Site-archief
Amerika was een radio
Eddy van Vliet
.
De Vlaamse dichter Eddy van Vliet (1942 – 2002) verliet op 12 jarige leeftijd het gezin waarin hij opgroeide omdat het niet boterde tussen zijn vader en moeder. Hij keerde nooit meer terug naar zijn ouderlijk huis. In 2001 schreef hij een lang episch gedicht over zijn vader in de bundel (waarin dus 1 gedicht) getiteld ‘Vader’. Tijdens het schrijven van dit gedicht overleed zijn vader. Waarschijnlijk is hij dit nooit te boven gekomen, hij overleed zelf een jaar later.
Eddy van Vliet’s poëzie wordt wel gerangschikt onder de neoromantische poëzie. Eddy van Vliet won verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs.
Uit ‘Gigantische dagen’ uit 2002 het gedicht ‘Amerika was een radio’.
.
Amerika was een radio…
.
Amerika was een radio
waarop je orkesten kon zien spelen
.
Gezegd werd zelfs dat er huizen waren
hoger dan kerken
.
Van kerken gesproken
er zongen steeds lachende negers
.
O wat wilde ik graag in Amerika zijn
alle dagen ijs en
een cowboy als kameraad.
.
Tuin van Eros
Jan Engelman
.
De dichter, kunst- en cultuurcriticus en essayist Jan Engelman (1900 – 1972) is voornamelijk bekend geworden vanwege zijn gedicht ‘Vera Janacopoulos’, dat volgens sommigen een typisch voorbeeld is van poésie pure waarbij de schone klank en de symboliek hiervan belangrijker zijn dan de betekenis.
Simon Vestdijk heeft in zijn studies over poëzie, ‘De glanzende kiemcel’ uit 1942, aannemelijk gemaakt dat gedichten als ‘Vera Janacopoulos’ niet alleen gebaseerd zijn op klanken, maar dat de betekenissen van de afzonderlijke woorden wel degelijk bijdragen aan de poëtische sfeer van het gedicht. Het gedicht werd na verschijnen in een tijdschrift meteen beroemd, en door sommigen wat belachelijk gevonden, of zelfs het “einde der poëzie” zoals door de hoogleraar Nederlands, Nico Donkersloot.
Engelman was zowel om zijn opvattingen en gedichten als vanwege zijn persoonlijke leven omstreden in het literaire leven van vóór de Tweede Wereldoorlog. Hij zou er een losse seksuele moraal op nahouden, hoewel hij zich hierover nooit expliciet heeft uitgelaten. Toch kreeg Engelman in zijn actieve jaren als dichter verschillende literaire prijzen zoals de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre in 1954.
.
Uit zijn bundel ‘Tuin van Eros’ uit 1932 het gedicht ‘Vera Janacopoulos’ met de bekende openingszin “Ambrosia, wat vloeit mij aan?”.
.
Vera Janacopoulos
Cantilene
Ambrosia, wat vloeit mij aan?
uw schedelveld is koeler maan
en alle appels blozen
de klankgazelle die ik vond
hoe zoete zoele kindermond
van zeeschuim en van rozen
o muze in het morgenlicht
o minnares en slank gedicht
er is een god verscholen
violen vlagen op het mos
elysium, de vlinders los
en duizendjarig dolen
.
Met dank aan Wikipedia en gedichten.nl
Richard ‘Dicky’ Spender
Collected poems
.
Toen Richard Spender (1921 – 1943) op 21 jarige leeftijd bij een aanval op Duitse stellingen in Tunesië het leven liet, had hij reeds een bundel gepubliceerd en was hij een gewaardeerd dichter. De Daily Telegraph schreef over hem als de Rupert Brooke van de Tweede Wereldoorlog. Rupert Brooke was een getalenteerd dichter die in actieve dienst in de Eerste Wereldoorlog overleed.
Zijn gedichten werden gepubliceerd door Sidgwick & Jackson in 3 bundels; ‘Laughing Blood’ uit 1942, ‘Parachute Battalion; last poems from England and Tunisia’ uit 1943 en ‘The Collected Poems’ uit 1944. Mijn exemplaar van The Collected Poems is een derde druk uit 1945.
Daarnaast werden zijn gedichten gepubliceerd in bladen en magazines als Punch, Country Life, John O’ London’s Weekly, The Observer en the Times Literary Supplement.
Zes van de gedichten van Richard Spender zijn geschreven tijdens en na zijn training en dienst bij The Parachute Regiment. Een van deze gedichten is getiteld
.
Before the First Parachute Descent
Louis Paul Boon
Verzamelde gedichten
.
Louis Paul Boon (1912-1979) was een Vlaams schrijver van romans, novellen, cursiefjes, pornografie, kunst- en literaire kritieken en poëzie. Dat laatste is niet erg bekend, zelf kende ik Boon vooral van zijn romans, maar hij heeft een aantal malen gedichten geschreven voor met name mensen uit zijn familie en vriendenkring.
Wat ik ook niet wist, is dat Boon in 1979 een serieus kandidaat was voor de Nobelprijs voor de literatuur. Zijn bekendste roman De Kapellekensbaan was in 1972 in het Engels vertaald wat hem een grote bekendheid ook buiten het Nederlandse taalgebied bracht. Boon was uitgenodigd door de Zweedse ambassade voor een bezoek op 11 mei 1979, vermoedelijk om te horen dat hem de Nobelprijs was toegekend, maar de dag ervoor overleed hij aan zijn schrijftafel. De prijs wordt alleen aan levende schrijvers toegekend.
Boon ontving tijdens zijn leven al de Leo J. Krynprijs (1942), de Henriette Roland Holst-prijs (1957), de Constantijn Huygensprijs (1966) en de Multatuliprijs (1972).
Zoals gezegd schreef hij weinig poëzie. In 1980 werd door De Arbeiderspers en Em. Querido het boekje’Verzamelde gedichten’ uitgegeven met daarin 7 blokjes van een paar gedichten die hij voor anderen schreef (zijn zusje, zijn broer, een vriend). Hier volgt het eerste gedicht van drie) uit de bundel met de titel ‘Zo zal ik dan worden’ met als ondertitel ‘drie gedichten van een stilaan ouderwordend man’.
.
Zo zal ik dan worden
.
zo zal ik dan worden
stilaan een zich oudvoelend man
een bloem een gedicht op de lippen
en verder wat knutselend nog
aan luchtvervuiling en zo
.
zo zal ik dan worden
een propere oude man
als ons hondje dat niets mocht
in huis doen en zo doof
was geworden als een pot en zo
.
zo zal ik dan worden
met wat schorre stem verhalen
aan mijn kleinzoon over vroeger
de revolutie die we toen wilden
de sovjetrepubliek vlaanderen en zo
.
zo zal ik dan worden
en vragen naar mijn bril
en zoeken naar mijn stok
om op te steunen en zo
.
Robert Frost
50 plus
.
Robert Lee Frost (1874 – 1963) was een Amerikaans dichter en toneelschrijver. Zijn inspiratie haalde hij vooral uit de natuur, het weer en het landschap van New England, de streek waar hij woonde. In eenvoudig opgebouwde gedichten onderzoekt hij complexe maatschappelijke en filosofische thema’s. Reeds tijdens zijn leven was Frost een veelvuldig geciteerd en geëerd dichter. Hij ontving vier Pulitzer prijzen voor Poëzie voor de bundels ‘New Hampshire: A Poem with Notes and Grace Notes’ (1924), ‘Collected Poems’ (1930), ‘A Further Range’ (1936) en ‘A Witness Tree’ (1942).
.
What fifty said..
When I was young my teachers were the old.
I gave up fire for form till I was cold.
I suffered like a metal being cast.
I went to school to age to learn the past.
Now when I am old my teachers are the young.
What can’t be molded must be cracked and sprung.
I strain at lessons fit to start a suture.
I got to school to youth to learn the future.
.
Danseres
Een (bijna) vergeten dichter
.
Michael Deak (1920), ik had nog niet van hem gehoord, staat met een gedicht opgenomen in de bundel ‘Liefde is het enige’. Ik kende zijn naam niet maar in de Nederlandse Poëzie Encyclopedie op http://www.nederlandsepoezie.org/ staat onder andere te lezen:
Pseudoniem van Simon Kapteijn, journalist, docent en dichter. Simon Kapteijn had eigenlijk priester willen worden. Maar op het Warmondse seminarie kwam hij erachter dat hij een ongelovige was. De celibaatsverplichtingen zaten hem nogal in de weg. Door middel van poëzie zocht zijn libido een uitweg. Lectuur Repertorium oordeelde in 1952 zo over zijn dichtwerk: ‘Sterk erotische, zangerige poëzie, die als decadent-verfijnde rederijkerskunst aandoet,’ alleen geschikt voor gevormde tot welgevormde lezers.’
Deak publiceerde in 1941 in Criterium en in Roeping, en vanaf 1942 in Groot Nederland. De oude redactie van dit in 1903 opgerichte tijdschrift werd in 1943 door SS-Verwalter Reinier van Houten vervangen door een SS-redactie. Deak bleef tot en met 1944 medewerker aan dit collaborerende tijdschrift. Naast ‘normale gedichten’ leverde hij ook uitgesproken ‘nationaal-socialistische gedichten’ aan. Hij behoorde in 1948 tot de katholieke ‘jeugdige dichtersbent’. Naar eigen zeggen was in 1950 de inspiratie op en schreef hij geen nieuw werk meer.
In 1950 publiceerde Deak de bundel ‘Aphroditis’ en daaruit het gedicht ‘Danseres’.
.
Danseres
.
Zij ligt naast mij, reebruin; zij rekt zich uit
en laat mij zacht de lof der minnen spellen.
Met vingers die haar edeltenen tellen
streel ik de dieren achter in haar huid.
.
Wanneer de gemshoorn in het orgel fluit
dan zijn haar voetjes spitse springgazellen
waarin de welpen van haar enkels zwellen,
en die zijn snel en breekbaar als geluid.
.
Haar voeten zijn van Venus en volmaakt
met sterren om haar tenen te versieren
en als zij danst breekt er de melkweg uit.
.
Zij ligt naast mij, reebruin, als zij ontwaakt
en in mijn handpalm ademen de dieren,
slaags met haar hartslag waar mijn vinger sluit.
.
The white cliffs
Alice Duer Miller(1874-1942)
.
In de categorie films gebaseerd op poëzie vandaag de film The White Cliffs of Dover uit 1944. Het lange gedicht in 52 verzen werd in 1940 gepubliceerd en verkocht al snel meer dan een miljoen exemplaren. Ook Winston Churchill staat bekend al lezer van dit gedicht.
Het verhaal is dat van een jong Amerikaans meisje Susan, dat vlak voor het begin van de Eerste Wereldoorlog naar Londen komt als toerist. Daar ontmoet ze een jonge Engelsman sir John Ashwood, uit de upper class en trouwt met hem. Ze krijgen een zoon en al snel gaat John naar het front op het vaste land van Europa. Vlak voor het einde van de Eerste Wereldoorlog komt John om en Susan blijft alleen op het landgoed achter met hun zoon. Ondanks dat haar vaderland Amerika trekt en de armoedige staat van het landgoed besluit ze in Engeland te blijven en het leven van een lady te leiden. Het gedicht eindigt wanneer de Tweede Wereldoorlog op het punt van uitbreken staat en Suzan zich afvraagt of ze na haar man nu ook haar zoon zal verliezen in een Wereldoorlog.
Alice Duer Miller heeft de verfilming niet meer mee kunnen maken, zij stierf in 1942.
In de film uit 1944, spelen Irene Dunn (Suzan) , Alan Marshall (John) en Roddy McDowall (John II) de hoofdrollen. De regie was in handen van Clarence Brown.
.
Het eerste en het laatste vers:
.
I
I have loved England, dearly and deeply,
Since that first morning, shining and pure,
The white cliffs of Dover I saw rising steeply
Out of the sea that once made her secure.
I had no thought then of husband or lover,
I was a traveller, the guest of a week;
Yet when they pointed ‘the white cliffs of Dover’,
Startled I found there were tears on my cheek.
I have loved England, and still as a stranger,
Here is my home and I still am alone.
Now in her hour of trial and danger,
Only the English are really her own.
.
LII
And were they not English, our forefathers, never more
English than when they shook the dust of her sod
From their feet for ever, angrily seeking a shore
Where in his own way a man might worship his God.
Never more English than when they dared to be
Rebels against her-that stern intractable sense
Of that which no man can stomach and still be free,
Writing: ‘When in the course of human events. . .’
Writing it out so all the world could see
Whence come the powers of all just governments.
The tree of Liberty grew and changed and spread,
But the seed was English.
I am American bred,
I have seen much to hate here— much to forgive,
But in a world where England is finished and dead,
I do not wish to live.
.
Wil je het hele gedicht lezen dan kan dat op: http://www.poemhunter.com/poem/the-white-cliffs/
.
Met dank aan Wikipedia
Todesfuge
Paul Celan
.
In de geest van bevrijdingsdag en de dodenherdenking las ik enkele gedichten over de tweede wereldoorlog. Een van die gedichten was een vertaling van een een gedicht van Paul Celan. Het gedicht Todesfuge (of in de vertaling Sirene) is één van de meest indringende gedichten die ik ooit las over de Holocaust en de verschrikkingen in de concentratiekampen.
Paul Celan (1920–1970, geboortenaam: Paul Antschel), is een Roemeense dichter van Joodse afkomst. Celan beheerste meerdere talen, en schreef zijn gedichten in het Duits. In 1942 werden zijn ouders vanuit hun Roemeense geboorteplaats Czernowitz gedeporteerd naar een concentratiekamp. Zijn vader stierf in dat kamp aan een ziekte, en zijn moeder werd doodgeschoten. De jonge Celan werd van 1942 tot 1943 in werkkampen in Roemenië ondergebracht, waar hij dwangarbeid voor de Duitsers moest verrichten. Celan zelf overleefde dit werkkamp en schreef in 1944/1945 het gedicht Todesfuge.
Celan wordt algemeen beschouwd als een der grootste dichters van de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij schreef, beïnvloed door het symbolisme en het surrealisme, gedichten waarin hij op zijn eigen wijze zijn ervaringen met de Holocaust verwerkte.
.
Op http://www.academia.edu/1624904/Het_fuga-motief_in_Paul_Celans_Todesfuge_en_de_representatie_van_de_Holocaust staat naast een uitgebreide beschrijving van het gedicht ook een thematische analyse van Anne van der Horst, die ik kan aanbevelen te lezen. Wie het gedicht in de oorspronkelijke taal wil lezen kan terecht op http://www.celan-projekt.de/hausarbeit-todesfuge.html
.
Sirene
.
Zwarte melk van de vroegte we drinken haar ’s avonds
we drinken haar ’s middags en ’s morgens we drinken haar ’s nachts
we drinken en drinken
we graven een graf in de lucht daar ligt men niet krap
Er woont een man in dit huis
hij speelt met de slangen hij schrijft
hij schrijft als het schemert naar Duitsland je goudblonde haar Margarete
hij schrijft het en komt uit z’n huis en de sterren beginnen te flonkeren hij fluit z’n honden naar buiten
hij fluit z’n joden naar voren beveelt ze een graf in de aarde te graven
hij beveelt ons speel dat de dans kan beginnen
.
Zwarte melk van de vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s morgens en ’s middags we drinken je ’s avonds
we drinken en drinken
Er woont een man in dit huis hij speelt met de slangen hij schrijft
hij schrijft als het schemert naar Duitsland je goudblonde haar Margarete
Je asgrauwe haar Sulamith we graven een graf in de lucht daar ligt men niet krap
.
Hij roept steek dieper de grond in jullie hier jullie daar zing en speel
hij rukt aan het staal van z’n riem hij zwaait het z’n ogen zijn blauw
steek dieper de spaden blijf spelen opdat men zal dansen
.
Zwarte melk van de vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s middags en ’s morgens we drinken je ’s avonds
we drinken en drinken
er woont een man in dit huis je goudblonde haar Margarete
je asgrauwe haar Sulamith hij speelt met de slangen
Hij roept speel de dood eens wat zoeter de dood is een meester uit Duitsland
hij roept strijk de violen wat triester dan stijg je als rook naar de hemel
dan krijg je een graf in de wolken daar ligt men niet krap
.
Zwarte melk van de vroegte we drinken je ’s nachts
we drinken je ’s middags de dood is een meester uit Duitsland
we drinken je ’s avonds en ’s morgens we drinken en drinken
de dood is een meester uit Duitsland en blauw zijn z’n ogen
hij raakt je met kogels van lood hij staat onbewogen
er woont een man in dit huis je goudblonde haar Margarete
hij hitst z’n bloedhonden tegen ons op hij schenkt ons een graf in de lucht
hij speelt met de slangen en droomt dat de dood is een meester uit Duitsland
.
je goudblonde haar Margarete
je asgrauwe haar Sulamith
.


















