Site-archief
Dagboeken
Bram Vermeulen
.
In 2019 schreef ik al eens over de bundel ‘Rust!’ uit 2005 van Bram Vermeulen (1946-2004) https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/04/09/waardeloze-beelden/ en ik deelde een gedicht uit deze bundel. Wat ik toen vergat te vermelden is dat alle teksten en gedichten in deze bundel uit de dagboeken van Bram Vermeulen komen. In ‘Rust!’ staan 40 ‘boeken’ of afscheid van een dagboek.
Vanaf dagboek 15 werd het een vaste gewoonte van Vermeulen ieder afzonderlijk boekje af te sluiten met een gedicht. Een persoonlijke traditie, een ritueel. Ongemerkt werd het meer en meer een dwingende gebeurtenis. En ook meteen een onderzoek. Waar schrijf je een dagboek voor? Voor wie? Voor wat? Dat schrijft Shireen Stroker, zijn geliefde en samensteller van de bundel als soort van voorwoord voor het hoofdstuk met de ‘boeken.
Uit deze serie boeken koos ik voor ‘Boek 54’ waarin de bovenstaande vragen aan de orde komen zoals de vraag voor wie schrijf je, waarom schrijf je, wat beoog je ermee, vragen die elke schrijver of dichter zich op enig moment in het schrijvend leven zal hebben gesteld.
.
Boek 54
.
Zie deze dunne poging
het verval te bedwingen.
Het in elk geval te bewaren
voor de herinnering.
.
Lees deze kleine zinnen
waarin het dreigend zinloos
bestreden wordt door schrijven
van steeds opnieuw beginnen.
.
En waar het koude lege
door de regels kiert
schrijf ik het razend vol,
hou ik de waanzin tegen.
.
Zo blijven er woorden staan,
die wellicht nooit gelezen,
mijzelf de troost verlenen
ooit te hebben bestaan.
.
De kaartlezers
Albertina Soepboer
.
Soms lees ik een gedicht dat ik een paar keer moet lezen om goed te weten wat er nu precies staat en vooral waarom er staat wat er staat. Zo’n gedicht is ‘De kaartlezers’ van Albertina Soepboer (1969). Soepboer is naast dichter ook prozaïst, beeldend kunstenaar en vertaler. Ze studeerde Romaanse talen en culturen en Friese taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit in Groningen. Ze heeft vanaf haar debuut met ‘De hengstenvrouw’ in 1997 tot 2005 vooral Friestalige poëzie geschreven.
Ze was redacteur (1994-1999) van ‘Trotwaer’ en medewerker aan onder meer het ‘Gratis Literair Blaadje’, ‘Millennium’ en ‘Schrijver & Caravan’. Voor haar gedichten kreeg ze in 1996, 1997 en 1998 de Rely Jorritsma-prijs. Ook heeft ze als dichter teksten geschreven voor de Friese fadozangeres Nynke Laverman en werkte ze samen met het Rubens Kwartet.
Het gedicht ‘De kaartlezers’ lijkt in eerste instantie te gaan over een reisje naar zee. Het duin, de meeuwen, op de fiets met de kaart op weg. En dan die laatste strofe, alles valt in het water en uiteindelijk ‘verdronken in zee’. De eindstreep gehaald maar niet was wat het leek en alle goede bedoelingen ten spijt bleek het een groot fiasco. Een prachtig gedicht over wat we denken zeker te weten en de harde werkelijkheid. Uit de bundel ‘De hengstenvrouw’ uit 1997 waarin gedichten uit de bundels ‘Gearslach’ en ‘De twirre yn ’e tiid’ zijn bewerkt en vertaald door Soepboer.
.
De kaartlezers
.
Dat het dichterbij kwam, daar
waren we wel zeker van. Als duin
zou het in ons huizen. En al
vielen meeuwen vaak uit wolken,
het was er, naderde en naderde.
Zoveel wisten wij.
.
Het pad, zeker, we tekenden het.
Zo zou het zijn. Alles was in kaart
gebracht en dan zouden we gaan.
Veters gestrikt. Fiets mee. Naar
zee, naar zee waar alles begint.
Zoveel wisten wij.
.
Maar hoeveel wisten wij niet.
Wij raakten het pad kwijt, konden
de kaart niet meer lezen en
verdronken in zee.
.
Grootmoeder
Dubbel-gedicht
.
Vandaag in het Dubbel-gedicht twee gedichten over grootmoeders of oma’s. In deze twee gedichten is heel goed het verschil te lezen tussen hoe er naar een oma werd gekeken rond 1900 en hoe dat was rond het einde van de 20ste eeuw.
Het eerste gedicht is van de Vlaamse dichter Virginie Loveling (1863 – 1923). Virginie Loveling debuteerde, samen met haar twee jaar oudere zuster Rosalie, met realistische, observerende gedichten, die een sentimentele ondertoon hadden. Na Rosalies vroegtijdige overlijden in 1875 schreef ze in hoofdzaak novellen en romans in een vrij sobere en realistische stijl. Het gedicht van Loveling is getiteld ‘Grootmoeders portret’ en komt uit ‘Ik ben genoemd Meisje en Vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige Letterkunde, samengesteld door Christine D’haen uit 1980.
Het tweede gedicht in dit Dubbel-gedicht over grootmoeders en oma’s is van Willem Wilmink (1936 – 2003). Het gedicht of eigenlijk de liedtekst is getiteld ‘Oma’s’ en ik nam het uit ‘Willem Wilmink verzamelde liedjes en gedichten’. De tekst is van het nummer ‘Oma’s van de CD ‘Loodzware tassen’ uit 2005.
.
Grootmoeders portret
.
In grootmoeders kamer daar hangt het beeld
uit hare kinderjaren:
Een lachend mondje, peerlenoog
En bruine kroezelharen
.
De kinderen stonden en staarden ’t aan,
En ’t zeî aan het ander:
”Och, waar’ dat schoone kindje hier,
Wij speelden met malkander!”
.
En de oude in haar leunstoel met bril en toer,
Keek op bij deze rede:
”Wie zou dat schoone kindje zijn?…
Gij speelt er altijd mede”.
.
Oma’s
.
Kinderen! Mijn oma komt
en ze blijft wel zeven dagen
en dan is het altijd feest
en ik kan haar alles vragen,
alles wat ik lekker vind,
-Ze verwent je, lieve kind.
.
En mijn oma heeft een brede hoed
en daar kom ik mee naar beneden
en mijn oma lacht erom,
want ze houdt wel van verkleden,
ze vindt mij zo’n leuke vent.
-Omdat oma jou verwent.
.
Oma neemt van alles mee
wat ik heel goed kan gebruiken.
Ze heeft snoepjes in haar tas
die naar odeklonje ruiken,
ze heeft lolly’s en kaneel.
-Ze verwent je veel te veel.
.
Spook en reus en toverheks,
daar kan oma van vertellen
en ze geeft me veel patat
en ze geeft me frikandellen
met een lekkere vette smaak.
-Ze verwent je veel te vaak.
.
Nooit praat oma erdoorheen
als ik ooit een keer wil praten,
Na het eten moet ze vaak
hele kleine windjes laten,
rikketikketikketik.
-Ze bederft je dat vind ik.
.
Ischa Meijer
Kinderen
.
In een bundel met de titel ‘Kinderen, Meer dan honderd gedichten over hun wondere wereld’ verwacht je van alles maar niet direct een gedicht van Ischa Meijer (1943 – 1995). En toch staat er een gedicht in van deze schrijver, journalist, interviewer, televisiepresentator, toneelschrijver en filmacteur. En zoals hier blijkt dus ook dichter.
In deze verzamelbundel uit 2005 zijn de gedichten verzameld en toegelicht door Willem Wilmink. De bundel is opgebouwd uit een aantal hoofdstukken zoals: Het dagelijks bedrijf van kinderen, Ouders en kinderen, Portretten van kinderen, Het kind in zijn eentje, Fabriekskinderen, Kinderen in de oorlog, Kinderen die doodgaan, Opvoeding in de heer, De betoverde wereld, Op weg naar volwassenheid en Het terugblikken op de kindertijd. En juist in dit laatste hoofdstuk staat het gedicht, zonder titel, van Ischa Meijer.
In de verantwoording staat dat dit gedicht oorspronkelijk voorkomt in ‘Mijn lieve ouders’ uit 1994 een boek met columns over zijn ouders.
.
Soms loop ik ’s nachts naar het Victorieplein,
Als kind heb ik daar namelijk gewoond.
Aan vaders hand zijn zoon te zijn,
Op moeders schoot te zijn beloond
.
Om niet. Om niet is het, dat ik hier ga,
De vrieskou in mijn jas laat dringen,
Alsof de tijd zich ooit zou laten dwingen,
Terwijl ik roerloos in de deurpost sta
.
Om thuis te komen. En zo simpel is de gang
Om tot dit moeilijk inzicht te geraken:
Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang
.
Naar iemand die nooit kon bestaan:
Een jongetje dat alles goed zou maken –
de tijd die stilstond en hem liet begaan.
.
Toen je stilte stuurde
Pom Wolff
.
Dichter Pom Wolff ken ik al jaren van zijn website https://www.pomgedichten.nl/ . Ook stond hij op het podium van Ongehoord! en was hij meerdere malen slamfinalist, won hij een aantal slampoetry wedstrijden en was hij onder andere dichter van het jaar in 2005 in Delft. Maar nu heb ik deze week een bundel van hem cadeau gekregen met de titel ‘toen je stilte stuurde’. Deze bundel uit 2006, uitgegeven door Uitgeverij Holland, is na zijn debuutbundel ‘Je bent erg mens’ die in de Windroosreeks verscheen, zijn tweede bundel.
Jos van Hest zei over ‘toen je stilte stuurde’: “Ze zingen en kreunen, ze zijn onrustig en argwanend, ze vertederen en verlinken je tegelijkertijd; de gedichten in deze bundel van Pom Wolff. Ze barsten uit hun voegen van karigheid, maken onverwachte grappen die geen grappen zijn. Vechten zich een weg de bundel uit. Het oog van de lezer, het oor van de luisteraar in.”
Lezend in de bundel bleef ik wat langer hangen bij het gedicht ‘Soms leek het op leven soms zelfs meer’ en dat is meestal een teken dat ik dat specifieke gedicht met jullie wil delen.
.
Soms leek het op leven soms zelfs meer
.
wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen het weer
aan jonge geliefden
die likken als honden
zij lusten er pap van wat willen zij meer
.
aan slammers poëten
die schrijven op armen
over billen en borsten over tepels en teer
aan ouden van dagen
die zochten niet vonden
de dood onder ogen en pijn van weleer
.
wat kraakte de loopplank
en prachtig de schepen ze zingen en kreunen
ze zeggen steeds weer
het leek soms wel leven
maar het is van het water
het begin en het einde en nooit was er meer
.
Poëzie luisteren
Ode aan de nacht
.
Poëzie moet je lezen, regelmatig lezen, herlezen, maar poëzie kun je ook voor laten lezen of laten voordragen. In tijden van Corona is het moeilijk om poëziepodia te bezoeken (al komen er het en der wel weer initiatieven onder strenge regels tot stand) dus kun je kijken naar alternatieven. Zoals het luisteren naar poëzie. Dat kan via Youtube (er is echt een heel grote verzameling binnen en buitenlandse dichters te beluisteren), via streamingdiensten of gewoon nog ouderwets vanaf cd’s.
Ik schreef op dit blog al eerder over luister cd’s met poëzie zoals over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/04/29/dichters-in-de-nacht/ Dichters in de nacht, twee cd’s met een registratie van de 25ste nacht van de poëzie in Vredenburg Utrecht, maar ook over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/14/de-goddelijke-vonk/ De goddelijke vonk, gesprekken met dichters uit het NPS-radioprogramma Kunststof, en https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/09/taal-zonder-mij/ over het 4 cd-luisterboek ‘Taal zonder mij’ van Kristien Hemmerechts van uitgeverij Rubinstein.
Daar wil ik er vandaag een aan toe voegen. In 2005 namelijk (voordat ‘Dichters in de nacht’ verscheen in 2006) kwam de 4-cd verzameling uit onder de titel ‘De nacht van de poëzie’ samengesteld door Anneke van Dijk en Koen Vergeer. Op deze 4 cd’s zijn de beste voordrachten van 25 jaar Nacht van de poëzie verzameld. Vrijwel alle bekende dichters die er ooit stonden zijn vertegenwoordigd op deze 4 cd’s: Lucebert, Hugo Claus, Rutger Kopland, Gerrit Komrij, Judith Herzberg, Jules Deelder, Herman de Coninck, Leo Vroman, Remco Campert, Tjitskes Jansen en ga zo maar door. Een feest der poëzie kortom, 4,5 uur luisterplezier. En hoewel uit 2006 is deze prachtige verzameling nog steeds te koop voor een vriendelijke prijs.
In 2002 stond Anneke Brassinga op de Nacht van de poëzie. Van haar het gedicht ‘Aan zee’ uit haar bundel ‘Wachtwoorden’ uit 2005.
.
Aan zee
.
De wind weegt de woorden
bevindt ze te licht
de wind huilt, veegt de woorden
van tafel, uit het zicht
.
het stormvogeltje dat ze opslikt
zal stijgen tot de hoogten van de reuzenalbatros
of alleen nog willen krijsen
zoals ik, bestoven aap op stok.
Django Reinhardt (1910-1953)
F. Papenhove
.
Door een berichtje van Jiske Foppe op Facebook werd ik gewezen op het bestaan van dichter F. (Fred) Papenhove (1956). Zij deelde een gedicht van zijn hand dat was opgenomen in de bundel ‘Van geluk gesproken’ een Rainbow pocket uit 2007. Na enig zoekwerk blijkt dat F. Papenhove in 2000 zijn debuut als dichter in het Haagse literaire tijdschrift Bordelaise Literair (tegenwoordig Sub Rosa) maakte.
Fred Papenhove werkte onder andere als dienstplichtig marinier, boekverkoper, privéchauffeur, museumdocent, verslaggever bij het Haags Straatnieuws en de daklozenkrant en hij is dichter en prozaschrijver. Sinds zijn debuut zijn er van hem o.a. gedichten geplaatst in de dichtbundels ‘Daar komen de dichters’ (2003), ‘War on War’ (2003), de ‘Kidsgids Den Haag’ (editie 2002-2003) en in de bloemlezingen ‘Van Haagse dichters die voorbijgaan’ (2001), ‘Rotterdam de stad in gedichten‘ (2002) en ‘Antwerpen de stad in gedichten‘ (2003). Er is van hem ook poëzie geplaatst in het literaire wielertijdschrift De Muur (2004).
In 2005 verscheen van hem bij de Windroos de bundel ‘De Rode Soldatenvis / Poisson – Soldat Rouge’. In 2009 won hij de Halewijn-literatuurprijs van de stad Roermond voor de bundel ‘De hemel is vol zwaluwen’, in 2011 verscheen zijn bundel ‘Zweep je best been voor’ en in 2015 ‘Rechte paden doen ons niets en andere gedichten’. Van Fred Papenhove werd poëzie gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’, ‘Ballustrada’ en in ‘Hollands Maandblad’.
Op de site http://www.epibreren.com/ staan twee gedichten van zijn hand uit 2004 waaronder het gedicht over gitarist Django Reinhardt.
.
Django Reinhardt (1910-1953)
.
O, Franssprekende zigeunerguitarist,
De sterren halen je aan (ook op cd).
.
Weg met je linker pink & ringvinger
Snel.
.
Hiphoppers, beboppers, rockers &
Speedfreaks, zoeken net als jij – deed –
.
Naar een moment, waarin stilte
Vermengd met ruis, eeuwigdurend roept
Is daar iemand?
.















