Site-archief

Veel komt aan

Margreet Schouwenaar

.

De afgelopen tijd heet uitgeverij P weer een aantal fraaie dichtbundels het licht laten zien. ‘Zomerschaduw’ van Job Degenaar, ‘Voetafdruk van stilte’ van Hanna Kirsten en ‘Hazenslaap’ van Margreet Schouwenaar. Over de eerste twee schrijf ik later maar vandaag pak ik de bundel ‘Hazenslaap’ van Margreet Schouwenaar erbij. Het zal toeval zijn dat in dezelfde periode twee dichtbundels verschijnen met in de titel de haas (‘Hazenklop’ van Hanneke van Eijken waarover ik de komende week zal schrijven) maar vandaag dus de bundel ‘Hazenslaap’.

Schrijver en dichter Margreet Schouwenaar (1955) debuteerde in 1991 met gedichten in Revisor en niet lang daarna met de bundel ‘De drempel die vertrek is’ (1992). Daarna volgden maar liefst 14 dichtbundels waaronder de bloemlezing ‘Zwijgen tot het schraapt’ uit 2019. Haar werk wordt geplaatst in literaire tijdschriften als De Poëziekrant, Meander en Het Liegend Konijn.

In 2009 volgde ze Joost Zwagerman op als stadsdichter van Alkmaar, welke functie ze vervolgens maar liefst negen jaar zal invullen. In 2018 wordt een nieuwe stadsdichter, Joris Brussel, gekozen. Ik mocht bij deze verkiezing in de jury plaatsnemen. In haar jaren als stadsdichter richt Margreet Schouwenaar De Eenzame Uitvaart op in Alkmaar. Zij is nog altijd actief binnen deze stichting.

En nu is er dus haar nieuwe bundel ‘Hazenslaap’. Een bundel met 70 nieuwe gedichten (de bundel wordt uitgegeven ter gelegenheid van haar 70ste verjaardag) waarin zij de tijdelijkheid en de eeuwigheid bezingt, de trivialiteit, de onvermijdelijkheid maar ook de hoop. In pagina vullende gedichten waarin vaak ritmische stapelingen van woorden te lezen zijn beschrijft Schouwenaar de hazenslaap. Een haas slaapt met ogen open en merkt dus alles op wat er gebeurt. Zo ook Schouwenaar in deze bundel.

Ik koos voor het gedicht ‘Veel komt aan’ waarin dit mooi naar voren komt.

.

Veel komt aan

.

Google toont hoe ik woon, de plant staat er nog

voor het raam waar ik lang ben weggegaan.

Een bestemming vind ik zelden thuis, wel een

levenstaak: veeg los zand, alles wil grond.

.

Het lijkt op krabben, de honger naar het nauwelijks

vel dat toch kan kloppen. Veel komt aan op het net niet

raken; verwezen, schalen breken, de schepping wil

schuiven. misschien wel littekens. Daar helpt geen

.

wetenschap tegen. Nestdrang zonder feiten, vleugels

willen oefenen. Bewegingen bestaan, nachten

moeten vallen. ‘Je praat in je slaap’, zei hij eens.

We horen buigzaam te zijn, onze gedachten

.

te verzetten. Ik doe denken aan een ander. Ik ben

al weg, of niet, ik ben nog steeds onuitgesproken.

Op een kaart ben ik onvindbaar, maar ik breng me

nader. Als confetti zal ik dalen. Onherroepelijk.

.

Boris Pasternak

Russische dichter

.

Ondanks dat Rusland tegenwoordig geregeerd wordt door een dictator, er repressie heerst en vrijheid van meningsuiting (of vrijheid van wat dan ook) keihard onderdrukt wordt, heeft Rusland (en daarvoor de Sovjet Unie) een reeks van bijzondere en geweldige dichters voortgebracht. Een van die dichters, ik schreef al eens over hem, is Boris Pasternak (1890-1960). Ik werd weer eens op zijn bestaan als dichter gewezen door Wijnand Mijnhardt, wetenschapshistoricus. In een interview met hem in de Volkskrant van afgelopen zaterdag zegt hij over Pasternak: “Dokter Zjivago was lang verboden in Rusland, de Russen waren vooral dol op Pasternaks poëzie. Zelf heb ik helaas geen orgaan voor poëzie.”

In deze zin zit zoveel (moois). Dokter Zjivago is de roman waarmee Pasternak internationale bekendheid verwierf. Pasternak voltooide deze roman in 1955, maar door de Russische autoriteiten werd de publicatie ervan verboden, zodat het werk pas in 1957 voor het eerst gepubliceerd werd, niet in de Sovjet-Unie maar in Milaan. In 1958 werd aan Pasternak de Nobelprijs voor Literatuur toegekend voor zijn bijdrage aan de Russische lyrische poëzie en voor zijn rol in “het voortzetten van de grote Russische epische traditie”, maar het werd hem door de regering niet toegestaan de prijs te aanvaarden. De Sovjetautoriteiten noemden de prijs “een politieke daad tegen de Sovjet-Unie”. Wat dat betreft is er in al die tijd weer eens niets veranderd.

Geïntimideerd door een hetze vanuit de Schrijversbond zag Pasternak uiteindelijk “vrijwillig” van de prijs af. In 1989, in een periode waarin in Rusland er veel meer vrijheid was (Perestrojka en Glasnost) kon de zoon van Pasternak, Jevgeni, 29 jaar na de dood van zijn vader, alsnog de Nobelprijs postuum in ontvangst nemen. Pasternak schreef een drietal dichtbundels. In 1987 vertaalde de Werkgroep Slavistiek Leiden poëzie van Pasternak en publiceerde dit in De Tweede Ronde, jaargang 8. Een van deze gedichten lees je hieronder. Ben je het Russisch machtig dan kun je hier ook de oorspronkelijke tekst lezen.

.

Het is niet goed beroemd te wezen.
Het strekt geen sterveling tot eer,
Steeds maar archieven door te lezen,
Met manuscripten in de weer.
Want scheppen is: jezelf vergeten,
En niet succes, niet schone schijn.
’t Is schande, als je niets betekent,
Een spreuk op ieders lip te zijn.
Zet niet op eigen roem je zinnen,
Dan zul je in vergetelheid
De liefde van de toekomst winnen,
De roep van ruimte en van tijd.
Je moet een leemte achterlaten
In ’t lot, en niet op het papier,
Geen lijst van kosten en van baten,
Een streepje daar, een streepje hier.
Je moet een onbekende blijven,
Je spoor verbergen in het niet,
En gaan waarheen de nevels drijven
Tot je geen hand voor ogen ziet.
Een ander zal in later dagen
Jouw wegen volgen op de voet,
Terwijl je zelf van nederlagen
En van triomf niet weten moet.
Geen duimbreed van de weg afwijken,
Het wezen kiezen boven schijn,
Geen ander naar de ogen kijken
En tot het einde levend zijn.
.
.

gedichten op straat

Manuel Alcántara

.

Ik dacht dat ik veel schreef. En dat is ook zo want sinds oktober 2007 schrijf ik op dit blog en ongeveer vanaf medio 2009 plaats ik elke dag (zonder uitzondering) een bericht op dit blog). Totdat ik de Wikipediapagina (in het Spaans) van journalist en dichter Manuel Alcántara (1928-2019) opende en daar las dat hij  meer dan zestig jaar lang zonder onderbreking minstens één artikel per dag in verschillende landelijke kranten publiceerde, waarmee hij de langstzittende en meest gelezen columnist in Spanje werd. Je hebt natuurlijk altijd baas boven baas en zestig jaar ga ik niet halen.

Ik kwam op zijn pagina omdat ik in Estepona was (Andalucia, Spanje) waar de oude binnenstad verluchtigd is met heel veel tegeltableaus waarop strofen en regels uit gedichten van dichters te lezen zijn, van met name dichters uit de streek. Naast Manuel Alcántara heb ik bijvoorbeeld ook een tableau van Antonio Machado gezien en nog een paar van mij onbekende plaatselijke dichters.

Alcántara debuteerde als dichter in 1951, op 23-jarige leeftijd, in de literaire cafés van Madrid, tijdens het zesde recital van de III-serie van poëzievoordrachten genaamd ‘Versos a medianoche’ (Verzen om middernacht). In 1953 ging ‘Alforjas para la poesía’ (Zadeltassen voor poëzie)  in première in het Chapí-theater, waarmee hij diverse prijzen won op de Bloemenspelen in Lorca en Gijón. Twee jaar later won hij de Antonio Machado Poëzieprijs met zijn eerste boek ‘Manera de silencio’ (Manier van stilte, 1955); en de Nationale Literatuurprijs voor ‘de Stad van die tijd’ (1961). In totaal zou hij 8 dichtbundels publiceren.

Van de website poemas del alma, heb ik het gedicht ‘En aquel tiempo’ genomen en vertaald.

.

Op dat moment

.

Ik had een hart dat kon regenen.
Februari vloog voorbij
en de digitale tijd bracht onze
handen, ogen en lichamen samen:
het land van excuses.
.
Net als de wind in de hoge vlaggen,
gedroeg deze muziek zich in ons.
.
Ik bleef achter met een zelfverzekerde, begeleide en
deskundige blik in de bossen van mijn jungle,
een trotse houthakker met wortels
die nooit verborgen hadden mogen blijven.
Hetzelfde oude werd anders:
de hele zee paste in een urn,
het ijs in de glazen kwam
uit een verre sneeuw, van ons en alleen,
mijn migrerende handen bleven
leven in jouw diepste land
en in mijn mond, altijd ontevreden,
de vragen plotseling berustend.
.
Twee mensen zijn er getuige van: de torens veranderen,
de dood stelt zijn laatste daden uit
en het leven roert zich en versiert zichzelf.
De dood moet als een spiegel zijn,
waarin je blijft kijken zonder ooit te zien.
Kom dichterbij. Meer. Laat er geen
dood of twijfel tussen ons beiden zijn.
Ik spreek tot jullie sinds februari en al eeuwenlang:
wij kennen de liefde door wat zij verlicht,
door wat zij verdraait, vergroot en bestuurt,
door haar manier van wandelen in de schaduwen…
En zo heffen wij, gedurende weken van vervolging,
met moeite onze ziel op.

.

MUG 26 is uit!

Lies Van Gasse

.

De nieuwe MUGzine is er. Met gedichten van Rien Vroegindeweij (1944), Juan Heinsohn Huala (1958) en Eric Vandenwyngaerden (1955) en bijzondere illustraties van dichter/illustrator Lies Van Gasse (1983). Omdat we een nieuw jaar ingaan heeft ontwerper Bart een nieuwe lijn van omslagen ontworpen. De @L.uule is uiteraard gebleven net als het voorwoord van Marianne en ook dit keer de categorie ‘Muggenbeten’ met ‘stekelige uitspraken over poëzie van alle tijden.

Uiteraard is de nieuwe editie van MUGzine gratis terug te lezen op de website, maar zoals je waarschijnlijk weet brengen we hem ook uit op papier. Op A6 formaat in full color, echt iets voorn de ware poëzieliefhebber. Wil je nu ook 5 keer per jaar elke nieuwe MUGzine op papier in je brievenbus terug vinden, word dan donateur. Voor maar € 20,- (iets meer mag uiteraard altijd) sturen we je dan een jaar lang elke nieuwe uitgave automatisch toe én je krijgt altijd iets extra (ansichtkaart, special, GUMzine) bij een jaardonatie. Donateur worden? Mail dan naar mugazines@yahoo.com en we sturen je het eerste nummer en de Luule special toe.

Terug naar de Vlaamse Lies Van Gasse. Ze stond al in de jubileumeditie (#25) met haar poëzie mar nu uit haar bundel ‘Wassende stad’ uit 2017 een gedicht zonder titel.

.

Een menigte danst met televisiehanden.
Eén is onzichtbaar terwijl ze in de kantlijn schrijft:

een zich ontrollende lijn, als een klosje zilverdraad
over onze witte, inwisselbare gezichten
en hoe die kleurig oplichten in het duister.

Twaalf uur later ligt een man aan het station.
zijn hoofd blinkt als een ei in de zon, en dan
iets met een elleboog, geknakt, trillende ogen
en een vloed uit mond en neus,

een roterend licht,
gele mannen met blauwe handschoenen en wij,
die niet-begrijpend wegfietsen naar verte.

.

Schatplicht

Albert Hagenaars

.

Van de in Bergen op Zoom geboren en wonende dichter Albert Hagenaars (1955), die als dichter een bijdrage leverde aan MUGzine #25, kreeg ik een aantal bundels opgestuurd. De eerste die ik ter hand nam was meteen ook zijn meest recente uitgave (2023) getiteld ‘Schatplicht’. Dit keer geen dichtbundel maar een bloemlezing van zijn literaire werk aan de hand van fragmenten uit boeken, ongepubliceerd werk als dagboekbladen en reisverslagen, overzichtslijstjes, interviews en tal van foto’s.

Deze bloemlezing omvat alle hierboven genoemde onderdelen van 1977 tot 2023. Het boek begint met een stuk over A.I. Niet de A.I. die je verwacht (artificial intelligence) maar die van Aanschaf Informatie. De eerste keer dat ik van Albert Hagenaars hoorde was toen hij de A.I. schreef voor NBD Biblion (op basis van aanschaf informatie bepalen bibliotheken welke boeken ze kopen) van mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert‘. Inmiddels heeft hij meer dan 1400 aanschaf informaties geschreven, aanvankelijk over poëzie, met name Vlaamse dichters, later ook over kunstboeken (Hagenaars is naast dichter ook beeldend kunstenaar en galeriehouder) en reisliteratuur.

Verder een aantal interviews (Haagse Courant, Meander, met een Engelse interviewer Neil Leadbeater), dagboekfragmenten, Hagenaars visie op een passie hebben voor boeken, over recenseren en over poëzie vertalen. Een stukje over de twee keer dat hij deelnam aan een poëziewedstrijd (en beide keren in de prijzen viel), een overzicht van zijn poëzie in de openbare ruimte ( in Bergen op Zoom kom ik regelmatig een gedicht van zijn hand tegen op een gevel van een gebouw), romanfragmenten en zo kan ik nog wel even door gaan.

Als je een interessant boek wil lezen over een dichtersleven met alle ins & outs dan kan ik je ‘Schatplicht’ zeer aanraden. En om het helemaal af te maken zijn ook nog eens een groot aantal gedichten opgenomen die in de loop der jaren verschenen in zijn poëziebundels. Maar ook het gedicht ‘Onder de sneeuw’ dat verscheen op de website van Meander bij een interview dat Alja Spaan met Albert Hagenaars had in 2022.

.

Onder de sneeuw

.

Paul Celan

.

De woorden verliezen warmte

en kleur, zetten zich schrap

op de richel van de zegging,

.

schrappen dan elkaar

weg

waar ze winnen aan belang.

.

Hij schrijft zich uit de sneeuw

en verduistert wat hij zag

toen ze hem zagen.

.

Pijn is geen emotie, liefde

.

geen redding.

.

Albert Hagenaars

Snijpunt Snijvlak

.

Albert Hagenaars (1955) ken ik al lang als dichter, schrijver en recensent van NBD Biblion (werk dat, schande!, tegenwoordig door AI wordt gedaan), zo schreef hij de aanschaf informatie voor mijn bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’.  Maar ik ken hem ook uit Bergen op Zoom waar hij zijn culturele activiteiten als beeldend kunstenaar en galeriehouder begon (en waar ik regelmatig een gevelgedicht van hem tegen kom).
In 1980 koos hij echter voor de literatuur. Literair werk van zijn hand verscheen in tijdschriften als De Tweede Ronde, Literair Akkoord, Maatstaf en Raster. En nu ook in MUGzine nummer 25

Enkele bundels verschenen integraal in een andere taal: het Engels, Frans, Indonesisch en Roemeens, losse gedichten ook in het Duits, Pools en Spaans.
In MUGzine #25 verschenen twee nieuwe gedichten (een dubbelgedicht) van hem getiteld ‘Snijpunt Snijvlak’ te lezen op mugzines.nl  en uiteraard in de papierenversie van MUGzine. Omdat niet iedereen dit leest hieronder deze gedichten.

.

SNIJPUNT

Dit woord of die woorden?

Deze borst en benen of dat lijf?

Taal kent geen grenzen,

zij steekt ze in gedachten over

in andermans verstijven.

Liefde zonder keuze is taal

gezwollen van tekort

in man na man na vrouw,

op het snijpunt van het lot.

Albert Hagenaars

SNIJVLAK

Deze woorden of dat woord?

Dit lijf of die borsten en billen?

Liefde kent grenzen,

hij denkt aan andervrouws taal

tussen zwellende lippen.

Niet talen naar een keurslijf

is graaien voor wie zich verliest

in vrouw na vrouw na man,

op een snijvlak van een toeval.

Albert Hagenaars

.

Tulpenwodka

Astrid Lampe

.

Begin dit jaar (Mei) werd aan Astrid Lampe (1955) de P.C. Hooftprijs voor poëzie uitgereikt. De jury bestaande uit Tsead Bruinja, Kiki Coumans, Maarten van der Graaff, Alfred Schaffer en Kila van der Starre schrijft in haar juryrapport: “Astrid Lampe dicht met een diabolische intensiteit over het moderne leven, in zinnelijke en ontembare taal die vraagt om herlezing en herbeluistering. Ze laat lyriek en gevonden taal in elkaar overlopen, waarbij ze geen enkel register onbenut laat. Het resultaat is een open tekst, taal die zich bewust is van zichzelf en van haar grenzen. Lampe’s oog – en vooral ook oor – voor de invloed van digitale technologie op economie, klimaat en genderverhoudingen vallen op in haar oeuvre (…). Ze heeft de poëzie beïnvloed van veel jongere dichters in het Nederlands taalgebied.”

Op de website van het Literatuurmuseum lees ik “Lampe was enorm verrast toen ze in December het nieuws hoorde. ‘Hoewel ik vind dat ik voldoende erkenning krijg, ben ik toch gewend om een beetje te knokken voor mijn werk. Het winnen van zo’n prestigieuze oeuvreprijs voelt als een doorbraak.” Ik denk dan meteen: als het winnen van de P.C. Hooftprijs voor Poëzie voelt als een doorbraak, hoe moet dat dan voelen voor ons ploeterende dichters die blij zijn met elke vorm van erkenning. Maar goed het is haar particuliere gevoel en dat is natuurlijk prima.

Hoewel haar laatste bundel ‘Zachte landing op leeuwenpootjes’ dit jaar uitkwam, wil ik een gedicht uit haar bundel ‘Tulpenwodka’ uit 2021 hier delen. In deze bundel neemt Lampe de lezer mee in een herkenbare en niet zo’n fijne wereld.  Nepnieuws, Black Lives Matter, #MeToo, de onstuitbare verwoesting van de aarde en natuurlijk de allesoverheersende coronacrisis, alsook de ontkenning daarvan.

Jan de Jong schrijft in een recensie van deze bundel op Tzum: “Het mooie van de dichtkunst is dat het ons in staat stelt om protesterende boeren, virusontkenners, influencers, verpakkingen-zonder-inhoud in de politiek, het bedrijfsleven en de media voortaan met één krachtige metafoor samen te vatten: Tulpenwodka.”

Voor wie nieuwsgierig is naar de titel: Driehonderdvijftig geperste tulpenbollen en een scheut duinwater, prijs: € 300,- of zoals Jan de Jong het noemt een effectief symbool voor zinloosheid, smakeloosheid en onmaatschappelijk gedrag. Uit deze bundel koos ik een gedicht zonder titel die die zinloosheid illustreert.

.

smart barbie is de enige die echt luistert

de kleur van je humeur slaat ze digitaal op

de ontboezemingen per aan- en uitkleedsessie

brieft ze integraal door aan de webmaster

.

tot een latino ken in vrijetijdskleding

het gat vult dat een vader achterlaat

.

we scrollen door tot op een goede dag de inloopkast je tweede huis

in het gezicht ontploft

.

de kleur van ons humeur

met alle wachtwoorden te grabbel

lang voor beiroet is opgekrabbeld

toon ik je trots een nieuw gezicht

het is gekocht zo goed als

.

afbetaald met seks

je vindt me lief als ik een tweede poging

niet instagram vind je me smart dit duurt niet lang

zeg je en trekt je gun

.

5 jaar minipoëziemagazine

Jubileum MUGzine

.

Niet zonder enige trots mogen wij van MUGzine onze jubileumuitgave aankondigen. Vanaf vandaag te lezen op mugzines.nl en deze week in de brievenbus van al onze donateurs, nummer 25. In 5 jaar MUGzines hebben we ruim 100 dichters de ruimte geboden om een paar gedichten te publiceren (we zijn maar een minipoëziemagazine met maximaal 20 pagina’s) in het meest eigenwijze en leukste (en zeker kleinste) poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen.

Dit keer poëzie van maar liefst drie Vlaamse dichters te weten Lies Van Gasse, Elise Vos en Kris Lauwereys en een Nederlandse dichter Albert Hagenaars. Omdat we wat meer gedichten wilden plaatsen in dit jubileumnummer dit keer geen kunst of illustraties maar wel een nieuwe rubriek Muggenbeten, waarin we stekelige opmerkingen en uitlatingen over poëzie door de eeuwen heen en (soms) van over de landsgrenzen opnemen.

Wij van MUGzines (Bart de vormgever, Marianne redactiefilosoof en voorwoordschrijver, en ik duizenddingendoener) zijn ontzettend trots op wat we neer hebben gezet de afgelopen 5 jaar. En we gaan door! De eerste verkenningen zijn reeds begonnen, ideeën gedeeld, brainstorms gewoed en namen doorgegeven.

Bart heeft van 5 jaar MUGzines een prachtige poster gemaakt. Zou je die ook thuis willen ontvangen? Dat kan, we verloten er een paar. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com met in de onderwerpsregel Jubileumposter.

In editie 25 zoals gezegd vier dichters. Een ervan is Albert Hagenaars (1955) dichter en auteur. De belangrijkste thema’s in zijn boeken zijn reizen, interculturele relaties, vervreemding en identiteit. Hagenaars debuteerde in 1979 met de bundel ‘Stadskoorts’ waarna nog 12 bundels zouden volgen en een paar romans. Zijn laatste publicatie is van 2023 getiteld ‘Samenval – Gabungan’ Poëzie in het Nederlands en Indonesisch, in samenwerking met kunstenares Edith Bons. Uit De Tweede Ronde, jaargang 3 uit 1982 nam ik het gedicht ‘Voltooiing’.

.

Voltooiing

.

Er is een afgraving in de heuvels
van mijn jeugd, gevuld met regen
van jaren, zoals ook vele nachten
als hun bouwputten me trekken,
.
en ik de stilte van drijfzand onderga
en de beklemming van zware kranen,
roerloos spiegelend in het zwarte water,
verlaten dokken, verwrongen rails,
.
misthoorns en de moord op de heide,
fragmenten op een ver televisiescherm,
voor een lang geleden kind uitgezonden
en geluidloos nu, eindelijk voltooid.
.
.

Je slaapt

Ted van Lieshout

.

In tijden van onrust en onzekerheid is het altijd goed om een bundel als ‘Gedichten voor het hart’ troostende woorden uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie uit 2006, in huis te hebben. Want als het om kunst, cultuur, literatuur en poëzie gaat, is de druk hoog. Zo werd er deze week bij de tweede kamer geprotesteerd tegen de voorgenomen verhoging van de BTW van 9% naar 21% op theaterbezoek, sportabonnementen en boeken. Dus ook op poëziebundels.

Een van de pleitbezorgers tegen de verhoging en woordvoerders op de journaals en in de kranten was schrijver, dichter, scenarist, illustrator, grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar Ted van Lieshout (1955). En in de bundel ‘Gedichten voor het hart’ is een gedicht van zijn hand opgenomen getiteld ‘Je slaapt’. Dit gedicht komt oorspronkelijk uit de bundel ‘Jij bent mijn mooiste landschap’ uit 2003.

.

Je slaapt

.

Je slaapt zo dicht bij de dood. Ik moet het donker in

en horen dat je ademhaalt, zien dat je borst zacht

op en neer blijft gaan, bang als ik ben om je

te verliezen aan het niet meer wakker worden.

.

Hoe meer ik van je houd, hoe verder weg moet ik

om je niet te breken. Maar als je slaapt kom ik

terug,

zit bij je, stil, klaar om je wakker te wurgen als je

lucht durft over te slaan of je verslikt in een

ademtocht.

.

De Nacht van de Poëzie 2024

Poëzie in overvloed

.

Afgelopen zaterdagnacht en zondagochtend was de 41ste editie van de Nacht van de Poëzie in Utrecht, georganiseerd door ILFU. In tegenstelling tot vorig jaar wilde ik dit jaar tot het bittere einde blijven en dat was een juiste beslissing. Een overdaad aan dichters en entr’actes kwamen voorbij aan de (zeker de eerste uren) bomvolle zaal. Het was dan ook uitverkocht. Later, na 12 uur werd het al snel rustiger, waarschijnlijk omdat de laatste treinen rond dat uur vertrokken.

Gelukkig was het programma afwisselend en veelkleurig. Van oude rotten in het vak als Anna Enquist (1945), Kees ’t Hart (1944) en Thomas Lieske (1943) tot de jonkies Lena Plantinga (1999), Roan Kasanmonadi (1995) en Yentl van Stokkum (1991). Maar ook mijn absolute favoriete dichters van de avond Ramsey Nasr (1974) die ik het indrukwekkendst vond, Lies van Gasse (1983) waar ik van genoot, Daan Doesborgh (1988) die me het meest positief verraste tot aan de dichter uit de buitencategorie Bibi Dumon Tak (1964) waarvan ik niet wist dat ze ook dichter was maar wier kinderboeken ik geweldig vind.

Maar ook de ontmoetingen met oude bekenden, Simon Mulder, Daniël Dee en Alek Dabrowski (Awater).  Of wat te denken van de legendarische introducties van Ester Naomi Perquin (1980) en Piet Piryns (1948), grappig, ter zake, poëtisch en liefdevol naar elke dichter. Een avond en nacht om te koesteren en lang van na te genieten. En dat bij het laatste optreden van een niet-dichter Parra.Dice mijn nichtje schitterde op saxofoon (verassing) maakte de Nacht van de Poëzie helemaal af.

Natuurlijk kreeg elke bezoeker de Nachtbundel met een gedicht van elke dichter en daaruit deel ik graag het gedicht ‘Wie ben ik’ van Ted van Lieshout (1955). Daaronder nog wat foto’s die ik nam gedurende de nacht.

.

Wie ben ik?

.

Ik vroeg aan mijn moeder waarom ik besta.

Papa had al negen kinderen. Wou hij er dan nóg een?

.

Nee, zei mijn moeder, hij wou neuken. – Let wel: dat is

dezelfde moeder die mij vertelde dat ik niet geboren ben,

.

maar in de bosjes ben gevonden toen ze haar eigen kind

per ongeluk bij de bakker had laten staan en toch graag

.

met een kind thuis wilde komen. Zo zorgt mijn moeder

ervoor dat ik nergens anders thuis kan horen dan bij haar.

.

Ramsey Nasr

Kees ’t Hart

Peter Verhelst

Ingmar Heytze en Babs Gons

Anna Enquist

Lies van Gasse