Categorie archief: Favoriete dichters
Wees voorzichtig als je voorover bukt
Charles Bukowski
.
Als groot fan van Charles Bukowski lees en herlees ik zijn poëzie met enige regelmaat. Wat Charles Bukowski als geen ander kon was van iets kleins, iets alledaags een boeiend gedicht maken. Poëtisch gezien is zijn werk misschien minder spannend maar inhoudelijk en qua vorm, realistisch, rauw, zeker zeer de moeite waard. Een gedicht waarin iets kleins als uitgangspunt wordt genomen is ‘Shoelace’ of veter. Het zijn niet de grote dingen die een man naar het gekkenhuis sturen maar juist de kleine dingen, zoals Bukowski heel duidelijk beschrijft in dit gedicht.
.
Shoelace
.
a woman, a
tire that’s flat, a
disease, a
desire: fears in front of you,
fears that hold so still
you can study them
like pieces on a
chessboard…
it’s not the large things that
send a man to the
madhouse. death he’s ready for, or
murder, incest, robbery, fire, flood…
no, it’s the continuing series of small tragedies
that send a man to the
madhouse…
not the death of his love
but a shoelace that snaps
with no time left …
The dread of life
is that swarm of trivialities
that can kill quicker than cancer
and which are always there –
license plates or taxes
or expired driver’s license,
or hiring or firing,
doing it or having it done to you, or
roaches or flies or a
broken hook on a
screen, or out of gas
or too much gas,
the sink’s stopped-up, the landlord’s drunk,
the president doesn’t care and the governor’s
crazy.
light switch broken, mattress like a
porcupine;
$105 for a tune-up, carburetor and fuel pump at
sears roebuck;
and the phone bill’s up and the market’s
down
and the toilet chain is
broken,
and the light has burned out –
the hall light, the front light, the back light,
the inner light; it’s
darker than hell
and twice as
expensive.
then there’s always crabs and ingrown toenails
and people who insist they’re
your friends;
there’s always that and worse;
leaky faucet, christ and christmas;
blue salami, 9 day rains,
50 cent avocados
and purple
liverwurst.
or making it
as a waitress at norm’s on the split shift,
or as an emptier of
bedpans,
or as a carwash or a busboy
or a stealer of old lady’s purses
leaving them screaming on the sidewalks
with broken arms at the age of 80.
suddenly
2 red lights in your rear view mirror
and blood in your
underwear;
toothache, and $979 for a bridge
$300 for a gold
tooth,
and china and russia and america, and
long hair and short hair and no
hair, and beards and no
faces, and plenty of zigzag but no
pot, except maybe one to piss in
and the other one around your
gut.
with each broken shoelace
out of one hundred broken shoelaces,
one man, one woman, one
thing
enters a
madhouse.
so be careful
when you
bend over.
.
Grutto Grutto Fuut Fuut
Robin Hannelore
.
De Vlaamse dichter Robin Hannelore (1937, pseudoniem van August Obbels) is vooral bekend in de Belgische Kempen. Hij kreeg in 1968 en 1977 de poëzieprijs van de provincie Antwerpen. Naast zijn auteursactiviteiten was hij tot 1997 leraar Germaanse talen in zowel Herentals als Antwerpen. Binnen zijn zeer ruime thematiek neemt Hannelore het dikwijls op voor de zwakkeren, de onderdrukten en de onmondigen. Deze voorkeur, die in zijn werk meermaals naar boven komt, kwam tot een hoogtepunt in ‘Een brief aan de koning’ (1979). In zijn veelheid van stijlen waagde hij zich enkele malen in het magisch realisme, wat hem de vriendschap opleverde met Hubert Lampo. Samen met Frans Depeuter en Walter van den Broeck was Hannelore ook medestichter van het satirisch-kritische tijdschrift ‘Heibel’, dat hij in 2007 met Depeuter opnieuw tot leven riep. Hannelore schreef zo’n 20 poëziebundels en hij debuteerde in 1958 met de poëziebundel ‘Waan en pijn’.
In 1978 verscheen in de serie ‘Poëtisch erfdeel der Nederlanden’ in de Vlaamse pockets, een bloemlezing van zijn werk onder de titel ‘Het koekoeksspog’. Wat dat precies betekent is me niet helemaal duidelijk, het Vlaams woordenboek geeft niet direct uitsluitsel, maar het lijkt een afgeleide van gespogen dat ‘heel erg gelijkend op’ betekent. Hierin gedichten uit zijn bundels uit de jaren ’60 en ’70.
De bundel begint met een ‘gedicht’ of een uitspraak van Hannelore waaruit blijkt dat hij het opneemt voor de onderdrukten en de onmondigen.
.
En kom je tenslotte toch naar de Kempen,
denk dan niet te lichtvaardig dat je
het koekkoeksspeeksel, het kikkerspog
of het lenteschuim ontdekte.
Ik loop hier namelijk in het voorjaar steeds
op, voor de voeten van, of in het gezicht van
de parvenu’s, de spekulanten, de mongoloïde politici
en de goden te spuwen.
.
Verder in de bundel blijkt dat Hanelore wel degelijk ook gedichten schrijft die minder activistisch zijn en de schoonheid van de Kempen en de natuur als onderwerp hebben zoals in het gedicht ‘Grutto Grutto Fuut Fuut’ dat nooit gebundeld werd.
.
Grutto Grutto Fuut Fuut
.
Ik lig hier als een driedubbele gek
Te lachen in het gras de witbol
Beroesd van tijm en koeiedrek
De schaduw van de eik zit vol
.
harig wilgeroosje en oud geluk
En gesjirp van een krekel een mus
De Kempen bulkt van de volle pluk
Halfapen toeren er rond in een bus
.
Onder dit groen orgiastisch gewelf
Op dit eeuwig wilde herdersfeest
Ben ik te gast bij de zwarte elf
.
Ik adem ril geniet als een beest
Verlaat hier tenslotte voorgoed mezelf
Nimmer is iemand zo vrij geweest.
.
Dichter op verzoek
Zondagen in April
.
Ik weet dat er veel lezers van dit blog zijn met duidelijke voorkeuren als het gaat om dichters. De een houdt van de wat oudere gedichten van de Vijftigers, de ander van Tsjechische en Russische dichters, weer een ander van Ierse dichters, weer anderen van Vlaamse dichters als Herman de Coninck en Hugo Claus en er zijn er die liever dichters van nu lezen. Zoals jullie weten maak ik geen onderscheid ( ik hou van een heel breed spectrum aan dichters al heb ook ik mijn voorkeuren) en daarom wil ik jullie vragen om namen van dichters waar ik er dan telkens één van uitkies om op de zondagen in april iets over te schrijven en een gedicht van te plaatsen. Heb je daarnaast nog een voorkeur voor een gedicht van die specifieke dichter dan zal ik proberen dat erbij te plaatsen. Voorwaarde is wel dat ik dat gedicht dan niet eerder al geplaatst heb.
Dus kom maar op met de suggesties. De laatste dichters op verzoek waren: Ida Gerhardt, Miguel Santos en Antoinette Sisto maar zoals gezegd ook buitenlandse dichters mogen genoemd worden. Vandaag plaats ik hier een gedicht van een dichter die ik tot een van mijn favorieten reken namelijk Jules Deelder. Uit de bundel ‘Moderne gedichten’ uit 1979 het gedicht ‘Orpheus Descending’.
.
Orpheus Descending
.
Als hij zijn hand te luisteren legt
op de warme buizen in haar buik,
hoort hij de trein al komen.
.
Een doffe donder in de diepte dat
aanzwelt tot geraas.
.
En het moment is dáár
.
Als het felverlichte voertuig uit
het zwarte gat gespoten komt,
en hij zichzelve ziet.
.
Gekleed in teder lila achter één
der duizend ramen.
.
‘Mind the doors please! Mind the
doors!’
.
Banaliteit van de liefde
Peter Goossens
.
Al enige tijd ligt de nieuwste bundel van de Vlaamse dichter Peter Goossens getiteld ‘Banaliteit van de liefde’ bovenop mijn stapeltje van nog te lezen dichtbundels. Afgelopen week had ik wat tijd om het te lezen en na ‘Als’ uit 2017 dat ook al de liefde al thema had (driehoeksverhouding) nu een bundel over de liefde in algemene zin. De achterflap vermeldt dat het hier empathische poëzie betreft en als men hier mee bedoeld dat de dichter zich weet in te leven in het leven en de gevoelens van de ander dan klopt dat denk ik wel, al had ik hier en daar het gevoel dat ik meer las over de dichter zelf dan over ‘de ander’. In het ene gedicht is de verteller heel duidelijk aanwezig (Schuinsmarcheerders) in een ander gedicht richt hij zich letterlijk tot de ander (De eeuwige minnaar) maar in alle gedichten gaat het over de relatie van de ene mens tot de andere en is de liefde in al haar facetten het thema.
In zes hoofdstukjes (totaal 28 gedichten) zijn de vaak wat langere gedichten ingedeeld. Vaak zijn het de minder aangename kanten van de liefde die Peter beschrijft (verlaten zijn, ontrouw, onvermogen lief te hebben) maar de inhoud is als steeds bij Peter interessant en nieuwsgierig makend. Soms is een gedicht vertederend en dan ineens heel recht voor zijn raap. Peter gebruikt grote woorden in zijn poëzie waardoor ik soms moeite heb met de geloofwaardigheid maar ik herinner mij dat ook in zijn eerdere werk dit het geval was en dat, tijdens een voordracht (hij stond eind december op het podium van Ongehoord!) dat (kleine) bezwaar helemaal wegvalt.
Ik heb voor het gedicht ‘Het klinkt als klatergoud in vallend water’ gekozen, juist omdat de titel en de inhoud van dit gedicht op gespannen voet lijken te staan. En omdat het in het begin een ongemakkelijk gevoel teweeg brengt (#metoo?) totdat je verder leest.
.
Het klinkt als klatergoud in vallend water
.
Ik weet nog de eerste klets op je billen,
wat een nieuwe ervaring.
Hoe je dan een prooi werd.
.
MIJN PROOI
.
Ik weet nog hoe mij lippen zich krulden,
hoe ik geduldig wachtte
voor de tweede klets
.
KLETS
.
Ik weet nog hoe je lichaam zich kromde
en een lange zuchtige kreun zich tussen je lippen ontsnapte.
Hoe je billen zich aan mij toonden
en je met iets meer ongeduld wachtte,
.
KLETS
.
Declamatorium
Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie
.
In 1979 publiceerde Standaard Uitgeverij het ‘Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie’ bijeengebracht door Teresa Van Marcke. Nu heb ik het woord declamatorium even opgezocht (dat het een afgeleidde is van declamatie was me duidelijk) en het betekent “Een dichtstuk dat bij de voordracht wordt begeleid en afgewisseld door muziek of zang” of ook wel “voordracht”. Hoe dat precies zit (het is tenslotte een geschreven bundel) blijkt uit het voorwoord. Daarin schrijft Teresa Van Marcke: “Voor dit werk ging de keuze in de eerste plaats naar het gedicht, geschikt om voor te dragen. Te hermetische poëzie werd vermeden”.
De bundel bevat een reeks aan gevestigde namen maar ook een reeks nieuwe namen (let wel: gevestigde of nieuwe namen in 1979!). “Dichters die de gevoeligheden van deze tijd en vooral van de jonge mens van nu, trachten te verwoorden”. In een aantal thema’s zoals ‘Bezinning/vragen’, ‘Vreugde/liefde/innigheid’, ‘Ontgoocheling/angst/pijn’, ‘aanklacht/eis/strijd’, ‘Reportage/verhaal’ en ‘Humor/ironie’, worden ruim 400 gedichten en dichters gepresenteerd. Zoals gezegd bekende namen (hoewel volgens het voorwoord een aantal Nederlandse dichters verstek liet gaan) maar dus ook onbekende en nieuwe dichters. Zo kan een dichter als Herman de Coninck naast een (voor mij onbekende) dichter als Albert de Longie staan en Halbo C. Kool naast Hendrik Marsman.
Ik heb uit het hoofdstuk ‘Aanklacht/eis/strijd’ gekozen voor het openingsgedicht van Paul de Bolle. Van deze dichter heb ik verder geen informatie gevonden en dit gedicht had wat mij betreft ook in het hoofdstuk ‘Humor/ironie’ kunnen staan.
.
Wanneer ik een soldaat zal zijn
dan grif ik gedichten in de kolf
van mijn geweer
en de man die dan zeggen zal
schiet
die sla ik met mijn gedichten
dood
.
Gedicht als (korte) film
Remco Campert en Alessio Cuomo
.
Vorige week was ik in Gent en daar kwam ik, lopende door de stad, allerlei gedichten tegen die op muren en ramen waren aangebracht. Zo ook het gedicht ‘Verzet’van Remco Campert. Het gedicht is aangebracht op een zijmuur van het Het Vrijzinnig Centrum Geuzenhuis. Verschillende vrijzinnige verenigingen vinden hier onderdak. Het café werd lang opengehouden door Motte Claus, de schoonzus van Hugo Claus. Zij was ook een van de initiatiefnemers van de Poëzieroute in Gent Het gedicht past bij het publiek van het Geuzenhuis: kritische en maatschappelijk geëngageerde mensen. Toen ik deze week wat aan het zoeken was op internet kwam ik een artikel tegen van mei 2018 over dit specifieke gedicht op deze plek in Gent.
Filmmaker Alessio Cuomo liep met zijn vriendin in Gent toen hij het gedicht op een muur zag staan. Hij was er zo door geraakt dat hij met de tekst aan de slag wilde. “Met het gedicht toont Campert dat verzet niet betekent dat je meedoet met de rest, maar dat je bij jezelf stil moet staan.” Dus stuurde hij Remco Campert een brief met het verzoek dit gedicht te ‘verfilmen’. Ook vroeg hij Campert of hij de hoofdrol wilde spelen in de filmische bewerking. Daar stemde Campert mee in. De film toont onder andere beelden van de schrijver achter zijn typemachine, maar ook de natuur van landgoed Rhijnauwen in Bunnik vlakbij Utrecht, waar tijdens de Tweede Wereldoorlog zo’n vijfhonderd verzetsstrijders zijn gefusilleerd.
Volgens Cuomo was Campert blij met het resultaat. Al was de schrijver het filmen na een uur of drie wel redelijk zat. Hij was wellicht niet erg bekend met de gebruikelijke lange opnamedagen die er voor een film nodig zijn. “Sommige stukken moesten een paar keer worden opgenomen. Toen Campert weer een zin moest herhalen, zei hij: ‘Wanneer is het nou klaar? Ik kan het gedicht niet meer aanhoren’.”
.
.
Andere woorden
Hans Andreus
.
Als laatste bijdrage aan de week van de Vijftigers vandaag de dichter Hans Andreus. In de prachtige bundel ‘Nieuwe griffels schone leien’ uit 1954 heeft Paul Rodenko gedichten bijeengebracht ‘van Gorter tot Lucebert, van Gezelle tot Hugo Claus. Deze bloemlezing uit de poëzie der avantgarde werd door Rodenko ook voorzien van een inleiding. Deze bundel was destijds enorm populair getuige de aantallen waarin de eerste vier drukken verschenen, namelijk 37.500 stuks. Mijn exemplaar is uit 1957 (vierde druk) van 10.000 exemplaren. Hoeveel er in totaal van gedrukt en verkocht zijn durf ik niet te zeggen maar dit soort aantallen worden heden ten dage nog maar zelden gehaald.
Deze titel verscheen in de Ooievaars reeks en H. Berserik tekende de omslag illustratie. Uiteraard staan er een aantal gedichten van Hans Andreus in deze bundel (net als alle andere Vijftigers). Het gedicht ‘omdat je niet grieks bent…’ verscheen oorspronkelijk in zijn bundel ‘De taal der dieren’ uit 1953.
.
Omdat je niet grieks bent…
.
Omdat je niet grieks bent
kunnen je ogen delfisch orakelen
hoor ik bucolische muziek
een heel hoge mondharmonica in plaats van een fluit
maar meer dan dit
men moet zo zonder gestalte zijn
om lief te kunnen hebben
zo niemand en zo bewoond door leven
duizendpootleven en halfgodbestaan
dat men kan zeggen jij met een klank van glazen bekkens
bloemkoopmannen hebben droevige gezichten
zij hebben haren van kuilgras
en ogen van magere aarde
maar zij hebben hun bossen rozen als waaiers ontvouwd
en je naam van je heupen gelezen
ik heb een dag lang de dood op handen gedragen
ik heb een dag lang de kou van alaska betast
ik heb een nacht lang een jong dier zien doodgaan
ik heb een nacht lang je ogen gezien blinkend met een
blijdschap als water
ik weet allang niet meer wie je was
een vogelroep
of de komeet van halley
of
het eiland sicilië
maar ik leefde zo dood als kamers in spiegels
luister ik rinkel als bellen
de lichtrode weerschijn van onder je borsten
begrijp ik niet
de vertraagde val van je heupen door de ruimte
begrijp ik niet
je mond en je ogen zijn onherkenbaar
maar ik bespeel je en jij noemt mij
de bank van monto carlo
men wijst mij aan ik ben in de maan de kinderen roepen
mij maanman na
maar ik vaardig proclamaties uit
in een koninklijk meervoud
wij
zijn
de spiegels
der zon
.



















