De waarde van het leven
Toon Tellegen
.
In zijn laatste bundel ‘Langs een helling’ uit 2023 is Toon Tellegen (1941) als vanouds op dreef. Ik las ergens dat je de bundels van Toon Tellegen leest om een zin, een beeld, om een halve bladzijde. Dat impliceert dat Tellegen het vooral moet hebben van het detail of delen van het geheel. Ik ben het daar niet mee eens, in zijn poëzie is altijd veel meer aan de hand dan op het eerste oog zichtbaar. Dat geldt overigens vind ik ook voor zijn proza. En of Tellegen nu schrijft voor kinderen of volwassenen, de diepere laag is altijd aanwezig. Hans Franse beschrijft dit op een mooie manier in zijn recensie van deze bundel op de site van Meander.
Uit deze bundel nam ik het gedicht ‘De waarde van het leven’, om de redenen hierboven genoemd maar ook door het engagement dat Toon Tellegen in dit gedicht heeft gestopt.
.
De waarde van het leven
.
De waarde van het leven is op grond van berekeningen
en het wegstrepen van pluspunten tegen minpunten
marginaal meer dan nul,
en ondertussen verdrinken er om uiteenlopende redenen
mensen in zee
.
ze willen om hulp roepen, maar ze weten niet hoe –
roepen ze te zacht, dan zal niemand ze horen,
roepen ze te hard, dan krijgen ze het verwijt:
‘ja we horen u wel! we zijn niet doof!’
en roepen ze te vaak, dan wordt er teruggeroepen:
‘ja, dat weten wij nu wel
ze houden voorwerpen van persoonlijke waarde tegen zich aan geklemd:
kleine porseleinen vazen, uitheemse beeldjes, een wollen truitje
.
het is een mooie dag,
ver van hen vandaan liggen mensen in elkaars armen in het gras
fluisteren in elkaars oren dat het een mooie dag is,
voor het eerst in lange tijd!
.
er moet een fout in de berekeningen zijn,
het kan niet anders dan dat de waarde van het leven nul is,
zelfs als we onze dood voor het uitkiezen hebben
.
Een reis door de stad waar mijn leven compleet voelt
Chelsy Valentina
.
De Haagse Chelsy Valentina (2008) werd op Nationale Gedichtendag, 26 januari 2023 gekozen uit de Haagse middelbare scholieren die de lessenserie Jonge stadsdichter-scholenwedstrijd volgden. Hiermee werd zij de eerste Jonge Stadsdichter van Den Haag. Haar winnende gedicht ‘Een reis door de stad waar mijn leven compleet voelt: Den Haag’ gaf tijdens de finale de doorslag.
Chelsy mag zich een jaar lang de Jonge Stadsdichter van Den Haag noemen. De finale van de scholenwedstrijd, een initiatief van Gemeente Den Haag, Bibliotheek Den Haag, Huis van Gedichten en Literatuurmuseum, vond plaats tijdens Nationale Gedichtendag in de Centrale Bibliotheek. Finalisten van acht Haagse scholen mochten hun gedicht voordragen. Chelsy krijgt het komende jaar begeleiding in schrijven en voordragen van Huis van Gedichten.
Haar eerste optreden was tijdens de uitreiking van de Haagse literatuurprijzen, die jaarlijks worden toegekend door de Jan Campert-stichting namens de gemeente Den Haag. Hieronder kun je haar winnende gedicht lezen.
.
Een reis door de stad waar mijn leven compleet voelt: Den Haag
.
Beste lezer laat me je meenemen door een reis door
de stad waar mijn leven compleet
voelt. Den Haag.
.
Bus 21. Drukte is er altijd het
geeft je schoolbus-vibes, altijd vol
leerlingen en verhalen. Geeft je nog
even tijd om met je geliefde de zijn.
Bus 21. Connect je op verschillende
manieren.
.
Daarna pakken we tram 9. Samen lachen
met elkaar terwijl je onderweg bent
Het is je oplaad/rust moment na
een heel drukke dag. Chaos hoort
er ook bij. Het brengt je bijna
overal en geeft je de mogelijkheid
om meer memories te maken en
beleven.
.
En we eindigen in je wijk, plek
waar je je hoort thuis te voelen of
juist niet. Je voelt je vrij. Je kan
zonder zorgen jezelf zijn.
Elke wijk heeft zijn sfeer,
maar toch hebben we veel
met elkaar gemeen.
.
De stad is waar we uitstappen
Het is je self care moment. Je hoort
het gelach en de vrolijkheid.
Plek waar verhalen en geschiedenis
bij elkaar komen.
.
Dichter op verzoek
Paul Demets
.
Op mijn vraag een paar weken geleden, aan welke dichter ik weer eens aandacht zou moeten besteden, antwoorde Alex Gentjens: Paul Demets. Paul Demets (1966) is dichter en poëzierecensent voor De Standaard, Cobra.be, Awater en Ons Erfdeel. Hij debuteerde in 1999 met de dichtbundel ‘De papegaaienziekte’ welke werd bekroond met de Prijs voor Letterkunde van de Provincie Oost-Vlaanderen. In 2011 verscheen ‘De bloedplek’, waarvoor hij de Herman de Coninckprijs ontving. In 2018 volgde de bundel ‘De klaverknoop’, die werd bekroond met de Jan Campert-prijs. Van 2016 tot 2019 was Demets plattelandsdichter van de provincie Oost-Vlaanderen. In 2022 kwam zijn meest recente bundel uit getiteld ‘Bijendans’. Het onderstaande titelloze gedicht uit uit ‘Bijendans’.
.
Die hand. We moesten onze troep opruimen,
maar we zijn het vergeten. In de maïs woekert
de builenbrand, grijze vuisten rond de stronken.
We moesten onze troep opruimen. En ook die
van jullie, moeder, vader. Maar we hebben alles
in de grond gestopt, aarde erover. De hitte ploegt
het boven. De nectar is zoek. Waar komen jullie vandaan,
van ver over de akker aangewaaid, vanachter
de dode wilgen, jullie gezichten zwart, gegroefd?
Er zwermt iets boven de mestvaalt, in dit knekelhuis
een stal vol karkassen. Wasmul in de korf. We zijn
de enigen goed in het vlees, vacuüm verpakt.
Die hand. Ze wijst aan wie mans genoeg is om het huis
te verlaten. Hier worden geen dieren meer opgehaald.
.
Compoëzie
Greta Monach
.
Greta Monach (1928 – 2018) is het pseudoniem van dichter, fluitist, computer specialist en programmeur Greta Vermeulen. Ze studeerde Nederlands in Leiden en dwarsfluit aan het conservatorium in Den Haag. Monachs belangstelling voor poëzie, met name voor de experimentele klankpoëzie, kreeg een impuls toen zij in Utrecht ging werken aan het Instituut voor Sonologie, dat zich ontwikkeld heeft tot een vermaarde muziekstudio voor experimentele, op elektronica geschoeide muziek. Er wordt wetenschappelijk onderzoek verricht naar klankverschijnselen en de wijze waarop menselijke zintuigen daarop reageren.
In 1973 is Greta Monach een van de 16 uitverkoren dichters die door de Amerikaanse taalkundige en klankpoëziepionier Richard Bailey werd uitgenodigd om een bijdrage te leveren aan zijn in kleine kring bekende bloemlezing Computer Poems. In datzelfde jaar verschijnt ook Monachs bundel ‘Compoëzie’. Naast klankpoëzie bevat deze bundel een verantwoording van haar auditieve, visuele en atonale poëzie.
Het is een boek van ongeveer 20 bladzijden. Greta Monach geeft hierin uitleg over hoe en waarom ze poëzie met behulp van een computer genereert. Daarnaast bevat het boek een flink aantal voorbeelden van deze poëzie. Het boek is vrijwel niet meer te krijgen. Gelukkig stelde Oote Oote de inhoud van dit bijzondere boek digitaal beschikbaar op hun website in 2020.
.
Erasmus
Jan Prins
.
In Rotterdam is men trots op zijn dochters en zonen. Een van hen is de dichter en vertaler Jan Prins (1876-1948) pseudoniem van Christiaan Louis Schepp. Literair-historisch wordt hij gesitueerd in de kring rond het tijdschrift ‘De Beweging’ van Albert Verwey. Het was echter in het tijdschrift ‘De XXe eeuw’ dat Prins in 1903 als dichter debuteerde. Jan Prins vertaalde onder meer de fabels van Jean de La Fontaine maar ook toneelstukken van Racine en Molière en klassieke teksten vertalen, waaronder Plato’s ‘Timaeus’ (1937).
In de bundel ‘De stad waar men is kind geweest’ uit 1946 heeft Prins een gedicht geschreven over het oudste bronzen beeld van Nederland (1622). Het beeld heeft een onrustige geschiedenis achter de rug, zo werd het verschillende keren verplaatst (onder andere door de aanleg van de metro in Rotterdam in 1963) toen het van de Coolsingel naar het Grotekerkplein voor de Grote of Sint-Laurenskerk verhuisde.
.
Erasmus
.
Wij staan in de nabijheid van dat hart
Van ’t oude Rotterdam: De Groote Markt.
.
De huizen in het rond, onder hun daken,
Staan dagen en staan jaren door te maken,
Ontkomen met hun stilte aan het rumoer,
Dat tot hem komt van de bestrate vloer.
Zij schijnen aan het leven zelf ontvlucht
Binnen de ronding van de wolkenlucht.
.
Erasmus is nog altijd niet gekomen
Tot aan den laatsten regel van zijn blad.
Hij heeft v het goed onder zijne olmenboomen.
Hij voelt zich thuis in deze binnenstad.
.
Hij ziet fruit, de groenten en de bloemen
Van de verkoopers tot de koopers gaan.
Hij kan u een voor een de namen noemen
Van wie daar in hun kraam te venten staan.
.
De kinders, die naar school gaan, kent hij allen.
Hij kent de menschen van de paardetrem.
Hij wacht, hoe de uren uit den toren vallen
Van de Sint Laurens met haar diepe stem.
.
Hij waakt over de wat te late lieden
die nog bij nacht voorbij gaan op het plein,
hij waakt dat hun geen onheil zal geschieden
mochten zij een ietsje onder de invloed zijn.
.
Op al wat rijdt houdt hij het oog geslagen,
op hand- en hondenkar, en bovenal
op de droefgeestig trage sleperswagen,
vanwaar die komt, waarheen die wenden zal.
.
De paarden slaan hun uitgesleten hoeven
in stugge ijver op de stenen neer
De sleper die zijn pruimpje zit te proeven,
hoog op de bok, schommelt daar heen en weer.
.
Zo kijkt hij naar het Steiger, naar het Hang,
en naar het oude Huis van Duizend Vrezen.
Hij denkt waar hij getuige van moest wezen
destijds: hij denkt aan veel, de dag is lang.
.
Dan ziet hij, met hare opgeschorte rokken,
een dienstmeid bezig met de glazenspuit.
Hij ziet een meeuwenvlaag rondom zich vlokken
en daar beneden op een platte schuit
ziet hij twee mannen diep gebogen staan,
die met hun baggernetten modder scheppen.
.
Dan, om de hoek, begint een klok te kleppen.
Erasmus weet het al de Beurs gaat aan.
.
Hazel O’Connor
Will you?
.
Sinds kort kan ik weer vinylplaten draaien. Ik heb mijn Langspeelplaten en singeltjes van vroeger nooit weggedaan en dus staat er een archief van 30 jaar te wachten om opnieuw beluisterd te worden. Een van die LP’s waar ik me nu al op verheug is ‘Breaking Glass’ van Hazel O’Connor uit 1980. De LP is feitelijk filmmuziek want Breaking Glass was een speelfilm uit 1980 waarin Hazel O’Connor als actrice de hoofdrol speelde. De film gaat over de opkomst en ondergang van Kate Crowley, een boze maar creatieve jonge zangeres en songwriter.
Op deze plaat staat het, in mijn ogen en oren, legendarische nummer ‘Will you?’. Het werd uitgebracht als vierde single van dit album. Het was een top tien-hit in zowel het Engeland als Ierland. ‘Will you’ was het enige nummer in Breaking Glass dat niet speciaal voor de film was geschreven: in haar autobiografie Uncovered Plus uit 1981 verklaarde O’Connor dat het nummer enige tijd daarvoor was geschreven. In 2014 vertelde ze The Guardian dat ze van streek was nadat ze een verhaal had gelezen over een man die was overleden toen de winkel die hij was binnengegaan om een broodje te kopen, was opgeblazen door een IRA- bom.
Het nummer staat bekend om zijn lange altsaxofoonsolo, gespeeld door Wesley Magoogan. Tijdens een tournee door het Verenigd Koninkrijk in november en december 1980 ter ondersteuning van haar album, werd O’Connor ondersteund door de toen nog onbekende band Duran Duran , en in zijn autobiografie verklaarde John Taylor, bassist van de band dat ‘Will You?’ het het hoogtepunt” van O’Connors set was, en hij noemde Magoogans solo “het emotionele hoogtepunt van de show”.
Behalve die prachtige solo is ook de tekst van dit nummer heel poëtisch en voor veel mensen waarschijnlijk heel herkenbaar. Voor mij in de jaren ’80 in ieder geval.
.
Will you?
.
You drink your coffee,I sip my tea,And we’re sitting here, playing so cool,Thinking, ‘What will be, will be.’And it’s getting kind of late now,Oh, I wonder if you’ll stay now,Stay now, stay now, stay now,Or will you just politely say ‘Goodnight’?
.I move a little closer to you,Not knowing quite what to do and I’mFeeling all fingers and thumbs,I spill my tea, oh silly me,It’s getting kind of late now,I wonder if you’ll stay now,Stay now, stay now, stay now,Or will you just politely say ‘Goodnight’?
.And then we touch, much too much,This moment has been waiting for a long, long time,Makes me shiver,Makes me quiver,This moment I am so unsure,This moment I have waited for,Well is it something you’ve been waiting for,Waiting for too?
.Take off your eyes,Bare your soul,Gather me to you and make me whole,Tell me your secrets,Sing me the song,Sing it to me in the silent tongue.
.It’s getting kind of late now,I wonder if you’ll stay now,Stay now, stay now, stay now,Or will you just politely say ‘Goodnight’?
.
Alara Adilow
Verval
.
Alara Adilow (1988) won afgelopen week de Herman de Coninckprijs voor poëzie 2023. In 2019 stond Alara al in de finale van de NK Poetry Slam. In 2022 won ze de El Hizjra Literatuurprijs, werd ze geselecteerd voor een residentie voor de queergemeenschap in Museum Arnhem en verscheen haar debuutbundel ‘Mythen en stoplichten’ waar dus nu de Herman de Coninckprijs voor poëzie is toegekend.
Alara is queer schrijfster van Somalische afkomst. Alara is een pseudoniem, ze koos deze naam omdat het in het Turks waterfee betekent, iemand die dingen mooi maakt, en omdat het de naam van een Nubische koning was. Over haar achternaam zegt ze: “Ik wilde een buitenlandse naam, een buitenlandse achternaam. Ik heb toen voor een Ethiopische naam gekozen, van een favoriete spoken word artiest. Mijn naam is een hectische poging om een land te redden en geparafraseerd: mijn naam is een voertuig, een vliegtuig dat mij naar de aarde vervoert die ik nooit heb kunnen voelen”.
Uit de bundel ‘Mythen en stoplichten’ koos ik het gedicht ‘Verval’.
.
Verval
Tussen de morgen en een lichaam.
Neerslag, een windvlaag, een kopergroen lintje in de berk.
In het donker lijkt de wijk een verwonde ruimte,
alsof zij zelf is mishandeld en daarom niet beter weet
dan ons te behandelen zoals ze doet.
Met een hand aan de lantaarn
hangt een dik wijf met wit haar in haar blote kont te schelden.
Haar linkerhand vol vettig licht van duizenden mannen zonder glorie.
Ik zit in een hoekje te luisteren,
moet pissen als fuck,
dat wijf ziet mij
hurken in mijn roze minijurk,
mezelf aan het ontlasten.
Een vos snuft aan een leeg sardineblik bij de overvolle afvalbak.
Ik druk mijn wang tegen de muur aan.
Weet je nog toen wij in bed lagen als twee luizen
in het blonde haar van de economie.
Jij zong voor mij, je had een valse stem.
Je zag al snel in dat ik niet de juiste was om eeuwig lief te hebben.
Ik ben al vaak bedrogen en ik lieg zelf ook vaak genoeg.
Heb delen van mijzelf verkocht,
Ik wil glimmende dingen bezitten.
.
Dichter op verzoek
Neeltje Maria Min
.
Op mijn vraag van 19 maart heb ik inmiddels verschillende reacties gekregen. De vraag was van welke dichter je graag nog een gedicht zou lezen op dit blog, of met andere woorden welke dichter op verzoek wil je? Er zijn verschillende reacties binnen gekomen waar ik de komende weken wel mee vooruit kan. Elke zondag een dichter op verzoek. Van Eddy van Vliet, Gerrit Achterberg, Maud Vanhauwaert, Emily Dickinson, Neusa Nena Gomes, Paul Demets, Saskia Stehouwer en Neeltje Maria Min.
Vandaag wil ik het eerste verzoek inwilligen en dat is van Levina Levja. Zij vroeg om een gedicht van dichter Neeltje Maria Min (1944). Het gedicht komt uit haar bundel ‘Kindsbeen’ uit 1995 en heeft geen titel.
.
Hoe deze moest heten vroeg aan
een buik een toekomstige vader.
Namen genoeg dacht wie de buik
droeg. Maar wat mag het worden?
Waar zal het van eten? Het
antwoord had haast. Ze sloeg er
een slag naar: een meisje begint
en een jongetje eindigt met an.
Wie het verzint is de baas.
.






















