schommelend van de griep,

Ik zag een oud omaatje

Op de markt van Harare;

Het was na negen uur ’s avonds.

Toen ik deze stoffige verfrommelde Spin zag –

Een gescheurde kleine deken

Was haar web.

.

 

De grom uit de hond halen

Iduna Paalman

.

Iduna Paalman (1991) is een jonge dichter die naast poëzie ook proza en toneelteksten schrijft. In het najaar van 2019 debuteerde ze met de dichtbundel ‘De grom uit de hond halen‘. In de Volkskrant werd ze vervolgens uitgeroepen tot literair talent van het jaar. Haar werk werd onder meer gepubliceerd in De Gids, De Revisor, Het Liegend Konijn, Kluger Hans, NRC Handelsblad en op VPRO.nl. Iduna Paalman was actief bij De Nacht van de Poëzie, Lowlands, Geen Daden Maar Woorden en Dichters in de Prinsentuin.

Ze studeerde Duitse Taal en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam en aan de Humboldt Universität in Berlijn, en voltooide de geschiedenismaster Duitslandstudies. Naast het schrijven werkt ze als presentator en docent.

In haar debuutbundel staat het gedicht ‘De waarheid’.

.

De waarheid

.

De waarheid is: ik ben je zwembroek vergeten

en een pak sap, mijn zakmes ook, ik heb

alleen een handdoek voor mezelf, de waarheid

is: ik sta bij een heel andere plas, bij een heel andere

man, eentje met een hond, eentje die het water zelf heeft uitgegraven

zo met zijn handen door al die lagen, de waarheid is: ik laat me dragen

.

er is een picknickkleed met grasmotief en een schoonmoeder plukt ergens een boeket

schenkt de wijn bij, zegt verder weinig, een gil van een kind dat

voor het eerst te water raakt, mijn leven heb ik daar gelaten

waar het mij onmisbaar heeft gemaakt

.

daar zit je, niets te drinken, zo nat, zo naakt

het brood een onafgeschoten kogel op de grond

geen hond die op ideeën komt.

.

Woorden zijn daden

Derek Otte

.

In 2017 en 2018 was Derek Otte stadsdichter van Rotterdam. De gedichten die hij in die periode schreef zijn gebundeld in de bijzonder fraai vormgegeven en uitgegeven bundel ‘Woorden zijn daden’ een knipoog naar het clubleiding van Feyenoord ‘Geen woorden maar daden’.

In de bundel bedankt Derek Otte alle Rotterdammers, zijn stadsgenoten, dat ze naar hem hebben geluisterd, met hem hebben geluisterd, met hem en met het hart op de tong gesproken hebben en met hem een stukje geschiedenis hebben geschreven.
Ik vind dat een prachtig uitgangspunt en streven om als stadsdichter samen met de mensen in de stad in gesprek te gaan en van daaruit iets te maken waarin men zich kan herkennen en dat de tijdgeest weergeeft. In die zin kan een stadsdichter actief aan een stukje moderne geschiedschrijving doen in poëtische vorm.

.

In de bundel staan vele mooie gedichten waaruit het nog niet makkelijk kiezen was. Ik koos voor het gedicht ‘Kerel’ voorgedragen bij de uitvaart van het anonieme jongetje uit 2017. Zo’n titel bij een dergelijk gedicht kan alleen uit Rotterdam komen.

.

Kerel

.

zonder bouwen gebroken

soms is ons bestaan waanzin

wanneer de tijd van komen

meteen de tijd van gaan is

.

meer vragen dan dagen

geen antwoord te pakken

je wiegje de aarde

’t zou niet mogen passen

.

je had moeten gaan kruipen

spelen, lachen en praten

nieuwsgierigheid gebruiken

voetstappen achterlaten

.

dat je nu slapen kunt

niet te lijden meer hoeft

is de enige rust

het is droefenis troef

.

en je kunt ons niet verstaan

terwijl je voor altijd leeft

want je bent niet echt gegaan

als je niet echt bent geweest

.

dus staan we hier, kerel

zo samen om je heen

want weet je, Rotterdammers…

laten elkaar nooit alleen

.

Dichter draagt voor

Ramsey Nasr

.

In 2013 maakte de toenmalige Dichter des Vaderlands Ramsey Nasr (1974) een persoonlijke selectie van 21 poëtische hoogtepunten uit de Nederlandstalige literatuur. Zijn keuze bestond uit gedichten uit de 14e eeuw tot en met de 20ste eeuw en alle eeuwen die daar tussen liggen. Van Bilderdijk tot Beets, van Hooft tot Kloos en van Bredero tot Claus. Het bijzondere echter aan dit project was dat hij bij elk gedicht in de bundel ‘Dichter draagt voor’ een QR code heeft af laten drukken die doorlinkt naar, speciaal voor dit project gemaakte poëzieclips, onder regie van Shariff Nasr, de broer van Ramsey.

Hieronder staat een gedicht uit deze bundel van Albert Verwey (1865 – 1937) getiteld ‘Baders hartewens’. Als je de QR code scande werd je automatisch doorgeklikt naar de clip die bij dit gedicht hoorde. Helaas werkt dit niet meer. Gelukkig staan de clips op YouTube en kun je ze allemaal terug zien onder ‘Dichter draagt voor’. De clip kun je hier bekijken: https://www.youtube.com/watch?v=8i5SE9Bsjkw

.

Baders hartewens

.

Dwars door de tuinen

Van roos en ranken

Zich ’t p[ad te banen,

Dan door de lanen

Van zand en dennen

Vluchtig te rennen

Tot waar de kruinen

Van hoge duinen

In ’t blauwe banken,

En zo te naadren

Met zwellende aadren

In laatste loop

De harde golven.

En, overdolven,

Hun koele doop.

.

 

Dichter? Doe mee!

Stichting Ongehoord!

.

Na twee jaar stilte is er dan eindelijk weer een nieuwe editie van de Ongehoord! Poëziewedstrijd. Er is een kleine verandering ten opzichte van de vorige edities namelijk de manier van inzenden. Ongehoord! gaat mee in de vaart der volkeren als het gaat om het makkelijker mee doen met de wedstrijd.

Voorwaarden

Het thema dit jaar is een kort gedicht van Jules Deelder: ‘De omgeving van de mens is de medemens’. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen  en wendingen. Lees hieronder onze voorwaarden.

  • Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’.
  • Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
  • Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
  • Het gedicht moet worden aangeleverd via de link onderaan dit bericht.
  • Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Twee namen zijn al bekend: dichters Sabine Kars (tweede prijswinnaar eerste editie)en Evy Van Eynde. Een laatste naam volgt spoedig.
  • Inzendingen kunnen vanaf nu tot en met 1 mei 2020 worden ingezonden.
  • Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
  • De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden in het najaar (waarschijnlijk september) in een nog nader te kiezen locatie.
  • Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
  • Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
  • Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht op de website of in een digitale bundel (mits opgenomen in de shortlist)

Je kunt je gedicht uploaden via de speciale deelnemers pagina (Via: https://stichtingongehoord.com/2020/01/29/ongehoord-poeziewedstrijd/ )

Dit kun je winnen

Hou deze website van Ongehoord! in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De nummers 1 tot 3 winnen (naast een eervolle vermelding bij de publicatie van gedicht op de website / in digitale bundel) de volgende prijzen:

  1. een beeldje van Lillian Mensing en een optreden op een Ongehoord! podium
  2. een optreden op een Ongehoord! podium
  3. een optreden op een Ongehoord! podium

De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.