Maandelijks archief: april 2020

Drogist

En dichter

.

Schreef ik deze week al over het gedicht van Fritzi Harmsen van Beek met de titel ‘Allerzielen 2 november 1974’, vandaag alweer een aan Allerzielen gerelateerd gedicht. De afgelopen twee jaar mocht ik meedoen aan ‘Dichter bij de dood’, een initiatief van Marjon en Liesbeth en de begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag, op 2 november (Allerzielen). Op die dag is de begraafplaats niet alleen ’s avonds open voor publiek maar er werd door de organisatie een activiteit met dichters en muzikanten georganiseerd rond de vele bekende Nederlandse dichters, schrijvers, musici en kunstenaars die daar begraven liggen. Bekende namen als Louis Couperus, Pieter Cornelis Boutens, Menno ter Braak, Ferdinand Bordewijk, Aad Nuis en Jan Prins. Maar ook iets minder bekende name.  Zo heb ik twee jaar geleden de dichter Dop Bles in het zonnetje gezet en vorig jaar de dichter George Boswell. En mocht je nu gaan denken dat dat helemaal geen bekende Nederlanders zijn, in hun tijd waren ze dat wel degelijk. Zie hiervoor https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/26/tranen/ en https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/16/voordracht-tijdens-allerzielen/ .

Dit jaar koos ik voor de negentiende-eeuwse drogist en dichter (wat een fijne combinatie) Samuel Johannes van den Bergh (1814 – 1868) . Sam Jan van den Bergh was iemand die leefde voor zijn vak, niet alleen dat van drogist maar zeker ook dat van dichter. Hij schreef in de traditie van Tollens en richtte samen met enkele andere ondernemers in Den Haag het genootschap ‘Oefening kweekt kennis’ op. Naast eigen dichtwerk was van den Bergh ook actief als vertaler uit het Duits, Frans en Engels.

In 1851 verscheen van S.J. van den Bergh samen met J.J.L. ten Kate en illustrator Jacob van Lennep de bundel met jeugdpoëzie ‘Het nachtegaaltje’ en daaruit komt het gedicht ‘De zwaluw’.

.

De zwaluw

.
Zwaluw met uw bonte veêren,
O wat leven heb je niet!
Zeker ken je geen verdriet;
Als je langs de vaart gaat scheren,
Door je wiekjes voortgetild,
Doe je wat je ’t liefste wilt:
Niemand die u ’t minst doet vreezen,
Niemand die u dwingen mag;
O het moet regt prettig wezen
Vrij te zijn zoo dag aan dag!
.
.
Laat mijn vlugt u niet bedriegen,
Meestal, knaap, misleidt de schijn;
Wat ge u inbeeldt is niet mijn;
Fladdrend vang ik mugjes, vliegen,
En insekten telken reis;
Voor mijn jongen is het spijs.
Als ge mij zoo rond ziet zweven,
Werk ik aan mijn dagtaak blij:
Arbeid is de wet van ’t leven;
God schiep daarvan niemand vrij.
.
.
                                                                                                                          Gravure uit het Gemeentearchief Den Haag

Overdenking

(bijna) vergeten dichters

.
Fritzi Harmsen van Beek (1927 – 2009) was schrijfster, dichter en tekenaar. Haar oeuvre is klein, maar toch rekenen sommigen haar tot de beste Nederlandstalige dichters van de 20e eeuw. Ze publiceerde onder zowel haar officiële achternaam Ten Harmsen van der Beek als de verkorte naam F. Harmsen van Beek. Van 1957 tot 1960 was ze getrouwd met Remco Campert en ze maakte deel uit van de zogenaamde Leidsepleinscene ( een bonte verzameling van Amsterdamse dichters, schrijvers, journalisten, acteurs en schilders) waar ook onder andere Simon Vinkenoog en Cees Nooteboom deel van uitmaakte.
Harmsen van Beek debuteerde in 1958 met een gedicht in ‘Tirade’ en in 1965 met haar eerste bundel ‘Geachte muizenpoot en andere gedichten’. Voor haar debuutbundel had Hugo Claus haar al eens de beste hedendaagse dichter genoemd. Fritzl Harmsen van Beek liet een klein oeuvre na maar kreeg voor haar werk In 1975 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en in 1994 de A. Roland Holst-Penning.
In 1975 verscheen in ‘Maatstaf’ jaargang 23 een aantal gedichten van haar hand waaronder het gedicht ‘Allerzielen 2 november 1974, Overdenking’.
.

Allerzielen 2 november 1974
Overdenking

.

Lieve Mamma. Hoe gaat het met je en Pappa,

en Oma en het wéér daarzo? Warm en vrolijk voor

.
jou en voor hem zeekleurig en geurend naar haven-
water, klotsend langs die schepen waar je nooit

.

niet op wou, eigenlijk, en voor Oma: prettig vinnige
kou, zodat ze je in huis kan houden, bedolven onder
.
zelfgebreid en onverslijtbaar ondergoed? (Die ribbels
aan je derrière, als je daarmee aan naar school en
.
uren op ze en de banken zitten moet, een ware kwelling
niet?) Is ginder ook nog van die andere muziek, van
..
die, die voor jullie vertrek nog niet bestond? En zijn
er zeker bibliotheken, die van Leuven hebben ze toch
.
wel bijgezet, naar ik hoop, sinds de brand in 1915,
was het niet -, die waar de oude schriftgeleerde, hoofd-
.
dignitaris, niet uit indignatie, maar van louter leed,
in tranen uitbrak, niet meer spreken kon, toen hij er
.
van getuigen moest, die hele boel, die is er toch nog
wel, niet? Zo leuk voor Pappa en oom Pim. En mij, later.
.
Hier is het heel prettig: het wordt weer lente, want
de vorige is definitief voorbij en wat de zomer aangaat
.
was het een heel zacht wintertje, dit keer. Op heden
heerst een koele natte herfst, onophoudelijk, die ruikt
.
naar inkt en rotte notenbladeren, beschimmelde kerken
en moeizaam ontvlammende vochtige houtvuren, ik neem
.
er toch zo graag notitie van, buitenshuis dan, binnen
lekt het. En hoe bevalt jullie het vliegen? Geen last
.
van remous of donderbuien, piraten en onvreetbare
cocktails met naast je een snurkende vreemdelinge? Met
.
paarse nagels aan en groene schoenen? Wegen die vleugels
je niet zwaar? Nee? Geen last van overbevolking of ver-
.
vuiling, is het waar dat dieren er niet in mogen? Wèl,
hè! O, dan ga ik en vast wij allen een schone toekomst
.
tegemoet. Met nog de liefste groeten van F, die jij
vroeger ooit lammetje noemde, bij vergissing, denkelijk.
.
Toen je naar het rijk van wat ik vroeger noemde,
ook vergisselijk, ‘der zachte vliegmachines’, vertrok
.
was je twee jaar ouder dan ik nu, die me toen, tot
mijn verbazing enigszins, in een klas bevond met een
.
pater, die, wat nog meer verwondering wekt, me een
Persoonlijke brief schreef met als aanhef: Agnus Dei,
.
Ora pro nobis. Was het geloof ik. Merkwaardigerwijs
voelde ik me daarmee persoonlijk vereerd en verplicht.
.
Ik kon het net begrijpen zonder mijn woordenboek. Het
is te hopen dat het echte Lam het er niet bij zitten laat
.
en dat het watuithaalt.
.

Edwin Fagel

Het extatische landschap in

.

In 2018 verscheen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam de bundel ‘Het extatische landschap in’ van Edwin Fagel (1973). Fagel is dichter en journalist.  Hij studeerde Nederlands en was hoofdredacteur van ‘Awater’, redacteur van ‘de Recensent’ en medewerker aan onder andere ‘Bunker Hill’, ‘Lava’, ‘Meander’, ‘Tirade’ en ‘Tzum’. Fagel debuteerde in 2007 met de bundel ‘In uw afwezigheid’ en ‘Het extatische landschap in’is zijn 4e bundel. In deze bundel staat de vrouwelijke godheid centraal, in lyrische, mystieke gedichten. Hans Franse schreef daarover in zijn Meander recensie: “Het is een indrukwekkende bundel die mij doet denken aan de oerfunctie van de poëzie, de bezwering, waardoor de mysticus dichterbij de Godheid, in welke vorm dan ook, komt en de eenwording bereikt. De gedichten lijken mantra’s, de herhaling brengt de lezer er toe dieper te graven. Wat Gerrit Achterberg dichtte: ’nochtans moet het woord bestaan dat met u samenvalt’ , lijkt hier gerealiseerd. Een bundel die de herhaling hanteert om, als in minimal music, het hoofd leeg te maken om plaats te maken voor de vrouwelijke God.”

Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘koningin’.

.

koningin

.

vastgebonden lig je & geblinddoekt

& alle mannen zingen

.

sanctus sanctus

.

ze dragen allemaal dezelfde naam

& ze lopen allemaal als ik

.

zingend rond je bed

& ze zingen sanctus

.

ik zet mijn mes

ik zet mijn mes in het vlees van je zij

.

(vinger in de wond)

.

dan storten alle mannen

zich zingend op je rillende lijf

scheuren ze je lichaam open

.

je lippen liggen

in een gelukzalige lach

.

sanctus zingen we

& we zijn voldaan

& we zijn gelukkig

.

Koe

Dubbel-gedicht

.

Vandaag een Dubbel-gedicht over de koe. Het is mij gebleken dat dieren een graag gekozen onderwerp zijn voor poëzie en de koe is daar geen uitzondering op. Twee gedichten dus over dit prachtige dier.

Het eerste gedicht is van dichter en essayist C.O. Jellema (1936 – 2003) en is getiteld ‘Ontmoeting met een blaarkop’. Het gedicht werd gepubliceerd in ‘De Groninger blaarkop’ een uitgave van uitgeverij Kleine Uil uit 2002.

Het tweede gedicht is een veel ouder gedicht van dichter Jacob Winkler Prins (1849 – 1904), dichter, prozaschrijver, kunstschilder en zoon van Anthony Winkler Prins, naamgever en samensteller van de gelijknamige encyclopedie. Het gedicht ‘Trek-os’ komt uit ‘Verzamelde gedichten’ van de Maatschappij tot verspreiding van goede en goedkoope lectuur uit 1929.

Twee gedichten over de koe, het rund (een blaarkop en een os in dit geval) van een Gronings en een Fries dichter.

.

Ontmoeting met een blaarkop

.

Je vindt me vreemd, eng haast, blijkt uit je blik,

met zo’n geboortemasker, wit, en ogen

zo zwart omrand die jou enkel gedogen,

denk je, op afstand, want ik merk jouw schrik

.

als je je hand uitsteekt en kopschuw ik

terugdeins zelf – voor wat, voor een te hoge

verwachting? die, bij voorbaat al bedrogen,

maakt dat, uit schaamte wijs, ik weeg en wik.

.

Maar vaak, ontwaakt in ochtendschitterdauw

– ze slapen nog, de anderen, gewonen –

mijmer ik hoe me niet meer te verschonen

.

voor dat ik zo ben, me lijk te verbergen,

prins van Sneeuwwitje en haar zeven dwergen –

wat niemand aan me ziet vertel ik jou.

.

Trek-0s

.

Uit koele kalme schaduw van het bos,
Treedt langzaam-aan kopschuddend-schomlend, de os;
.
Treedt op het blinkend zandpad, dat gevlekt
Met tak- en bladeren-schauw, is overdekt
.
Van brandend zonlicht, zomer-zon-gegloor
De hele dag, van vroeg tot ’s avonds, door.
.
Hij keert naar stal en ziet het open hek…
Een korte ruk aan ’t leidzeel… Uit zijn bek
.
Valt vlokkig schuim, en eensklaps staat hij pal,
De voerman roept… Daar zijn de kindren al!
.
Ze klimmen naast hem, allen rood en ros,
Op ’t kleine bankje, naast hem met geklos.
.
Dan weer een rukje aan ’t leidzeel rond de bek
En langzaam-aan gaat ’t weer vooruit, trek, trek.

.

 

Waarom ben je niet bij mij

Kira Wuck

.

In de verzamelbundel ‘Waarom ben je niet bij mij’ die Arie Boomsma samenstelde in 2013 (met behulp van de bibliotheken van Thomas Möhlman, F. Starik en Tsead Bruinja, leuk om te lezen waar Arie Boomsma gedichten heeft zitten lezen voor deze bundel) staan liefdesgedichten. Na de bundel ‘Met dat hoofd gebeurt nog eens wat’ uit 2011 dus een vervolg. De aandacht die aan deze uitgaven besteed werd, en schaar hieronder ook de twee delen ‘Gedichten die mannen/vrouwen aan het huilen maken’ en ‘Ik weet niet welke weg je neemt’, en de kwaliteit zijn uitstekend. Uitgeverij Prometheus heeft hiermee iets moois te pakken.

In deze uitgave dus liefdespoëzie. En zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, schrijf ik niet alleen graag liefdespoëzie maar heb ik ook een zwak voor liefdespoëzie. In de bundel zijn de dichters alfabetisch op achternaam gerangschikt waardoor het eenvoudig zoeken is waar het gedicht of de dichter van je keus zich in de bundel bevindt. Van de oudste dichters (Willem Kloos en Jacques Perk, beide met geboortejaar 1859, tot de jongste dichter Y.M. Dangre, geboortejaar 1988), vrijwel alle grote en bekende namen die liefdespoëzie hebben geschreven zijn vertegenwoordigd.

Zo ook de dichter Kira Wuck (1978) die ik uit deze verzamelbundel koos omdat de titel van haar gedicht me zo aansprak ‘Liefdesbrief. Een manier van communiceren (de brief en dan nog specifieker de liefdesbrief) die lijkt te verdwijnen. En voor een liefhebber en beoefenaar zoals ik, is dat toch heel jammer. Wanneer je het boek ‘Ik moet aldoor aan je denken’ Ontroerende liefdesbrieven uit 1993, dan is het zo goed voor te stellen hoe het moet zijn om een liefdesbrief te krijgen en ook hoe het is om een liefdesbrief te schrijven.

.

Liefdesbrief

.

Ik likte borden schoon

en keek hoe regen verdriet uit de lucht trok

.

Iemand vroeg of hij tien baarzen in mijn koelkast kon huizen

sindsdien ruikt het hier naar vis

water drupte van zijn kin

.

Ik vroeg of hij zich over de afwas kon ontfermen

en zei dat ik soms krullen had en soms een brandweervrouw was

dan zwaaide ik vanaf de wagen, zelfs al brandden er huizen plat

.

’s nachts fietste ik zonder licht

maar ik kan alles op gevoel

de meest vreemde dingen

Toen ik iemand zag die heel erg op jou leek

wou ik mijn mond op de zijne drukken

daarna zijn hart uit zijn borstkas snijden

en in een vissenkom doen

.

Korte gedichten van de maand

April 2020

.

Ik was van plan de zondagen in april te vullen met een nieuwe dichter van de maand en op zoek naar een dichter kwam ik een aantal bundels tegen met korte gedichten. Ik heb me daarom bedacht en zal in april geen dichter van de maand kiezen maar korte gedichten van de maand.

Elke zondag deze maand zal ik vier korte gedichten plaatsen. Gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters van alle tijden. Vandaag te beginnen met vier gedichten van de volgende dichters: Driek van Wissen (1943 – 2010) uit ‘Volle mep’ uit 1987, Roeland van Leuve (1691 – 1751) uit ‘Mengelwerken’ uit 1723, Evy Van Eynde (1978) uit ‘Zal ik liefde noemen’ uit 2019 en Henk Spaan (1948) uit ”n Lach en ’n Traan’ uit 1974. Een eclectisch gezelschap van Vlamingen en Nederlanders uit verschillende eeuwen.

.

Voetbal is oorlog – zei men indertijd,

maar tegenwoordig vindt de meeste strijd

buiten de lijnen plaats en niet erbinnen

door uitschot dat het elftal begeleidt

en waar je nooit de oorlog mee kunt winnen

.

Onweetent

.

Ik Schryf, en en weet niet wat!

Ik Digt, en moet nog denken,

Om ’t geen ik op dit blad,

Mijn Lezer nu zal schenken:

Maar wyl ik niets en weet,

Zoo doe ik niemant leet.

.

IJspapavers

.

Door ijspapavers tegen het raam

grijpt het kale beeld

dat steeds luider schreeuwt

.

om kraakverse krokusblaadjes

mij naar de keel

.

Hoeveel suikerklontjes smelten straks

in mijn kop vol lentebloemen.

.

Dichter

.

De dichter dicht niet

Maar opent verre verschieten

b.v. van tientallen vrouwen

met prachtige tieten

.

Afbeelding: poeziecentrum.be

Service information

Guerilla poëzie

.

Als er iets is waar ik een zwak voor heb dan is het voor spontane ideeën, ingevingen en acties gericht op poëzie en het uiten van dichters. Browsend op het internet kom je dan soms hele mooie voorbeelden tegen. Zoals het voorbeeld dat ik tegen kwam op de website van Andrew Whitehead  https://www.andrewwhitehead.net/ over underground poëzie. Ik schreef al eens over het initiatief van de Metro in Londen om het gedrag van reizigers te beïnvloeden middels ‘Poetiquette’. Daar mochten reizigers op de Tumblr site van de metro gedichten plaatsen en de beste en mooiste werden op posters gedrukt en in de metrostations gehangen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/13/subway-etiquette/ .

Maar in diezelfde metro van Londen staan borden van de Service Information. Daarop kunnen mededelingen worden geschreven door de medewerkers van de metro aan de reizigers. Een aantal ‘guerilla’ dichters hebben zich die borden eigen gemaakt. Door boven aan het bord ‘Poetry Corner’ te schrijven en daaronder de datum en een gedicht met weer daaronder de naam van de dichter worden reizigers geconfronteerd met gedichten tijdens hun reizen. Dit kunnen gedichten zijn van bekende dichters maar ook van volledig onbekende dichters of anonieme dichters.

Hieronder een paar voorbeelden. Het eerste voorbeeld is een gedicht van dichter Jehane Markham (1949). Markham studeerde aan de Central School of Art en deed Irish en Film Studies aan de University of North London. In 1974 debuteerde ze met de dichtbundel  ‘The Captain’s Death Soul’ waarna ze nog ‘Ten Poems’ (1993), ‘Twenty Poems’ (1999) en ‘Thirty Poems’ (2004) publiceerde. Van haar hand werd het gedicht ‘The Kiss’ geschreven op het Service Information bord.

.

The Kiss

.

In the dark saying goodbye,

I would kiss you on the lips

and begin to cry.

Imagine for once a good outcome

for death. That heaven really

does exist.

At the gate,

all the people that you love.

Waiting to be kissed.

.

Glas

Voorbij de laatste stad

.

Van sommige dichtbundels heb ik meerdere exemplaren. Dat komt aan de ene kant doordat ze heruitgegeven worden met een totaal andere kaft of omdat ik ze cadeau krijg. De bundel ‘Voorbij de laatste stad’ van Gerrit Achterberg (1905 -1962) heb ik drie maal in mijn kast staan. Zowel een eerste druk uit 1955 als twee derde drukken uit 1962. Hoewel allebei als Ooievaar pocket uitgegeven prefereer ik de eerste druk met de geel/blauw/zwarte omslag. De achterflap van de derde druk is dan wel weer aardig, daar is een foto van Paul Rodenko (samensteller en inleider van deze bloemlezing) met Gerrit Achterberg afgedrukt. Twee heren in pak, met stropdas, de een een pijp in de hand (Rodenko) en de ander een sigaret (Achterberg).

De bundel ‘Voorbij de laatste stad’ staat vol prachtige, soms intellectuele en soms moeilijk te doorgronden poëzie (Achterberg werd tot een exponent van de Experimentele Poëzie gerekend die rond 1950 op kwam in Nederland) maar is altijd heel leesbaar. Zoals in het gedicht ‘Glas’

.

Glas

.

Ik ben van zoveel glas,

dat elke harde stem

een steen is en een barst.

Ik moet u spiegelen

zo breekbaar ver,

dat gij gaat wiegelen

voor ik u her-

over als ster,

en weer versmelt tot schuim en dras,

om in dit zingen op te gaan,

een zeepbel, groot; langzaam.

.

Het boek

Muus Jacobse

.

Nu uit onderzoek blijkt dat maar liefst 61% van de Nederlanders aangeeft in tijden van thuiszitten vooral te gaan lezen, geef ik graag wat leestips. Degene die mij een beetje kennen weten dat ik niet voor de bekende boeken en de bekende schrijvers (in mijn geval dichters) ga. Ik wil juist die dichters onder de aandacht brengen die we misschien zijn vergeten. Daarom in de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag de dichter Muus Jacobse.

Muus Jacobse was het pseudoniem van Klaas Hanzen Heeroma (1909-1972). Heeroma was dichter en taalkundige. Heeroma werd in 1936 benoemd tot medewerker aan het Woordenboek der Nederlandsche taal te Leiden, waar hij bleef werken tot zijn benoeming in 1948 tot hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Indonesië in Djakarta. In 1953 werd hij benoemd tot hoogleraar in de Nedersaksische taal- en letterkunde in Groningen. In 1952/1953 was hij een van de dichters die op de Pietersberg in Oosterbeek ging werken aan een nieuwe psalmberijming.

In de bundel ‘Het landvolk’ Oosterbeekse gedichten, met daarin gedichten van de dichtende medewerkers aan de nieuwe psalmberijming, uit 1958 staat het gedicht ‘Het boek’. Dit gedicht gaat over zijn werk voor de nieuwe psalmberijming maar is toch ook voor niet gelovigen goed te lezen.

.

Het boek

.

Het Woord van het begin

Sluit alle woorden samen.

Zij zeggen ja en amen

En krijgen slot en zin.

.

God heeft zegen en vloek

Van de dood en het leven

Eens voor al opgeschreven.

God is een open boek.

.

En ik begrijp vaak niet,

Als ik zijn held’re geheimen

Moet navertellen in rijmen,

Wat Hij daar nog in ziet.

.

Isolatie

Joy Division

.

Afgelopen maandag stond in een klein stukje in de Volkskrant een stukje over Joy Division en hun nummer ‘Isolation’.  Omdat de titel van dit lied zo goed aansluit bij de situatie waarin veel mensen zich momenteel bevinden (isolatie) en omdat, hoewel het onderwerp en de tekst niet echt vrolijk zijn, het einde van de tekst toch hoopvol klinkt.

Joy Division was een Britse postpunkgroep die veel invloed had op latere gothic- en newwavebands. Vooral zanger Ian Curtis geldt nog steeds als een rocklegende. De naam ‘Joy Division’ kwam uit het boek ‘The House of Dolls’ van Karol Cetinsky en verwijst naar een plaats in nazi-concentratiekampen waar de gevangenen zich moesten prostitueren voor de machthebbers.

Het nummer ‘Isolation’ komt van hun LP ‘Closer’ uit 1980 dat uit kwam vlak na de dood van frontman Ian Curtis. Op dit album staat ook hun grootste hit ‘Love Will Tear Us Apart’.

.

Isolation

.

In fear every day, every evening
He calls her aloud from above
Carefully watched for a reason
Painstaking devotion and love
Surrendered to self preservation
From others who care for themselves
A blindness that touches perfection
But hurts just like anything else
.
Isolation, isolation, isolation
.
Mother I tried please believe me
I’m doing the best that I can
I’m ashamed of the things I’ve been put through
I’m ashamed of the person I am
.
Isolation, isolation, isolation
.
But if you could just see the beauty
These things I could never describe
These pleasures a wayward distraction
This is my one lucky prize

.