Categorie archief: Favoriete dichters
Wat ons had kunnen zijn
Poëzieweek 2018
.
De Poëzieweek van 2018 is alweer achter de rug. Een week boordevol aandacht voor de poëzie, wedstrijden, prijswinnaars, podia, voordrachten en artikelen over poëzie in vele verschillende media. Een week is al meer dan, alleen, een Gedichtendag maar nog steeds is alles wat met poëzie te maken heeft gepropt in die ene week. Ik pleit dan ook, nog steeds, voor een Maand van de poëzie. Zoals ze bijvoorbeeld in de Verenigde Staten kennen (The Poetry Month).
En natuurlijk is ook het Poëzieweekgeschenk weer weggegeven. Dit jaar was dit de bundelde van Peter Verhelst met de titel ‘Wat ons had kunnen zijn’.
Veel poëzieliefhebbers zullen in de poëzieweek een poëziebundel hebben aangeschaft, misschien wel om dit geschenk te verkrijgen. Twee voor de prijs van één. Maar er zullen ongetwijfeld ook een hoop liefhebbers van de dichtkunst zijn die dit niet hebben gedaan. Die mensen zou ik willen zeggen, ga alsnog naar je boekhandel, koop daar een poëziebundel van je keuze (er is zoveel moois om uit te kiezen) en vraag de boekhandelaar alsnog om de bundel van Verhelst.
Om je alvast n de stemming te brengen (en alsnog over te halen) hier een gedicht uit de bundel.
.
Souffleur
.
Wat ons had kunnen zijn:
.
onder al ons roepen zwijgt de man
die hier niet was
over de vrouw die hij heeft gekend,
.
en roept onder al ons zwijgen de vrouw
die hier is geweest
met de man die ze nooit heeft ontmoet.
.
We zitten elk in een kamer uit te kijken
over de zee naar wat daar opduikt, zonlicht,
maar we weten niet wie we zijn,
nooit zien we wie uit het water komen
en zonder onze naam te kennen naar ons kijken.
Tot de branding wit wordt
en ze weer wegzwemmen.
.
Zo graag
.
had ik iedereen behoed voor het ergste, maar
het beste moest nog komen.
.
Lennaert Nijgh
Pastorale
.
In het onvolprezenmaandblad van het Genootschap Onze Taal, Onze taal, van december 2017 staat een mooi beschrijvend artikel van Guus Middag over de tekst/liedjesschrijver Lennaert Nijgh. Zie dat je dit tijdschrift te pakken krijgt en lees dit artikel. In het stuk behandelt hij de tekst van het lied ‘Pastorale’ gezongen door Ramses Shaffy en Liesbeth List, een duet dat Nijgh samen met Boudewijn de Groot schreef in 1968. Middag beschrijft in dit artikel de kosmische poëzie die in dit lied zit. Ik ben het met hem eens, de tekst van ‘Pastorale’ is, uitgeschreven gewoon een prachtig gedicht. Oordeel zelf.
.
Pastorale
Mijn hemel blauw met gouden harp
Mijn wolkentorens, ijskristallen
Kometen, manen en planeten, aah alles draait om mij
En door de witte wolkenpoort tot diep onder de golven
Boort mijn vuur, mijn liefde, zich in de aarde
En bij het water speelt een kind
En alle schelpen die het vindt gaan blinken als ik lach
‘k Hou van je warmte op mijn gezicht
Ik hou van de koperen kleur van je licht
Ik geef je water in mijn hand
En schelpen uit het zoute zand
Ik heb je lief, zo lief
Ik scheur de rotsen met mijn stralen
Verhoog de meren in de dalen en
Onweersluchten doe ik vluchten, aah als de regen valt
Verberg je ogen in een hand
Voordat m’n glimlach ze verbrandt
M’n vuur, m’n liefde, mijn gouden ogen
’t Is beter als je nog wat wacht
Want even later komt de nacht en schijnt de koele maan
De nacht is te koud, de maan te grijs
Toe neem me toch mee naar je hemelpaleis
Daar wil ik zijn alleen met jou
En stralen in het hemelblauw
Ik heb je lief, zo lief
Als ik de aarde ga verwarmen
Laat ik haar leven in m’n armen
Van sterren weefde ik het verre, aah het noorderlicht
Maar soms ben ik als kolkend lood
Ik ben het leven en de dude
In vuur, in liefde, in alle tijden
M’n kind ik troost je, kijk omhoog
Vandaag span ik mijn regenboog
Die is alleen voor jou
Nee nooit sta ik een seconde stil
‘k Wil liever branden neem me mee
Geen mens kan mij dwingen wanneer ik niet wil
Wanneer je vanavond gaat slapen in zee
Geen leven dat ik niet begon
En vliegen langs jouw hemelbaan
Je kunt niet houden van de zon
Ik wil niet meer bij jou vandaan
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief
.
Solliciteren
Ingmar Heytze
.
Het is alweer de laatste zondag van de maand en dus de laatste keer Ingmar Heytze als dichter van de maand januari.
Vandaag koos ik voor een wat ouder gedicht van Heytze uit zijn bundel ‘Alle goeds’ uit 2001 getiteld ‘Solliciteren’.
De dichter van de maand februari zal Levi Weemoedt zijn.
.
Solliciteren
.
Nog nooit zo tergend opgegeten
als tijdens dit gesprek
door een driedelige gedaste bidsprinkhaan.
Woorden stuiten op tafel, knikkers vallen
op een glasplaat. Hij neemt slokken
van mijn levensloop en boert onaangedaan.
Hij rolt mij in. Hij steekt mij aan
en rookt mij op. Dan mag ik gaan.
Later belt men mijn stoffelijk overschot.
Ik heb de baan.
10.000 kleine voorwerpen
Wibo Kosters
.
In 2016 was éen van de deelnemende dichters aan de Poëziebustoer de dichter Wibo Kosters (1978). Wibo is schrijver, dichter, organisator en performer. Op zijn website https://wibokosters.nl staat een erg lange lijst van optredens vanaf 2007 maar ook samenwerkingen die hij aanging met beeldende kunstenaars. Van 2017 – 2019 is hij stadsdichter van Deventer en hij maakt deel uit van dichterscollectieven ‘Brommerdief’ en ‘de korte metten’. In de poëziebusbundel werd het gedicht ‘10.000 kleine voorwerpen’ geplaats en dat sluit aan bij de nieuwe weg die Wibo heeft ingeslagen om eenvoudiger te leven. Zie daarvoor ook zijn website https://legewittekamer.wordpress.com
.
10.000 kleine voorwerpen
.
elke dag een beetje verdwijnen
in voorwerpen die het huis verlaten
met de anekdotes
van de dingen
ik word een man zonder context
verberg me niet in spullen
mijn handen langzaam
echte handen
die niet bezighouden
maar doen
straks is er geen verhaal meer
geen taal om mij
ben ik een herinnering
onopgemerkt
voorbij
.
Happy ending
Grand Palais
.
Vanaf deze plek wil ik iedereen heel hartelijk bedanken voor de vele en vriendelijke felicitaties, ik voelde mij, mede hierdoor, zeer jarig.
De afgelopen week was ik in Parijs en bezocht daar de fototentoonstelling van de beroemde Amerikaanse fotograaf Irving Penn (1917 – 2009). Een prachtige tentoonstelling waar ik onder andere de foto die Penn nam van de dichter W.H. Auden (1907 – 1973) nam. Meteen kwam bij mij het idee op om weer eens een gedicht van deze grote dichter te plaatsen en daarom vandaag het gedicht ‘Happy Ending’ uit 1929.
Voor mijn verjaardag
E.E. Cummings
.
Voor mijn verjaardag een geschenk aan mezelf ( en aan jou en aan jullie) een gedicht van mijn favoriete dichter uit het Engels taalgebied E.E. Cummings.
.
if i love You
(thickness means
worlds inhabited by roamingly
stern bright faeries
.
if you love
me) distanceis mind carefully
luminous with innumerable gnomes
Of complete dream
.
if we love each (shyly)
other, what clouds do or Silently
Flowers resembles beauty
less than our breathing
.
Alle Poëten
Esther Jansma
.
In 1994 gaf de Arbeiderspers het bundeltje ‘Alle Poëten’ uit, 33 gedichten uit het poëziefonds van deze uitgeverij. Dit bundeltje werd samengesteld door Peter de Boer en Ed Leeflang en is daarom zo aardig, omdat het ook gedichten van nog redelijk onbekend (gebleven) zijnde dichters betreft. Toch staan er ook namen in die iedereen kent zoals Gerrit Komrij, Eva Gerlach en Anna Enquist. Ik koos voor een gedicht van dichter Eshter Jansma, zeker geen onbekende voor poëzieliefhebbers maar niet zo bekend dat iedereen haar naam meteen zal kunnen plaatsen.
De belangrijkste reden dat ik voor het gedicht ‘Hoogtevrees’ koos dat verscheen in haar bundel ‘Waaigat’ uit 1993 is omdat het zo’n leuk en grappig gedicht is.
.
Hoogtevrees
.
Ze ligt met een landschap van een man
in bed. Hij is enorm en zij
heeft nooit voor bergbeklimmer gestudeerd.
.
Verkleind tot een verliefde kleuter
klautert ze rond: tong in zijn oor,
spitse vingers in zijn maag, verder omlaag –
.
ze hoort niets. Een landschap praat niet.
Hooguit gromt het zachtjes, liggend
op de rug, zichzelf, waardig.
.
De muze en Europa
Venezia
.
In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.
De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.
Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.
.
Venezia
.
Nu is de laatste straal van de zon geweken,
En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos
Erlangs wuift, schuchter doet verbleken
.
Het laaiend rood tot bijna blauwend roos
Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.
Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos
Om, op het water dat zoo luid kan spreken,
.
Te varen in de schaduw der paleizen,
Wanneer met dieper kleur de zomernacht
Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,
.
En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,
Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,
Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.
.

















