Categorie archief: Poëzie en Kunst
Logos
Rozalie Hirs
.
In 2002 publiceerde dichter en componist Rozalie Hirs (1965) haar bundel ‘Logos’, genoemd naar de gelijknamige online hyperstructuur. In samenwerking met Matt Lee (die de site in flash programmeerde) en met illustraties van Noëlle von Eugen werd deze bundel omgewerkt tot een digitale bundel. Via hyperlinks op de anatomische kaart (en binnen de gedichten) kan de lezer direct naar de gedichten, waar het betreffende lichaamsdeel wordt belicht, navigeren (en ook van gedicht naar gedicht springen). De bundel is online te lezen op http://www.rozaliehirs.nl/rozalie-hirs-logos-2002/#gedichten en is al stand alone app te downloaden.
De logos uit de titel zou naar de wetten van het lichaam kunnen verwijzen, waarmee we ons dagelijks in het contact met de wereld geconfronteerd zien. Maar ook naar het denken, de verbeelding, en het woord. In de talrijke liefdesgedichten blijkt de beminde een mens van vlees en bloed maar tegelijkertijd ook de taal. Een mooi voorbeeld uit deze digitale bundel is het het liefdesgedicht ‘Orewoet’.
.
Orewoet
.
Ik wrijf het geluid van je stem
over mijn gezicht –
mijn vingers drukken
de druppels aan stukken.
Je likt over mijn wangen,
aan mijn wimpers,
op zoek naar zout: minerale
houdbaarheid voor banen van bloed.
Tranen meren aan je lippen en
keren zich buitenste binnen.
Je slikt de voedselvloed
met lome teugen – als een sluis.
De handeling klinkt terug
in de wijde buis van de omgeving –
de geesten zien elkaar op de brug.
Je tong ligt open voor de tijding:
Mijn antwoord op jouw getijde.
.
Betreffende vogels
Hans Warren
.
Sinds afgelopen zondag is het bundeltje ‘Betreffende vogels’ van Hans Warren in mijn bezit. Dit kleine bundeltje met 24 gedichten bij miniaturen van H. J. Slijper werd in 1974 uitgegeven door Erven Thomas Rap en mijn exemplaar is gesigneerd door Hans Warren (1921 – 2001) en H.J. Slijper (1922 – 2007). In deze bundel staan dus 24 gedichten gerangschikt in 4 hoofdstukken met namen als; Dode vogels, Historische vogels, Vogels in de spiegel en Zingende vogels en ze worden voorafgegaan door een gedicht getiteld ‘Slechtvalk en duif’.
Warren en Slijper hebben elkaar gevonden door hun wederzijdse voorliefde voor vogels. Slijpers illustraties sierde met regelmaat de voorkant van het blad ‘Vogeljaar’ en Warren vertaalde meerdere natuur- en vogelboeken. Ik heb voor het gedicht ‘De Wielewaal’ uit dit bundeltje gekozen omdat het een vreemd gedicht is, omdat Hans Warren in dit gedicht aan de haal gaat met de vele namen van de Wielewaal en tot slot eindigt in een vreemd soort klankdeel.
.
De Wielewaal
.
Oriolus, Gele Gouw, Gele wielewouw,
Loriot, Figo l’Aouriaou, Migliora,
Ajulu, Gabrieli, Agruppa filu,
Rigogolo, Crusuelo, Pirol,
Shulz von Milo, Schulz von Bülow,
Oropendola. ‘Hio bulo!
gidleo gitatidlio gigilio
gipliagiblio gidleeah!’
.
Brief aan de zee
Johanna Kruit
.
Afgelopen weekend bezocht ik de tentoonstelling ‘ Aan zee’ in het gemeentemuseum in Den Haag. Vele prachtige schilderijen van de zee van Jan Toorop, Piet Mondriaan, Ferdinand Hart Nibrig en Jacoba van Heemskerck. Voordat je in de ruimtes komt waar de schilderijen hangen is een ruimte waar foto’s van Stefan van Fleteren hangen. Een kleine tentoonstelling getiteld Terre/Mer (land/zee) waar ik onderstaande foto nam en waarvan ik echt even goed moest kijken of het nu een foto of een schilderij was.
Ik heb er een gedicht bijgezocht over de zee van Johanna Kruit, uit de bundel ‘Landgrens, bloemlezing 1970-1980’ uit 1982. Johanna Kruit (1940) is een schrijver/dichter uit Zoutelande (ja dat Zoutelande uit Zeeland). In 1976 debuteerde Kruit bij uitgeverij WEL met het boek ‘ Achter een glimlach’ . In 1989 kwam haar eerste kinderboek ‘ Als een film in je hoofd’ uit. Hierna ging ze verhalen en gedichten schrijven voor Vrij Nederland, Margriet, Okki, Taptoe en Mik-Mak. In 1996 kreeg ze een Vlag en Wimpel voor haar jeugdbundel ‘ Zoals wind om het huis’ . Kruit wordt samen met de schrijvers Leendert Witvliet, Wiel Kusters, Remco Ekkers en Ted van Lieshout gerekend tot de zogenoemde Blauw Geruite Kiel-groep.
.
Brief aan de zee
ooit heb ik geprobeerd je geheim
te doorgronden, maar je pakte je
zout in en droeg je geluiden weg
en in je golven stond:
verboden toegang
vergeefs probeerde ik de dagen op
muziek te zetten
maar ach
zelfs de regen liep mij nonchalant
voorbij, en met
eeuwen stof over mijn voetstappen
bleef ik in de trieste sfeer van
oude gebeden en weefde verward
aan een sprookje dat vrede heet
dan liet ik mij verleiden om te gaan
met de stemmen
– landinwaarts –
maar er waren meer dingen dan een
dromer ooit zal zien
en de wegen té veel
onderweg
en zo schrijf ik me zee
naar je toe
en al ben je te oud om met
nieuwe woorden aan te spreken
toch vraag ik je
overstem mijn gedachten
zet voet aan mijn land
en breng mij tot zwijgen
.
Ik heb het rood van het joodse bruidje lief
Pierre Kemp
.
Van sommige dichtbundels of bloemlezingen weet ik nog precies wanneer of bij welke gelegenheid ik ze voor het eerst zag of las. Dat geldt zeker voor de bloemlezing ‘Ik heb het rood van het joodse bruidje lief’ uit 1988 en samengesteld door Ton van Deel. Ik herinner het mij zo goed omdat ik destijds net was begonnen met het collectioneren voor de bibliotheek waar ik werkte. De recensie was niet bijzonder positief, maar mijn interesse was gewekt zodat ik de bundel toch heb aangeschaft terwijl poëzie voor zo’n kleine bibliotheek zeker geen automatisme was om aan te schaffen (eerder het omgekeerde).
Toen ik de bundel een aantal weken later in handen kreeg sloeg ik als eerste het gedicht van Pierre Kemp met de (bijna) gelijknamige titel op. Bij het gedicht een afbeelding van het schilderij van Rembrandt (in zwart-wit, dat wel maar de afbeelding stond op de voorkant in kleur). Toen, en nog steeds, leest het gedicht als een liefdesgedicht, de liefde van de dichter die hij voelde voor het schilderij en de schilder toen hij het schilderij bezag.
.
Het Rood van het Joodse Bruidje
.
Caedmons Hymn
Oudste Engelse gedicht
.
Cædmon’s ‘Hymn’ is een kort Oud Engels gedicht geschreven door Caedmon, een herder die niet kon schrijven of lezen maar die in God’s eer dit ‘lied’ zong waarbij hij deze woorden gebruikte. Het werd ‘geschreven’ of opgeschreven tussen 658 en 680 en is het oudste vastgelegde Engelse gedicht. Het is ook het oudste voorbeeld van een allitererend Germaans gedicht. Het gedicht gaat over de kerstening van Anglo-Saxisch Engeland.
Deze ‘Hymn’ is de enige compositie die bekend is van Caedmon. Het was een gezongen versie die later werd behouden doordat anderen het opschreven in niet minder dan 19 kopiëën en manuscripten.
In het Østre Anlæg, een park in Kopenhagen staat het Statens museum voor kunst. In dit museum kwam ik het onderstaande schilderij tegen van de Deense schilder Skovgaard, die een schilderij heeft gemaakt naar aanleiding van een hervertelling door ene Grundtvig van dit oudste Engelse gedicht. Hieronder de ‘Hymn’ hertaald naar het moderne Engels ( door A.Z. Foreman) en in het Oud Engels.
.
Cædmon’s Hymn to God
Hail now the holder of heaven’s realm,
That architect’s might, his mind’s many ways,
Lord forever and father of glory,
Ultimate crafter of all wonders,
Holy Maker who hoisted the heavens
To roof the heads of the human race,
And fashioned land for the legs of man,
Liege of the worldborn, Lord almighty.
Het origineel in oud Engels
Nū sculon heriġean heofonrīċes weard,
Meotodes meahte ond his mōdġeþanc,
weorc wuldorfæder, swā hē wundra ġehwæs,
ēċe Drihten, ōr onstealde.
Hē ǣrest sceōp eorðan bearnum
heofon tō hrōfe, hāliġ Scyppend;
þā middanġeard monncynnes weard,
ēċe Drihten, æfter tēode
fīrum foldan, Frēa ælmihtiġ.
.

























