Site-archief
Reizigers
Driek van Wissen
.
In de bundel ‘De dichter des Vaderlands’ zijn mooiste gedichten, koos Jean Pierre Rawie uit het werk van voormalig Dichter des Vaderlands en vriend Driek van Wissen (1943 – 2010). In deze bundel uit 2005 staat het gedicht ‘Bericht aan de reizigers’. In deze vakantie is deze titel heel actueel, er bereiken nogal wat berichten de reizigers tenslotte.
.
Bericht aan de reizigers
.
Des zondags in de trein kan onverhoopt
een horde voetbalfans U bruusk verrassen,
langharigen, werkschuw en ongewassen,
maar door elkander wel met bier gedoopt.
.
Het tuig, met boksbeugels en leren jassen,
slaat stoelen stuk, gaat in de banken krassen,
waarvan het leer ruwweg wordt afgestroopt,
en plundert ook uw koffers en uw tassen.
.
En als de trein, tot het karkas gesloopt,
de halte van bestemming binnenloopt
hangt aan een stel bebloede voetbaldassen
de conducteur vakkundig opgeknoopt.
.
Dus reizigers, als U een kaartje koopt
vermijdt het uitschot en reist eerste klasse!
.
Hong Kong
Albert Hagenaars
.
Met een naam die naar de hofstad verwijst en een gedicht dat de titel draagt van een stad waar de afgelopen jaren veel aan de hand was kom je vanzelf in mijn vakantiegedichten. Albert Hagenaars (1955) schrijver en dichter heeft als belangrijkste thema’s in zijn boeken reizen, interculturele relaties, vervreemding en identiteit. In zijn bundel ‘Drijfjacht’ De ongebundelde gedichten 1979 – 2004 uit het jaar 2005 bevat het gedicht ‘Hong Kong’ waarin het thema interculturele relaties als uitgangspunt dient voor het gedicht.
.
Hong Kong
.
voor Lai Lai Hui
.
Over het gladde water van de haven kringelt
de wierook uit de tempels die de stad haar naam gaf
en mij de roes in de vrouw die jij elke nacht werd.
.
In de tempel van Man Mo met haar begroeide
daken en versleten tegels gingen ze ooit door
de knieën: de soldaat en de koopman en de arts
.
maar nooit de dichter. Wij wachtten, jij en ik
en je moeder die volgens haar wetten over ons
heerste, wachtten tot het ene stokje uit de koker
.
zou vallen waarmee de priester onze toekomst
moest duiden maar ik wist het al; toen jij je benen
om de mijne klemde en trok. Er vielen er vier.
.
Papieren MUG
Daniël Dee
.
Afgelopen week kwam de tweede editie uit van MUGzine op de website http://mugzines.nl. En vanaf vandaag is er de papieren versie. We verspreiden de papieren versie onder vrienden en bekenden, onder poëzie organisaties en de rest van de 100 exemplaren (want daartoe beperken we ons, 100 exemplaren op papier) kun je in bezit krijgen door een mailtje te sturen naar mugazines@yahoo.com
Een aantal mensen hebben dit al gedaan bij de eerste versie, maar als ook jij een papieren versie wil mail ons dan. We zijn aan het nadenken over een soort abonnementsvorm zodat je automatisch elke nieuwe papieren uitgaven ontvangt (zolang de voorraad strekt uiteraard, er zal dan dus een beperkt aantal abonnementen mogelijk zijn) en we denken na over een cadeau verpakking voor als je jezelf een mooi, stijlvol klein cadeautje wil geven of iemand anders een MUGzine cadeau wil doen.
In de tweede editie staan naast gedichten van de makers gedichte van dichters Sabine Kars, Pieter Drift en Daniël Dee. Wij zijn ontzettend blij met hun bijzondere bijdrage en om degene die Daniël Dee nog niet kennen (zijn die er?) als dichter hierbij een gedicht uit zijn bundel ‘Vierendeel’ uit 2005 getiteld ‘Onschuldige voorkennis’.
.
Onschuldige voorkennis
.
de hoofdinspecteur op lijn drie
.
misschien horen rampen bij het leven
een ongedekte cheque van god
ik krijg drie maaltijden per dag
.
begin maar met de slaapkamer
vreemd dat zij niet met mij meeging
dat soort vragen stel ik niet meer
.
okselfris douchen
voor de spiegel gezichten oefenen
de grote boze wolf en jack the ripper
lieverd laat je geldglimlach eens zien
.
zal ik mijn mouwen oprollen
.
Schoon in elk oog is wat het bemint
Hafid Bouazza
.
In 2005 en 2006 publiceerde dichter Hafid Bouazza bij uitgeverij Prometheus drie bundels met vertaalde Arabische poëzie. Over het deel ‘Om wat er nog moet komen’ Pornografica, schreef ik al op 22 februari van dit jaar https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/22/pornografica/ maar nu wil ik het tweede deel uit deze drie bundels van deze Arabische bibliotheek, zoals Bouazza het noemt, bespreken dat handelt over Arabische liefdesgedichten met de titel ‘Schoon in elk oog is wat het bemint’.
In het woord vooraf schrijft Bouazza dat het hier een persoonlijke keuze van hem is uit de gigantische hoeveelheid klassieke Arabische minnepoëzie zowel lyrisch en melancholisch als vrolijk en fysiek uitbundig. Het hart wordt niet altijd boven externe lichaamsdelen verkozen- en waarom zou het? voegt hij er nog aan toe.
We realiseren het ons tegenwoordig, zeker in de westerse wereld, niet meer maar in de klassieke oudheid heeft het Arabisch schiereiland maar ook landen uit Noord Afrika, Turkije en Iran, grote en beroemde dichters voortgebracht. Van de meeste (en misschien van alle) dichters in de bundel hebben de meeste mensen nog nooit gehoord (ik ook niet) maar dat wil niet zeggen dat deze dichters niet meer dan de moeite waard zijn.
Omdat ik, zoals gezegd, de dichters in de bundel ook niet ken heb ik voor een gedicht gekozen dat me beviel en dat is een gedicht geworden van Dik al-Djinn die leefde tussen het jaar 777/778 en 849/850 in de nu Syrische stad Homs. Dik al-Djin leefde ten tijde van het Abbasid kalifaat en was vooral beroemd door zijn liefde voor een christelijke vrouw met de naam Ward. Veel van zijn poëzie is voor haar geschreven. Daarnaast gaat veel van zijn poëzie over zijn liefde voor wijn.
.
Kijk naar de zon van de kastelen en hun naam
En naar hun lavendel en het blaken van hun bloesemrijk
Nimmer beproefde je oog een blank dat van zwart
Zo veel schoonheid vergaarde als haar gezicht in haar haar
Rozig van konen en wie nooit van haar heeft gehoord
Kan uit haar speeksel haar naam verkrijgen
Zij heupwiegde en ik lachte verwonderd om haar billen
Maar ik huilde om haar middel
Uit haar hand schenkt ze je een beker rozige wijn
En een wijn van twee van haar voortanden
.
Reine De Pelseneer
Doorgrond
.
Speciaal voor Poëzieweek heeft de Vlaamse dichter en schrijfster Reine De Pelseneer een gedicht geschreven in het kader van de bedrijvencampagne getiteld ‘Een punt’. Het gedicht is via https://www.poezieweek.com/bedrijf/utm_source=Newsletter&utm_medium=email&utm_content=Start+Po%C3%ABzieweek%3A+doe+mee+met+%23Gedichtendag&utm_campaign=CPNB20+-+Week+5+-+BI te downloaden.
Reine De Pelseneer (1982) is germaniste. Ze werkt deeltijds als redactrice. Daarnaast schrijft ze als zelfstandig auteur recensies, verhalen voor eerste lezers, kinderboeken en poëzie. Haar gedichten verschenen in diverse literaire tijdschriften en werden meermaals bekroond. In 2005 verscheen bij Uitgeverij P haar debuutbundel ‘Doorgrond’. Op haar website http://www.reinedepelseneer.be/ schrijft Reine het volgende over deze bundel:
Of het nu gaat om fysieke nabijheid of gemis, de dichteres geeft allerlei menselijke ervaringen vrank en vrij weer in beklijvende verzen. ‘Doorgronden’ wil ze, ervaren ‘hoe diep het leven raakt’. In haar zoektocht botst ze op de ontoereikendheid van de taal, ontwaart ze de lichtheid van relaties en schippert ze tussen het vertrouwde en het nieuwe.
In het gedicht ‘Doler’ uit deze bundel komt dit heel treffend naar voren.
.
Doler
.
Ooit een reiziger, nu een man
aan de vaat. Het sop verdroogt
zijn handen tot ze schraler zijn.
.
Intussen breit zijn vrouw
tegen de klok. Zolang ze tikt
blijft zij nog op.
.
In bed liggen de lakens vlak. Hij draait
zich zoekend op zijn zij en luistert
naar sirenen in de nacht.
.
Liefde in tijd van brand
Mark Boog
.
Bij uitgeverij Cossee verscheen in 2019 de bundel ‘ Liefde in tijden van brand’ van Mark Boog (1970). Mark Boog is dichter en romanschrijver. In 2001 verscheen van zijn hand ‘Alsof er iets gebeurt’ waar hij de C. Buddingh’-prijs voor ontving. In 2002 werd zijn bundel ‘Zo helder zagen we het zelden’ genomineerd voor de J.C. Bloemprijs en voor de bundel ‘De encyclopedie van de grote woorden’ ontving hij de VSB Poëzieprijs in 2005.
’Liefde in tijden van brand’ is een bundel met liefdesgedichten. Op de achterflap van de bundel staat: “Het is een kunst om liefdesgedichten te schrijvende daarbij clichés te mijden als de duivel wijwater”. Als een liefhebber en beoefenaar van dit genre kan ik dit helemaal beamen.
Mark Boog geeft als geen ander het genre een nieuw aangezicht. De titelloze gedichten zijn verrassend en soms moet je ze een paar keer lezen voor je de essentie leest, voor je het hoe en het waarom van het liefdesgedicht tot je kan nemen.
Een bepaald gedicht had meteen mijn aandacht door de eerste zin van het gedicht dat mij meteen deed denken aan mijn laatste e-bundel XX-XY https://woutervanheiningen.wordpress.com/2016/10/15/gratis-poezie/
.
x = ik, y= jij, het is waar
want het staat er, er staan
waarheidstekens in, die
staan er niet zomaar.
Wij berekenen ons. Rond
beklagenswaardig variabel ons
zwermt de waarheid, talrijk, één,
exact. O, assenstelsel! O,
ons naar ondenkbare limieten
onophoudelijk neigen,
ons zijn, ons willen zijn.
.
Nieuwe Amerikaanse dichters
New American Poets
.
In 2005 werd door uitgever David R. Godine (uitgeverij DRG) in Boston de vuistdikke bundel ‘New American Poets’ gepubliceerd, met daarin 95 van de nieuwste dichters in Amerika. Amerikaanse dichters uit alle windstreken, met hun roots in allerlei landen (onder andere Michael van Walleghen waarvan ik vermoed dat zijn roots in Nederland of waarschijnlijker Vlaanderen liggen), man, vrouw en allemaal nog onbekend (zeker hier in Nederland). Het zijn niet alleen jonge dichters, ook dichters die al wat ouder zijn en bekend worden of op doorbreken staan.
In de bundel valt me op dat er veel lange gedichten staan, ook prozagedichten en van elke dichter zijn een paar gedichten opgenomen (de bundel telt maar liefst 442 pagina’s). Omdat ik eigenlijk geen enkele naam ken ben ik wat op onderzoek uitgegaan.
Uiteindelijk heb ik gekozen voor dichter Marilyn Nelson Waniek (1946).
Marilyn Nelson is dichter, vertaler en auteur van kinderboeken. Ze is emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Connecticut, en de voormalige dichter-laureaat van Connecticut. Ze is een winnaar van de Ruth Lilly Poetry Prize, de NSK Neustadt Prize for Children’s Literature en de Frost Medal. Van 1978 tot 1994 publiceerde ze onder de naam Marilyn Nelson Waniek. Ze is de auteur of vertaler van meer dan twintig boeken en vijf poëziebundels voor volwassenen en kinderen, zogenaamde chapbooks (soort zelfgemaakte klein (A6) tijdschriftje van meestal 8, 12, 16 of 24 pagina’s). Naast vele andere publicaties verschenen van haar 11 poëziebundels. Uit ‘New American Poets’ koos ik het gedicht ‘Chosen’ dat komt uit haar bundel ‘Homeplace’ uit 1990.
In ‘The Homeplace’ wordt de lezer betrokken bij een reeks scherp geportretteerde levens (van haar familie). Door een continu verhaal te vertellen in een mix van vrij vers en traditionele vormen, geeft Waniek haar werk tempo en intensiteit. Ze behandelt de villanelle, het sonnet en de populaire ballad met gelijke vaardigheid en enthousiasme.
Het sonnet ‘Chosen’ beschrijft de consensuele maar ongelijke seksuele daad tussen haar over-overgrootmoeder Diverne, een slaaf die naar Hickman in de staat Kentucky werd gebracht vanuit Jamaica, en haar over-overgrootvader, Henry Tyler, een blanke man, wat leidt tot de geboorte van Pump, de overgrootvader van Nelson. Het gedicht besluit met dit couplet: ‘And it wasn’t rape. In spite of her raw terror. And his whip’. Het gedicht houdt vol dat de daad geen verkrachting was omdat het leidde tot de geboorte van een geliefd kind, maar de conclusie van dit gedicht dat eindigt met de woorden ‘verkrachting’ en ‘zweep’ is toch heel anders.
.
Chosen
.
Diverse wanted to die, that August night
his face hung over hers, a sweating moon.
She wished so hard, she killed part of her heart.
If she had died, her one begotten son,
her life’s one light, would never have been born.
Pomp Atwood might have been another man:
nor with a single race, another name.
Diverse might not have known the starburst joy
her son would giver her. And the man who came
out of a twelve room house and ran to her
close shack across three yards that night, to leap
onto her cornshuck pallet. Pomp was their
share of the future. And it wasn’t rape.
In spite of her raw terror. And his whip.
.
Het grijze gevaar
Rijmen voor Sinterklaas
.
Daags voor Sinterklaas zal er nog menig ouder in de stress zitten omdat er gedichten geschreven moeten worden. En met gedichten bedoelen we dan rijmpjes, versjes. En waar de meeste ouders niet veel verder komen dan “Sint zat te denken wat hij aan deze of gene zou schenken” is er natuurlijk best iets meer te halen uit deze oude traditie.
Rijmende verzen zijn er in vele maten en soorten. Kijk maar eens onder de rubriek ‘Versvormen’ op dit blog, dan kom je er veel verschillende tegen. Waar de meeste rijmende gedichten de mist in gaan is niet eens omdat ze niet rijmen, dat lukt de meeste mensen nog wel (met of zonder rijmwoordenboek), nee het is het metrum, het ritme waar menigeen de mist mee ingaat.
En dat het heel goed kan bewijzen vele light verse dichters. Een van de bekendste light verse dichters die ook humor in zijn poëzie stopt is John O’Mill. O’Mill (1915 – 2005) was het pseudoniem van Johan van der Meulen. Hij was tot 1975 leraar Engels aan de Rijks-HBS te Breda en schreef nonsensgedichten die vaak gebaseerd waren op een letterlijke vertaling van Nederlands idioom in het Engels. Hij werd hiertoe geïnspireerd door het werk van zijn leerlingen en wat ik camping Engels zou noemen..
O’Mills eerste bundel ‘Lyrical Laria in Dutch and double Dutch‘ (1956) werd gepubliceerd in de hoge oplage van 5000 stuks, en werd daarna nog vijftien maal herdrukt tot 1983. Zijn werk kenmerkt zich niet alleen door een perfect ‘ritme’, maar tevens door een creatief gebruik van ‘Double Dutch. Johan van der Meulen werd door Hugo Brandt Corstius (auteur van onder andere ‘Opperlandse taal- & letterkunde’ ) omschreven als “Anglo-Opperlandicus”.
Van zijn hand verschenen maar liefst 18 bundeltjes. Uit de laatste (1984) ‘Beloney bellettrie’ een voorbeeld van zijn geweldige gevoel voor ritme en metrum.
.
Het grijze gevaar
.
Om hun ouders leed te besparen
(de kwalen van de oude dag),
at men ze op bij de barbaren,
wat iedereen als deugdzaam zag.
.
Vooral de moeders deed het deugd
op hun oude dag te weten
dat straks hun kroost (de lieve jeugd)
een week er goed van zouden eten,
.
terwijl de vader meer genoot
van gedachten aan de dagen
dat hij vlak na zijn vaders dood
’n hele week niet hoefde jagen.
.
Het volk, waarvan ik hier gewaag
(wilden die hun ouders aten),
vond zo het antwoord op de vraag:
‘Waar moeten we de oudjes laten?’
.















