Site-archief
Met twee maten
Marnix Gijssen
.
De verzamelbundel ‘Met twee maten’ uit 1956 werd in dat jaar in een oplage van maar liefst 15.000 stuks gedrukt en later in 1969 nog eens 7.500 stuks. Deze bundel ingeleid en samengesteld door Paul Rodenko, heeft als ondertitel; de kern van vijftig jaar nederlandse poëzie geïsoleerd en experimenteel gesplitst.
De bundel is dus in tweeën gedeeld, de eerste maat, zoals Rodenko het noemt, geeft een beeld van het beste, dat er de laatste halve eeuw in Nederland en Vlaanderen aan poëzie is geschreven (dus ruwweg de eerste helft van de 20ste eeuw).
De tweede maat wil een poging zijn tot reconstructie van de poëtische erfenis van de laatste halve eeuw, op basis van het contemporaine poëtische bewustzijn, dat in zijn meest geprononceerde vorm in de poëzie der experimenteren tot uitdrukking komt.
Juist naar die tweede maat ging mijn belangstelling uit, grote dichters en gedichten uit de eerste helft van de 20ste eeuw ken ik genoeg maar wat verstaat of verstond Rodenko in 1956 als experimenteel? Met de kennis en de kijk van een 21ste eeuwse lezer valt dat experimentele erg mee. Toch valt er een hoop te genieten en is duidelijk waarom dichters als Andreus, Lucebert en Claus in dit deel zijn opgenomen.
Maar ook een schrijver/dichter als Marnix Gijsen (1899-1984) staat tussen de Experimentelen. Ik ken Gijsen als schrijver maar niet zozeer als dichter en juist hij staat hier als experimenteel gerangschikt. Als je het gedicht ‘Bij een sterfbed’ leest begrijp je dit ineens beter.
.
Bij een sterfbed
.
Dat wij allen
aan dit leven
kleven
lijk een oester aan haar schelp,
lijk aan den tepel der leeuwin
de weke welp
doet dat mij dat beven?
Of is het dat oud en diep verdriet
om den dag die heengaat,
om een bron die in zand vervliet,
om Oedipus die ons blind en klagend
verlaat?
.
Gele dood, stomme dood,
elke porie wordt een wonde,
ik bloed zwijgend, langzaam uit.
Mijn zoetste ketens, vlees en geest,
hebt gij weer plots ontbonden.
Ik ben uw buit, ik ben uw buit.
.
Romantische herfst
Dichter van de maand november: Cees Nooteboom
.
Door alle drukte was ik helemaal vergeten dat november de maand van dichter/schrijver Cees Nooteboom (Den Haag, 1933) zou zijn. En hoewel het vandaag geen zondag is, de vaste dag van de dichter van de maand, wil ik hier toch een gedicht van hem plaatsen. Dit keer het gedicht ‘Romantische herfst’ uit de bundel ‘Doden zoeken een huis’ uit 1956.
In 1955 ontvangt Nooteboom een reisbeurs van ƒ2500,- van het departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen voor de uit veertien gedichten bestaande cyclus ‘kleine cantate van het voortdurend overlijden’. Later zullen deze gedichten in enigszins gewijzigde vorm worden opgenomen in zijn eerste dichtbundel, ‘De doden zoeken een huis’, waarmee hij als dichter debuteert en die in 1956 verschijnt.
.
Romantische herfst
.
schimmig vanavond jaagt die mist de velden
de maan sluipt terug in dodelijke bomen
nu is de grote rafelaar gekomen
een herfst een doodgaan een gekwelde smeekstem
.
hoor… ademend beweegt de aarde van heimwee
om mensen te bezetten met een adem van verdriet
om koeien zwaar en zwijgend in zich vast te zetten
als schepen, vastgegroeid aan het lichaam van de zee
of de dood, levend aan het gezicht van de mensen,
mééademend, méésprekend.
.
Jotie T’Hooft
Ansicht
.
In 1981, vier jaar na zijn vroegtijdig overlijden aan een overdosis heroïne , verscheen bij uitgeverij Manteau in Antwerpen de bundel ‘ Verzamelde gedichten’ van Jotie T’Hooft (1956 – 1977). In deze bundel zijn de drie bundels die tijdens zijn leven werden gepubliceerd opgenomen, een boodschap die door zijn uitgever als Laatste gedichten werd gepubliceerd en een aantal ongepubliceerde gedichten opgenomen. Deze ongepubliceerde gedichten waren talrijk (honderden) en daarom werd een selectie gemaakt op basis van de literaire of de poëtische waarde van elke gedicht. In totaal omvatten alle gedichten in deze ‘Verzamelde gedichten’ zo’n tien jaar van het leven van Jotie.
Ik lees nog met enige regelmaat in deze bundel en elke keer sta ik weer versteld van het talent van deze jonge dichter. Hier wil ik het gedicht ‘ Ansicht’ met jullie delen uit de sectie ‘ Verspreide gedichten’.
.
Ansicht
.
Van vele reizen ben ik al teruggekeerd :
verbrand, verbleekt, verschroeid en stukgevroren
toch met al mijn breuken en gebreken duidelijker
deel van een geheel. Een reis is een wonde
die nooit meer geheel geneest en in zijn litteken
.
dat trekt en teugelt, de weg terug toont
naar waar het goed was, maar bij herhaling
nooit meer worden zal. Want de mens vat vlam
in zijn schede en woedt onzichtbaar geruis-
loos verder.
.
In den vreemde wordt de beschuit van stilte
verkruimeld tussen vingers van zonlicht
en lawaai : de herinnering verbleekt, drijft
tenslotte met de stroming als een strandbal
weg en wordt nauwelijks nagezwommen.
.
Terugreizen wist geen sporen uit :
wij zijn geen strand en leven haveloos verder
binnen onze bange dijken, ons huis is veranderd
onder de zonnebrand van tijd en ruimte,
huisdieren aan de wand geprikt, gestorven
.
en vergeeld.
.
Paean
Versvorm
.
Er zijn al heel veel versvormen. Er bestaan vele klassieke versvormen, vrijere versvormen en nieuwe versvormen. Een bedenker van nieuwe versvormen was de Amerikaan Evelyn M.Watson (1886-1956). Hij bedacht onder meer de donata, de trine en de quaternion. Maar ook de Paean. Een Paean is in het Latijn een hymne of een overwinningshymne voor Apollo of een andere god.
Deze versvorm is opgebouwd uit 13 regels (4 + 3 + 3 +3) met als schema abab ccc abc ddd. Het schema dat daarbij hoort is 5 jamben, kort, 5 jamben, kort. Hoe zo’n Paean eruit ziet lees je hieronder.
.
Daar waren eng’len en ook herders bij.
De os en ezel waren uitverkoren:
Ze hoorden feestgezang, fluit en schalmei.
.
De herberg vol.
Het is te dol,
Wat een gesol!
.
Een ster kon vreemde koningen bekoren.
Ze volgde hem van verr’. Ze waren blij.
Twee reden er kameel, één op een knol.
.
Herodus verstoord,
Plek gehoord.
Dat wordt moord!
.
Thuisreis
De muze zwerft door Nederland
.
In 1956 gaf de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels (of zoals ik tijdens mijn studie leerde te zeggen ‘De vereeniging’), ter gelegenheid van de Boekenweek de bundel uit ‘de muze zwerft door Nederland. Dit was een deel uit een serie van 16 delen die werden uitgegeven tussen 1949 en 1964. In dit deel, samengesteld door Ed. Hoornik, gedichten uit haar ontmoetingen met provincies, steden en stadjes.
Uit dit deel heb ik gekozen voor een gedicht van Simon Vinkenoog dat oorspronkelijk verscheen in zijn debuutbundel ‘Wondkoorts’ uit 1950, getiteld ‘Thuisreis’, een gedicht dat niet specifiek over een provincie, of stadje gaat maar over Nederland in algemene zin.
.
Thuisreis
.
omdat ik dit niet dromen wil
droom ik weerbarstig van
vochtland watergewassen –
omdat ik niet meer haten kan
moet ik stroomafwaarts
struikelen –
waar ik geboren ben
waar ik mijn vlag heb hangen
daar is het leven dood
van waterzucht bevangen
o vaderland waar de treinen
onder a.p. niet hard mogen rijden
en waar ik niet mag dromen
in opklapbedden
eenzaamheid
.
Dreamsong 14
John Berryman
.
De Amerikaanse dichter en schrijver John Berryman (1914 -1972) brak met zijn poëzie door in 1956 met ‘Homage to Mistress Bradstreet’, een dramatische monoloog waarin hij zijn bewondering uitspreekt voor Anne Bradstreet (1612 – 1672), ook wel de ‘eerste Amerikaanse dichteres’ genoemd. Berryman begon overigens al veel eerder met het schrijven van poëzie in de jaren dertig van de vorige eeuw. In de jaren veertig publiceerde hij een aantal bundels; ‘Poems’ in 1942 en ‘The Dispossessed’ in 1948 maar die sloegen niet meteen aan bij het grote publiek.
In 1965 won hij de Pulitzerprijs voor de bundel ’77 Dream Songs’. Berryman wordt wel gerekend tot de school van de ‘confessional poetry’. Dit is poëzie van ‘het persoonlijke of het ik’, die autobiografisch is en waarin vaak taboe onderwerpen worden behandeld als seksualiteit, geestesziekte en zelfmoord. Berryman is duidelijk verwant aan Robert Lowell en Anne Sexton. De humor die hij telkens weer door de behandeling van serieuze levensvraagstukken weeft werkt echter relativerend en verfrissend. In ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries, staat het gedicht ‘Dreamsong 14’ in een vertaling van Rob Schouten. Voor de liefhebbers van het originele werk ook het gedicht in het Engels.
.
Dreamsong 14
.
Leven, vrienden, verveelt. Zie je verkeerd
immers de zon straalt en de zee smacht,
wijzelf stralen en smachten
daar komt nog bij dat moeder toen ik klein was zei
(en meer dan eens) ‘Wie zegt dat-ie zich zo
verveelt ontbeert
een Innerlijke Bron.’ Nou: ik ontbeer
een innerlijke bron want ik verveel me dood.
Mensen vervelen me,
literatuur verveelt me, vooral grote,
Henry verveelt me, z’n ‘ja doe ik’, ‘zeker’
net zo stierlijk als Achilles
.
die mensenvriend met z’n heldengedoe,
stomvervelend.
De kalme heuvels, gin, allemaal saai gelispel
op een of andere manier
is er een hond met staart en al een eind
de bergen ingehold, de zee, de hemel
met achterlating van: mij, kwispel.
.
Dreamsong 14
.
.
Leve de camouflage!
Arjen Duinker
.
De dichter, prozaschrijver, columnist en cryptogrammenmaker Arjen Duinker (1956) studeerde psychologie en filosofie in Amsterdam, Groningen en Leiden. Hij debuteerde in Hollands Maandblad in 1980 en sindsdien verschijnen er met regelmaat gedichten en verhalen van zijn hand in literaire bladen als De Gids, De Revisor, Armada, Raster, Ons Erfdeel en Tirade. Voor zijn werk kreeg hij o.a. de Jan Campertprijs en de VSB Poëzieprijs. In 2009 verscheen van hem de bundel ‘Buurtkinderen’ en uit deze bundel komt het gedicht ‘Leve de camouflage!’.
.
Leve de camouflage!
.
Het oninteressante is concreet als een hond.
Vorstelijk als een rog, uniek als een kikker,
Het oninteressante is sentimenteel als een vlo,
Ruimhartig als een baviaan, zacht als een raaf.
Laten we de dierenwereld verder vergeten…
Het oninteressante is aandoenlijk als een tas,
Abstract als een koekje, schoon als een bril.
Het oninteressante is nieuwsgierig als een kapstok,
Vrij als een zeem, schitterend als een tafel.
Laten we de wereld van de dingen vergeten, en snel…
Het oninteressante is magazijnchef,
Loodgieter, demagoog, landmeter,
Psychiater, laborant, vuilnisman,
Hofnar, touwslager, empirist.
laten we ook de wereld van de functies onmiddellijk vergeten!
Leve de camouflage!
.















