Site-archief

Terugblik op de Poëziebustour 2015

Theo Huijgens

.

Van 1 tot en met 7 augustus gaat de Poëziebus weer rijden door Nederland en Vlaanderen. Om iedereen alvast enthousiast te krijgen zal ik de komende week een paar flashbacks plaatsen over de Poëziebustour 2015. Het proggramma, de steden die worden aangedaan en informatie over de dichters is allemaal terug te vinden op http://poeziebus.nl/

.

Maar zoals gezegd en geschreven, een terugblik. Een dichter die in 2015 met de bus mee reed is Theo Huijgens. In de bundel van de Poëziebus 2015 staat over hem: Theo is dichter en professioneel chaoot en kunstenaar. Zijn voordracht is een onbedoelde performance vol onnavolgbare menselijkheid.

Van Theo staat het volgende gedicht in de bundel.

.

Je hebt bloemen in je bilnaad

Nu nog niet, maar morgen wel

ik telde margrieten en viooltjes

Nu nog niet, maar morgen wel

Ik rook ze toen ik wakker werd

Nu nog niet, maar morgen wel

En ook al zijn ze door mij geplant,

nu nog niet maar morgen wel,

ik pluk ze, één voor één

Nu nog niet, maar morgen wel…

.

poeziebuslogo

Poëziebus 1

Martin Wijtgaard

.

Sinds de oprichting van stichting de Poëziebus ben ik voorzitter van de raad van toezicht en als zodanig dan ook betrokken bij het wel en wee van dit prachtige initiatief. Net als vorig jaar rijdt ook dit jaar de Poëziebus met een groot aantal dichters door Nederland en Vlaanderen en doet daar 10 steden aan.

En net als vorig jaar zal ik voordat de Poëziebus gaat rijden een week lang elke dag een dichter die meerijdt belichten op dit blog. Ik wil beginnen met de Amsterdamse dichter Martin Wijtgaard. Op 28 november 2015 stond ik nog samen met Martin op het reuring podium van Alja Spaan in Alkmaar en daar kocht ik  zijn, in eigen beheer uitgebrachte bundeltje met de titel ‘Zwijgend naar de tering’.

Op zijn blog http://martinwijtgaard.blogspot.nl/ staat bij zijn biografie:

Martin Wijtgaard (1971) woont en werkt in Amsterdam. Sinds een paar jaar schrijft hij gestructureerde, neo-romantische poëzie, waarin thema’s als dood en vergankelijkheid, onmin, misantropie en geschiedenis (en de dwarsverbanden daartussen) een grote rol spelen. In 2015 publiceerde hij in eigen beheer het bundeltje ‘Zwijgend naar de tering’.

Het gedicht ‘Hamburg’ komt uit deze bundel.

.

Hamburg

.

Het achterland spert hebberige kaken,

gaapt hongerig tussen containerdokken,

en wacht gespannen op het hoge tij,

op droogvoer voor zijn roestige giraffen

.

op zwervers om portieken mee te vullen.

De ebstroom die de kademuren scheurt,

het vuur aanzuigt, diaspora’s verstrooit,

trekt stil door opgeblazen winkelstraten.

.

Het regent in kartonnen koffiebekers

met handjes kleingeld voor een bed en vreten.

De pakhuizen zijn leeg, de banken blut,

.

de wirschaftswunderwinkelwagens steken

verwrongen uit de modder van de fleeten

blindgangers tikken in de diepe prut.

.

reuring_151128_01

poeziebuslogo

 

Karper

Ruth Lasters

.

In haar gedichten belicht de dichter Ruth Lasters altijd de plaats van de mens in de wereld. Met scherpte en zorgvuldige detaillering, maar ook met een innemende poëtische compassie roept ze een wereld op waarin wonderlijke gedachten en associaties de overtuiging van wetmatigheden aannemen.

Dit staat in zoveel woorden geschreven in de VPRO Gids bijlage over Poetry International bij Ruth Lasters (1979) , Vlaams dichter en schrijver. Zij publiceerde gedichten  in onder meer ‘Lava’, ‘Deus ex Machina’, ‘Revolver’, ‘En er is’, ‘Krakatau’, ‘NRC Handelsblad’, ‘Het Liegend Konijn’ en in de bloemlezing ’21 dichters voor de 21ste eeuw’. De redactie van het literair tijdschrift De Brakke Hond selecteerde in 2003 werk van de schrijfster voor de bundel ‘Mooie jonge honden’. In 2015 won een gedicht van haar hand de Turing poëzieprijs.

Uit ‘Lichtmeters’ waar ze de Herman de Coninckprijs 2016 voor won het gedicht ‘Karper’.

.

Karper

Dat niemand ooit de hele vorming van een ijsvlakte zag,
echt elke tel van hoe een vijver tot betreedbaarheid

stolt. Allicht is daar geen enkele totaalgetuige van, nu en
vroeger niet. Dat zekere raakpunt met

mensen uit eerdere tijden maakt hen plots nabij, alsof ze door
de troebele ijsspiegel naar mij kijken. Vooral in het midden

bij de vastgevroren karper in het wak als een tijdgat, waardoor zij
wel de troost lijken te seinen dat zij uitgerekend nu

met ongeveer evenveel ontbreken, aan de andere zijde zijn als wij
zenuwcellen hebben, als zit er in ons hoofd

van elk van wie hier is geweest
de felste sprankel.

.

lichtmeters

Ruth Lasters

Met dank aan Wikipedia

Kanonnenvlees

Lotte Dodion

.

Aanstaande zondag is het zover, het leukste podium van Ongehoord! in één van de mooiste en gezelligste binnentuinen van Rotterdam. In de Jacobustuin (Jacobusstraat 105) in hartje Rotterdam, op een paar minuten lopen van het Centraal Station viert Ongehoord! haar jubileum. Vijf jaar stichting Ongehoord!, vijf edities van de Gedichtenwedstrijd.

Zondagmiddag vanaf 14.00 uur (toegang gratis) zullen optreden:

 

Lotte Dodion (van wier debuutbundel Kanonnenvlees inmiddels een derde druk is verschenen)

Else Kemps (winnares van de Turing poëziewedstrijd en 3FM dichter bij Giel in de ochtend)

Alja Spaan (winnares van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2015 en 2e bij de Turing Poëziewedstrijd)

Edwin de Voigt (Rotterdammer en dichter)

Marco Martens (als dichter en met zijn band)

Irene Siekman (dichter, hoofdvrouw van de Poëziebus en duizendpoot)

.

Om alvast in de stemming te komen een opwarmertje in de vorm van een gedicht van Lotte Dodion, de Vlaamse dichter die Vlaamse en Nederlandse poëzie scene bestormt als geen ander. Uit haar debuutbundel ‘Kannonenvlees’ het gedicht ‘Het gesprek’.

.

Behalve de haan

Benno Barnard

.

De dichter, essayist, toneelschrijver, reisschrijver en vertaler Benno Barnard (1954) werd geboren in Amsterdam maar woonde van 1976 tot 2015 in België en verhuisde daarna naar East Sussex.

In 1981 debuteerde hij met ‘Een engel van Rossetti’, een bundel met romantische cerebrale poëzie. In zijn latere bundels werd hij vooral beïnvloed door de Engelse Interbellum dichters. Hij vertaalde poëzie uit verschillende talen naar het Nederlands en werd verschillende keren onderscheiden voor zijn werk. Zo ontving hij in 1985 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs, in 1987 de Geertjan Lubberhuizenprijs, in 1994 de Busken Huetprijs en in 1996 de Frans Kellendonk-prijs.

Barnard schuwt het publieke debat niet. Heeft duidelijke meningen en beland regelmatig in verhitte discussies met tegenstanders in de media.

Uit zijn debuutbundel ‘Een engel van Rossetti’ het gedicht ‘Behalve de haan (omne animal).

.

Behalve de haan (omne animal)

.

Een droevig dier, maar een volleerde leugenaar:

de haan, markies, het hoerenjong op stand.

Een pront getande kam, de sporen op terreur.

De roedel kippen, hoerig blond van angst:

plebejisch vee, van Kopf bis Fuss excuus.

.

haan-Medium

benno-barnard-henry-purcell

Foto: Renata Barnard

 

Dichter in verzet

Frank Martinus Arion

.

De Curaçaose schrijver, dichter en taalwetenschapper Frank Martinus Arion (1936 – 2015) studeerde Nederlandse taal en letterkunde aan de universiteit van Leiden. Hij kon moeilijk aarden in Nederland en zocht het gezelschap van o.a. Cola Debrot, de toenmalig gevolmachtigd minister van de Nederlandse Antillen in Den Haag. Samen met Debrot gaf Arion zijn debuutbundel met poëzie uit in 1957 met de titel ‘Stemmen uit Afrika’.

Hierna richtte hij met nog twee andere een Antilliaans tijdschrift op, ‘Encuentro Antilliano’ (vrij vertaald: Antilliaanse vergadering). In 1973 verscheen ‘Dubbelspel’ zijn eerste roman. Dit werd een groot succes en hij kreeg er de van der Hoogtprijs voor. Het daarmee gewonnen geld gaf hij aan een organisatie tegen Apartheid. Hij was een groot tegenstander van Apartheid en zeer sociaal bevlogen.  Toen in 2006 de Campagne Nederland Leest! in de bibliotheken van Nederland werd gelanceerd was ‘Dubbelspel’ de eerste titel in een reeks en van het boek werden er meer dan 700.000 weggegeven aan leden van bibliotheken in Nederland.

In 1992 werd hij tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau verheven. In december 2008 maakte hij bekend zijn lintje terug te willen geven aan de Staat der Nederlanden, omdat hij meende dat Nederland bezig was aan een herkolonisatie van de Antillen, door sanering van de Antilliaanse schulden te koppelen aan meer justitiële controle. Arion was ook erelid van de Haagse Kunstkring.

Uit zijn debuutbundel ‘Stemmen uit Afrika’ het gedicht ‘Eens zijn alle negers’.

.

Eens zijn alle negers

tamtammend uitgevaren

uit hun zwart-ompaalde

negorijen.

.

hun prauwen schoten

over de rivieren,

dwalend door ’t woud.

.

eens, maar eens is ver

en eens is lang geleden.

.

nu gaan zij als karbouwen,

mak geslagen, lam,

beroofd van hun tam-tam

en slepen stenen aan

waar anderen bouwen.

.

Arion Stemmen uit Afrika

arion

Foto: Serge Ligtenberg

 

 

Red poem

Rives Granade

.

Kunstenaar Rives Granade uitv het plaatsje Mobile in Alabama in de Verenigde Staten exposeerde afgelopen jaar met, wat hij noemt, poetically charged architectural fusions. Omdat ik graag de grens tussen poëzie en kunst verken viel mijn oog op één van de schilderijen die deze tentoonstelling bevatte (de tentoonstelling was tot december 2015). Het betreft hier het schilderij ‘Red Poem’.

Hoewel Red Poem geen gedicht is, volgens mij is het zelfs geen tekst of taal, deed het me erg herinneren aan eerdere kunstwerken van kunstenaars die zich lieten inspireren door poëzie.

Zo ook Rives Granade.  De schilderijen in deze tentoonstelling hebben allemaal een tekstueel element, een soort graffiti met een poëtische referentie. Dit slaat terug op Rives’ filosofie over het maken van kunst, het creëren van ruimte en het definiëren van kleur.

Veel van de werken in Red Poem zijn een middenweg tussen taal, architectuur en beeldhouwkunst. Het uitgangspunt voor deze werken was het lezen van poëzie. Rives schrijft ook poëzie, zijn dichtbundel komt in het voorjaar van 2016 uit.

.

redpoem2

redpoem1

redpoem3

 

 

 

Kalfsvlies

Marieke Rijneveld

.

Toen ik op 6 april 2014 samen met Marieke Rijneveld (1991) op het Taalpodium in Zeist stond vertelde ze me dat ze vlak daarvoor een contract had afgesloten bij uitgeverij atlas Contact voor een poëziebundel en een roman. Ik kende Marieke toen al van een optreden in 2012 bij Ongehoord! en wist dat ze over een bijzonder talent beschikte. In juni 2015 verscheen ‘Kalfsvlies’ haar poëziedebuut.

Inmiddels heb ik de bundel gekocht en gelezen en alles wat er al over dit debuut geschreven is, is waar. Het bijzondere ritme van haar poëzie, het gebruik van metaforen, de ongerijmde buitenissigheden in haar gedichten, ik heb het allemaal terug kunnen vinden.

Wat mij steeds weer fascineert als ik haar gedichten lees is dat ik bijna vanzelf haar taal hardop ga spreken terwijl ik lees. De taal die Marieke gebruikt is zowel alledaags als heel bijzonder. Het bijzondere zit hem wat mij betreft in de verbindingen die ze legt, de interpunctie die ze gebruikt (of juist niet gebruikt) en het feit dat ze lange zinnen aan elkaar rijgt die, ondanks dat ze opgedeeld zijn in hoofd- en bijzinnen, toch een geheel blijven vormen.

Voor de gemiddelde poëzielezer die korte zinnen gewend is zal het even wennen zijn. Voor een liefhebber van lange, samengestelde zinnen, zoals ik, is het vooral genieten. Soms moest ik zinnen twee keer lezen om haar bij te blijven maar altijd pakte ik de draad weer op.

De keuze van onderwerpen, het feit dat je soms denkt dat deze jonge dichter zich in een parallel universum bevindt dat hetzelfde universum is als waar jij je als lezer in bevindt maar dan met net even minder kennis van die omgeving, maken het lezen van de gedichten een soms verwarrende maar tegelijkertijd spannende ervaring. Ik betrapte me er tijdens het lezen op, dat ik dacht dat de gedichten een soort bezwering waren, dat Marieke mij, de lezer iets wilde vertellen zonder dat ik meteen doorhad wat precies en dat pas later het kwartje bij mij zou vallen. Als je zo poëzie kan schrijven ben je een bijzonder dichter/schrijver.

Sommige gedichten lezen meer als prozagedichten, of ultrakorte verhalen, maar altijd in diezelfde poëtische sprankelende stijl. Hoewel ik meer van de poëzie dan van de proza ben zal ik haar debuutroman ook zeker gaan lezen.

Uit Kalfsvlies heb ik gekozen voor het gedicht ‘Als het land niet meer plat is’. Over het platteland dat verdwijnt onder druk van de stad.

.

Als het land niet meer plat is

.

Stropakken liggen als blokken roomboter in het weiland, hier heeft het

platteland een berg maar vanaf de berg gezien is alles plat, en we

stotteren terwijl we toch geen last van spraakgebrek, maar elkaar duidelijk

willen maken dat de meeste onderbrekingen ongepland zijn.

.

Je overall is te ruim bij je schouders, we zouden er twee dwergkonijnen

onder kunnen stoppen, dat staat toch beter als ze straks de boerderij een

injectie geven, in laten slapen als de hond van de boer twee sloten

verderop. Sommige onderbrekingen speelden zich af op de hooizolder

.

waar je je bezwete gezicht op mijn blote buik legde, mijn navel

vergeleek met een kijkgat in de schutting, daarachter kon je alles zien

wat zich in mij afspeelde en we zouden de berg onthoofden zoals je een

eitje en dan samen oud en knotwilgen, maar nu staat er een bord met een

.

blije man in pak erop met in zijn hand een stad als een zwarte kever.

Denk aan al die uitgestrooide boeren in de koeien getrokken die als

wandelende graven tussen de bloesems als rouwboeketten lopen, we klampen

ons aan elkaar vast en kijken naar het laatste huis op het platteland dat instort

.

als een composthoop zonder luchtholtes. Iemand zegt dat je meerdere

huizen kunt bewonen, dat een koe met zeven magen zich toch niet vaker

verslikt, en we vragen ons af hoe het je vergaat als je een maag wegneemt

wat je dan nog wel en niet zal kauwen. Mijn hoofd verstikt een dwergkonijn

.

omdat ik gebruikmaak van zijn schouder, ergens fladdert het baasje van de

kever, er zijn onderbrekingen in onderbrekingen, stiltes die naar kuilgras ruiken.

.

Kalfsvlies

MR

Foto: Joost Bataille

 

Even zuiver als de ongeschreven brief

Rogi Wieg

.

Voor mijn verjaardag kreeg ik de verzamelbundel ‘Even zuiver als de ongeschreven brief’ van Rogi Wieg (1962 – 2015). Bijna 400 pagina’s poëzie, samen gesteld door Peter de Rijk, van een bijzonder dichter die ook leed aan zeer ernstige depressies. In 2015 koos hij (na drie maal eerder een zelfmoordpoging te hebben gedaan) voor euthanasie wegens ondraaglijk psychisch en lichamelijk lijden.

Rogi Wieg publiceerde veel poëziebundels en ontving verschillende literaire prijzen en was naast dichter ook schrijver, beeldend kunstenaar en muzikant.

Uit de bundel heb ik gekozen voor het gedicht ‘In het verlengde van een vleugel’.

.

In het verlengde van een vleugel

.

Dit is de zee, zeg ik je,

de zee van de vertwijfeling,

de gelaagdheid en die van

verfijndheid, de zee als

zee voor jou. In het verlengde

van een vleugel

.

zal ik de zee zo ontdoen

van die werkelijke zee,

of heb je liever dat

het klinkt zoals water,

dat oproept en uitbeeldt

dat groot is, en misschien als de zee,

zo zonder golven ook,

wie ben je liefst, mij of een ander.

.

Opmaak 1

 

Dichter bij de boerderij

Poëziefestival

.

In september werd in Midden-Delfland langs de grens van de Klaas Engelbrechtspolder en de Woudsepolder een poëziefestival georganiseerd door de Agrarische Natuur Vereniging Vockestaert en het Christelijk Lyceum Delft. Het publiek reisde van boerderij naar boerderij per via of middels een huifkar.

Vier dichters droegen op drie prachtige boerderijen voor uit eigen werk.Tjitske Jansen, Maarten van der Graaff, Lieke Marsman en Hans Tentije traden allemaal solo op en gezamenlijk verzorgden ze een laatste slotactie in de Hofboerderij in ’t Woudt.

Deze slotactie werd aangevuld met een aantal leerlingen van het Christelijk Lyceum Delft. De leerlingen hebben onder leiding van de dichter Maarten van der Graaff (winnaar van de C.Buddingh’ prijs voor het beste debuut in 2014) gedichten gemaakt en ze lazen deze ook voor. Een mooi initiatief dat, getuige het verslag op de website van ANV Vockestaert, in 2016 zeker een vervolg zal krijgen.

Van Lieke Marsman het gedicht ‘Noorwegen’ met dank aan Meander.

.

Noorwegen

Donkergroen, denk ik. Ja
er zou veel donkergroen zijn. En geschreeuw
zo ver dat het onhoorbaar werd. De wereld
buiten ons zou, op haar beurt, mij eens niet
horen zuchten. Met een mondvol onzichtbare
kakkerlakken op een sofa die de grond heet,
zou je me geen pijn doen met die tong, maar
mijn huid helen. De wijnvlek op mijn enkel
zou je dronken maken – ik zou vragen
niet in de bloemenvaas te kotsen. De hele avond
op slippers door de keuken lopen, Zweden
kunnen zien liggen vanaf een steiger. En denken aan
de chimpansee ergens in de dierentuin
van Buenos Aires die men onze taal leert. Aan hoe
hij het nooit zal begrijpen. Ik zou zeggen:
oh nee, niet nog eens
die jurk.

.

DBdB Lieke

Lieke Marsman

DbdB Maarten

Maarten van der Graaff