Categorie archief: Vlaamse dichters

Jezus leeft

Mattijs Deraedt

.

Bij de laatste tweede kamer verkiezingen deed een redelijk obscure partij mee met de naam ‘Jezus leeft’. Ik heb het even opgezocht en ze haalden maar liefst 5.015 stemmen, je vraagt je af naar wie die stemmen gaan want voor een zetel is het bij lange na niet voldoende, maar dit even terzijde.

Ik zag gisteren een poster van deze splinterpartij en moest toen denken aan een gedicht van Mattijs Deraedt dat ik ergens gelezen had. Na enig zoekwerk had ik het gedicht gevonden op de website https://www.deoptimist.net/

Mattijs Deraedt (1993) is poëzieredacteur bij literair tijdschrift Kluger Hans. Gedichten van hem verschenen in tijdschriften als MUGzine (nummer 5) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/12/16/mug-5-is-er/, Het Liegend Konijn, De Revisor, Poëziekrant en Extaze. In 2017 werd hij derde in de finale van Write Now! met een cyclus gedichten. Eind 2018 stond hij in Vers van het Mes, een eigenzinnig poëzieprogramma van deBuren en Perdu.

In het voorjaar van 2020 verscheen zijn debuut ‘De schaduw van wat zo graag in de zon was blijven staan’ bij uitgeverij Poëziecentrum dat inmiddels de shortlist heeft gehaald van De Grote Poëzieprijs 2021 (opvolger van de VSB Poëzieprijs). Het gedicht ‘Basic Jezus’ haalde de bundel niet maar is zeer de moeite waard..

.

Basic Jezus

.

Ik heb Jezus gezien in de Basic-Fit.
Hij gaf me tips over mijn houding
en nam een selfie met de #nocrossnofit.
.
Op weg naar huis werd ik
in elkaar getrapt door de Farizeeërs
tussen de theehuisjes en de voetballende tieners.
.
Hij keek toe en ik zei:
‘Dit is mijn lichaam Jezus,
breek en eet hiervan.’

.

Wendy little rose

Marleen De Crée

.

In de laatst verschenen editie van leukste en kleinste poëziemagazine MUGzine, https://woutervanheiningen.wordpress.com/2021/02/17/in-de-nieuwe-mugzine/ met Nederlandse en Vlaamse dichters, staan een aantal gedichten van de Vlaamse dichter Marleen De Crée (1941). Alle gedichten , ook die van Marleen De Crée, zijn gratis te lezen via http://mugzines.nl/

De Crée is dichter en beeldend kunstenaar. Ze studeerde kunstgeschiedenis aan de K.U. Leuven. De eerste uitgever van Marleen de Crée was J.L. de Belder, waar ze jarenlang, net als met Maurice Gilliams, goed bevriend mee was. Haar werk is met meerdere literaire prijzen bekroond. Haar poëzie verscheen behalve in MUGzine ook in Deus ex Machina, Dietsche Warande en Belfort, Gierik, Nieuw VlaamsTijdschrift, Poëziekrant, Restant, Revolver, Spiegel, De Vlaamse Gids en Yang.

Haar oeuvre is sinds haar debuut in 1969 gegroeid naar meer dan 20 dichtbundels en haar werk is opgenomen in verschillende bloemlezingen. In 2004 verscheen van haar hand de bundel ‘Vita Vita’ en uit deze bundel is het gedicht ‘Wendy little rose’ genomen.

 

Wendy little rose

rozen, als kwamen ze ’s avonds, laten
zich niet lezen. ze slurpen taal en teken
uit mijn blik. in een sonore stoet trekken
ze voorbij. maanlicht staat te staren,

rukt aan de tijd, zwart als water en
vol onzekerheid. niets is nog bewezen.
rozen hebben me beet en bijten. ik slik
hun geur, blijf aan ze haken.

lucht hangt als verbeelding te verbleken,
veegt met een vage hand mijn adem uit.
hoe ver zijn rozen, hoe dicht aan mij gebrand.

mijn stem wikkelt zich soms uit hun blaren.
niets is guller dan een rozenhart. daarin
zal ik slapen, schuilen, leven als het moet.

.

Tederheid zal ik u noemen

Aleidis Dierick

.

Erotische poëzie komt in vele vormen. Voor wie de verscheidenheid van dit subgenre wil leren kennen zou ik zeggen, klik onder de kop categorieën op dit blog eens op Erotische poëzie en er gaat een wereld voor je open. Van rauw, recht voor zijn raap en expliciet naar lieflijk, poëtische en omfloerst.In de subcategorie lieflijk valt ook het gedicht ‘Tederheid zal ik u noemen’ van de Vlaamse dichter Aleidis Dierick (1932). Dierick debuteerde in 1977 met de bundel ‘Een zomer voorzien’ en publiceerde vooral poëziebundels in de late jaren ’70 en jaren ’80. Haar laatste publicatie is van 2015:  ‘De kerselaar’, Dagboek van een minnares. Een gedicht.

Dierick publiceerde gedichten in diverse literaire tijdschriften en haar werk vond meermaals de weg naar gezaghebbende bloemlezingen zoals ‘Dichters van deze tijd, Groot Nederlands Verzenboek’ en ‘De 100 beste gedichten van deze eeuw’. Ook in de veelbesproken bloemlezing van Gerrit Komrij vinden we drie van haar gedichten terug, en in de als postmodernistische bestempelde bloemlezing ‘Hotel New Flandres’ namen Dirk van Bastelaere, Erwin Jans en Patrick Peeters vijf gedichten van haar op.

Het gedicht ‘Tederheid zal ik u noemen’ staat in haar bundel ‘Gedichten voor een man’ uit 1978. Ze schreef hierover: ‘Als ik u niet bemin, leef ik in zonde.’ Niet hartstocht, maar het gebrek eraan zijn zondig. Deze ‘omgekeerde wijding’ uit de bundel, ‘Gedichten voor een man’, zou Aleidis Dierick nooit meer loslaten.

.

Tederheid zal ik u noemen

.

Gij maakt mij wilder wilder dan gras
en bloemen, ik die al wilder dan water ben
hoe zal ik u in mijn hartstocht noemen
u die ik nauwelijks ken.

.
Zal ik u lief en beminde noemen
in hoeveel namen vloeit gij mij uit
nooit stond een zomer zo te bloeien
in al zijn linden in al zijn kruid.

.
Hoe zal ik u in mijn kamer noemen
als gij schreiend uw mond drukt aan mijn huid
als gij stamelend man wordt in al uw zoenen
tederheid zal ik u noemen.

.

Boodschap aan de toekomst

Jens Meijen

.

Ik ken Jens Meijen als één van de deelnemers aan de Poëziebustoer van 2019. Ik schreef naar aanleiding van die toer toen dit stuk met gedicht over Jens https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/05/23/de-poeziebus-gaat-weer-rijden-2/

Jens Meijen (1996) rondde de masters Westerse Literatuur, Literatuurwetenschappen en Europese studies af aan de KU Leuven. Daarnaast is hij journalist, recensent en columnist bij ‘Humo’ en ‘De Morgen’, redacteur bij Greenpeace Belgium en lid van de kernredactie van literair tijdschrift ‘dw b’. Hij publiceerde ook nog in ‘De Revisor’, ‘deFusie’, ‘Hard//hoofd’ en ‘Deus Ex Machina’. Hij was de eerste Jonge Dichter des Vaderlands van België in 2016 en hij debuteerde als dichter met ‘Xenomorf’ in 2019.

Uit zijn debuutbundel ‘Xenomorf’ komt het gedicht ‘Boodschap aan de toekomst’ waarin Jens de stand van zaken in de wereld bekijkt en een boodschap geeft aan de lezer voor de toekomst.

 

Boodschap aan de toekomst

 

Donald Trump is president; Google een leger. Haat gloeit op in alle landen; de noordpool zweet

haar angsten uit. De wereld heeft koorts. Volgens ons duurt het niet lang meer.

 

We trekken bloedrode krijtstrepen over de aardkorst. Spuwen rookpluimen de hoogte in.

 

We tasten de grens van onze menselijkheid af, proeven van het leven als machine. Met

voorzichtige slokken. Nu nog.

 

We graviteren rond de luwte van de cyberspace. Staan aan de rand van een mandarijnkleurig

ravijn. Smokkelen herfstbladeren in jaszakken.

De geur van een vermoeid woud –

kennen jullie dat nog?

Het gevoel van erwtensoep en griep –

 

Alles moet maakbaar zijn; ook wij – het verleden balanceert op onze lippen. Kantelt in een

rozenstruik.

 

Durf twijfelen.

 

Durf weerstaan aan de vervreemding.

 

Blijf mens.

.

Noodplan

Sven de Swerts

.

Via Meander kreeg ik een paar bundels van uitgeverij Leeuwenhof en daar zat de bundel ‘Noodplan’ van Sven de Swerts (1987) bij uit januari 2021. Leeuwenhof geeft op zichzelf mooi verzorgde bundels uit maar in het geval van ‘Noodplan’ ontbreekt er wel wat. Noem me ouderwets maar als ik een bundel in handen heb dan vind ik het fijn om een titel en dichtersnaam op het omslag te vinden of überhaupt enige informatie op de omslag. Daar is bij ‘Noodplan’ geen sprake van.

Op de omslag wel een (beeldvullend) detail van een schilderij van Rozemarijne Margaretha Christina. Want de bundel bevat niet alleen poëzie van de Swerts maar ook een afdeling ‘Tekeningenbundel’ met artwork van genoemde Rozemarijne Margaretha Christina, Martin Peulen en Ben Chermenschi. Fraaie kunst van met name Peulen die de bundel een extraatje geven.

De poëzie van de Swerts is als altijd anders, Fysieke poëzie, Vlaams, soms rauw en waar de gedichten bij één van de kunstwerken is geschreven staat er in het klein een afbeelding van het kunstwerk met een paginanummer op de pagina met het gedicht.

Ik koos voor het gedicht ‘Niet van ons’ dat niet bij een afbeelding is geschreven.

.

Niet van ons

.

Ik ben begonnen met u op te schrijven

.

te vertalen – los in elkaar – verzamelen – uit te puzzelen –

nooit uit te krijgen

.

ik heb uw woorden – uit elke volgorde – in elkaar geknipt

.

ik wil wakker worden in uw verhaal

want lichamen onthechten

.

ik ben begonnen met u op te schrijven

want we doen niets meer samen en

dit ons is niet meer  van ons

.

als ogen vechten missen wij een stuk hoofd.

.

Omslag

Martin Peulen 

 

Paul van Ostaijen

Herdenkingsjaar

.

Op 22 februari was het 125 jaar geleden dat de Vlaams-Nederlandse dichter (Nederlandse vader, Vlaamse moeder) Paul van Ostaijen (1896 – 1928) werd geboren. 100 jaar geleden verscheen van van Ostaijen de bundel ‘Bezette stad’. Deze twee gebeurtenissen vormen de start van het Paul van Ostaijen-jaar. Op 22 februari was er in cultureel centrum De Brakke Grond een marathon vol poëzie, theater en muziek.  De line up bestond uit onder andere Gustaaf Peek, Spinvis, Aafke Romeijn en Hannah van Binsbergen.

Vanuit het geboortehuis van van Ostaijen in Antwerpen wordt een digitale uitzending gemaakt door Matthijs de Ridder en Willem Bongers-Dek over wie deze avant-garde dichter nu eigenlijk was.  De uitzendingen waren te zien (en zijn waarschijnlijk terug te kijken) via de Facebookpagina van De Brakke Grond en op deburen.eu

Reden genoeg om nog eens iets van deze bijzondere dichter te plaatsen. Ik koos uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1981 het gedicht ‘Fragmenten’ uit 1915.

.

Fragmenten

.

1

.

Mijn lief, mijn hart schenk ik je hier

Als ’n tennisbal;

Je speelgenoot weze ’n fraai zeeofficier,

Die knap wezen zal

En in het spel bedreven

.

2

.

Ik heb je al wat

Ik bezat

Mijn enige schat,

Mijn groot hart gegeven.

En wat heb jij den liefdedronken

Jongen

Die ik was, geschonken?

.

3

.

Mijn hart is door de smart gebenedijd,

Heb ik troostend tot mezelf gezeid.

Want mijn lijden,

Elke fijne dolk, elke grief

Is zoet verblijden

Voor mijn wreed lief.

.

Mood Indigo

Roger de Neef

.

Een nieuwe dichter ontdekken is altijd een feest voor mij. Hoe gaat dat? Ik lees of hoor ergens de naam van een dichter (of dat een persoon ook dichter is), ken die persoon of zijn naam niet en ga dan op onderzoek uit. Wikipedia is dan vaak een bron van informatie maar ook https://www.dbnl.org/ of, wanneer die bestaat, de website van die persoon.

Zo las ik pas in de bundel ‘En blauw zal alles zijn’ een gedicht van de dichter Roger de Neef. Voor mij een volslagen onbekende naam. Maar wat blijkt, deze Vlaams dichter (1941) blijkt al een aardig oeuvre bij elkaar geschreven te hebben. Sinds zijn debuut in 1967 met de bundel ‘Winterrunen’  heeft de Neef al met 13 dichtbundels gepubliceerd, de laatste in 2018 ‘Grondgebied’.

De Neef studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit te Brussel. Sinds 1972 werkzaam als journalist bij het agentschap Belga, als kunst-recensent en als redacteur van de literaire tijdschriften ‘Morgen’ en ‘Impuls’.

De Neef schrijft een sterk mythische poëzie die de rituele en archetypische dimensies van het bestaan poogt te doorgronden; vooral de plaats van het individu in de maatschappij en zijn afhankelijkheid van het verleden komen hierbij aan bod. Zijn poëzie maakt een hermetische indruk, mede door de vaak duistere beeldspraak en de elliptische of ongrammaticale zegging (Een ellips is een stijlfiguur waarbij een of meer woorden worden weggelaten). Zijn werk is door de jaren heen geëvolueerd naar een poëzie die maximale communicatie nastreeft. Hij is vooral ook bekend door zijn Jazz gedichten.

Zijn werk werd onder meer bekroond met de poëzieprijs van de gemeente Deurle (1972), de Arkprijs van het Vrije Woord (1978), de Jules van Campenhoutprijs (1986) en de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie (1986). Uit zijn laatste bundel ‘Grondgebied’ komt het gedicht ‘Mood Indigo’.

.

Mood Indigo

.

Ik geef je de kleur

van geboorte en droefheid.

.

Niet het blauw in de je hoofd

maar het bevroren blauw van de vlam

Het blauw van het uur blauw

’s ochtends net voor de ochtend.

.

Het blauw van vlak voor

en dat van na de zomer

Ondergedoken in rivieren het blauw

van overal onderweg naar je bloed.

.

Liefste, ik geef je de kleur

van geboorte en afscheid.

.

Het bittere blauw dat leeft

in het hart van het blauw,

en uitbreekt als koorts.

.

 

 

Nieuwe poëzie

Lisa Ozemoyà 

.

Het is niet vaak dat ik een gedicht deel van iemand waarover vrijwel niets te vinden is. In het geval van Lisa Ozemoyà (1977) was het dan ook even zoeken want haar naam is een pseudoniem. Lisa Ozemoyà is niet de eerste de beste. Deze chirurge is adjunct kliniekhoofd van een kliniek in Brussel en is gespecialiseerd in digestieve en cœlioscopische heelkunde, functionele chirurgie, proctologie.

Nu komt het vaker maar niet heel regelmatig, voor dat uitgesproken Beta’s zich opwerpen als dichter en dat zijn vaak zeker niet de minste: Leo Vroman (bioloog en hematoloog), Jan Lauwereyns (neurowetenschapper), Samir Hanssen (Nanoschaaltechnoloog) en Maarten t Hart (bioloog). En daar kunnen we nu dus de Vlaamse dichter/chirurg Lisa Ozemoyà aan toevoegen. Het gedicht hieronder is er een van drie die op Meander verschenen op https://meandermagazine.nl/2021/02/lisa-ozemoya/

.

Huis en tuin

De nare geur van zweet drupt langs de wanden,
en draait de rollen om van het toneel.
De barsten in de muren weergalmen de hoop
die gevangen zit in de stemmen van de verdoemden.
Geef
Neem
Streel
Verdraag
Walg
Sterf.

De zure smaak van niet gedronken wijn
wachtend in de kelken
Bloedrood glanzend
Onaangetast,
zoals ik,
wordt de standaard meug van elke dag.

Zout kan de pijn niet verzachten.
Likkend aan de steen der wanhoop,
weerkaatst het blauwe van je ogen
de glans die ooit was.

‘Hoop doet leven’
sakkert de arme hond, de enige die nog schittert door mijn komst.
Zo laag zijn we gevallen,
ploeterend door de brij van schuld.

‘Leve de illusie’
is het parool van elke dag.
.

In de nieuwe MUGzine

Maarten Buser

.

Half februari (deze week!) verschijnt MUGzine #6 met daarin poëzie van Merlijn Huntjens, Michaël Van Remoortere, Marleen De Crée en Maarten Buser. Het artwork is dit keer van internationaal opererend kunstenaar Jordy van den Nieuwendijk. Natuurlijk is er een nieuwe Luule en als je MUGzine op papier automatisch wil ontvangen word dan donateur (kijk hiervoor op http://mugzines.nl/ ).

Zoals geschreven is Maarten Buser een van de dichters is #6. Maarten Buser (1991) is dichter en neerlandicus. Hij studeerde Nederlands en letterkunde aan de Radbouduniversiteit in Nijmegen, volgde daar onder meer ook colleges kunstgeschiedenis en internationale literatuurgeschiedenis, en studeerde af op de poëzie van Mustafa Stitou. Zijn gedichten en essays verschenen in onder meer De Revisor, Het Liegend Konijn en Liter. Daarnaast schrijft hij over beeldende kunst en poëzie (en soms ook popmuziek) voor verschillende media, waaronder de lage landen, Metropolis M, Gonzo (circus), Awater en de site van Athenaeum Boekhandel. Ook vertaalde hij poëzie van Jana Prikryl, Robert Polito, Ian McLachlan en Vincent Katz. Werk van hem werd vertaald in het Engels en het Frans. In Revisor 8 verschenen een aantal van zijn ‘Kleine versjes in proza’. Een van die kleine poëtische prozagedichtjes wil ik hier graag met je delen.

.

Hoe ik het Sublieme leerde begrijpen

Ik heb me nooit bezwaard gevoeld om bij een meisje achterop de fiets te zitten. Deze keer waren we allebei aangeschoten. Ze had recent bier leren drinken en fietste me naar het station. Het was overigens een belachelijk korte afstand, had ik dat al gezegd? Ik heb constant gedacht dat we om zouden donderen. Daarom heb ik mijn hoofd tegen haar rug gelegd en geglimlacht.

.

Het gedicht ‘Onderzoeker’ verscheen op https://www.deoptimist.net/

.

Onderzoeker

.

Hij houdt van de bedden waarin
hij zich omdraait, vreemd

.

en alleen. In de zomer
is hij schoonmaker op kantoor

.

Hij acht zichzelf glad als een vis,
maar is de graat in onze kelen

.

Op de bureaus staan familiefoto’s;
hij bedenkt de namen van skioorden

.

en gezinsleden, of waarom
het jongste kind zijn lachen

.

niet in kon houden. Hij heeft graag
dat de feiten meebuigen

.

met hoe hij spartelt
Hij loopt naar believen huizen binnen

.

En dus binnenkort meer poëzie van Maarten in de nieuwe MUGzine, het leukste en kleinste poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen.

.

Blauw

Geliefde kleur

.

Van een collega kreeg ik de tip om de bundel ‘En blauw zal alles zijn’ een bloemlezing in de rainbowpocket reeks en samengesteld door Elisabeth Lockhorn te lezen. Uiteraard doe ik dat graag en ik heb de bundel dan ook meteen geleend bij mijn bibliotheek. Alles in deze bundel draait om de kleur blauw. Ik moest hierbij meteen denken aan ‘Blauw’ van The Scene denken maar er blijken heel veel dichters (soms zijdelings) over de kleur blauw te hebben gedicht. In de inleiding staat onder andere dat uit onderzoek, gehouden in tien verschillende landen op vier verschillende continenten in 2015, bleek dat de kleur blauw met afstand de meest geliefde was. En dat deze uitkomst al uit meerdere onderzoeken sinds de Eerste Wereldoorlog kwam. Kortom een logische keuze voor een verzamelbundel met poëzie.

Omdat er zoveel gedichten in deze bundel staan heb ik er maar meteen een Dubbel-gedicht van gemaakt. Dus twee gedichten van twee verschillende dichters over het zelfde onderwerp. In dit geval met een gedicht van Leonard Nolens (1947) oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Twee vormen van zwijgen’ uit 1975 en het gedicht ‘Korfu’ van J.B. Charles (1910 – 1983), dat oorspronkelijk verscheen in ‘De groene zee is mijn vriendin’ uit 1987.

.

Blauwvraat, jij, blauwvraat.

.

In Czernowitz je vroegste keelgehaspel

als een monsterteerling geworpen

in de sterren die schaatsen op zwart ijs.

En daarna. Berlijn. Sjofel met je wang

tegen de stad geleund, de gooui die je was

tot taal ontcijferd en verwrongen tot vraag.

.

Had ik had ik…

Had ik een hand, een woord,

een antwoord kunnen geven in Parijs?

Wellicht je baard, Paul, je hart

gestreeld, je stem

gekust.

.

Korfu

.

De heuvel de zitreuzin aan de zee

houdt op haar schoot vlak boven het strand

een huisje witter nog dan het zand.

.

Moedertje heuvel trekt haar groen

reuzinnekleed van twee miljoen

olijfbomen tot zover naar benee

dat witter dan het is het huis gaat lijken.

.

De zee zegt, goed, ik doe ook mee.

Zij neemt een reckitts zakje blauw en maakt

zich op om in het vogeltje te kijken.

.