Incident
.
Once riding in old Baltimore,
Heart-filled, head-filled with glee,
I saw a Baltimorean
Keep looking straight at me
.
.
Poëzie kan een bron van vreugde zijn, het kan een manier zijn om met problemen om te gaan of om emoties in te verwerken. Het kan echter ook een manier zijn om iets aan de kaak te stellen. In de categorie ‘Dichter in verzet’ heb ik hier al verschillende voorbeelden van behandeld.
Via Facebook kwam ik op de website damn.com en daar stond een bericht over een oude man die was gestorven in een verpleeghuis. Het verplegend en verzorgend personeel dat de kamer van Mak Filiser moest leeg maken na zijn overlijden kwam tot hun grote verrassing een gedicht van zijn hand tegen met de veelzeggende titel ‘Cranky Old Man’.
In dit gedicht verteld Mak over zijn leven, van jonge jongen tot oude man, hoe het is om als oude man zijn laatste dagen te slijten in een verpleeghuis. Over een jonge geest in een oud lichaam. Een verpleegster kopieerde het gedicht en deelde het uit, het haalde deze website en er is zelfs een Nederlandse vertaling van dit bericht geplaatst op http://www.trendnova.nl/verpleegkundige-in-verpleeghuis/
Omdat ik de Engelse tekst net iets mooier en pakkender vind hier het origineel.
.
Cranky Old Man
.
What do you see nurses? What do you see?
What are you thinking…when you’re looking at me?
A cranky old man…not very wise,
Uncertain of habit…with faraway eyes?
Who dribbles his food…and makes no reply.
When you say in a loud voice…I do wish you’d try!’
Who seems not to notice…the things that you do.
.
And forever is losing…A sock or shoe?
Who, resisting or not…lets you do as you will,
With bathing and feeding…The long day to fill?
Is that what you’re thinking? Is that what you see?
Then open your eyes, nurse…you’re not looking at me.
I’ll tell you who I am . . . . .. As I sit here so still,
.
As I do at your bidding…as I eat at your will.
I’m a small child of Ten…with a father and mother,
Brothers and sisters…who love one another
A young boy of Sixteen…with wings on his feet
Dreaming that soon now…a lover he’ll meet.
A groom soon at Twenty…my heart gives a leap.
Remembering, the vows…that I promised to keep
.
At Twenty-Five, now…I have young of my own.
Who need me to guide…And a secure happy home.
A man of Thirty…My young now grown fast,
Bound to each other…With ties that should last.
At Forty, my young sons…have grown and are gone,
But my woman is beside me…to see I don’t mourn.
At Fifty, once more…Babies play ’round my knee,
Again, we know children…My loved one and me.
.
Dark days are upon me…My wife is now dead.
I look at the future…I shudder with dread.
For my young are all rearing…young of their own.
And I think of the years…And the love that I’ve known.
I’m now an old man…and nature is cruel.
It’s jest to make old age…look like a fool.
The body, it crumbles…grace and vigor, depart.
There is now a stone…where I once had a heart.
But inside this old carcass a young man still dwells,
.
And now and again…my battered heart swells
I remember the joys…I remember the pain.
And I’m loving and living…life over again.
I think of the years, all too few…gone too fast.
And accept the stark fact…that nothing can last.
So open your eyes, people…open and see.
Not a cranky old man.
Look closer…see…ME!!
.
Van een oplettende lezer kreeg ik de tip dat dit gedicht een verbastering of aangepaste versie is van een gedicht van David L. Griffith met als titel ‘Too soon old’. Hier te lezen: http://www.spotlightdavid.com/TooSoonOld.html
.
Op de blog van Mirjam (http://pop2mirjam.nl/) kwam ik op de pagina ”gedichten over protest/vrede’ een gedicht tegen van Haval Amin met als titel ‘Vaderlijk advies’. Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Veelzeggende cijfers, verhalen en gedichten van vluchtelingen in Nederland’.
“Dit boek bevat gedichten en korte verhaalfragmenten van vluchtelingen in Nederland: van enkele bekende auteurs als Kader Abdollah (Iran) en Ibrahim Selman (Irak), maar voor het merendeel van hoog opgeleide vluchtelingen die schrijven als hobby. Ze komen onder meer uit Somalië, Armenië, Afghanistan, Koerdistan, Kongo en Mauretanië. De gedichten en verhalen liggen dicht bij de ervaringen van de schrijvers en hebben allemaal een ondertoon van trauma, heimwee en eenzaamheid, maar ook van kracht en moed.” Uit de recensie van Biblion van L. K. de Voogd.
.
Vaderlijk advies
.
Zoon, vergeet wat de geschiedenisboeken
geschreven en verteld hebben
Ze zeggen dat wij heldhaftige
zonen van de krijgsgod zijn
.
Allemaal zijn we generaals
maar lees de ogen en je ziet
wat wij echt zijn
generaals van verloren oorlogen
.
Toch houden we nooit op met oorlogen
altijd winnaars op papier
altijd verliezers op de grond
generaals van verloren oorlogen
.
Lees geen geschiedenis meer, zoon
en maak jouw eigen geschiedenis
wellicht reinigt de jouwe de onze
of aait de vergetelheid onze mooie leugen
.
.
De in Jamaica geboren dichter en musicus Benjamin Obadiah Iqbal Zephaniah groeide op in de Engelse plaats Birmingham, in de wijk Handsworth (van de Handsworth riots) alwaar hij naar een school voor moeilijk opvoedbare jongeren werd gestuurd. Dat dit geen effect had blijkt uit het feit dat hij uiteindelijk in de gevangenis terecht kwam voor inbraak. Na zijn gevangenisstraf nam hij afscheid van de misdaad en wijdde hij zich aan muziek en poëzie.
Als DJ en dichter onderscheidde hij zich van andere Jamaicaanse kunstenaars in Engeland door Engeland als zijn belangrijkste ‘point of interest’ te kiezen in plaats van Jamaica maar zijn afkomst daarin wel te integreren.
Op zijn 22ste in 1980 publiceerde hij de dichtbundel ‘Pen Rhythm’ waarna nog 17 poëziebundels volgden alsmede kinderboeken, romans en theaterteksten. Ook speelde hij mee in een aantal speelfilms en bracht hij verschillende platen en cd’s uit.
Zijn sociale geëngageerdheid blijkt uit veel van zijn gedichten zoals ook in het gedicht ‘We Refugees’.
.
We Refugees
.
I come from a musical place
Where they shoot me for my song
And my brother has been tortured
By my brother in my land.
I come from a beautiful place
Where they hate my shade of skin
They don’t like the way I pray
And they ban free poetry.
I come from a beautiful place
Where girls cannot go to school
There you are told what to believe
And even young boys must grow beards.
I come from a great old forest
I think it is now a field
And the people I once knew
Are not there now.
We can all be refugees
Nobody is safe,
All it takes is a mad leader
Or no rain to bring forth food,
We can all be refugees
We can all be told to go,
We can be hated by someone
For being someone.
I come from a beautiful place
Where the valley floods each year
And each year the hurricane tells us
That we must keep moving on.
I come from an ancient place
All my family were born there
And I would like to go there
But I really want to live.
I come from a sunny, sandy place
Where tourists go to darken skin
And dealers like to sell guns there
I just can’t tell you what’s the price.
I am told I have no country now
I am told I am a lie
I am told that modern history books
May forget my name.
We can all be refugees
Sometimes it only takes a day,
Sometimes it only takes a handshake
Or a paper that is signed.
We all came from refugees
Nobody simply just appeared,
Nobody’s here without a struggle,
And why should we live in fear
Of the weather or the troubles?
We all came here from somewhere.
.
‘We refugees’ voorgedragen door Dan Saverey Raz
.
Ik kreeg de bundel ‘Bij Nederlands bevrijding’ van Garmt Stuiveling in handen met houtgravures van Jan Th. Giessen. Het betreft hier een uitgave van vlak na de oorlog met gedichten die in de jaren 1941 tot 1945 zijn geschreven. In drie hoofdstukken: Tijdens de bezetting, In memoriam en Bij Nederlands bevrijding.
De bundel is na de bevrijding gepubliceerd en uitgegeven door W.G. Breughel te ‘s-Graveland in een oplage van 4900 stuks. Hieronder het eerste gedicht uit de bundel getiteld ‘Vorstenverrader en verradersvorst’.
De hele bundel is on-line te lezen via het geheugen van Nederland op http://www.geheugenvannederland.nl/ en dan zoeken op Garmt Stuiveling.
.
.
Hoewel György Dalos vooral bekend is van zijn romans kwam hij in 1980 naar Poetry International met zijn poëzie. Dalos is een Joods Hongaars dichter/schrijver. Hoewel hij in de jaren 60 studeerde aan de Lomonossov universiteit in Moskou, was hij in de jaren 70 een van de drijvende krachten achter de anti-communistische beweging in Hongarije. Vanaf 1987 woont hij in Wenen en Berlijn. In 2010 ontving Dalos de Leipzig Book Award for European Understanding.
Uit 1970 het gedicht ‘Mijn status in de staat’.
.
Mijn status in de staat
.
1
Voor verontwaardiging
heb je een bedrijfsvergunning nodig
Voor pessimisme
een douanestempel
En van de zelfmarteling
worden procenten afgetrokken
.
2
Ik ben
als een ontwikkelingsland
Bevrijd maar armlastig
leef ik van leningen
Ik verwacht niet veel van de toekomst
maar heb haar ook niet te duchten
.
3
Sinds twee jaar
leef ik zonder werk
Ik schaam mij
als ik bedenk
dat ze terecht jaloers op me zijn-
de straatvegers met hun vast inkomen
en de vuilnismannen met hun
onwankelbare status
.
.
Poëzie kom je werkelijk overal tegen. Dat beweer ik al lange tijd en wie er oog voor heeft zal dit beamen. Vorige week kreeg ik bij het afscheid van Henk Das, directeur van de NBD Biblion (dat is de organisatie die o.a. bibliotheken in Nederland voorziet van hun boeken) een Liber Amicorum of een vriendenboek. Lezend in dit boek kwam ik in een bijdrage van collega bibliotheekdirecteur Jacques Malschaert twee gedichten tegen van Charles Bukowski.
Uit ‘De genoegens van de verdoemden’ daarom hier één van deze gedichten ‘Vuilnisbaklevens’.
.
Vuilnisbaklevens
.
de wind waait hard vanavond
en het is een koude wind
en ik denk aan
de jongens van de daklozenopvang
ik hoop maar dat er een paar bij zijn
met een fles rood
.
’t is als je bij de daklozen bent
dat je merkt dat alles
van iemand is
en dat er een slot zit op
alles.
dit is de manier waarop een democratie
werkt
je pakt wat je krijgen kan,
probeert dat te houden
en er wat bij te krijgen
als het kan
.
dit is ook de manier waarop een dictatuur
werkt
alleen knechten ze daar
hun paupers of
maken ze kapot.
.
die van ons vergeten we
gewoon.
.
in beide gevallen
staat er een harde
koude
wind.
.
.
Van Job Degenaar, voorzitter van ‘The Writers in Prison Committee’ van PEN Nederland ontving ik het meest recente nummer van Ballustrada (jaargang 29, nummer 1/2). Dit literair tijdschrift of boekwerk moet ik eigenlijk zeggen is ontstaan en volwassen geworden in Zeeland. Tweemaal per jaar verschijnt er een uitgave van minsten 100 pagina’s.
Het biedt een podium aan jonge onafhankelijke schrijvers (zeg maar dwars). Behalve poëzie staan er ook columns, essays, grafiek, verhalen en prozaschetsen in het blad. Toen in 2014 de subsidie voor het blad werd stopgezet werd samenwerking gezocht en gevonden met uitgeverij Liverse in Dordrecht.
Een abonnement van 4 nummers kost € 20,- en een los nummer € 12,50. In het laatste nummer een uitgebreid artikel over de poëzie van Korea onder de titel Taal Ver Taal, Noord en Zuid, poëzie van een verscheurd Korea. De gedichten zijn vertaald door Job Degenaar. Een van de (vertaalde) gedichten is van Baek I-Mu (1985). Zij nam deze naam als dichter aan in China. Ze werd als kind in Noord Korea als literair wonderkind beschouwd. Nadat haar moeder omkwam van de honger werd ze een bedelkind en stak over naar China, waar ze de afgelopen 10 jaar heeft gewerkt in een restaurant. Het weinige geld dat ze verdient stuurt ze naar Noord-Korea om haar zus en neefjes te helpen zoals haar moeder het wilde.
.
Moedermelk
.
Zich verbergend in de uitgemergelde moederborst
huilt de baby.
.
Bedroefd om haar van honger huilende baby
laat de moeder haar tranen de vrije loop,
.
tranen die neervallen, de een na de ander,
.
drup – drup
.
De baby likt ze als een razende op.
.
.
Meer informatie over PEN Nederland is te vinden op http://www.pennederland.nl/pen-nederland
Meer informatie over Job Degenaar staat op zijn website http://jobdegenaar.nl/
Meer informatie over Ballustrada staat op de website http://www.liverse.nl/ballustrada.html
.
Ongetwijfeld de beroemdste dichter uit Zuid Amerika is Pablo Neruda. In 1904 geboren in Chili, begonnen als avant-garde dichter maar onder invloed van de Spaanse burgeroorlog ontwikkelt hij zich tot een uitgesproken voorstander van het communisme. Zijn engagement beleefde hij op een heel concrete manier. Hij richtte samen met andere linkse intellectuelen een nooddienst op voor gevluchte Spanjaarden, en op die manier konden meer dan 2000 linkse Spanjaarden ontkomen per boot naar Chili.
Over de misdaden van Generaal Franco en zijn fascistische regime schreef Neruda het volgende gedicht.
.
Generaals,
Verraders,
Kijk naar mijn gestorven huis,
Kijk naar kapot Spanje
Maar uit ieder gestorven kind komt een geweer met ogen,
Maar uit iedere misdaad groeien kogels,
Die ooit de plek zullen vinden naar jullie hart !
Komt en ziet het bloed in de straten !
Komt en ziet
Het bloed in de straten !
.
Hij zag zelf geen tegenstelling tussen zijn poëzie en zijn politiek, beide waren even belangrijk. Naar de buitenwereld toe was hij spaarzaam met kritiek op het communisme, maar eind 1957, na het beruchte congres van Chroesjtsjov, groeide de twijfel. Met de inval in Praag in 1968 schreef hij een gedicht dat pas na zijn dood gepubliceerd werd. De beginverzen zijn: ‘Het uur Praag viel/als een steen op mijn hoofd…’ In 1972 is hij toch nog kandidaat voor de communistische partij voor de presidentsverkiezingen, maar hij trekt zich terug om Salvador Allende meer kansen te geven. Hij sterft op 23 september 1973, elf dagen na de staatsgreep van Pinochet. Zijn begrafenis, bijgewoond door de gehele buitenlandse pers en geflankeerd door honderden militairen met de mitrailleurs in aanslag, wordt de eerste grote protestbetoging tegen Pinochet.
.
.
Lorenzo Thomas werd geboren in Panama maar op 4 jarige leeftijd verhuisde hij naar New York met zijn ouders waar hij woonde in The Bronx en Queens. Lorenzo sprak vloeiend Spaans en Engels en in 1968 ging hij bij de Marine waar hij dienst deed tijdens de Vietnam oorlog. Zijn werk is zowel persoonlijk als politiek geladen. Hij werd in New York lid van The Umbra Workshop, welke bijdroeg aan de opkomst van de Black Art Movement in de jaren 60’en 70′.
Meer dan 20 jaar lang was hij als professor verbonden de faculteit Engels van de University of Houston-Dowtown waar hij belangrijke bijdragen leverde aan de African-American literatuur studies.
Lorenzo publiceerde vijf poëziebundels: ‘A Visible Island’ (1967), ‘Dracula’ (1973), ‘Chances Are Few’ (1979, opnieuw uitgegeven in 2003), ‘The Bathers’ (1981) en ‘Dancing on Main Street’ (2004).
Uit de bundel ‘Chances are few’ het gedicht ‘Inauguration’ waar zijn politieke betrokkenheid duidelijk blijkt. Waar hij het over us (ons) heeft kan ook US (United States) worden gelezen wat het gedicht een extra dimensie en inhoud geeft.
.
Inauguration