Categorie archief: Favoriete dichters
Nieuwe dichter van de maand
Ingmar Heytze
.
Sinds ik in 2004 het boek ‘Hier heeft de oudste steen gelijk’ van Ingmar Heytze las, ben ik fan. Hoewel het hier een dagboek betreft dat hij in de zomer van 2001 bijhield vol met stadsavonturen, ontboezemingen, columns en filosofie stond er ook wel degelijk poëzie in. Naar aanleiding van dit boek ben ik meer poëzie van hem gaan lezen en als dichter lees ik hem graag. Daarom heb ik Ingmar Heytze uitgekozen als dichter van de maand januari 2018.
Vanaf nu dus elke zondag een gedicht uit één van de bundels van Ingmar op dit blog. Te beginnen met vandaag. Uit de bundel ‘Schaduwboekhouding’ uit 2005 een prachtig liefdesgedicht getiteld ‘Geheim gedicht’.
.
Geheim gedicht
.
Vannacht heb ik een zoen begraven.
Hij lag dertien maanden tussen ons in
en jij had al een paar keer gevraagd:
wat ligt daar nou toch steeds.
Toen je eindelijk sliep, drukte ik
de zoen met mijn lippen in een doosje
vol watten en liep naar de tuin. Daar
groef ik een graf van twee monden diep
onder de beuk. De duizend zoenen
die volgend jaar rood en zoet uit de takken
komen waaien, zijn allemaal voor jou.
.
Maar we zouden niet vergeten dat
Bert Schierbeek
.
In 1970 sterft Bert Schierbeeks tweede vrouw Margreetje bij een auto-ongeluk. Als gevolg van dit noodlottige ongeluk schrijft Schierbeek geruime tijd niet meer. Wanneer hij in 1972 met nieuw werk komt, zijn dat dichtregels. Geen proëzie meer, zoals zijn experimentele mix van poëzie en proza door hem genoemd werd, maar een bundel vol aarzelende, sobere, emotionerende verzen. Deze nieuwe bundel met als titel ‘De deur’ is een bundel waarin de dichter haperend en stamelend letterlijk naar woorden voor zijn verlies zoekt.
De bundel ‘De deur’ wordt uiteindelijk zijn meest succesvolle bundel. Uit deze bundel (mijn exemplaar is een 7e druk uit 1997) het gedicht met de beginregel ‘maar we zouden niet vergeten dat’.
.
maar we zouden niet vergeten dat
we hebben gelachen, gelachen hebben
we veel en dat zal ik niet vergeten
want we hebben gelachen en veel hè?
en dat zullen we nooit vergeten om-
dat we zoveel gelachen hebben en dat
niet vergeten gvd wat hebben we gelachen
en niet en nooit vergeten dat we zo
hebben gelachen omdat we samen waren
en zoveel gelachen hebben dat we
het nooit zullen vergeten
.
Foto: Pieter van der Meer
Stiltes bij verstek
Keri Hulme
.
In de jaren tachtig van de vorige eeuw kon je geen studentenkamer binnen komen zonder tegen een boekenkast op te lopen met daarin prominent de roman ‘Kerewin’ van Keri Hulme (1947) tegen te komen. Deze roman van de schrijfster uit Nieuw Zeeland, in het Engels ‘The bone people’ geheten, was een groot internationaal succes en werd vele malen bekroond met onder andere de Booker Prize in 1985. Keri Hulme komt uit een familie met roots in Engeland, Schotland, Noorwegen en/of de Faroeër eilanden en van de Maori’s.
Dat Keri Hulme ook poëzie schrijft was voor mij een verrassing (het komt de laatste tijd vaker voor dat ik erachter kom dat romanschrijvers die ik ken ook poëzie blijken te schrijven). In de kringloopwinkel waar ik de vertaalde poëzie van Keri Hulme vond stonden maar liefst twee exemplaren van haar bundel ‘Stiltes bij vertrek’ uit 1992 (de Engelstalige versie ‘The silences between’ is van 1982).
In deze bundel verwoordt Hulme haar bijna mystieke band met het dorp Moeraki aan de oostkust van Nieuw Zeeland, waar zij opgroeide. Uit deze bundel het gedicht ‘Okarito tuhituhia’ wat ‘geschreven alfabet’ betekent.
.
Okarito tuhituhia
.
Zandvliegen:
zwarte bultenaars
met een dunne angel
van begerig vlees.
.
Ik ben ongeduldig, te ongeduldig… daarom
gebeurt er niets zoals ik het wil
bam! ogenblikkelijk
.
bam! huis klaar!
bam! whitebait trekt/wordt gevangen/is
schoongemaakt/is verslonden!
bam! kant en klaar boek!
.
maar het kost allemaal jaren en tranen en VEEL TE VEEL TIJD
.
.
Perversiteit die uit deze wanhoop voortvloeit
bracht me zover dat ik de zandvliegen gerig doodt;
ze met mijn tanden van mijn vlezige handen pluk
en met genoeglijke zorgvuldigheid hun borstkast kraak –
een licht geknisper
.
Als je oud bent
William Butler Yeats
.
Het gedicht ‘Als je oud bent’ van William Butler Yeats in vertaling van Ivo van Strijtem gaat over dat wat geweest is, om nog maar eens te benadrukken dat we vooral van het nu moeten genieten, in alles wat er gebeurt, wat er op ons pad komt. Als je oud bent is er nog tijd genoeg om de dingen die voorbij gingen te herinneren.
.
Als je oud bent
.
Als slaap je overmant en jij daar oud
En grijs het vuur inkijkt, neem dan dit boek,
En lees, droom van je zachte blik en zoek
Je diepe ogenschaduw, eens vertrouwd.
.
Wie hield niet, waar of vals, van je zo licht’
En lieve schoonheid die ieder zo beviel;
Slechts een hield van de pelgrim in je ziel
En van je ouder en bedroefd gezicht.
.
En buigend bij de gloeiend hete haard,
Mompel, een beetje triest, hoe Liefde ging
En over bergen hoog in schittering
Van sterren liep, verbergend gelaat.
Oudejaarsdag
Dichter van de maand: Dimitri Verhulst
.
Voordat ik mijn laatste bericht van dit jaar plaats wil ik vanaf deze plek iedereen, mijn vaste en losse lezers, hartelijk bedanken voor hun interesse en waardering van dit blog in het afgelopen jaar. De herinneringen aan dichters of gedichten die jullie met me deelden, de tips die ik kreeg (laat ze maar komen) en de hartverwarmende reacties die jullie achterlieten bij de berichten, ik heb ze heel erg gewaardeerd.
Vanaf deze plek wens ik iedereen een heel mooi, poëtisch en voorspoedig 2018 toe.
Voor de laatste maal dit jaar de dichter van de maand en voor het laatst deze maand Dimitri Verhulst als dichter van de maand. Op deze oudejaarsdag koos ik voor het gedicht uit het hoofdstuk De dochters, wakker worden uit de bundel ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’.
Ik koos voor dit gedicht omdat het zo mooi het proces beschrijft van een meisje dat vrouw wordt en dat dit met pijn en moeite, verveling en vervelling gaat. Ik maak het dagelijks mee hoe dit proces zich voltrekt en daarom op de laatste dag van 2017 het gedicht zonder titel maar met het nummer 4.
.
4
.
Het is niet het grote vervelen
waaraan het meisje zich overgeeft,
het is het vervellen!
Zij is bezig het kind in haar
behoedzaam af te pellen,
traag en laag per laag.
De uren verglijden langs haar dijen
en ze weet het niet, ze merkt het niet.
Vandaag blijft zij met al haar billen binnen
om te knoppen, te kniezen en te kiemen.
Haar luiheid is niet lusteloos,
om te ontwaken moet ze liggen,
landerig als de middag. Ledig
en loom legt zij het meisje zacht
te sterven in de wording van de vrouw.
Het voorjaar draalt voorbij.
De vogels komen zo.
.
Poetry on the move
Poëzie evenement
.
In september van dit jaar werd door het IPSI (International Poetry Studies Institute) op de faculteit Arts & Design van de universiteit van Canberra voor de derde keer Poetry on the Move georganiseerd. Als je nu denkt dat dit betekent dat er een lading dichters samen in een bus (of een ander vervoermiddel) er op uit trok om poëzie onder de mensen te brengen (zoiets als de Poëziebus) dan heb je het mis. In deze universiteit in Australië betekent dat men inhoudelijk met poëzie zich ‘beweegt’.
Het betreft hier een meerdaags evenement (een beetje vergelijkbaar met Poetry International) waar er workshops worden gegeven door poets in residence, poëzie entertainment is en waar er discussies zijn over poëzie. Daarnaast was er speciale aandacht voor vertalingen en er werden verschillende publicaties gepresenteerd. In acht dagen werden studenten en belangstellenden bezig gehouden door meer dan 75 dichters waaronder Vahni Capildeo en Glyn Maxwell.
Deze laatste, Glyn Maxwell (1962) is een Engels dichter. Hij studeerde Engels en theater met Derek Walcott. Maxwell heeft verschillende gedichten en lange verhalende gedichten geschreven. De Sugar Mile (2005), een verhalend gedicht dat zich afspeelt in een bar in Manhattan, een paar dagen voor 11 september 2001, weeft verschillende stemmen en verhalen samen en onderzoekt de aard van het lot.
Van deze dichter koos ik het gedicht ‘The only work’ een gedicht dat hij opdroeg aan Agha Shahid Ali (1949 – 2001) een Kashmiri-Amerikaans dichter.
.
The only work
.
In memory of Agha Shahid Ali
When a poet leaves to see to all that matters,
nothing has changed. In treasured places still
he clears his head and writes.
None of his joie-de-vivre or books or friends
or ecstasies go with him to the piece
he waits for and begins,
nor is he here in this. The only work
that bonds us separates us for all time.
We feel it in a handshake,
a hug that isn’t ours to end. When a verse
has done its work, it tells us there’ll be one day
nothing but the verse,
and it tells us this the way a mother might
inform her son so gently of a matter
he goes his way delighted.
.
Peggy Verzett
haar vliegstro
.
Pasgeleden mocht ik mijn verhaal vertellen op de middag van de bibliothecaris in De Doelen in Rotterdam samen met nog een aantal inspirerende collega’s. Een van hen was Peggy Verzett. Deze Rotterdamse dichter en beeldend kunstenaar zong daar samen in een trio een aantal nummers maar ze droeg ook gedichten voor uit haar laatste bundel ‘haar vliegstro’ uit 2016.
De bundel ‘haar vliegstro’ gaat over haar moeder en in de poëzie zie je haar kunstenaarschap terug. Geen gedichten met een titel en dan het gedicht volgens een vaste vorm of concept, nee Peggy Verzett gebruikt in deze bundel de ruimte die haar gegeven wordt. Ze gebruikt de volledige bladspiegel, wisselt korte gedichten af met lange prozaïsche poëzie, ze maakt gebruik van kolommen en af en toe moest ik denk aan de dichter van Paul Ostaijen.
Haar poëzie is niet heel makkelijk leesbaar of toegankelijk, eerder hermetisch of sterk associatief, maar voor wie zich de tijd gunt en de gedichten aandachtig leest valt er veel te genieten en te begrijpen.
Een voorbeeld uit de bundel zonder titel.
.
ik wilde niets
geen blij gras
of ‘paviljoen in blij gras’
’t eerste deel dat ik vulde met gist,
.
hoe goed het glijden ging over
haar afficherende dienstingang
de mogelijkheid van glas erin te gaan en dansen, er vuurgraads levens lang
(de overkappingen/netwerken van elektrieken, mijn en jouw gedrag
.
neuzen snuiten in Lapland)
bereikte mij in hevig binnenrijm op een punttere
zich in eigen kwik
een rij gleed – de berm gedroeg zich
.
als ’n heilige anonieme in stilstaande bleke
lichte een zitting uit van het vacuüm
ik voelde spijt in
ongeboren kiezen woelden witte zachte ingedeukte kegels
.
na het sluiten van de geslachten
op mosniveau viel zeker iets
te halen een nieuwe afgeluisterde die hersenschuinte in
toen was Draussen nog of het goed of
.
zomer zomer
motors motors
mutabele motoren van bloed
.
Kerstmis 2017
Charles Bukowski
.
Eerste Kerstdag 2017. Geen betere datum om een gedicht van één van mijn favoriete dichters/schrijvers Charles Bukowski te plaatsen. En wel omdat het gedicht ‘some kind of nut’ het gevoel weergeeft van verschillende mensen die ik ken, die eigenlijk niet kunnen wachten tot de kerstdagen weer voorbij zijn. Juist voor die mensen, en omdat alle andere mensen die wel van de kerstdagen houden al volop aan bod en in beeld komen en voorzien worden van elke mogelijke vorm van kerstfeest, het gedicht van Bukowski.
.
Met dank aan Karen Bertrams
Afspraak
Dimitri Verhulst
.
Vandaag op deze voorlaatste zondag van 2017, het op een na laatste gedicht van de dichter van de maand december, Dimitri Verhulst. Dit keer met het gedicht ‘Afspraak’. Dit gedicht doet me ergens denken aan het gedicht ‘Laten wij al afscheid nemen’. Ook in dit gedicht loopt Diomitri Verhulst vooruit op de zaken, op de dingen die nog (misschien wel heel snel al) komen gaan, namelijk het sterven.
.
Afspraak
.
Ik zou willen dat je niet wacht als mijn moment daar is.
Je mag me nog even onderstoppen, maar ook niets meer dan dat.
En als je tijdens dat mij onderstoppen ook nog heel lief lacht
zal ik jouw geveinsd geluk jou voor die keer toch wel vergeven.
Maar daarna moet je gaan, en de deur dichtdoen.
Ga niet naast bed de wisselvallige intervallen
van mijn al rotte adem tellen. Houd mijn hand niet vast
die als een want zal worden neergelegd en waarin eens
mijn hand gezeten en naar die van jou gegrepen had.
Luister niet hoe het in mijn bast beestachtig bonkt en reutelt,
hoe de kanker daar snel nog even aan mijn botten sleutelt
en kijk niet in mijn ogen die gebroken in hun kassen
zich aanpassen aan het aardedonker
van wat geen nacht zal zijn.
Laat mij achter in die kamer, alleen.
Want wij twee mogen enkel van het leven zijn.
Wees zo goed deze banaliteit te negeren, en ga
naar beneden, de tuin in,
hang er je jurken aan de wasdraad en ik zal kijken
door het raam hoe zij mij salueren in de wind.
Bak bijvoorbeeld ajuinen, en laat ze enorm bruinen
in de boter, zodat ik ze ruiken kan tot boven
en denken: mijn god, wat kookt zij goed!
Maar als ik de macht nog in mijn benen heb,
en daar hoop ik op,
zal ik me vastklampen aan de trapleuning
die ik eigenlijk nog eens vernissen moest,
en zeggen: ik ben al naar boven, schat,
tot straks.
.















