Categorie archief: Gedichten in de openbare ruimte
Stalen poëzie
Geplaatst door woutervanheiningen
Cortenstaal
.
Op zoek naar iets heel anders kwam ik op internet een aantal mooie vormen van poëzie in vreemde vormen tegen. Of eigenlijk moet ik zeggen poëzie in bijzondere uitvoeringen. In dit geval namelijk uitgesneden in platen Cortenstaal.
Cortenstaal, ook bekend onder de merknaam COR-TEN-staal, is een metaallegering, bestaande uit ijzer waaraan koper, fosfor, silicium, nikkel en chroom zijn toegevoegd. Cortenstaal is een weervast staal en de bruine roestkleur is het meest typische uiterlijke kenmerk.
Regelmatig kom ik kunst in de buitenruimte tegen die is uitgevoerd in dit soort staal. Als je ooit een roestige vorm van kunst buiten ziet ga er dan maar vanuit dat het hier Cortenstaal betreft. En er is dus ook poëzie uitgevoerd in Cortenstaal. Zo kwam ik Staaltjes natuur tegen http://www.staaltjesnatuur.com van Geert De Kockere. Of litanuurtjes zoals hij ze noemt; gedichten uitgesneden in platen Cortenstaal. De gedichten worden gesneden in een plaat staal van 62 bij 62 en kunnen als een kunstwerk in de tuin kunnen worden gezet, aan een muur gehangen of zelfs binnen in een hal voor een poëtische noot kunnen zorgen.
Hieronder een aantal voorbeelden (niet alleen van Geert De Kockere overigens, er zijn meerdere aanbieders.
.
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten in vreemde vormen, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie en Kunst
Tags: 62 bij 62 cm, chroom, COR-TEN-staal, Cortenstaal, dichter, fosfor, gedicht, gedichten, gedichten in bijzondere vormen, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, Geert De Kockere, hal, ijzer, koper, kunstwerk, literatuurtjes, metaallegering, muur, nikkel, platen staal, poëzie, roestig, silicium, tuin, typisch uiterlijk kenmerk, uitgesneden, weerkaats
Gedicht in Dublin Airport
Geplaatst door woutervanheiningen
Swanlight
.
In 2017 werden passagiers die Ierland verlieten via Dublin Airport geconfronteerd met installaties van Ierse kunstenaars om op die manier een positief blijvende indruk van Ierland mee te geven. Niet alleen werden visuele kunstinstallaties met de titel ‘Vibrant Irish Light’ geplaatst in opvallende kleuren van de regenboog maar er werd ook het gedicht ‘Swanlight’ uit 2001 van de Ierse dichter, priester, auteur en Hegeliaans filosoof John O’Donohue (1956 – 2008) getoond maar ook teksten van andere Ierse auteurs. Of deze installaties en gedichten nog steeds te zien zijn weet ik niet maar ze zien er prachtig uit.
.
Swanlight
.
Might brighten its syllables on the frost
Of these first New Year days whose cold is blue.
A weak winter sun lowers down behind
The moor that rises away from the lake.
Succumbs to this darkening of spirit
That would deny the bog today’s twilight.
To appear at the far end of the lake
In two diagrams of white, uneven light.
And alone, glistening in awkward form
Dreaming across the water a bright path.
Two swans have found the mirror in the lake
Where a V of horizon lets light through
Now they swim and fade through windows of reed
And disrobe the lake of apparition.
See nothing. Departing that perfect ground
I knew I had been hungry for a blessing.
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Ierse dichtersweek
Tags: 1956, 2001, 2008, 2017, auteur, dichters, Dublin Airport, gedicht, gedicht op een vliegveld, gedichten, gedichten op vreemde plekken, Hegeliaans filosoof, Ierland, Iers dichter, Ierse dichter, Irish poetry, John O'Donohue, kunstinstallaties, passagiers, poëzie, poem, poet, poetry, priester, Regenboog, Swanlight, Vibrant Irish Light, visueel
Geest en macht
Geplaatst door woutervanheiningen
Gedichten op lantarenpalen
.
In 1906 wordt in het Estse plaatsje Jõgeva dichter en schrijfster Betti Alver (1906 – 1989) geboren. Van 1924 tot 1927 studeerde zij Estische filologie aan de Universiteit van Tartu waarna ze meer dan 60 jaar schrijfster zou zijn. Ze begon met het schrijven van novellen en romans maar maakte vooral naam als dichter. Haar debuutbundel ‘Tolm ja tuli’ (Stof en Vuur) uit 1936 betekende haar doorbraak als dichter. Voor haar werk ontving zij verschillende literaire prijzen waaronder de ‘Juhan Liiv Poëzieprijs’. In Alvers werk is de geest altijd belangrijker dan de materie, hetgeen ook blijkt uit haar beroemde gedicht ‘Geest en Macht’ uit 1939 (vertaling Cornelius Hasselblatt en Marianne Vogel).
.
Geest en Macht
.
De geest droeg ooit een rijke dos
en lauwerkrans
hij draaide aan ’t spit een vette os –
maar thans? Maar thans?
De massa staat in vroom gelid
en rijke dos.
Maar vriend, nu zit de geest aan ’t spit
en draait de os.
.
In haar geboorteplaats Jõgeva is het Betti Alver museum gevestigd waar manuscripten, literaire werken, foto’s en persoonlijke bezittingen van haar te zien zijn. In 2018 besloot het museum dat het mooi zou zijn als haar poëzie ook buiten het museum in de openbare ruimte te lezen zou zijn. Dus liet men een bedrijf delen van haar poëzie uitsnijden in aluminium en deze op lijnen aan lantaarnpalen bevestigen. Hierdoor zien ze er licht en luchtig uit tegen de lucht en roepen ze de voorbijganger op ze te lezen. De gedichten zijn geplaatst op zes lantaarnpalen rond de stad Jõgeva.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1906, 1924, 1927, 1936, 1939, 1989, 2018, aluminium lijnen, Betti Alver, Betti Alver museum, Cornelius Hasselblatt, dichtbundel, dichter, Estische filologie, Estland, Ests dichter, foto's, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, gedichtenbundel, geest, Geest en Macht, Jõgeva, Juhan Liiv Poëzieprijs, licht, literaire prijzen, literaire werken, lucht, manuscripten, Marianne Vogel, materie, novellen, persoonlijke bezittingen, poëzie, poëziebundel, romans, schrijfster, Stof en Vuur, Tolm ja tuli, Universiteit van Tartu, vertalers, Vertaling
Service information
Geplaatst door woutervanheiningen
Guerilla poëzie
.
Als er iets is waar ik een zwak voor heb dan is het voor spontane ideeën, ingevingen en acties gericht op poëzie en het uiten van dichters. Browsend op het internet kom je dan soms hele mooie voorbeelden tegen. Zoals het voorbeeld dat ik tegen kwam op de website van Andrew Whitehead https://www.andrewwhitehead.net/ over underground poëzie. Ik schreef al eens over het initiatief van de Metro in Londen om het gedrag van reizigers te beïnvloeden middels ‘Poetiquette’. Daar mochten reizigers op de Tumblr site van de metro gedichten plaatsen en de beste en mooiste werden op posters gedrukt en in de metrostations gehangen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/01/13/subway-etiquette/ .
Maar in diezelfde metro van Londen staan borden van de Service Information. Daarop kunnen mededelingen worden geschreven door de medewerkers van de metro aan de reizigers. Een aantal ‘guerilla’ dichters hebben zich die borden eigen gemaakt. Door boven aan het bord ‘Poetry Corner’ te schrijven en daaronder de datum en een gedicht met weer daaronder de naam van de dichter worden reizigers geconfronteerd met gedichten tijdens hun reizen. Dit kunnen gedichten zijn van bekende dichters maar ook van volledig onbekende dichters of anonieme dichters.
Hieronder een paar voorbeelden. Het eerste voorbeeld is een gedicht van dichter Jehane Markham (1949). Markham studeerde aan de Central School of Art en deed Irish en Film Studies aan de University of North London. In 1974 debuteerde ze met de dichtbundel ‘The Captain’s Death Soul’ waarna ze nog ‘Ten Poems’ (1993), ‘Twenty Poems’ (1999) en ‘Thirty Poems’ (2004) publiceerde. Van haar hand werd het gedicht ‘The Kiss’ geschreven op het Service Information bord.
.
The Kiss
.
In the dark saying goodbye,
I would kiss you on the lips
and begin to cry.
Imagine for once a good outcome
for death. That heaven really
does exist.
At the gate,
all the people that you love.
Waiting to be kissed.
.
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1949, 1974, 1994, 1999, 2004, aankondiging, Andrew Whitehead, beïnvloeden, bord, Central School of Arts, dichter, dichters, Film studies, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, guerilla poëzie, guerilla poetry, Irish studies, Jehane Markham, Londen, London, metro, metrostations, ondergrondse, poëzie, poem, poems, poet, Poetiquette, poetry, Poetry Corner, reizigers, Service Information, Subway, Ten Poems, The Captain's Dead Soul, The kiss, Thirty Poems, Twenty Poems, underground, University of North London
Ons te vroeg ontvallen 3
Geplaatst door woutervanheiningen
Rieneke Grobben-Minderman
.
Op 23 maart 2018 overleed de, altijd in het roze geklede, dichter en fantastisch mens Rieneke Grobben-Minderman op 73 jarige leeftijd. Ze was, zo lang ik me kan herinneren, een vaste gast op de podia van Ongehoord! in de bibliotheek van Rotterdam, op het podium in de Jacobustuin en bij de uitreiking van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijdprijs. Elk podium kwam ze op met haar roze koffertje, zette haar bril van haar voorhoofd op haar neus en haalde haar gedichten op de rol (haar gedicht aan de meter) tevoorschijn en al afrollend las ze haar ongeëvenaarde poëzie voor. Gedichten als ‘Check in Check out’, ‘Op z’n Jan Boerenfluitjes’, ‘Crime passionel’ en natuurlijk ‘Rotterdam an du meter du stad van’ waar ik nooit genoeg van kreeg. Hoe vaak ze ze ook voorlas, elke keer was het weer genieten.
Rieneke was ook altijd bereid om te verschijnen op een podium als je haar vroeg (en als ze de tijd had). Haar aanwezigheid en voordrachten mis ik (en velen met mij) nog steeds. Joop van der Hor stelde samen met Rieneke en nog een aantal mensen en instanties de bundel ‘De wereld volgens Grobben’ samen waarin haar Rotterdamse gedichten en verhalen (en veel foto’s van optredens, krantenknipsels en persoonlijke foto’s) zijn opgenomen. Op die manier is haar werk bewaard gebleven voor alle liefhebbers en bewonderaars en dat waren er velen. Op 23 maart 2018 overleed Rieneke en op 15 april 2018 werd ze herdacht met de onthulling van de eindpassage van haar gedicht ‘Rotterdam aan de meter’dat als gevelgedicht werd uitgevoerd aan de Bas Jungeriusstraat in Rotterdam https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/14/rieneke-grobben-minderman/
Ik wil hier graag een gedicht van Rieneke delen wat voor mij vrij onbekend was maar waaruit de heerlijke nuchterheid van Rieneke spreekt en in de bundel is opgenomen getiteld ‘Op de bank bij…’.
.
Op de bank bij…
.
De krassen op mijn ziel
zij worden minder.
De littekens
verbleken.
De schaafwond,
een korstje erop.
De brandwond
genezen.
De gebroken botten
geheeld.
De ravage in mijn hoofd
gerangschikt.
De tranen
gedroogd.
Zo lag ik op de bank,
als een watje
én
de psychiater zei:
” ’t Komt wel in orde schatje.”
.
Geplaatst in Bibliotheken, Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: Bibliotheek, Check in Check out, Crime passionel, De wereld volgens Grobben, dichtbundel, dichter, eindpassage, foto's krantenknipsels, gedicht, gedicht aan de meter, gedicht op een muur, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichtenbundel, gevelgedicht, Joop van der Hor, koffertje, Op de bank bij..., Op z'n Jan Boerenfluitjes, persoonlijke foto's, poëzie, poëziebundel, Rieneke Grobben, Rieneke Minderman, rollen, Rotterdam, Rotterdam aan de meter, Rotterdam an du meter du stad van, Rotterdamse dichter, Rotyterdamse gedichten en verhalen, roze, stichting Ongehoord!, van de rol, voorlezen
Dichter bij Bloem
Geplaatst door woutervanheiningen
Alphen aan de Rijn
.
De dichter en essayist over poëzie J.C. Bloem (1887 – 1966) wordt sinds 2016 met een plaquette geleerd in de stad waar zijn ouders en hij zelf in zijn jeugd woonde Alphen aan de Rijn. Om precies te zijn bij de Villa Nuova aan de Oudshoornseweg. In 2016 was er wat gedoe over de plaatsing van deze plaquette omdat bekend was dat Bloem voor de oorlog lid was van de NSB en er soms nogal dubieuze ideeën op na hield. Hoewel de gemeente eerst niet wilde meewerken ging met toch akkoord om de betekenis van de dichter Bloem in de Nederlandse poëzie.
In het jaar dat het project Dichter bij Bloem van start ging werd onder andere een bord bevestigd bij de ingang van Villa Nuova en werd er een gedichtenwedstrijd uitgeschreven onder middelbare scholieren onder de ietwat vreemde titel Winning Moed. Het project liep tot 10 mei 2017, precies 130 jaar na zijn geboortedag. Op een overzichtsbord bij de Villa is nu nog een foto en informatie over dit project te lezen, evenals een aantal gedichten van Bloem.
Hieronder wat foto’s genomen door mijn broer en een gedicht van Bloem in sonnetvorm uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ derde druk uit 1968 het gedicht ‘De gelatene’.
.
De gelatene
.
Ik open ’t raam en laat het najaar binnen,
Het onuitsprekelijke, het van weleer
En van altijd. Als ik één ding begeer
Is het: dit tot het laatste te beminnen.
.
Er was in ’t leven niet heel veel te winnen.
Het deert mij niet meer. Heen is elk verweer,
Als men zich op het wereldoude zeer
Van de miljarden voor ons gaat bezinnen.
.
Jeugd is onrustig zijn en een verdwaasd
Hunkren naar onverganklijke beminden,
En eenzaamheid is dan gemis en pijn.
.
Dat is voorbij, zoals het leven haast.
Maar in alleen zijn is nu rust te vinden,
En dan: ’t had zoveel erger kunnen zijn.
..
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken
Tags: 1887, 1966, 1968, 2016, 2017, Alphen aan de Rijn, betekenis, De gelatene, derde druk, dichtbundel, dichter, Dichter bij Bloem, essayist, geboortedag, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten op vreemde plekken, gedichtenbundel, gedichtenwedstrijd, gemeente, J.C. Bloem, middelbare scholieren, Nederlandse poëzie, NSB, Oudhoornseweg, overzichtsbord, plaquette, poëtische essays, poëzie, poëziebundel, project, Tweede wereldoorlog, Verzamelde gedichten, Villa Nuova, Winning Moed
Gedicht op een kathedraal
Geplaatst door woutervanheiningen
Maud Vanhauwaert
.
De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen die tussen 1352 en 1521 werd gebouwd staat in de steigers want ze wordt gerestaureerd. En Antwerpen zou Antwerpen niet zijn als ze dit gegeven niet zouden aangrijpen om rondom deze restauratie niet iets te doen met poëzie. Antwerpen was de eerste Vlaamse stad met een stadsdichter. Na Tom Lanoye, Ramsey Nasr, Bart Moeyaert, Joke van Leeuwen, Peter Holvoet-Hanssen, Bernard Dewulf, Stijn Vranken, Maarten Inghels en Maud Vanhauwaert zal Seckou Ouologuem vanaf Gedichtendag 2020 deze titel dragen.
De restauratie van de Onze-Lieve-Vrouwenkathedraal begon al voor 2020 dus stadsdichter Maud Vanhauwaert (stadsdichter 2018-2019) is gevraagd een gedicht te maken bij deze restauratie. Het gedicht ‘Deze oude lieve vrouw’ is aangebracht op drie grote borden die als afscheiding fungeren tussen de kathedraal (waar gewerkt wordt aan de restauratie) en het publiek.
.
Geplaatst in Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Vlaamse dichters
Tags: 2018-2019, 2020, afscheiding, Antwerpen, Bart Moeyaert, België, Bernard Dewulf, borden, Deze oude lieve vrouw, dichter, gedicht, gedicht op een afscheidingsbord, gedichten, gedichten op vreemde plekken, gedichtendag, Joke van Leeuwen, Maarten Inghels, Maud Vanhauwaert, Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, Peter Holvoet-Hanssen, Ramsey Nasr, restauratie, Seckou Ouologuem, stadsdichter, Stijn Vranken, Tom Lanoye, Vlaams dichter, Vlaamse stad, Vlaanderen
Crypto gedicht
Geplaatst door woutervanheiningen
Gedichtencode
.
‘The Life That I Have’ (ook wel bekend onder de titel ‘Yours’) is een kort gedicht geschreven door Leo Marks en werd gebruikt als een gedichtencode in de Tweede Wereldoorlog. In de oorlog werden beroemde gedichten gebruikt om berichten te coderen. Dit bleek echter onzeker te zijn omdat vijandige crypto-analysten het origineel uit gepubliceerde bronnen konden lokaliseren. Leo Marks ging dit tegen door zijn eigen geschreven creaties te gebruiken.
‘The Life That I Have’ was een origineel gedicht dat tot stand kwam op kerstavond 1943 en werd oorspronkelijk geschreven door Marks ter nagedachtenis aan zijn vriendin Ruth, die net was overleden bij een vliegtuigongeluk in Canada. Op 24 maart 1944 werd het gedicht uitgegeven door Marks aan Violette Szabó, een Franse agent van Special Operations Executive die uiteindelijk werd gevangengenomen, gemarteld en gedood door de nazi’s.
Het werd beroemd door de opname in de film uit 1958 over Szabo, ‘Carve Her Name with Pride’, waar het gedicht de creatie was van Violette’s man Etienne. (Marks stond toe dat het werd gebruikt onder de voorwaarde dat de auteur niet kon worden geïdentificeerd.) In haar biografie Violette Szabó: ‘The Life That I Have’ uit 2002 beweerde auteur Susan Ottaway ten onrechte dat het gedicht eigenlijk was geschreven voor de film uit 1958.
In het Engelse plaatsje Tempsford staat een gedenkzuil (het Tempsford SOE memorial) met het gedicht voor Violette Szabó.
.
Code poem for Violette Szabó
.
The life that I have.
Is all that I have. And
the life that I have. Is
yours. Of the life that
I have. Is yours and
yours and yours. A
sleep I shall have .
A rest I shall have .
Yet death will be
but a pause. For the
peace of my years .
In the log green
grass. Will be yours
and yours and yours.
.
Het gedicht van Marks is ook gebruikt als versiering van een pillendoosje
Geplaatst in Dichter in verzet, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten in vreemde vormen, Gedichten op vreemde plekken, Liefdespoëzie, Poëzie en Film
Tags: 1943, 1944, 1958, 2002, beroemde gedichten, biografie, Canada, Carve her name with pride, code, codering, creaties, Crypto, crypto-analisten, dichter, Etienne, film, Frans agent, gedenkzuil, gedicht, gedicht in de openbare ruimte, gedichten, gedichten code, gedichten in vreemde vormen, gedichten op vreemde plekken, gemarteld, gepubliceerde bronnen, gevangengenomen, kerstavond, Leo Marks, memorial, Nazi's, oorlog, pillendoosje, poëzie, poem, poems, poet, poetry, Rutk, SOE, Special Operations Executive, Susan Ottaway, Tempsford, ter nagedachtenis, The life that I have, Tweede wereldoorlog, vermoord, Violette Szabó, vliegtuigongeluk, Yours
Tekstboom
Geplaatst door woutervanheiningen
Gedichten in vreemde vormen
.
Op de hoek van het Reitdiep en het Starkenborghkanaal in de gemeente Zuidhorn in Groningen is in september 2007 een tekstboom, een beeld in de vorm van een boom, van Regina Verhagen onthuld met daarop een gedicht van Gerrit Krol. Het kunstwerk met de titel ‘Vaarwater’ staat op het kruispunt van beide waterwegen. De tekstboom maakt deel uit van het project ‘Woordenstroom’ (meer info op https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Downloads/woordenstroom07.pdf). Woordenstroom is een kunstproject met 12 beelden met poëzie langs de vaarweg van Lemmer naar Delfzijl.
De tekst van Gerrit Krol op de tekstboom luidt:
.
Vaarwater
.
Geen land, maar water
Geen water, maar land
Land dat op water drijft
Vlak land derhalve
Twee kanalen die elkaar snijden
Liggen in hetzelfde vlak
Land waarin gesneden wordt
Water waarin gesneden wordt
Vaarwater
.
Geplaatst in Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten in vreemde vormen, Gedichten op vreemde plekken, Poëzie en Kunst
Tags: 12 beelden, 2007, Delfzijl, dichter, gedicht, gedichten, gedichten in de openbare ruimte, gedichten in vreemde vormen, gedichten op vreemde plekken, Gerrit Krol, Groningen, kunst en poëzie, Lemmer, Regina Verhagen, Reitdiep, Starkenborghkanaal, straatpoezie.nl, Tekstboom, Vaarwater, vaarwegen, waterwegen, woordenstroom, Zuidhorn
Stiltedag
Geplaatst door woutervanheiningen
Grenspark Kalmthoutse heide
.
In het zuidwesten van Brabant (Nederland) ligt een stuk België dat eigenlijk voor een deel Nederland in lijkt te komen. In Nederland onder andere omgeven door de plaatsjes Huijbergen en Ossendrecht en in Vlaanderen door de plaatsjes Wildert, Achterbroek en Ertbrand, ligt het Grenspark Kalmthoutse heide. Een Grenspark want het parl lopt van België door in Nederland. Na dit stukje topografie dan nu de reden dat ik hier over schrijf.
Jaarlijks wordt in dit Grenspark een Stiltedag georganiseerd. Ook dit jaar weer en wel op zondag 27 oktober aanstaande. Dit jaar was aan deze Stiltedag een schrijfwedstrijd gekoppeld en maar liefst 372 gedichten werden ingestuurd als deelname aan deze wedstrijd die de natuur en stilte als thema had. Tijdens de Stiltedag van 27 oktober 2019, kan iedereen deelnemen aan een poëziewandeling waarbij de tien laureaten tentoon gesteld worden. Ook wordt de winnaar van de wedstrijd bekend gemaakt. Met deze wedstrijd wil de organisatie aandacht vestigen op de kwaliteiten van het Grenspark Kalmthoutse Heide: de aanwezige natuur en de uitzonderlijke stilte in het gebied.
Laureaten wandeling
Van 10.00 tot 17.00 uur is er een doorlopende tentoonstelling van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd; inzendingen van de laureaten van de poëzie-schrijfwedstrijd worden getoond langs een kort wandelparcours (1 km). Wil je meedoen met deze wandeling ga dan naar De Volksabdij Onze Lieve Vrouwe Ter Duinenlaan 199, 4641 RM Ossendrecht, Nederland. Ga naar het infopunt naast de ingang van restaurant De Blauwe Pauw.
Bekendmaking winnaars poëziewedstrijd
Tussen 12.30 en 13.00 uur wordt de winnaar officieel bekend gemaakt op De Volksabdij, O.L.V. Ter Duinenlaan 199 – 4641 RM Ossendrecht (NL).
Na de Dag van de Stilte blijven de 10 panelen met de winnende gedichten nog een tijdje op de wandelroute rondom De Volksabdij staan.
.
Een Stiltedag zonder een gedicht over de stilte is geen Stiltedag en daarom koos ik voor het gedicht van Simon Carmiggelt uit de bundel ‘Fabriekswater’ uit 1956 (onder het pseudoniem Karel Bralleput) met de titel ‘Zwijgplicht’ waarin de dichter zich afvraagt of hij wel genoeg heeft gezwegen in zijn leven.
.
Zwijgplicht
.
Ik praat. Ik maak de hele dag geluid,
want eigenlijk ben ik zo’n zwijgzaam man,
dat ik onmoog’lijk zoveel zwijgen kan.
Daarom stel ik mijn zwijgen pratend uit.
.
Ik schrijf. Ik zie die hand maar gaan,
maar eigenlijk ben ik nog nooit begonnen
aan mijn verhaal. het is nog niet verzonnen.
Ik schuif het schrijvend op de lange baan.
.
Ik leef. Ik vind mijn leven kort,
maar eigenlijk trek ik alleen gezichten,
die horen bij een handvol daagse plichten.
Zo wacht ik levend tot ik eens geboren word.
.
Ik praat. Geen ramp heeft me nog stil gekregen.
Ik schrijf. de snelle woorden gaan hun gang.
Ik leef- maar in de nacht denk ik soms bang:
Straks zwijg ik. Heb ik dan genoeg gezwegen.
.
Geplaatst in Dichtbundels, Favoriete dichters, Gedichten in de openbare ruimte, Gedichten op vreemde plekken, Literaire wandelingen, Poëziewedstrijden
Tags: 1956, 27 oktober 2019, Achterbroek, België, borden, Brabant, De volksabdij, dichtbundel, dichter, dichters, Ertbarnd, Fabriekswater, gedicht, gedichten, gedichtenbundel, grens, Grenspark Kalmthoutse heide, Huijbergen, Karel Bralleput, laureaten, natuur, Ossendrecht, panelen, poëzie, poëziebundel, poëziewandeling, poëziewedstrijd, restaurant De Blauwe Pauw, schrijfwedstrijd, Simon Cramiggelt, Stilte, Stiltedag, tentoonstelling, thema, Vlaanderen, Wildert, Zwijgplicht



























