Waarom schrijf ik?

Toon Tellegen

.

Vorige week hoorde ik op radio 3FM een deejay die vertelde dat hij elke avond zijn vriendin een verhaaltje voorlas van Toon Tellegen (of zij hem). Als dat geen echte liefde is. Reden om weer eens iets van Toon Tellegen te lezen (elke reden is een goede reden wat mij betreft). Omdat ik over poëzie schrijf, geen verhaaltje maar een gedicht.

Het gedicht ‘Waarom ik schrijf’ vind ik typerend voor Toon Tellegen. Op een luchtige toon een zwaar onderwerp behandelen. En als je dat dan ook nog op zo’n mooie manier kan, dan deel ik dat graag met jullie.

Uit ‘Gedichten 1977 – 1999’ uit het jaar 2000 het gedicht ‘waarom ik schrijf’.

.

Waarom ik schrijf

.

Ik schrijf om dat ik wil schrijven

dat ik gelukkig ben.

.

Op een dag zal het zover zijn

en zal ik schrijven –

met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,

en met rode oren en rode wangen:

ik ben gelukkig.

.

Als ik daarna ooit nog twijfel

en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij

of zelfs reddeloos verloren,

kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:

gelukkig.

.

loesje

Toon

Reïncarnatie

Patricia Lasoen

.

De Vlaamse schrijfster, dichter en essayiste Patricia Lasoen (1948) werd samen met dichters als Herman de Coninck Roland Jooris en Daniël Van Ryssel tot de nieuwe realisten gerekend. In haar werk gaat ze uit van de dagelijkse realiteit maar altijd vanuit een persoonlijk perspectief dat dienst doet als decor. Lasoen gebruikt in haar werk graag under- of overstatements. Daarnaast komen verhalende en surrealistische elementen voor in haar poëzie maar is ze daarin toch ook maatschappelijk geëngageerd.

In 1968 debuteert ze met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. In 1977 ontvangt ze de Poëzieprijs van de provincie West-Vlaanderen voor ongepubliceerd werk voor de bundel ‘Veel Ach & een beetje O’. Haar laatste werk verscheen alweer enige jaren geleden.

.

Reïncarnatie

mijn voetjes warmend
hoog tussen je zachte dijen
denk ik plots
aan die kale man
die vroeger de piano stemde
en alleen maar melk en
regenwater dronk.
Hij geloofde aan reïncarnatie en
– verstrooid de snaren toetsend –
heeft hij op een dag verteld
dat ik vroeger een prinses was
of de dochter van een Indianenstamhoofd
en Kiruka heette.
Zelf zou hij terugkeren
als bruingestreepte kater.

.

Patricia Lasoen

Patricia Lasoen

 

Ik, schaduw

Simon Vinkenoog

.

Als dichter, schrijver maar vooral als voordrachtskunstenaar was Simon Vinkenoog (1928 – 2009) een fenomeen. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad ‘Blurb’ waarvan 8 edities verschenen in 1950-1951. De titel verklaarde hij als volgt: “Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is”.  Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: “Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van maken”. Dit kenschetst Simon Vinkenoog als geen ander. In 1961 begon hij het blad ‘Randstad’ en in 1964 het magazine ‘Kunst van nu’.

In 1950 debuteerde hij met de bundel ‘Wondkoorts’ en hij schreef in zijn leven meer dan 50 publicaties waarvan één van de bekendste toch wel ‘Atonaal’ uit 1951 is, het publieke manifest van de Vijftigers.

.

Uit de bundel ‘Spiegelschrift, gebruikslyriek’ uit ‘Vier gedichten tegen dood door angst’ het gedicht ‘Ik, schaduw’.

.

Ik, schaduw

.

Een ander ben ik,

gestoken in mijn kleren,

die met mijn naam wordt aangesproken.

.

Hij woont in hetzelfde huis als ik,

wij slapen met dezelfde vrouw

en lezen tezelfdertijd dezelfde boeken.

.

’s Morgens wordt hij in mij wakker,

staat met mij op, wast zich en scheert mij,

wij nemen samen afscheid, lopen samen door de straten.

.

Hij werkt, hij denkt, hij eet voor mij,

uit mijn mond komen ook zijn woorden.

Soms overvalt hij hersenschuddend mij

en grijpt de kans aan, in mij rond te moorden.

.

Ik haat hem; hij verraadt mijn geheimen.

Wat ik niet zeggen wil

schreeuwt hij voluit van de daken.

.

Ik weet niet meer wie ik ben,

ik weet niet waar hij mij zal leiden,

maar als ik niet meer leef

neem dan gerust zijn handschrift voor het mijne.

.

SV

Foto: Manuel van Loggem (Nederlands Fotomuseum)

De plek

Zondag 3 april

.

Op de dag dat ik zelf voordraag in Eindhoven bij mijn collega en vrolijke vriend Derrel Niemeijer in Pepperplus, het gedicht van Herman de Coninck getiteld ‘De plek’. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet heb ik iets met poëzie en plekken. Ik heb vooral een bijzondere voorliefde voor poëzie op vreemde plekken (zie ook deze categorie).

Maar vandaag op de Herman de Coninckzondag dus het gedicht ‘de plek’ uit ‘De gedichten’ uit 1998.

.

De plek

.

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken

thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.

Er is niets te zien, en dat moet je zien

om alles bij het zeer oude te laten.

.

Er is hier. Er is tijd

om overmorgen iets te hebben achtergelaten.

Daar moet je vandaag voor zorgen.

Voor sterfelijkheid.

.

De-Coninck-12

Doe mee! en win….

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016

.

Ook in 2016  organiseert de stichting Ongehoord! een poëziewedstrijd. Dit jaar is het eerste jubileum, het is namelijk de vijfde keer dat we deze wedstrijd organiseren. Doe mee en treedt in de voetsporen van Hervé Deleu, Anneke Wasscher, Alja Spaan en Gerad Scharn, prijswinnaars van de vorige vier edities.

Het thema dit jaar is: ‘Verwachting’. We hopen dat vele dichters weer massaal meedoen. Verras ons met jullie poëtische woorden, zinnen  en wendingen. Lees hieronder onze voorwaarden.

  • Per inzender mag 1 gedicht worden ingezonden met als thema ‘Verwachting’.
  • Het gedicht moet in het Nederlands zijn.
  • Het gedicht mag niet meer dan 30 regels hebben (inclusief witregels).
  • Het gedicht moet worden aangeleverd in een Worddocument zonder opmaak, lettertype times new roman, 12 punts letter.
  • In de mail moet de naam van de dichter (geen pseudoniem) staan. ook al staat de naam in het e-mailadres, toch duidelijk de naam van de dichter vermelden, evenals de titel van het gedicht.
  • Er zal een onafhankelijke jury worden samengesteld met namen die niet verbonden zijn aan Ongehoord! Deze namen worden in de loop van dit jaar bekend gemaakt.
  • Inzendingen kunnen vanaf 15 maart 2016 tot en met 31 mei 2016 worden ingezonden naar ongehoordgedichtenwedstrijd@gmail.com.
  • Inzendingen die niet voldoen aan deze voorwaarden worden uitgesloten van deelname.
  • De prijsuitreiking van de Ongehoord! poëziewedstrijd zal plaats vinden op zondag 20 november 2016 in het Bibliotheektheater in Rotterdam.
  • Iedere inzender krijgt een bevestigingsmail van toezending.
  • Over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.
  • Met deelname geeft de dichter toestemming tot het plaatsen van het gedicht in een eventueel te verschijnen E-bundel (mits opgenomen in de shortlist).

Dit kun je allemaal winnen!

Hou deze website in de gaten voor verdere informatie (data, jury etc.). De te winnen prijzen zijn: 1e prijs een beeldje van Lillian Mensing, publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium

2e prijs publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium

3e prijs, publicatie gedicht op de website en een optreden op het Ongehoord! podium

De jury maakt van de gedichten van de drie prijswinnaars eveneens een juryrapport.

Deze gedichtenwedstrijd is ook terug te vinden op http://www.schrijvenonline.org

.

logo_nieuw

Daarachter

Doeschka Meijsing

.

In mijn jeugd was Doeschka Meijsing (1947 – 2012) een bekende schrijversnaam al kende ik niemand die ooit iets van haar gelezen had. Dat ze ook poëzie schreef was mij niet bekend tot ik las dat ze in 1986 een dichtbundel heeft uitgebracht met de titel  ‘Paard Heer Mantel’ . Dat was haar enige poëziebundel. Meijsing werd niet oud, ze overleed op 64 jarige leeftijd.  Voor haar proza ontving ze verschillende prijzen.

Uit de bundel ‘Paard Heer Mantel’ het gedicht ‘Daarachter’.

.

Daarachter

.

De diepte ja,

die kennen we.

Die is vaak nogal hartgrondig.

.

Maar de geur van violieren.

De deur naar de andere

kamer.

Waar ieder

voorwerp specifiek de geliefde

spiegelt.

.

Waar ieder

ander een rivaal is.

.

Die deur.

daarachter.

Wie er liederen zingt.

.

Die.

.

Steye Raviez

Foto: Steye Raviez

Red poem

Rives Granade

.

Kunstenaar Rives Granade uitv het plaatsje Mobile in Alabama in de Verenigde Staten exposeerde afgelopen jaar met, wat hij noemt, poetically charged architectural fusions. Omdat ik graag de grens tussen poëzie en kunst verken viel mijn oog op één van de schilderijen die deze tentoonstelling bevatte (de tentoonstelling was tot december 2015). Het betreft hier het schilderij ‘Red Poem’.

Hoewel Red Poem geen gedicht is, volgens mij is het zelfs geen tekst of taal, deed het me erg herinneren aan eerdere kunstwerken van kunstenaars die zich lieten inspireren door poëzie.

Zo ook Rives Granade.  De schilderijen in deze tentoonstelling hebben allemaal een tekstueel element, een soort graffiti met een poëtische referentie. Dit slaat terug op Rives’ filosofie over het maken van kunst, het creëren van ruimte en het definiëren van kleur.

Veel van de werken in Red Poem zijn een middenweg tussen taal, architectuur en beeldhouwkunst. Het uitgangspunt voor deze werken was het lezen van poëzie. Rives schrijft ook poëzie, zijn dichtbundel komt in het voorjaar van 2016 uit.

.

redpoem2

redpoem1

redpoem3

 

 

 

Voorbij de laatste stad

Gerrit Achterberg

.

In 1955 verscheen in de Ooievaar reeks deel 11 getiteld ‘Voorbij de laatste stad’, een bloemlezing uit het gehele oeuvre van Gerrit Achterberg, samengesteld en ingeleid door Paul Rodenko.

De Ooievaars reeks werd geafficheerd als “een serie spot-goedkope boeken op goed papier en met frisse omslagen” en kostte destijds 1 gulden en 45 cent. Dat ze op goed papier gedrukt werden blijkt wel uit het feit dat ik een vrijwel gaaf exemplaar heb kunnen kopen dat de tand des tijds zeer goed heeft weerstaan.

Na een zeer uitgebreide inleiding van Rodenko over onder andere het woordgebruik van Achterberg volgen 133 gedichten uit bronnen en bundels vanaf 1931 tot 1955.

Uit deze bloemlezing heb ik gekozen voor het gedicht ‘Concave’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Energie’ uit 1946.

.

Concave

.

Liggend twee heilige heelallen in elkander,

hoor ik mijn hemel in uw hemel schallen,

voel ik mijn ronding in uw ronding ballen,

schuif ik bedachtzaam bolsegment

na bolsegment langs uwe klingen,

zonder in u te dringen;

wij hebben eender middelpunt

.

voorbijdelaatstestad

Ongehoord goed

Voorburg

.

Nietsvermoedend liep ik pas geleden door een winkelstraat in Voorburg toen Inge mij wees op een gedicht onder het viaduct waarover de Utrechtse baan loopt en waar het snelwegverkeer raast over de A12.

Toen ik de titel van het gedicht las moest ik glimlachen. Ongehoord, ja dat ken ik. In 2009 werd dit gedicht in opdracht van Rijkswaterstaat geschreven door Arthur Lava.

Arthur Lava, (1955) is het pseudoniem van Howard Krol, Arthur naar Rimbaud. Hij was in 1988 één van de initiatiefnemers van de groep dichters die zichzelf de Maximalen noemden, naar hun eerste bundel.  Deze dichters, streefden naar een soort poëzie waarin meer straatrumoer zou doorklinken. Zij keerden zich tegen de verstilde, ingekeerde en autonome poëzie van veel van hun voorgangers en eisten daarentegen een poëzie van het volle en eigentijdse leven. De belangrijkste andere vertegenwoordigers van de maximalen zijn Joost Zwagerman, Pieter Boskma en René Stoute.De Franse dichter Arthur Rimbaud was voor de meeste Maximalen het grote voorbeeld.

 

IMG_2760

V in vers

Verzetspoëzie

.

In 1965 werd naar aanleiding van het feit dat de Tweede Wereldoorlog 20 jaar daarvoor werd beëindigd, de bundel ‘V in vers’ uitgegeven. De ondertitel van dit boek luidt: De bezetting en het verzet in verzen op de voet gevolgd door Anthonie Donker, met medewerking van E.G. Groeneveld.

Dat ‘op de voet gevolgd’ slaat op de manier waarop deze bundel is samengesteld. In de bundel wordt namelijk verband gelegd tussen verzen en feiten. Vaak werd een verzetsvers namelijk geschreven naar aanleiding van een bepaalde gebeurtenis. De aan de voet van de gedichten opgenomen aantekeningen verduidelijken waar nodig dat  verband en geven biografische bijzonderheden. Dat is waar de bijdrage van Drs. E.G. Groeneveld om de hoek komt, hij werkte destijds voor het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.

De V in de titel van het boek verwijst naar de V van Vrijheid, Verzet en Victorie. Deze verzen ‘bevrijdden’ degenen die hun gevoelens op deze wijze onder woorden brachten en, als ‘kleine overwinningen’van hand tot hand gaande, stimuleerden zij anderen in hun verzet.

De schrijver Anton van Duinkerken, pseudoniem van de Nijmeegse hoogleraar dr. W.J.M.A. Asselbergs, verbleef van mei tot december 1942 als gijzelaar in het tot interneringskamp ingerichte Klein seminarie Beekvliet in St. Michielsgestel. In het voorjaar van 1942 waren de bezetters ertoe overgegaan een groot aantal Nederlanders gevangen te zetten als gijzelaars. Hiertoe trachtten de Duitsers het toenemende verzet de kop in te drukken, daar in de toekomst na een tegen hen gerichte aanslag een aantal gijzelaars als represaille zou worden gefusilleerd. Dit is twee maal gebeurd waarbij in totaal acht gijzelaars vermoord werden.

Het gedicht van Anton van Duinkerken over deze gijzelaars is getiteld ‘Concentratiekamp’.

.

Concentratiekamp

.

Niets dan een stem van een kind op de weg

is genoeg om volkomen gevangen te zijn.

Achter het prikkeldraad wuiven de heesters;

wat verder staan bomen, en rein

in de lucht van de zomer klinkt eensklaps daarachter

het heldere, hoge geluid

van ’t kind, dat plezier heeft, en ’t weet niet hoezeer het

voor allen de vrijheid beduidt.

.

Dit lijkt op het heldere schellen der huisbel

na schooltijd, als ’t zaterdag is:

dan komen ze stoeiende vragen aan de vader,

waar morgen, direct na de Mis

de wandeling heengaat. Ze maken plannen;

het huis is te klein voor ’t geluk

en luid breekt de geestdrift der schone verwachting

de ernst der studeerkamer stuk.

.

Wat baat het, van kindren en vrijheid te dromen

terwijl men toch vruchteloos tuurt

om achter de heesters een glimp te betrappen

van ’t leven? – Gevangenschap duurt

niet korter, wanneer men zijn eigen geluk zoekt, –

wij zijn meer dan zeshonderd man.

Een kind op de weg heeft gelachen. Wij hoorden ‘t

en elk werd er eenzamer van.

.

V

Anton